id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.395 Rolnummer: A. 221667/IX-9024 Zaak: Arrest 244395 - Reglementen (justitie) - 06/05/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-05-14 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-21 22:44 Fiche Arrest nr 244.395 van 6 mei 2019 Justitie - Reglementen (justitie) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 244.395 van 6 mei 2019 in de zaak A. 221.667/IX-9024 In zake :
- de B.V.B.A. TRADHO
- Maria FERNANDEZ GUILLEN
- Delia DE COOPMAN
- de BVBA WIETRANSLATE
- Lenka SOVOVA
- de BVBA KVS GROUPS
- de BVBA WORLDWIDE AVIATION TRAINING AND TRANSLATION SERVICES
- Hanna GRUNDLAND
- Rahaf MAKARATI
- Sylvie FRANSEN
- Karl ARNAUTS
- de BVBA TRADUCTIONS GERARD
- Marleen HEYNDRICKX
- Jean VROMAN
- Jessica VAN DE LEUR
- de BVBA IS@BEL
- Allesandra DECICICI
- Raf ANORBEEK
- Kasa MORENA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Pierre Slegers, Audrey Baeyens en Joachim Lebeer kantoor houdend te 1050 Brussel Flageyplein 18 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel van Dievoet kantoor houdend te 1000 Brussel Wolstraat 56 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- IX-9024-1/5 I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 28 februari 2017, strekt tot de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 22 december 2016 „tot vaststelling van het tarief voor prestaties van vertalers en tolken in strafzaken op vordering van de gerechtelijke overheden‟. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. Met toepassing van artikel 90, § 1, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met één lid. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 maart
- Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Audrey Baeyens, die verschijnt voor de verzoekende partijen en advocaat Michel van Dievoet, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. IX-9024-2/5 Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Ontvankelijkheid 3.
- Artikel 6 van de Programmawet (II) van 27 december 2006 luidt als volgt: “De Koning neemt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, een algemeen reglement aan inzake de gerechtskosten in strafzaken houdende bepaling van een lijst van gerechtskosten, de tarifering en de betalings- en inningsprocedure ervan. De besluiten die genomen worden in toepassing van het vorig lid worden bij wet bekrachtigd binnen vierentwintig maanden volgend op de datum van hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.” 3.
- Ter uitvoering van artikel 6, eerste lid, van de voornoemde Programmawet (II) heeft de koning bij besluit van 22 december 2016 het tarief vastgesteld voor prestaties van vertalers en tolken in strafzaken op vordering van de gerechtelijke overheden. Het koninklijk besluit van 22 december 2016 „tot vaststelling van het tarief voor prestaties van vertalers en tolken in strafzaken op vordering van de gerechtelijke overheden‟ (hierna: het koninklijk besluit van 22 december 2016) is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 30 december 2016 en treedt in werking op 1 januari
- 3.
- Bij artikel 80, 4°, van de wet van 11 juli 2018 „houdende diverse bepalingen in strafzaken‟ (BS 18 juli 2018) is het koninklijk besluit van 22 december 2016 bekrachtigd met uitwerking op de datum van zijn inwerkingtreding. IX-9024-3/5 Door voormelde bekrachtiging is het koninklijk besluit van 22 december 2016 een wetskrachtige norm geworden. Gelet op artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, is de Raad van State niet langer bevoegd om kennis te nemen van het beroep. IV. Kosten
- De verzoekende partijen vragen dat de kosten van het beroep en de rechtsplegingsvergoeding ten laste van de verwerende partij worden gelegd. Zij voeren aan dat door de bekrachtiging bij wet van het koninklijk besluit van 22 december 2016, de verwerende partij op onevenredige wijze de toegang tot de rechter heeft verhinderd.
- De verwerende partij is daarentegen van oordeel dat de kosten van het beroep en de rechtsplegingsvergoeding ten laste van de verzoekende partijen dienen te worden gelegd. Beoordeling
- De verzoekende partij vermag de verwerende partij niet te verwijten dat de wetgever haar bestreden besluit heeft bekrachtigd, louter overeenkomstig hetgeen is bepaald in artikel 6, tweede lid, van de voornoemde Programmawet (II) van 27 december 2006, naar luid waarvan de besluiten die genomen worden met toepassing van artikel 6, eerste lid, bij wet worden bekrachtigd binnen vierentwintig maanden volgend op de datum van hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Door die bekrachtiging, die in casu is gebeurd bij artikel 80, 4°, van de eveneens reeds genoemde wet van 11 juli 2018, is bovendien het recht van de verzoekende partijen op toegang tot de rechter niet op een onevenredige wijze beperkt. Zij hebben die wet immers kunnen aanvechten met een beroep tot IX-9024-4/5 nietigverklaring bij het Grondwettelijk Hof, wat zij klaarblijkelijk niet hebben gedaan. Er blijkt derhalve geen grond om af te wijken van de regel dat de kosten van het beroep en de rechtsplegingsvergoeding ten laste worden gelegd van de in het ongelijk gestelde partij. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 3.800 euro en een rechts- plegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 6 mei 2019, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Bruno Seutin IX-9024-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.395 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.