id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.557 Rolnummer: A. 220552/X-16766 Zaak: Arrest 244557 - Wegenwezen - 21/05/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-05-28 Raadplegingen: 75 - laatst gezien 2026-06-21 22:37 Fiche Arrest nr 244.557 van 21 mei 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Wegenwezen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 244.557 van 21 mei 2019 in de zaak A. 220.552/X-16.
- In zake :
- Patrick DESMEDT
- Ariane DE HENAU
- Freddy LAPEIRE
- Godelieve VAN TRICHT
- Marinus VAN GREUNINGEN
- Pauline VAN GREUNINGEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter Jongbloet kantoor houdend te 3010 Leuven Oude Diestsesteenweg 13 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
- de PROVINCIE VLAAMS-BRABANT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dany Socquet kantoor houdend te 3080 Tervuren Merenstraat 28 bij wie woonplaats wordt gekozen
- het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc Van Bever kantoor houdend te 1853 Grimbergen Jozef Van Elewijckstraat 59 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de GEMEENTE KORTENBERG bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Cies Gysen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- X-16.766-1/15 I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 21 oktober 2016, strekt tot de nietigverklaring van: a. “het besluit van de deputatie van de Provincie Vlaams-Brabant dd. 10 december 2015 houdende enerzijds goedkeuring van het rooilijnplan(deel) van de buurtwegen nr. 6 (Vierhuizenstraat) en nr. 9 (Vierhuizenstraat/Vogelenzangstraat) en anderzijds wijziging van de buurtwegen volgens het bijgaand plan […]” en b. “het besluit van de voor Omgeving, Natuur en Landbouw bevoegde Minister [van 17 augustus 2016] houdende verwerping van het beroep dat [verzoekers] tegen het eerste bestreden besluit instelden”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. De gemeente Kortenberg heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 2 februari
- De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend. Eerste auditeur An Van Den Broeck heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen, de verwerende partijen en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 april
- Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. X-16.766-2/15 Advocaat Pieter Jongbloet, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Dany Socquet, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, advocaat Marc Van Bever, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, en advocaat Wim Mommaers, die loco advocaat Cies Gysen verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur An Van Den Broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Op 21 april 2010 beslist het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Kortenberg een opdracht voor de studie voor “Rioleringswerken en asfalteringswerken in verschillende straten, o.a. Vogelenzangstraat” toe te wijzen aan de nv Technum.
- Op 7 februari 2011 wijst de gemeenteraad van de gemeente Kortenberg het dossier “Riolerings- en asfalteringswerken in verschillende straten, o.a. Vogelenzangstraat” met inbegrip van de nodige afkoppelingen langsheen het tracé, toe aan de nv Aquafin.
- Omdat, wat de voetpaden in de Vogelenzangstraat en de Vierhuizenstraat betreft, gevreesd wordt dat de aanpalende eigenaars zich zouden verzetten tegen de uitvoering van de werken, beslist de gemeente Kortenberg tot het opmaken van een rooilijnplan. Aangezien de Vogelenzangstraat en de Vierhuizenstraat buurtwegen zijn, dient de procedure voor (gedeeltelijke) wijziging van buurtwegen gevolgd te worden. X-16.766-3/15
- Op 29 juni 2015 wordt het ontwerp van rooilijnplan van de berokken wegen door de gemeenteraad van de gemeente Kortenberg voorlopig aanvaard.
- Van 22 juli 2015 tot 21 augustus 2015 wordt een openbaar onderzoek georganiseerd. Er worden 30 bezwaarschriften ingediend, onder meer door verzoekers.
- Op 5 oktober 2015 verwerpt de gemeenteraad de ingediende bezwaarschriften, stelt hij het rooilijnplan definitief vast en verklaart hij zich akkoord met de gedeeltelijke verbreding van de betrokken buurtwegen.
- Met het eerste bestreden besluit beslist de deputatie van de provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant tot de gedeeltelijke verbreding van de betrokken buurtwegen en keurt zij het rooilijnplan goed.
- Op 13 januari 2016 stellen verzoekers administratief beroep in tegen het eerste bestreden besluit.
- Met het tweede bestreden besluit verwerpt de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw het door verzoekers ingediende beroep en bevestigt zij het eerste bestreden besluit. IV. Onderzoek van de middelen A. Het derde middel Uiteenzetting van het middel
- In het derde middel wordt de schending aangevoerd van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ (hierna: de formelemotiveringswet) en van artikel 28 van de buurtwegenwet van 10 april
- X-16.766-4/15 Verzoekers stellen dat in het eerste bestreden besluit uitdrukkelijk wordt erkend dat de gemeente Kortenberg de Vierhuizenstraat wil verbreden om dubbelrichtingsverkeer mogelijk te maken, doch vervolgens wordt nergens gemotiveerd waarom dit naar het oordeel van de deputatie strookt met het openbaar nut, en dit terwijl in het kader van het openbaar onderzoek het openbaar nut van het voorzien van tweerichtingsverkeer in de Vierhuizenstraat uitdrukkelijk ter discussie werd gesteld. Verzoekers vervolgen dat de vraag of een buurtweg moet worden gewijzigd, beantwoord dient te worden aan de hand van een belangenafweging waarbij de overheid in de eerste plaats het algemeen belang op het oog dient te hebben. Deze belangenafweging diende volgens verzoekers te gebeuren in het eerste bestreden besluit, terwijl er niets over te lezen staat niettegenstaande de op dit punt ingediende bezwaren.
- In hun memorie van wederantwoord stellen verzoekers dat het eerste bestreden besluit de motivering van de gemeenteraad louter overneemt en dat in het gemeenteraadsbesluit van 5 oktober 2015 geen enkele duidelijke motivering te vinden is die aan kan tonen waarom een weg voor dubbelrichtingsverkeer van enig openbaar nut zou zijn. Ook wat betreft hun bezwaren wordt in het gemeenteraadsbesluit niet afdoende gemotiveerd in welk opzicht deze beoogde wijziging het openbaar nut dient. Beoordeling
- Uit het eerste bestreden besluit blijkt dat de deputatie zich, ter beantwoording van de ingediende bezwaren, aansluit bij de weerlegging van deze bezwaren in het gemeenteraadsbesluit van 5 oktober
- Zoals is vastgesteld in het auditoraatsverslag blijken de motieven waarom geopteerd wordt voor een wegprofiel dat dubbelrichtingsverkeer mogelijk maakt uit het administratief dossier en zijn de X-16.766-5/15 bezwaren hieromtrent in het gemeenteraadsbesluit van 5 oktober 2015 als volgt beantwoord: “Bezwaar weerlegd: De motivatie is de verkeersveiligheid. Er is een afweging van de alternatieven gebeurd en de voorgestelde oplossing is de enig mogelijke om tot een goede uitvoering te komen van nuts- en rioleringswerken. [...] Bezwaar weerlegd: In het MOBER in het kader van het RUP ‘Vierhuizen’ werd een scenario uitgewerkt waarbij de Vierhuizenstraat als enkelrichtingsstraat werd ingericht. Het instellen van een enkelrichtingsregime in de Vierhuizenstraat zou grote impact hebben op de Sterrebeeksesteenweg en de Achterenbergstraat. In principe zijn dat de wegen die te verkiezen zijn om de grotere verkeersstroom op te vangen, maar bij een te grote verzadiging zal het verkeer toch weer zijn weg zoeken langs de kleinere wegen. Sluipverkeer is doorgaans het verkeer dat zich minder houdt aan de snelheidslimiet. In enkelrichtingsstraten stijgt doorgaans de snelheid. Bijkomende maatregelen als snelheidsbeperkende infrastructuur, verkeerswerende infrastructuur, flitscontroles, ... zouden zich kunnen opdringen. Bij een enkelrichtingsverkeer moeten alle bewoners omrijden. Een enquête uit 2004 toont aan dat er bij de bewoners van de Vierhuizenstraat en omgeving onvoldoende draagvlak was voor eenrichtingsverkeer. Tijdens de werken in de Achterenbergstraat in 2006 werd er in de Vierhuizenstraat tijdelijk eenrichtingsverkeer ingevoerd omwille van de nood aan circulatiemaatregelen. Opnieuw kwamen hier negatieve reacties over het instellen van eenrichtingsverkeer. Bovendien creëert eenrichtingsverkeer nu net hogere snelheden. Sinds 2004 bestaan er plannen om de Vierhuizenstraat aan te passen aan het profiel van een tweerichtingsstraat, maar deze werden nooit geconcretiseerd. Het huidige gemeentebestuur wil hier nu graag werk van maken. [...] Bezwaar weerlegd: De smalle Vierhuizenstraat is gevaarlijk voor: - de zwakke weggebruiker, aangezien de huidige versmalling te langgerekt is om veilig te kunnen zijn. Er wordt namelijk geen rekening gehouden met de voorrangsregels voor de fietsers. Bovendien is er slechts aan één zijde een smal voetpad aanwezig. De bescherming van de voetganger door middel van één voetpad aan één kant van de straat is onvoldoende. - door de langgerekte versmalling is de zichtbaarheid voor automobilisten zeer gering. Hierdoor ontstaan situaties dat in de smalle strook wagens kop-aan-kop komen te staan. De verbreding van dit weggedeelte is dus zeker wenselijk om de veiligheid van de voetgangers en automobilisten beter te garanderen. De Vierhuizenstraat kan een belangrijke rol spelen in het voetgangersnetwerk: enkel officiële trage wegen enten op deze straat of in X-16.766-6/15 de onmiddellijke omgeving. Voor de Vierhuizenstraat is er geen alternatief langs een trage weg. [...] Aan de omwonenden wordt niet ‘zomaar’ gevraagd om gratis de grond af te staan die noodzakelijk is om voetpaden te kunnen aanleggen. Die omwonenden krijgen voor die gratis grondafstand ook een waardevolle tegenprestatie: de aanleg van een nieuwe straat en van nieuwe voetpaden en dus meer verkeersveiligheid voor de zwakke weggebruiker en de automobilist. In de smalle Vierhuizenstraat kan nu niet geparkeerd worden. Door de verbreding van de straat zal het wettelijk toegelaten zijn een voertuig met een maximale breedte van 1,90 m te parkeren op de rijbaan. Het parkeren van wagens zorgt voor een snelheidsremmend effect. Een stoep verhindert de toegang naar de eigendommen niet. Door de aanwezigheid van een stoep kunnen zowel de bewoners als hun bezoekers zich na het parkeren veilig begeven naar de woning. [...] Bezwaar weerlegd: De huidige breedte in het smalle gedeelte van de Vierhuizenstraat is ongeveer 3 meter. Er wordt een rijbaan gecreëerd van 4,90m. De verbreding van de baan heeft als doel de veiligheid te verhogen voor de zwakke weggebruikers en past dus perfect in het ‘STOP-principe’. Het aanzuigen van meer verkeer met het wegprofiel dat in de ontwerpplannen wordt vooropgesteld, is een veronderstelling die wordt tegengesproken door wetenschappelijk onderzoek.”
- De verzoekende partijen laten na de in het vorig randnummer geciteerde motieven bij hun kritiek te betrekken, zodat zij er niet in slagen aan te tonen dat het openbaar nut van de verbreding van de Vierhuizenstraat niet afdoende zou zijn gemotiveerd of dat daartoe beslist zou zijn zonder afdoende belangenafweging.
- Het derde middel wordt verworpen. B. Het tweede middel Uiteenzetting van het middel
- In het tweede middel wordt de schending aangevoerd van de artikelen 2 en 3 de formelemotiveringswet en van de artikelen 16, 144 en 145 van de Grondwet, evenals het gebrek van rechtens vereiste feitelijke grondslag. X-16.766-7/15 Volgens verzoekers heeft de gemeente – anders dan in het eerste bestreden besluit wordt overwogen – de gedeeltelijke verbreding van de betrokken buurtwegen niet gevraagd ter “regularisatie van de bestaande toestand die vandaag al als openbaar domein wordt gebruikt”. In het gemeenteraadsbesluit van 5 oktober 2015 is immers overwogen dat “de eigendomsstructuur van de fietspaden in de Vogelenzangstraat (gedeeltelijk) niet helemaal duidelijk blijkt te zijn en dit tot discussies kan leiden tijdens de uitvoering van de werken”, wat natuurlijk iets helemaal anders is dan de bewering dat het gehele te wijzigen tracé de facto al deel zou uitmaken van het openbaar domein en de aanvraag er louter zou toe strekken de juridische breedte van de buurtwegen aan de feitelijke breedte aan te passen. Verder wordt in het eerste bestreden besluit verwezen naar het dertigjarig openbaar gebruik voor de aanleg van ondergrondse nutsvoorzieningen van de stroken waarop de aanvraag slaat, zodat de deputatie lijkt te oordelen dat deze stroken op basis van de dertigjarige verkrijgende verjaring eigendom zouden geworden zijn van de gemeente Kortenberg, waardoor de betrokken stroken bij wijze van regularisatie in de wegbreedte kunnen worden opgenomen. Volgens verzoekers doet de deputatie daarmee – in strijd met de artikelen 144 en 145 van de Grondwet – uitspraak over hun eigendomsrechten. De verwijzing naar de aanwezigheid van nutsleidingen onder of boven een privé-eigendom kan er nooit toe leiden te oordelen dat het perceelsgedeelte waaronder of boven deze leidingen zijn aangelegd niet langer kunnen worden geacht het bezit te zijn van de eigenaar.
- In hun memorie van wederantwoord stellen verzoekers dat de gemeente uitdrukkelijk heeft overwogen dat de verbreding van de betrokken buurtwegen erop gericht is de mogelijke onduidelijkheid betreffende de eigendomsstructuur van de fietspaden uit te klaren. De deputatie tracht de door de gemeente begane onwettigheid subtiel weg te werken, doch er is geen enkele wettelijke grondslag voor het feit dat de deputatie de motivering van de gemeente, zonder enige verduidelijking, eigenhandig wijzigt. X-16.766-8/15
- In hun laatste memorie stellen verzoekers dat het helemaal niet waar is dat de stroken die binnen de bestreden rooilijn worden opgenomen vandaag de facto al deel zouden uitmaken van het openbaar domein. Voor de huizen ter hoogte van de woning van eerste en tweede verzoeker is het immers – met de woorden van verzoekers laatste memorie – “duidelijk dat de privé- eigendom zich uitstrekt tot de stoeprand, en deze ook een privégebruik kent”. Verzoekers nemen in hun laatste memorie een foto die ervan doet blijken dat het voetpad en de oprit voor de woning van de eerste en tweede verzoeker visueel één geheel vormen omdat ze beiden zijn aangelegd met dezelfde tegels. Beoordeling
- Verzoekers steunen zich op de overweging in het gemeenteraadsbesluit van 5 oktober 2015 waarin gesteld wordt dat de bestreden verbreding van de buurtwegen duidelijkheid moet creëren over de bestaande “fietspaden”. Het auditoraatsverslag komt tot de terechte vaststelling dat uit het administratief dossier en uit andere passages van hetzelfde gemeenteraadsbesluit blijkt dat het woord “fietspaden” in de laatstgenoemde overweging gelezen moet worden als “voetpaden”. Het blijkt dat er in de bestaande toestand voetpaden voor de woningen van verzoekers liggen, die door de bestreden verbreding opgenomen zullen worden binnen de rooilijnen. Uit de laatstgenoemde vaststelling volgt dat de tegenspraak die verzoekers menen te ontwaren tussen het eerste bestreden besluit en het gemeenteraadsbesluit van 5 oktober 2015 niet bestaat.
- De verwijzing in het eerste bestreden besluit naar een bestaand openbaar gebruik, past in de beschrijving van de bestaande toestand die de deputatie vermocht te doen en blijft als zodanig vreemd aan de discussie tussen de gemeente en de verzoekers over het eigendomsrecht van de bestaande voetpaden. Overigens komt het niet de Raad van State – doch de gewone rechter – toe deze discussie te beslechten en draagt de bestreden verbreding het eigendomsrecht van de getroffen oppervlakte niet over. X-16.766-9/15
- Het tweede middel wordt verworpen. C. Het eerste middel Uiteenzetting van het middel
- In het eerste middel voeren verzoekers de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de formelemotiveringswet, evenals van het onpartijdigheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. Verzoekers betogen dat de deputatie het eerste bestreden besluit heeft genomen zonder kennis te nemen van de bezwaren die tijdens het openbaar onderzoek werden ingediend, aangezien de deputatie zich louter heeft verlaten op de wijze waarop de gemeenteraad van de gemeente Kortenberg de bezwaren heeft weerlegd. Die beantwoording wordt blijkens de tekst van het eerste bestreden besluit aanvaard, maar maakt geen deel uit van het eerste bestreden besluit en werd niet aan de beroepers samen met het bestreden besluit betekend. Het is evenwel niet de gemeenteraad, maar wel de deputatie die de beslissingnemende overheid is. Daarbij komt dat degenen die in het kader van het openbaar onderzoek een bezwaar indienen, in het besluit zelf moeten kunnen terugvinden welk het standpunt is van de beslissingnemende overheid ten opzichte van het ingediende bezwaar. Dit kan enkel bij verwijzing in de beslissing naar een ander document indien dit document aan de indiener van het bezwaar gekend is of wanneer dit document hem met dit besluit is ter kennis gebracht. Verzoekers vervolgen dat het onpartijdigheidsbeginsel er zich tegen verzet dat de gemeenteraad als orgaan dat het initiatief neemt tot wijziging van de buurtwegen tevens oordeelt over de bezwaren die in het kader van het openbaar onderzoek over deze aanvraag worden uitgebracht. X-16.766-10/15
- In hun memorie van wederantwoord stellen verzoekers dat er sprake is van een aantasting van de onpartijdigheid daar de deputatie, zonder enige op- of aanmerking, de argumentatie van het gemeentebestuur heeft gevolgd. Beoordeling
- De Nederlandse vertaling van artikel 27, eerste lid, van de buurtwegenwet van 10 april 1841 luidt: “De gemeenteraden zijn gehouden om, ten verzoeke van de deputatie van de provinciale raad, te beraadslagen over […] de wijziging […] van een buurtweg en eventueel het bijhorende ontwerp van rooilijnplan”.
- Zoals de Raad van State in herinnering heeft gebracht in het arrest Henrard, nr. 155.524 van 23 februari 2006, moet de in het vorige randnummer bedoelde bepaling zo worden gelezen dat een gemeente op grond van de grondwettelijk verankerde gemeentelijke autonomie het initiatief kan nemen om de procedure voor de verbreding van een buurtweg te starten.
- Krachtens artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 20 juni 2014 ‘tot vaststelling van nadere regels voor de organisatie van het openbaar onderzoek inzake buurtwegen’, kwam het de gemeenteraad van Kortenberg toe om de tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaarschriften te beoordelen, hetgeen hij gedaan heeft in zijn beslissing van 5 oktober 2015 (randnr. 8).
- Uit het bestreden besluit blijkt verder dat de deputatie zich, ter beantwoording van de ingediende bezwaarschriften, aansluit bij de weerlegging van deze bezwaren door de gemeenteraad van de gemeente Kortenberg. Uit de enkele omstandigheid dat de deputatie hetzelfde standpunt inneemt als de gemeente volgt – anders dan de verzoekers blijkbaar aannemen – geen schending van het onpartijdigheidsbeginsel. X-16.766-11/15
- Het blijkt verder niet welk belang verzoekers hebben bij hun kritiek dat het eerste bestreden besluit de tekst had moeten opnemen van de bezwaarschriften en van het van de gemeente overgenomen standpunt hierover.
- Het eerste middel wordt verworpen. D. Het vierde middel Standpunt van de partijen
- In het vierde middel voeren verzoekers de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de formelemotiveringswet en van artikel 28 van de buurtwegenwet van 10 april
- Verzoekers wijzen er op dat zij in hun administratief beroep bij de minister hebben aangevoerd dat de deputatie had nagelaten zelf de in het kader van het openbaar onderzoek uitgebrachte bezwaren te onderzoeken en te beantwoorden doch zich louter verliet op de wijze waarop de gemeente deze bezwaren had beantwoord, zonder zelf nog maar van de tekst van de ingediende bezwaren kennis te nemen. Volgens verzoekers is hun beroep verworpen zonder dat in de tekst van het tweede bestreden besluit terug te vinden is wat het standpunt is van de minister. Het feit dat de minister slechts een goedkeuringstoezicht uitoefende, staat er niet aan in de weg dat zij alle ingeroepen beroepsgrieven diende te beantwoorden.
- In hun memorie van wederantwoord stellen verzoekers dat uit hun eerste, tweede en derde middel gebleken is dat het eerste bestreden besluit onwettig is. Deze onwettigheid heeft volgens verzoekers tot gevolg dat ook het tweede bestreden besluit onwettig is.
- In hun laatste memorie stellen verzoekers dat uit de overwegingen van het tweede bestreden besluit “niet [kan] worden afgeleid dat de Minister van oordeel is dat, anders dan beroepers in hun beroep deden gelden X-16.766-12/15 dat [de] deputatie zich niet bij de beoordeling van de gemeenteraad – hoe degelijk ook – mocht aansluiten, doch zich in tegendeel een eigen oordeel moest vormen over de ingediende bezwaren”. Beoordeling
- In zoverre verzoekers zich beroepen op de gegrondheid van hun eerste, tweede en derde middel, wordt verwezen naar de verwerping van deze middelen hiervoor.
- Het tweede bestreden besluit beantwoordt de grieven die verzoekers hebben geuit in hun beroepsschrift als volgt: “Overwegende dat tijdens het openbaar onderzoek, dat werd gehouden van 22 juli 2015 tot 21 augustus 2015, dertig bezwaarschriften werden ingediend, waarvan een aantal identiek; dat de gemeenteraad van Kortenberg de bezwaren bij haar voorstel voor de buurtwegen nrs. 6 en 9 heeft weerlegd; Overwegende dat de gemeenteraad heeft geoordeeld dat een verbreding van de buurtwegen nodig is om een verbetering van de verkeersveiligheid en -afwikkeling te bekomen; dat de gewenste verbreding van de buurtwegen de facto een regularisatie betreft,gelet op het feit dat de in te nemen stroken grotendeels reeds jaar en dag functioneren als openbaar domein en reeds meer dan 30 jaar belast zijn met ondergrondse nutsleidingen; dat de eigenaars/aanpalenden zich met hun tuinaanleg en - uitrusting reeds grotendeels teruggetrokken hebben tot achter de gewenste rooilijnen en dat de aanleg van voetpaden en dergelijke in functie van openbaar gebruik reeds jaar en dag is gerealiseerd; dat de eigenaars/aanpalenden door het feitelijk gebruik van de bedoelde stroken het functioneel en feitelijk openbaar domein de facto hebben aanvaard; Overwegende dat de gemeenteraad van Kortenberg gesteld heeft dat de gewijzigde rooilijnen de gemeente Kortenberg, en bij uitbreiding de nutsmaatschappijen, in staat stellen om de verouderde weginfrastructuur te vernieuwen en/of aan te passen aan de hedendaagse eisen of noden, waaronder een gescheiden rioleringsnet; dat de bedoelde wijzigingen kaderen in een visie inzake mobiliteit van de gemeente Kortenberg voor de ruimere omgeving van de beide buurtwegen; dat de verbreding van de wegzate kadert in de ontwikkeling van het lokale wegennet met zijn functionele aanhorigheden en aldus een algemeen belang heeft; dat de feitelijke (her-)aanleg van de wegenis geen deel uitmaakt van de lopende procedure en derhalve een uitspraak over het functionele aspect van de mobiliteit voorbarig is; Overwegende dat de deputatie in haar beslissing aangeeft dat de wijzigingen vanuit ruimtelijke en functionele overwegingen aanvaardbaar X-16.766-13/15 zijn en dat de deputatie zich de weerlegging van de bezwaren door de gemeenteraad in zitting van 5 oktober 2015 eigen maakte; Overwegende dat de weerlegging van de bezwaren door de gemeenteraad van Kortenberg van 5 oktober 2015 zeer uitvoerig gemotiveerd is; dat de weerlegging van de bezwaren wel degelijk een antwoord op de ingediende bezwaren biedt; dat de weerlegging van de bezwaren steunt op een onderbouwde visie op de inrichting van de wegenis ter plaatse en op de mobiliteit in de wijdere omgeving; dat de deputatie in haar beslissing de weerlegging van de bezwaren aanvaardt en daarmee tot de hare maakt; dat deze weerlegging wordt ondersteund”. Uit hetgeen hiervoor is geciteerd uit het tweede bestreden besluit blijkt dat verzoekers wel degelijk een antwoord krijgen op hun beroepsgrief dat de deputatie geen kennis zou hebben genomen van hun tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaren en nagelaten zou hebben deze zelf te beoordelen. Uit het tweede bestreden besluit blijkt dat de minister van oordeel is dat de deputatie zich, ter weerlegging van de bezwaren van verzoekers, mocht aansluiten bij de weerlegging van de bezwaren door de gemeenteraad en dat de deputatie deze weerlegging tot de hare mocht maken, hetgeen zij heeft gedaan.
- Het vierde middel wordt verworpen. V. Conclusie
- De verwerping van alle aangevoerde middelen brengt mee dat het beroep hoe dan ook in zijn geheel moet worden verworpen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 1200 euro, en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan elk van de verwerende partijen. X-16.766-14/15 De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig mei 2019, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-16.766-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.557 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div