← België

Arrest 244555 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 21/05/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.555 Rolnummer: A. 213490/X-15971 Zaak: Arrest 244555 - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan - 21/05/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-06-03 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-21 22:35 Fiche Arrest nr 244.555 van 21 mei 2019 Openbaar ambt - Openbaar ambt van Gemeenschappen en Gewesten - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 244.555 van 21 mei 2019 in de zaak A. 213.490/X-15.

  1. In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Van Baeveghem kantoor houdend te 9200 Dendermonde Brusselsestraat 108 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering en de beroepscommissie voor tuchtzaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koen Geelen en Elsbeth Loncke kantoor houdend te 3500 Hasselt Gouverneur Roppesingel 131 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Willy Van der Gucht kantoor houdend te 9000 Gent Voskenslaan 34-36 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 22 augustus 2014, strekt tot de nietigverklaring van “[d]e beslissing van de [b]eroepscommissie voor tuchtzaken van 20 juni 2014 (eerste bestreden beslissing) waarbij het beroep van de verzoekende partij tegen de beslissingen van de tuchtcommissie van de gemeente XXXX van 16 april 2014 (tweede bestreden beslissing) en 26 maart 2014 (derde X-15.971- 1/5 bestreden beslissing) ontvankelijk, maar ongegrond wordt bevonden en op grond waarvan de aan de verzoekende partij opgelegde preventieve schorsing bij hoogdringendheid bij voormelde beslissingen van de tuchtcommissie van de gemeente XXXX als regelmatig wordt beschouwd”. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 23 oktober
  4. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verwerende partij en aan de tussenkomende partij ter kennis gebracht op respectievelijk 29 en 30 juni
  5. Op 24 augustus 2018 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verwerende partij en de tussenkomende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. X-15.971- 2/5 III. Beoordeling
  7. Gelet op artikel 30, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 14quinquies van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ kan de beslissing waarvan de nietigverklaring gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien noch de verwerende partij, noch degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, een verzoek tot voortzetting van de procedure indienen binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag van de auditeur waarin de nietigverklaring wordt voorgesteld.
  8. Luidens het auditoraatsverslag van 14 juni 2018 werd verzoeker pas op 2 maart 2015 de tuchtstraf van het ontslag van ambtswege opgelegd en is dit buiten de termijn van de preventieve schorsing. Met toepassing van het toentertijd geldende artikel 132 van het gemeentedecreet acht de auditeur de aan verzoeker opgelegde preventieve schorsing daarom, ambtshalve, van rechtswege vervallen, zodat het beroep zonder voorwerp is. De nietigverklaring van de bestreden beslissingen omwille van de rechtszekerheid wordt voorgesteld.
  9. De verwerende partij, noch de tussenkomende partij hebben een verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Kennelijk wordt ingestemd met de conclusies in het auditoraatsverslag.
  10. Recht doende ten gronde wordt het onder randnummer 4 vermelde standpunt van de auditeur bijgevallen. Er bestaat bijgevolg aanleiding om op die grond de bestreden beslissingen te vernietigen. IV. Anonimisering
  11. Met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 ‘betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van X-15.971- 3/5 niet-toelaatbaarheid van de Raad van State’ vraagt verzoeker dat bij de publicatie van het arrest zijn identiteit niet wordt opgenomen, noch de naam van de gemeente, zijnde de tussenkomende partij. Dit verzoek wordt ingewilligd. BESLISSING
  12. De Raad van State vernietigt: - de beslissing van de beroepscommissie voor tuchtzaken van 20 juni 2014 waarbij het beroep van verzoeker tegen de beslissing van de tuchtcommissie van de gemeente XXXX van 16 april 2014 ontvankelijk, doch ongegrond wordt verklaard; - de beslissing van de tuchtcommissie van de gemeente XXXX van 16 april 2014 waarbij de preventieve schorsing bij hoogdringendheid van verzoeker opgelegd door de gemeente XXXX op 26 maart 2014 wordt bevestigd; - de beslissing van de tuchtcommissie van de gemeente XXXX van 26 maart 2014 waarbij aan verzoeker de preventieve schorsing van vier maanden bij hoogdringendheid wordt opgelegd.
  13. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan verzoeker. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro.
  14. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker, noch de naam van de tussenkomende partij bekendgemaakt. X-15.971- 4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig mei 2019, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Stephan De Taeye X-15.971- 5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.555 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.