← België

Arrest 244570 - Leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimte - 21/05/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.570 Rolnummer: A. 226084/X-17314 Zaak: Arrest 244570 - Leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimte - 21/05/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-06-03 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-21 22:39 Fiche Arrest nr 244.570 van 21 mei 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimte Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 244.570 van 21 mei 2019 in de zaak A. 226.084/X-17.

  1. In zake : de BVBA OTTEVAERE-DECOSTERE woonplaats kiezend te 8530 Harelbeke Berkenlaan 138 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Geert Sustronck kantoor houdend te 8500 Kortrijk Burgemeester Nolfstraat 10 tegen : de STAD HARELBEKE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Séverine Vermeire kantoor houdend te 8500 Kortrijk Spinnerijstraat 99/22 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 6 september 2018, strekt tot de nietigverklaring “van de Beslissing dd. 03/07/2018 […] van het College van Burgemeester en Schepenen van de Stad Harelbeke tot afwijzing van het beroep/bezwaar van verzoekster tegen de administratieve akte dd. 22/05/2018 […] van het College van Burgemeester en Schepenen van de Stad Harelbeke tot opname van het pand gelegen te 8530 Harelbeke, Berkenlaan 138 op het leegstandsregister als ongegrond én van de administratieve akte dd. 22/05/2018 waarbij het pand te 8530 Harelbeke, Berkenlaan 138 opgenomen werd op het leegstandsregister”. X-17.314-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 maart
  4. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Anaël Vander Eecken, die loco advocaat Séverine Vermeire verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Rechtsmacht
  6. Volgens de memorie van antwoord “ligt een geschil over de registratie in de inventaris leegstand voor”, moet dergelijk geschil worden beschouwd als een geschil met betrekking tot de leegstandsheffing. De kennisneming van dergelijk geschil betreffende de “toepassing van een belastingwet” behoort overeenkomstig artikel 569, eerste lid, 32°, van het X-17.314-2/4 Gerechtelijk Wetboek tot de exclusieve bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg.
  7. In de memorie van wederantwoord antwoordt verzoekster op die exceptie alleen dat aanvankelijk de verwerende partij zelf ook van mening was dat de bestreden beslissing voor de Raad van State aanvechtbaar was “aangezien zij deze beroepsmogelijkheid zelf heeft vermeld op de bestreden beslissing”, en dat zij dus minstens verzoekster heeft misleid, “al dan niet opzettelijk”.
  8. De exceptie is gegrond. Zoals al geoordeeld in onder meer het arrest nr. 218.128 van 20 februari 2012, moet een geschil over de registratie in de inventaris leegstand worden beschouwd als een geschil met betrekking tot de leegstandsheffing – dit is: een geschil betreffende de toepassing van een belastingwet. Gelet op artikel 569, eerste lid, 32°, van het Gerechtelijk Wetboek behoort de kennisneming van zo een geschil de rechtbank van eerste aanleg toe. De Raad van State is zonder rechtsmacht.
  9. De verwerende partij heeft verzoekster bij de kennisgeving van de bestreden beslissing ten onrechte meegedeeld dat zij tegen de beslissing bij de Raad van State een beroep tot nietigverklaring kon instellen. Dit verantwoordt dat het rolrecht te haren laste wordt gelegd, maar het volstaat niet om verzoekster te beschouwen als een in het gelijk gestelde partij in de zin van artikel 30/1, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, aan wie een rechtsplegingsvergoeding toekomt. BESLISSING
  10. De Raad van State verwerpt het beroep. X-17.314-3/4
  11. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, en een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenentwintig mei 2019, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Johan Lust. X-17.314-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.570 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.