id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.474 Rolnummer: A. 226857/IX-9466 Zaak: Arrest 244474 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 14/05/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-05-23 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-21 22:38 Fiche Arrest nr 244.474 van 14 mei 2019 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 244.474 van 14 mei 2019 in de zaak A. 226.857/IX-9466 In zake: Miriam BOUZOUITA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Annick Boljau kantoor houdend te 2000 Antwerpen Britselei 47-49 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de UNIVERSITEIT GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sofie Logie en Matthias Castelein kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 30 november 2018, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de beslissing tot niet benoeming van [Miriam Bouzouita] als hoofddocent in het kader van haar tenure track aanstelling dd. 8 oktober 2018, waarvan kennisgegeven met brief dd. 8 oktober 2018 (kenmerk DP0/ALBV/ZAP/30244610)”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. IX-9466-1/4 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 maart
- Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Annick Boljau, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Matthias Castelein, die tevens loco advocaat Sofie Logie ver- schijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eenslui- dend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoekster is met ingang van 1 oktober 2012 aangesteld als docent bij de Universiteit Gent in het tenure track traject voor een periode van vijf jaar. Haar aanstelling wordt met een bijkomende termijn van één jaar verlengd. Op 13 juni 2018 acht de evaluatiecommissie dat verzoekster niet voldoet aan alle criteria vermeld in haar tenure track overeenkomst. Op 4 juli 2018 adviseert de faculteitsraad het tenure track dos- sier van verzoekster ongunstig. Op 28 september 2018 beslist het bestuurscollege om verzoek- ster niet te benoemen tot hoofddocent. Dit is de bestreden beslissing. IX-9466-2/4 IV. Ontvankelijkheid van het beroep
- Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de ver- werende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie uitspraak te doen. Een on- derzoek van en een uitspraak over die exceptie zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Spoedeisendheid
- Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.
- Met betrekking tot de voorwaarde van de spoedeisendheid, komt het auditoraat tot de volgende vaststellingen in het auditoraatsverslag: - het verlies van verzoeksters huidige dienstbetrekking is niet te wijten aan de bestreden beslissing, maar aan het aflopen van haar tijdelijke aanstelling; - voor zover verzoekster verlies van inkomen aankaart, legt zij geen enkel stuk of bewijs neer dat haar bewering kan staven; - daarenboven blijkt uit het administratief dossier dat verzoekster met de verwe- rende partij een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur heeft gesloten tot 31 maart 2020 en dat zij vergoed zal worden volgens de salarisschaal van docent; - uit die arbeidsovereenkomst blijkt eveneens dat verzoekster de titel van professor mag blijven voeren; - verzoekster zal ook minstens tot die datum kunnen publiceren als lid van het academisch milieu; - voor zover de bestreden beslissing niettemin moreel nadeel berokkent, toont verzoekster niet aan waarom een vernietigingsarrest niet kan worden afgewacht. IX-9466-3/4 Die vaststellingen laten het auditoraat toe te besluiten dat de spoedeisendheid niet voorhanden is, minstens niet genoegzaam is aangetoond.
- Op de terechtzitting onderneemt verzoekster geen poging om de analyse van het auditoraat te weerspreken; zij verwijst enkel naar de schriftelijke procedure.
- Ook de Raad ziet geen reden om het anders te zien.
- De spoedeisendheid is niet aangetoond. Er is bijgevolg niet voldaan aan ten minste één van de schorsingsvoorwaarden, wat volstaat om de vordering af te wijzen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 14 mei 2019, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9466-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.474 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.978 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.