← België

Arrest 244406 - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) - 07/05/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.406 Rolnummer: A. 228028/X-17494 Zaak: Arrest 244406 - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) - 07/05/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-05-09 Raadplegingen: 75 - laatst gezien 2026-06-21 23:44 Fiche Arrest nr 244.406 van 7 mei 2019 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Provinciale en lokale reglementen (behalve fiscaal) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 244.406 van 7 mei 2019 in de zaak A. 228.028/X-17.

  1. In zake : de VZW DIERENASIEL TIENEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joris De Roo kantoor houdend te 3001 Leuven Philipssite 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE HOEGAARDEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Jackers kantoor houdend te 3300 Tienen Goossensvest 36 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  2. De vordering, ingesteld op 6 mei 2019, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van het besluit van de burgemeester van de gemeente Hoegaarden van 4 maart 2019 dat de pitbull Paco moet worden geëuthanaseerd. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 mei 2019, om 13.30 uur. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. X-17.494-1/6 Advocaat Eline Wouters, die loco advocaat Joris De Roo verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Rina Henderix, die loco advocaat Patrick Jackers verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. P. B., wonende te Hoegaarden, is eigenaar van twee pitbulls, Paco en Billy. Bij een eerste ontsnapping, op 12 februari 2019, bijten ze twee schapen dood; bij een tweede ontsnapping, op 19 februari 2019, wordt een yorkshireterriër doodgebeten en een stafford zwaar verwond. De honden worden in het dierenasiel van verzoekster ondergebracht. Op 4 maart 2019 besluit de burgemeester van de gemeente Hoegaarden, verwijzend naar artikel 135 van de nieuwe gemeentewet, onder meer dat de reu Paco wordt geëuthanaseerd. Gemotiveerd wordt inzonderheid: “Overwegende de problematiek van gevaarlijke honden; Overwegende dat de pitbull de gevaarlijkste en meest agressieve hondensoort is ter wereld en in heel wat landen verboden is; Overwegende dat nieuwe bijtincidenten moeten worden voorkomen; Overwegende dat elke eigenaar verantwoordelijk is voor de gevolgen van het gedrag van zijn of haar dier; Overwegende dat de eigenaar van deze honden in zijn verklaringen zelf aangeeft dat de Reu agressief gedrag vertoont naar andere dieren toe en dat de teef deze blindelings volgt; Overwegende dat zowel het dierenasiel Tienen als de diensten van dierenwelzijn adviseren om de honden verder op te volgen en apart te laten herplaatsen omdat gezien de jonge leeftijd van de honden en de nodige gedragstherapie een situatie als deze kan vermeden worden; X-17.494-2/6 Overwegende dat ook de eigenaar zelf mits de nodige begeleiding en ondersteuning beter voor zijn honden kan/zal zorgen; Gelet op het gesprek met de eigenaar waarin hij akkoord gaat met het voorstel om de reu te euthanaseren; Overwegende dat in het belang van de openbare rust en de veiligheid verdere schikkingen moeten getroffen worden ten aanzien van de betrokken dieren.” IV. Grondvoorwaarden voor een schorsing
  6. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. V. Grondvoorwaarde van een ernstig middel Standpunt van de partijen 5.
  7. Verzoekster leidt een eerste middel af uit de schending van het zorgvuldigheidsbeginsel. Toegelicht wordt onder meer dat het besluit werd genomen vooraleer het advies in te winnen van de dierenarts, het dierenasiel en de dienst Dierenwelzijn. Integendeel werd het “enkel en alleen gesteund op de verklaring van de voormalige eigenaar, die onbekwaam is gebleken om met dit type ras om te gaan”. Voorts wijzen de – naderhand ontvangen – adviezen van de dierenarts, het dierenasiel en de dienst Dierenwelzijn alle op het positieve gedrag van de betrokken honden en blijkt eruit dat de feiten te wijten zijn aan een gebrek aan opvoeding en verzorging van de dieren. 5.
  8. In een tweede middel, afgeleid uit de schending van het proportionaliteitsbeginsel juncto het zorgvuldigheidsbeginsel, argumenteert verzoekster dat “[h]et onmiddellijke kiezen voor de zwaarst mogelijke straf, X-17.494-3/6 zijnde om de hond zonder het doorlopen van een verdere objectieve observatieperiode te euthanaseren”, disproportioneel en onzorgvuldig is, dat er namelijk “diverse andere sancties met minder zware gevolgen” bestaan om de openbare veiligheid te beschermen, dat overigens de nodige maatregelen reeds genomen waren vermits de dieren zijn ondergebracht in een dierenasiel en ze niet naar de initiële eigenaar teruggaan. 5.
  9. Volgens een derde middel schendt het bestreden besluit de materiëlemotiveringsplicht doordat wordt vermeld dat het proces-verbaal van de politie werd opgesteld in samenspraak met de inspecteur Dierenwelzijn, terwijl die “geenszins enige input [heeft] verleend”. Tevens schendt het besluit de formelemotiveringsplicht doordat niet wordt verklaard waarom aan de hond Paco “een andere sanctie” wordt opgelegd dan aan de hond Billy en doordat evenmin wordt gemotiveerd “waarom er onmiddellijk, zonder dat er ooit enige voorafgaande maatregelen zijn genomen, wordt gekozen om de hond te euthanaseren en waarom er niet wordt gekozen voor een minder drastische straf”. Beoordeling
  10. Het bestreden besluit wil, met zoveel woorden, de openbare veiligheid waarborgen. Het lijkt in het bijzonder te berusten op artikel 135 van de nieuwe gemeentewet, dat de gemeenten opdraagt ten behoeve van de inwoners in een goede politie te voorzien, onder meer over de veiligheid en rust op openbare wegen en plaatsen. Als zodanig moet, op het eerste gezicht, de beslissing verschijnen als het resultaat van een afweging, met zin voor maat, van alle betrokken gegevens en belangen en lijkt ze niet verder te mogen reiken dan nodig om het in aanmerking genomen veiligheidsrisico te verhelpen. Een en ander moet in principe afdoende in de formele motivering van de beslissing tot uiting komen. X-17.494-4/6
  11. Blijkens de formele motivering van de bestreden beslissing, volgt de burgemeester niet het advies van het dierenasiel en van de dienst Dierenwelzijn om de honden de nodige gedragstherapie te geven en apart te herplaatsen, omdat de eigenaar instemt met “het voorstel” om de reu te euthanaseren. Van wie dat voorstel uitgaat en waarop het gebaseerd is, wordt niet meegedeeld en is evenmin spontaan duidelijk.
  12. Door in de gegeven omstandigheden te besluiten dat euthanasie op de hond moet worden toegepast, komt de burgemeester op het eerste gezicht tekort aan zijn verplichting tot een zorgvuldige en proportionele beoordeling, minstens tot een afdoende formele motivering van zijn beslissing. De middelen zijn in de besproken mate ernstig. Ze zijn van aard een nietigverklaring van het bestreden besluit te kunnen verantwoorden. VI. Grondvoorwaarde van een uiterste dringende noodzakelijkheid Standpunt van de partijen
  13. Verzoekster argumenteert dat het bestreden besluit “kan worden uitgevoerd vanaf 4 mei 2019” en dat het toedienen van euthanasie onomkeerbaar is, zodat niet de gewone procedure tot schorsing kan worden gevolgd. Beoordeling
  14. Ter terechtzitting deelt de verwerende partij mee, en bevestigt zij nog eens uitdrukkelijk, dat de burgemeester op 3 mei 2019 besloten heeft uitstel te verlenen wat de euthanasering van de hond Paco betreft, onder andere totdat de Raad van State uitspraak zal hebben gedaan over het door verzoekster ingestelde beroep tot nietigverklaring. X-17.494-5/6
  15. Hieruit volgt dat er op heden geen zodanige urgentie is dat het nodig zou zijn om de bestreden beslissing van 4 maart 2019 bij uiterst dringende noodzakelijkheid te schorsen in afwachting van een behandeling van de zaak in een beroep tot nietigverklaring. Er is bijgevolg niet voldaan aan de cumulatieve grondvoorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid. Deze vaststelling volstaat om de vordering in haar geheel te verwerpen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeven mei 2019, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust X-17.494-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.406 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.856 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.