← België

Arrest 244583 - Overheidsopdrachten - 23/05/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.583 Rolnummer: Zaak: Arrest 244583 - Overheidsopdrachten - 23/05/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-06-05 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-21 22:35 Fiche Arrest nr 244.583 van 23 mei 2019 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Samenvoeging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 244.583 van 23 mei 2019 in de zaken A. 219.528/XII-8170 A. 221.030/XII-8281 In zake: de BVBA ANTWERPS ARCHITECTEN ATELIER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joost Bosquet kantoor houdend te 2650 Antwerpen (Edegem) Mechelsesteenweg 326 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD OUDENBURG bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Van Heuven kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de beroepen

  1. Het beroep, ingesteld op 17 juni 2016, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de stad Oudenburg van 12 april 2016 waarbij, in het kader van een onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking voor een opdracht van diensten “Bouwen van een administratief centrum - site Abdijhoeve Studieopdracht voor architectuur, stabiliteit, technieken, omgevingsaanleg en EPB-verslaggeving”, de bvba Antwerps Architecten Atelier niet wordt geselecteerd (zaak A. 219.528/XII-8170). Het beroep, ingesteld op 30 januari 2017, strekt tot de nietig- verklaring van de beslissing van de stad Oudenburg van 8 november 2016 waarbij de overheidsopdracht voor diensten “Bouwen van een administratief centrum - site XII-8170-1/25 Abdijhoeve Studieopdracht voor architectuur, stabiliteit, technieken, omgevings- aanleg en EPB-verslaggeving” wordt gegund aan “het samenwerkingsverband Gino Debruyne” (zaak A. 221.030/XII-8281). II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 237.073 van 17 januari 2017 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen in de zaak A. 221.030/XII-
  3. De verzoekende partij heeft in de zaak A. 221.030/XII-8281 een verzoekschrift tot nietigverklaring ingediend. In de beide zaken heeft de verwerende partij een memorie van antwoord ingediend en heeft de verzoekende partij een memorie van weder- antwoord ingediend. Auditeur Ines Martens heeft in de beide zaken een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben in de beide zaken een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 april
  4. Staatsraad Pierre Barra heeft in de beide zaken verslag uitgebracht. Advocaat Valérie De Bruyckere, die loco advocaat Joost Bosquet in de beide zaken verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Dirk Van Heuven, die in de beide zaken verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. XII-8170-2/25 Auditeur Thomas Maes heeft in de beide zaken een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. De stad Oudenburg schrijft een dienstenopdracht uit voor de aan- stelling van een ontwerper architectuur-technieken-stabiliteit en omgevingsaanleg en EPB voor de realisatie van een administratief centrum. Het betreft volgens de oproep tot kandidatuur de restauratie van het geklasseerde deel van de site Abdijhoeve, de renovatie en eventueel uitbreiding van het bestaande niet-geklasseerde deel of mogelijks de afbraak en nieuwbouw van dat deel, de inrichting tot administratief centrum en de volledige omgevingsaanleg. De plaatsingswijze is de onderhandelingsprocedure met bekendmaking. De kostprijs van het project wordt geraamd op 3.500.000 euro. 3.
  7. De oproep tot kandidatuurstelling werd bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen van 5 januari 2016 en in het Supplement op het Publicatieblad van de Europese Unie van 8 januari
  8. 3.
  9. Met betrekking tot de selectie van de kandidaten wordt in de oproep tot kandidatuurstelling onder meer vermeld dat het aantal kandidaten dat zal worden uitgenodigd voor de onderhandeling, mag worden beperkt tot maximaal 6 en voorts: XII-8170-3/25 “Om in aanmerking te kunnen komen voor de onderhandelingen die aan de gunning van de opdracht voorafgaan, moeten de kandidaten bij hun kandidatuurstelling volgende documenten toevoegen:
  10. een verklaring op eer dat: […]
  11. de kandidaten moeten bij hun kandidatuurstelling volgende documenten toevoegen: Eén

(1)referentie (niet meer, niet minder) van administratieve gebouwen of gelijk(w)aardig project, voor een openbaar bestuur of een privaatrechtelijke persoon, dat door de inschrijver zelf ontworpen werden met inbegrip van de opvolging en controle der werken en waarvan de voorlopige oplevering dateert van na 01/01/2005, of uiterlijk op 01/01/2016 voorlopig opgeleverd werd. De inschrijver mag verschillende referenties opgeven voor het architectuurontwerp, de stabiliteitsstudie, de studie technische installaties en EPB, hij dient voor elk 1 referentie op te geven. De referentie wordt als gelijk(w)aardig beschouwd indien de totale netto-bouwkost (ruwbouw, afwerking en technische installaties, excl. erelonen en BTW) minimum 1.500.000 EUR bedraagt en zij betrekking hebben op: 1) Voor het architectuurontwerp en de studie technieken: de realisatie van een administratief centrum of een vergelijkbaar kantoorgebouw, met polyvalente functies voor een openbaar bestuur of een privaatrechte[…]lijk persoon. 2) Bijkomend één
(1)referentie van een restauratie project waarbij de kandidaat ontwerper zijn opdracht bestaat uit het architectuurontwerp (ontwerp, subsidiedossier, aanbesteding en opvolging van de uitvoering) en de opmaak van een restauratie- en subsidiedossier tot het bekomen van een subsidie/restauratie- premie van aan geklasseerd gebouw conform de Vlaamse regelgeving Onroerend Erfgoed. Gerealiseerd en subsidie/premie bekomen binnen de opgegeven tijdspanne en met een netto bouwkost van minstens 500.000 EUR. 3) Voor de stabiliteitsstudie: een gebouw met minstens 1 onder- grondse en 2 bovengrondse bouwlagen voor een openbaar bestuur of een privaatrechte[…]lijk persoon. De beslissing of een referentieproject kan beschouwd worden als „gelijk(w)aardig‟, zal genomen worden door de aanbestedende overheid. Hiermee wordt bedoeld gebouwen die de hierna volgende functies in belangrijke mate in zich hebben (architectuur en technische installaties). • Bureelruimtes, individueel en landschapsburelen; • Gesloten werkruimtes • Onthaalruimte met baliefunctie • Vergaderlokalen en/of leslokalen met aangepaste technische voorzieningen en audio-visuele middelen XII-8170-4/25 • Sanitaire voorzieningen, kitchenette, … als ondersteunende functies. Voor de 2 referenties (waarvan minstens één
(1)een gesubsidieerd restauratieproject) dient een ondertekend attest van goede uitvoering vanwege de bouwheer toegevoegd te worden dat volgende gegevens bevat: 1) De projectnaam 2) De naam van de bouwheer met vermelding van adres, telefoon en contactpersoon 3) De naam van de ontwerpers en de juiste omschrijving van de studieopdracht die aan hen werd toegewezen. 4) De totale netto kostprijs der werken, excl. erelonen en BTW 5) De datum van voorlopige oplevering of de startdatum der werken 6) De vermelding dat de studieopdracht door de ontwerper tot algehele voldoening werd uitgevoerd. Een model van attest kan per e-mail […] opgevraagd worden. Tevens dienen grond- en gevelplans […] en foto‟s van het project bijgevoegd te worden met name dus voldoende gegevens die de aanbestedende overheid moet in staat stellen de referentie(
  1. s)te beoordelen. In geval er onvoldoende/geen kandidaturen beantwoorden aan de minimumeisen inzake referenties, behoudt de aanbestedende overheid zich het recht voor kandidaturen die niet voldoen aan de minimumeisen inzake referenties zoals hogeromschreven toch in overweging te nemen. 3. Het staat de kandidaten vrij om een samenwerkingsverband aan te gaan met andere architecten en studieburelen. De vorm van het samen- werkingsverband […] mag door de kandidaat vrij gekozen worden. Op straffe van nietigheid dient een door alle leden van het samen- werkingsverband ondertekend document bijgevoegd dat de taak- verdeling van elk lid van het samenwerkingsverband duidelijk omschrijft. Ook moeten de documenten van de kwalitatieve selectie (punten 8.1, 8.2) voor alle leden van het samenwerkingsverband bij de kandidatuurstelling gevoegd te worden, met dien verstande dat elk lid van het samenwerkingsverband voor wat de referenties betreft enkel voor het gedeelte waarvoor hij in de taakverdeling voorkomt, referentie dient te bewijzen en te attesteren. Wanneer anderzijds een referentie betrekking heeft op een ander samenwerkingsverband kan een lid van dit samenwerkingsverband zich alleen kandidaat stellen met gebruik van deze referentie, op voorwaarde dat hij aantoont dat hij een wezenlijk deel van de betrokken opdracht op zich nam. De beoordeling van het feit dat het een wezenlijk deel betreft, zal gebeuren door de aanbestedende overheid.” XII-8170-5/25 3.4. Er worden 19 kandidaturen ingediend, waaronder door de verzoekende partij. Ze worden onderzocht en er wordt op 7 april 2016 een selectieverslag opgesteld. Bij beslissing van 12 april 2016 keurt de verwerende partij het selectieverslag goed. Dit is het voorwerp van het eerste beroep. Het selectieverslag en de bijhorende individuele beoordelingsfiches maken integraal deel uit van de selectiebeslissing. In het selectieverslag wordt met betrekking tot de selectie van de verzoekende partij vermeld: “ 2.2 Beoordeling op basis van de selectiecriteria: We verwijzen voor een gedetailleerde beoordeling naar de beoordelings- fiche in bijlage. Per criteria werd de kandidatuurstelling als volgt beoordeeld: v het criterium werd volledig behaald +/- het criterium werd maar gedeeltelijk behaald 0 het criterium werd in het geheel niet behaald - het criterium is niet van toepassing Samenvattende tabel beoordeling selectiecriteria: A = Verklaring op eer B = Referenties C = Samenwerkingsverband D = Kennis en ervaring Wetgeving Overheidsopdrachten Nr. Naam A B (referentie 1) B (referentie 2) C D Geselecteerd Arch. Techn. Stab. Restauratie 12 Antwerps Architecten v v 0 0 +/- v v Atelier- DS Engineering – Technobel – Bureau Van den Broeck – TV Thiers Dujardin .” De verzoekende partij wordt bijgevolg niet geselecteerd. Bij het selectieverslag zijn de individuele beoordelingsfiches van de kandidaten gevoegd. In de bijhorende beoordelingsfiche wordt met betrekking tot de kandidatuur van de verzoekende partij vermeld: “B. Referenties gelijkwaardig project (punt 8.2 publicatiebericht) 0 Referentie 1: administratieve gebouwen of gelijkwaardig v Referentie, verbouwen en renoveren van magazijnen en inrichting van de kantoren BOMA nv voor openbaar bestuur of privaatrechte[…]lijk persoon v door inschrijver zelf ontworpen m.i.v. de opvolging en controle der werken v voorlopige oplevering dateert van na 01/01/2005 of uiterlijk voorlopig opgeleverd op 01/01/2016 v totale netto bouwkost minimum 1,5 mio EUR v XII-8170-6/25 ondertekend attest van goede uitvoering vanwege de bouwheer met gevraagde gegevens v Referentieproject technieken 0 Geen referentieproject Technieken opgegeven administratief centrum of vergelijkbaar kantoorgebouw met polyvalente functies 0 voor openbaar bestuur of privaatrechte[…]lijk persoon 0 door inschrijver zelf ontworpen m.i.v. de opvolging en controle der werken 0 voorlopige oplevering dateert van na 01/01/2005 of uiterlijk voorlopig opgeleverd op 01/01/2016 0 totale netto bouwkost minimum 1,5 mio EUR 0 ondertekend attest van goede uitvoering vanwege de bouwheer met gevraagde gegevens 0 Referentieproject stabiliteit 0 Geen referentieproject stabiliteit opgegeven minstens 1 ondergrondse en 2 bovengrondse bouwlagen 0 ondertekend attest van goede uitvoering vanwege de bouwheer met gevraagde gegevens 0 grond- en gevelplans op schaal min 1/250 0 foto‟s 0 Referentie 2: restauratieproject +/- Restauratieproject ‟T Schaliken en Podiumzaal te Herentals (referentie AAA architecten) architectuurontwerp (ontwerp + subsidiedossier, aanbesteding en opvolging uitvoering) v opmaak van restauratie- en subsidiedossier tot het bekomen van subsidie/ restauratiepremie EN van geklasseerd gebouw conform Vlaamse regelgeving onroerend Erfgoed v gerealiseerd binnen opgegeven tijdspanne (voorlopige oplevering na 01/01/2005 of uiterlijk 01/01/2016) v netto bouwkost minstens 500.000,00 EUR +/- ondertekend attest van goede uitvoering vanwege de bouwheer v C. […] D. […] E. Opmerkingen - Geen referentie voor stabiliteit opgegeven. - Geen referentie voor technieken opgegeven. - Onduidelijk in de referentie ‟T schaliken, wat de kostprijs van het deel restauratie betreft, in de totale opdracht. - Kandidaat wordt niet weerhouden.” 3.5. Bij aangetekend verstuurd schrijven op 19 april 2016 wordt de beslissing tot niet-selectie aan de verzoekende partij overgemaakt. Het selectie- verslag en de individuele beoordelingsfiche van de verzoekende partij worden bij het schrijven gevoegd. Bij e-mailbericht van 19 april 2016 aan de verwerende partij betwist de verzoekende partij haar niet-selectie. Bij e-mailbericht van 20 april 2016 formuleert de projectmanager van Belfius, die belast is met de technische-financiële projectbegeleiding van de opdracht, een antwoord waarbij hij nadere toelichting geeft bij de beoordeling. 3.6. Na het doorlopen van de onderhandelingsprocedure beslist de verwerende partij de opdracht op 8 november 2016 te gunnen aan “het samenwerkingsverband Gino Debruyne”. XII-8170-7/25 Dit is het voorwerp van het beroep in de zaak A. 221.030/XII-8281. Met een schrijven van 8 december 2016 van de verwerende partij wordt de gunningsbeslissing meegedeeld aan de verzoekende partij. 3.7. Met het arrest nr. 237.073 van 17 januari 2017 verwerpt de Raad van State de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de gunningsbeslissing ingesteld door de verzoekende partij. IV. Vertrouwelijkheid van de stukken 4. De Raad van State stemt met toepassing van artikel 26 van de wet van 17 juni 2013 „betreffende de motivering, de informatie en de rechts- middelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leve- ringen en diensten en concessies‟ in met het verzoek van de verwerende partij tot vertrouwelijke behandeling van een aantal door haar neergelegde stukken, name- lijk de kandidaturen van de geselecteerde kandidaten en de beoordelingsfiche van de kandidaten behalve de verzoekende partij. De partijen voeren hieromtrent overigens geen betwisting. De Raad mag deze stukken in zijn beoordeling betrekken. V. Samenvoeging 5. Er is te dezen grond om met toepassing van artikel 60 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟, met één zelfde arrest uitspraak te doen in de beide zaken zodat de samenvoeging ervan bevolen wordt. De beide bestreden beslissingen maken deel uit van één complexe rechtshandeling, de partijen zijn dezelfde en in de beide zaken is het enig middel in essentie hetzelfde. XII-8170-8/25 VI. Ontvankelijkheid van het beroep in de zaak A. 221.030/XII-8281 Uiteenzetting van de exceptie 6.1. De verwerende partij werpt een exceptie van onontvankelijkheid van het beroep op, gesteund op het feit dat geen middel wordt aangevoerd dat gericht is tegen de bestreden gunningsbeslissing zelf. Het enig middel dat enkel gericht is tegen de selectiebeslissing zou volgens haar niet ontvankelijk zijn zodat ook het beroep gericht tegen de gunningsbeslissing niet ontvankelijk zou zijn. Beoordeling 6.2. De exceptie, waarop de verwerende partij overigens niet meer terugkomt in haar laatste memorie, wordt verworpen. De selectiebeslissing en de gunningsbeslissing maken deel uit van één complexe rechtshandeling. De verzoekende partij voert in de beide zaken de onwettigheid aan van de selectiebeslissing. Een gebeurlijke onwettigheid van de selectiebeslissing tast niet alleen deze beslissing aan doch ook de daarop gesteunde gunningsbeslissing. VII. Onderzoek van het enig middel in de beide zaken Uiteenzetting van het middel 7. De verzoekende partij voert de schending aan van artikel 58, § 1, en artikel 72, 7°, van het koninklijk besluit van 15 juli 2011 „plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren‟ (hierna: koninklijk besluit plaatsing 2011), van de formelemotiveringsplicht zoals neergelegd in de artikelen 4 en 5 van de wet van 17 juni 2013 „betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies‟, van de materiëlemotiveringsplicht, van het gelijkheidsbeginsel en het transparantiebeginsel en het beginsel van de gelijke XII-8170-9/25 behandeling van de inschrijvers, van de opdrachtdocumenten en meer bepaald het publicatiebericht en de erin vervatte meldingen aangaande de voor te leggen referenties van uitgevoerde werken en van het zorgvuldigheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel als beginselen van behoorlijk bestuur. Zij betoogt in de zaak A. 221.030/XII-8281, geheel in de lijn van de zaak A. 219.528/XII-8170, als volgt: “Doordat, de bestreden beslissing steunt op een daadwerkelijke voorbeslissing die de kandidatuur van verzoekende partij niet selecteert om een offerte in te dienen binnen de onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking omdat de vereiste referentie inzake technieken en stabiliteit geheel niet zou zijn gehaald, en de referentie inzake restauratie maar gedeeltelijk zou zijn gehaald; Doordat, de bestreden beslissing steunt op een daadwerkelijke voorbeslissing waarin de niet selectie van verzoekende partij teruggaat op een beoordeling in een evaluatieformulier aan de hand van symbolen, die de mate aangeven waarin een referentie voldoet aan het in de aankondiging van de opdracht beschreven prestatieniveau; Terwijl, de oproep tot kandidaatstelling ingevolge hetgeen werd voorgeschreven onder art. 8.2. van deze oproep verplichtte één referentie (niet meer, niet minder) voor te leggen van administratieve gebouwen of een gelijk(w)aardig project, voor een openbaar bestuur of een privaatrechtelijk persoon, dat door de inschrijver zelf ontworpen werd met inbegrip van de opvolging en controle van de werken, en waarvan de voorlopige oplevering dateert van na 01/01/2005, of uiterlijk op 01/01/2016 voorlopig opgeleverd werd; Dat enkel voor zover de kandidaten dit verkozen, afzonderlijke referenties mochten worden voorgelegd voor het architectuurontwerp, de stabiliteitsstudie, de studie technische installaties en EPB, in welk geval de kandidaat voor iedere discipline één referentie diende op te geven; Dat de referentie als gelijk(w)aardig diende te worden beschouwd volgens de aankondiging indien de totale netto-bouwkost van de ruwbouw, technische installaties, exclusief erelonen en BTW minimaal 1.500.000 € bedraagt, en zij betrekking heeft op:
  2. i)Voor architectuurontwerp en studie technieken: de realisatie van een administratief centrum of een vergelijkbaar kantoorgebouw, met polyvalente functies voor een openbaar bestuur of een privaatrechtelijk persoon;
  3. ii)Voor restauratie: Eén bijkomende referentie wordt toegevoegd van een restauratieproject waarbij de kandidaat instond voor het architectuurontwerp, en de opmaak van het restauratie- en subsidiedossier en met een netto bouwkost van minstens XII-8170-10/25 500.000 € waarbij de gerealiseerde premie en subsidie werd bekomen binnen de opgegeven tijdspanne, en iii) Voor de stabilisatiestudie: een gebouw met minstens 1 ondergrondse en 2 bovengrondse bouwlagen voor een openbaar bestuur of een privaat persoon; Dat de gelijk(w)aardigheid van de kandidaturen volgens de aankondiging mede diende te worden beoordeeld voor zover het gebouw de volgende functies in belangrijke mate zou bevatten: bureelruimtes (individueel en landschapsburelen), gesloten werkruimtes, onthaalruimte met baliefunctie, vergaderlokalen en/of leslokalen met aangepaste technische voorzieningen en audiovisuele middelen, en sanitaire voorzieningen, kitchenette enzovoort als ondersteunende functies; Dat verzoekende partij bij haar kandidatuur een gelijk(w)aardige referentie heeft gevoegd in de zin van de aankondiging van de opdracht waarbij volgens de beschrijving van deze referentie, en de aangeleverde specificaties ervan:
  4. i)de technische bekwaamheid werd aangetoond op het vlak van zowel architectuurontwerp, de stabiliteitsstudie, de studie technische installaties en EPB;
  5. ii)de waarde en de referentieperiode voldeden aan de eisen van de aankondiging; iii) de referentie de verwezenlijking betrof van een renovatieproject met de volgens de aankondiging in belangrijke mate aanwezige functies; Dat verzoekende partij een tweede referentie heeft gevoegd inzake een renovatieproject, waarbij opnieuw aan de prestatie-eisen van de aankondiging werd voldaan; Dat de projectbeheerder voor de Stad Oudenburg de beoordeling van de referenties na de selectiebeslissing heeft toegeschreven aan de vermeldingen van de attesten van goede uitvoering zoals gevoegd bij deze referenties; Dat uit niets blijkt dat door dergelijke beoordeling toe te passen op de referenties van verzoekende partij, eenzelfde invulling van het prestatie- niveau betreffende de selectiecriteria op de andere kandidaten werd toegepast zonder schending van het gelijkheids- en transparantiebeginsel; Zodat, de bestreden beslissing door de opdracht te gunnen op grond van een selectiebeslissing die enkel verwijst naar het zogenaamd niet voldoen van de referentie(
  6. s)van verzoekende partij, zonder bijkomende toelichting, en in strijd met de eigen prestatie-eisen die inzake de selectiecriteria in de aankondiging van de opdracht werden bekendgemaakt, de in het middel aangehaalde wettelijke bepalingen en beginselen schendt.” In de eerste plaats mag hier worden verwezen naar de samenvatting van de toelichting bij het middel zoals die is weergegeven in het voormelde arrest nr. 237.073: “[De verzoekende partij] voert aan dat zij één omvattende referentie heeft voorgelegd van een project, namelijk ‟t Schaliken en podiumzaal, dat alle XII-8170-11/25 vereiste disciplines omvat namelijk architectuur, technieken, stabiliteit, EPB en omgevingsaanleg en ook restauratie. Deze opdracht werd wat betreft technieken en stabiliteit met dezelfde onderaannemers uitgevoerd als degene waarmee thans wordt ingeschreven. Zij voegt eraan toe dat zij het referentieproject Boma louter ten overvloede heeft voorgelegd. In de eerste plaats brengt de verzoekende partij een kritiek aan betreffende een gebrek aan deugdelijke motivering van de selectiebeslissing. Zij zou er op grond van de selectiebeslissing het raden naar hebben waarom haar referentie ‟t Schaliken voor bepaalde disciplines een 0-score kreeg. Uit de beoordelingsfiche blijkt volgens haar ook dat de referentie ‟t Schaliken niet beoordeeld werd als referentieproject technieken en stabiliteit aangezien de twee voorgelegde referenties van de verzoekende partij werden omgewisseld. Bovendien betreft de referentie ‟t Schaliken volgens haar wel een gelijk(w)aardig referentieproject. Daarnaast richt de verzoekende partij haar pijlen op de motieven door de projectmanager aan haar meegedeeld met een e-mailbericht van 20 april 2016. Zij merkt hier onder meer op dat in dit e-mailbericht in weerwil van de selectieverslagen, wordt betoogd dat er zich een probleem stelt van een gebrekkige attestering van de goede uitvoering van de referenties. Overigens, zo merkt zij op, is een attest vereisen van alle onderaannemers voor een referentie die alle disciplines omvat, onredelijk en onhaalbaar en wordt aldus de draagwijdte van het attest van goede uitvoering zoals opgenomen in artikel 72, 7°, van het voormelde koninklijk besluit van 15 juli 2011 miskend. Voorts wijst zij erop dat een attest maar één van de wijzen is die een referentie kan ondersteunen. Ten slotte voert de verzoekende partij de schending aan van het gelijkheidsbeginsel onder meer omdat het haar voorkomt dat bij de beoordeling van de andere kandidaatstellingen de attesten van goede uitvoering voor ieder van de gebruikte referenties niet als maatstaf voor de beoordeling van de technische bekwaamheid werden gebruikt.” In haar verzoekschrift tot nietigverklaring van de gunnings- beslissing herhaalt de verzoekende partij dit betoog opnieuw en brengt zij een aantal punten extra onder de aandacht. In de eerste plaats benadrukt zij de gelijkwaardigheid van de referentie ‟t Schaliken met een administratief gebouw. Uit de nota en de plannen die zij bij haar kandidatuur had gevoegd, blijkt volgens de verzoekende partij duidelijk dat 400 m² van het project wordt ingenomen door administratieve ruimtes. Zo bestaat het gelijkvloers van het gebouw uit de toeristische dienst van de stad Herentals, bestaat de eerste verdieping uit bureaus van de culturele en toeristische dienst van de stad Herentals en bevat de zolder verschillende XII-8170-12/25 vergaderlokalen voor de stedelijke diensten. Bij de beoordeling door de Raad van de houding van de verwerende partij bij het onderzoek van de gelijkwaardigheid van de referentie dient, volgens de verzoekende partij, de dubbelzinnigheid en de onzorgvuldigheid waarmee het bericht van aankondiging is opgesteld te worden betrokken. Zij voegt daar nog aan toe dat de verwerende partij zich in haar argumentatie tijdens de procedure tot nietigverklaring van de selectiebeslissing enkel heeft gefocust op het nieuwbouwgedeelte. Het project ging in belangrijke mate om de restauratie van de bestaande stadsbrouwerij en de integratie van de toeristische dienst van de stad. Dit gebouw betreft wel een gebouw dat de huisvesting van de administratieve diensten uitmaakt. In de tweede plaats benadrukt de verzoekende partij dat hoewel het referentieproject in de beoordelingsfiche voor technieken en voor stabiliteit telkens met nul werd beoordeeld, het referentieproject ‟t Schaliken wel degelijk voldoet aan alle voorwaarden die in de opdrachtdocumenten worden vermeld voor technieken en stabiliteit. Dit project werd bovendien ook uitgevoerd in samen- werking met de voor de huidige opdracht relevante onderaannemers stabiliteit DS Engineering en installatietechnieken studiebureau Tecnobel. Aangezien deze beide ondernemingen als onderaannemer voor het project zijn opgetreden, is het evident dat het attest van goede uitvoering van het project op naam staat van de verzoekende partij zelf als enige contractpartner van de aanbestedende dienst. Uit de verklaring van de projectleider van Belfius blijkt dat de verwerende partij het gebrek aan attest in rekening bracht om de referentie ‟t Schaliken niet als dienstige referentie inzake technieken en stabiliteit te beoordelen. Nochtans komt dit aspect in de beslissing niet naar voor. Ten derde verwijst de verzoekende partij opnieuw naar de verklaring in het e-mailbericht van de projectleider van Belfius van 20 april 2016 waarin die volgens de verzoekende partij erkent dat de selectiebeslissing gebeurde op grond van correcte attestering in plaats van de gelijkwaardigheid van de referenties. Ook blijkt dat de referenties enkel zijn beoordeeld op grond van de inhoud van het attest van goede uitvoering en niet op basis van alle informatie die de verzoekende partij bij haar kandidatuur heeft bezorgd. De beoordeling zou niet zijn gebeurd conform het publicatiebericht. Zij meent dat met dit e-mailbericht dat XII-8170-13/25 een cryptisch gunningsverslag nader kan verklaren, rekening moet worden gehouden bij het onderzoek naar de draagwijdte van de bestreden selectie- beslissing. Ten slotte kunnen uit de toelichting van het middel nog twee argumenten worden gehaald die zij nader heeft uitgewerkt in vergelijking met haar verzoekschrift tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. De verzoekende partij is van mening dat het feit dat de netto restauratiekost van de referentie ‟t Schaliken onder de 500.000 euro zou liggen, niet relevant is aangezien, wanneer een allesomvattende referentie wordt voorgelegd, de aankondiging enkel eisen stelt met betrekking tot de totale netto bouwkost van de gehele referentie. Er zou in dat geval in de aankondiging geen eis gesteld worden met betrekking tot de netto-restauratiekost. Het bericht van aankondiging was op dit punt dubbelzinnig en dit kan op straffe van miskenning van de gelijke behandeling van de inschrijvers, niet in het nadeel van de verzoekende partij werken. Daarnaast stelt de verzoekende partij dat ‟t Schaliken de enige referentie betrof in haar offerte die alle aspecten van de aanneming bevatte, zodat deze als enige en allesomvattende referentie diende. Het is daarbij niet noodzakelijk dat zij deze referentie ook uitdrukkelijk als “primaire” referentie benoemde wanneer uit alle begeleidende omstandigheden en informatie van de referentie blijkt dat ze de enige allesomvattende referentie kon zijn waarin dezelfde onderaannemers fungeerden als in de betrokken inschrijving. 8.1. In haar memorie van wederantwoord merkt de verzoekende partij in de eerste plaats op dat de verwerende partij niet kan worden gevolgd in haar argumentatie dat de verzoekende partij haar beroep tegen de selectiebeslissing onrechtmatig wil bijsturen door in de procedure tegen de gunningsbeslissing haar middel uit te breiden tot de schending van het gelijkheidsbeginsel. De verzoekende partij stelt dat zij in haar middel zoals geformuleerd inzake de selectiebeslissing ook de schending van het gelijkheidsbeginsel had aangevoerd. XII-8170-14/25 8.2. Met betrekking tot het aangehaalde gebrek in de motivering dat het op grond van de bestreden beslissing en de beoordelingsfiche voor haar onmogelijk is om ondubbelzinnig en zonder het gebruik van hypothesen vast te stellen waarom de door haar aangebrachte referenties het in de aankondiging opgenomen prestatieniveau niet behalen, stelt de verzoekende partij dat het voor haar volstrekt onduidelijk is waarom de verwerende partij de basisreferentie ‟t Schaliken als bijkomende referentie zou hebben beoordeeld en de bijkomende referentie Boma als basisreferentie. De beoordeling dat geen referenties voor stabiliteit en techniek werden voorgelegd, duidt ook op een onzorgvuldige feitenvinding en gebrek aan motivering aangezien één van de voorgelegde referenties wel degelijk referenties voor stabiliteit en techniek bevatte. Enige toelichting daaromtrent kon dan ook volgens de verzoekende partij in redelijkheid worden verwacht. In de mate dat de Raad zou aannemen dat uit de bestreden beslissing wel degelijk af te leiden valt dat het project ‟t Schaliken als basisreferentie werd beoordeeld maar niet als een voldoende gelijkwaardige referentie wordt beschouwd, bekritiseert de verzoekende partij ook deze beoordeling. Zij wijst erop dat de podiumzaal in het project ‟t Schaliken een polyvalente zaal is die niet enkel gebruikt wordt voor recreatieve doeleinden maar ook voor zakelijke doeleinden zoals conferenties en lesopdrachten. Daarnaast bevat de eerste verdieping kantoren voor de toeristische en cultuurdienst van de stad Herentals en bevat de zolderverdieping vergaderlokalen voor de stedelijke administratie. Deze kantoren zijn wel degelijk een essentieel onderdeel van het gebouw. Gelet op de aanwezige functies betreft het dus een administratief gebouw, dit is een gebouw dat de huisvesting van administratieve diensten uitmaakt. Zelfs indien ervan wordt uitgegaan dat het niet zou gaan om een administratief gebouw, dan nog gaat het volgens de verzoekende partij om een gelijkwaardig project volgens de criteria van het selectievereiste in het bestek. Een gelijkwaardige referentie betekent niet een identieke referentie. Het feit dat in het administratief centrum van Oudenburg de kantoorruimtes een oppervlakte van XII-8170-15/25 1600 m² zullen beslaan, betekent niet dat dit voor de referentie ook het geval dient te zijn. Er valt volgens de verzoekende partij niet in te zien waarom voor de publieke dienst bestemde lokalen met een administratieve focus qua architectuur en technieken niet als gelijkwaardige referentie mag worden beschouwd in het licht van de criteria van de aankondiging. 8.3. Met betrekking tot de aangevoerde schending van de zorgvuldigheidsplicht en het evenredigheidsbeginsel, merkt de verzoekende partij vooreerst op dat het e-mailbericht van de projectleider relevant is in de mate dat het de potentiële drijfveren van de bestreden beslissing vertolkt. Uit dit bericht zou blijken dat de referenties van de verzoekende partij als onvoldoende werden beschouwd wegens gebrekkige attesten van goede uitvoering. De verzoekende partij begrijpt echter niet hoe de deugdelijkheid van de referentie stabiliteit en technieken nog aan de orde was aangezien de aanbestedende overheid reeds oordeelde dat de allesomvattende referentie geen gelijkwaardig project inhield omwille van de architecturale eigenschappen. Dat voor de referentie stabiliteit en technieken in het project ‟t Schaliken een nulscore werd toegekend wegens gebrekkige attestering, valt bovendien volgens de verzoekende partij niet te rijmen met de vaststelling dat de referentie stabiliteit en technieken bij de kandidatuur van de verzoekende partij werd beoordeeld voor de secundaire referentie nv Boma. Voorts merkt de verzoekende partij ook op dat overeenkomstig de aankondiging van de opdracht één referentie volstond die alle disciplines omvatte. Het attest van goede uitvoering van een dergelijke allesomvattende referentie zal echter enkel de naam van de hoofdaannemer vermelden en niet die van elke onderaannemer die geen contractuele band heeft met de aanbestedende overheid. In dat opzicht is het eisen van een attest van goede uitvoering van alle onderaannemers voor een referentie die alle disciplines omvat, onredelijk en onhaalbaar. De weigering om ‟t Schaliken als referentie voor restauratie te aanvaarden omdat de nettobouwkost te laag zou zijn geweest, is eveneens kennelijk onredelijk. Het attest van goede uitvoering heeft enkel betrekking op de studieopdracht en vermeldt dus ook enkel de waarde van de studieopdracht en niet XII-8170-16/25 de volledige nettobouwkost. De waarde van de nettobouwkost werd echter in de technische specificaties van de referentie voldoende aangeduid en overschreed alle gewenste drempels voor gelijkwaardigheid van de referentie. Het louter in aanmerking nemen van de waarde voor het restauratieonderdeel van de referentie strijdt ook met de aankondiging. Daarin werd één allesomvattende referentie vooropgesteld en een bijkomende referentie werd enkel facilitair toegestaan zodat het onmogelijk is een attest van goede uitvoering te eisen waarop het onderdeel restauratie als nettobouwkost afzonderlijk geattesteerd wordt. Met betrekking tot de referentie Boma stelt de verzoekende partij dat wel degelijk bleek dat het om een restauratieproject ging. In de nota bij de referentie wordt immers duidelijk vermeld dat het gaat om de renovatie van een bestaand gebouw waarbij gestreefd werd naar een maximaal behoud van de constructie. 8.4. Wat de aangevoerde schending van het gelijkheidsbeginsel betreft, dringt de verzoekende partij aan op een ambtshalve nazicht door de auditeur-verslaggever van de onderscheiden gestrengheid waarmee de referenties van de overige kandidaten werden beoordeeld. De onduidelijke aankondiging zou ertoe geleid hebben dat sommige kandidaten slechts één basisreferentie voor alle disciplines en een bijkomende referentie voor de restauratie hebben ingediend, dat anderen dan weer één referentie per discipline hebben ingediend. Hierdoor zouden niet alle kandidaten op gelijke wijze kunnen worden beoordeeld. 9. In haar laatste memorie benadrukt de verzoekende partij nogmaals dat, zoals uit haar kandidatuur ook blijkt, zij een allesomvattende referentie heeft ingediend, namelijk ‟t Schaliken en dat zij ten overvloede als referentie restauratie Boma heeft ingediend. “Er is dan ook sprake van onzorgvuldige feitenvinding in hoofde van verwerende partij aangezien zij de referentie Boma als basisreferentie heeft beoordeeld en de referentie ‟t Schaliken als bijkomende referentie voor restauratie in weerwil tot hetgeen vermeld stond in de kandidatuur van verzoekende partij”. XII-8170-17/25 Voorts merkt zij op dat op geen enkele wijze uit de selectie- beslissing kan worden afgeleid waarom referentie ‟t Schaliken niet mag worden beschouwd als een administratief of gelijkwaardig gebouw. De redenering van de verwerende partij hieromtrent is een postfactummotivering. Overigens voldoet deze referentie wel aan de voorwaarden om als administratief of gelijkwaardig gebouw te worden beschouwd; de kantoren voor bepaalde stedelijke admini- stratieve diensten in dit project vormen er een essentieel onderdeel van. In elk geval is dit project een gelijk(w)aardig project wat immers niet beduidt dat het identiek moet zijn. Alsdan koppelt de verzoekende partij opnieuw naar het bericht van de projectleider dat volgens haar aantoont dat de verwerende partij post factum eist dat “elk van de criteria die de gelijkwaardigheid van de werken moeten aantonen tevens werd geattesteerd” wat, volgens de verzoekende partij, een overdreven formalisme is. Volgens de verzoekende partij is het op grond van de opdrachtdocumenten ook duidelijk dat het vereiste van een minimale bouwkost van 500.000 euro enkel van toepassing is op de bijzondere referentie voor restauratie. De referentie Boma overstijgt deze bouwkost ruimschoots met een totale kost van 5.663.477 euro. Zo ook de referentie ‟t Schaliken met een kost van 6.616.167,8 euro. “De aankondiging stelt nergens dat de minimale bouwkost enkel betrekking dient te hebben op het gedeelte restauratie van de referentie”. Ten slotte meent de verzoekende partij dat zij wel degelijk belang heeft bij haar grief inzake de schending van het gelijkheidsbeginsel: “Gelet op de voorgaande weerlegging van het auditoraatsverslag, heeft verzoekende partij wel degelijk belang bij de aangevoerde schending van het gelijkheidsbeginsel. Zoals uiteengezet in het verzoekschrift tot nietigverklaring en de memorie van wederantwoord, is een onderzoek naar de gestrengheid waarmee de referenties van de verschillende referenties [sic] werden beoordeeld wel degelijk vereist. Dit omwille van de onduidelijkheid in de aankondiging van de opdracht betreffende het aantal voor te leggen referenties en omwille van de beoordeling van de gelijk- XII-8170-18/25 (w)aardigheid van de referenties op basis van de attesten van goede uitvoering, terwijl dit niet vermeld stond in de aankondiging van de opdracht”. Beoordeling 10. In de mate dat de verwerende partij opwerpt dat het middel in de procedure inzake de gunningsbeslissing onontvankelijk is voor zover de schending van het gelijkheidsbeginsel wordt aangevoerd en deze schending niet zou zijn aangevoerd in het middel in de procedure inzake de selectiebeslissing, kan worden volstaan met erop te wijzen dat de verzoekende partij in de beide procedures wel degelijk ook de schending van dit beginsel heeft aangevoerd. 11. Uit de opdrachtdocumenten zoals hiervoor sub 3.3 weerge- geven, blijkt dat van de kandidaten wordt verwacht dat zij één referentie voorleggen van een administratief gebouw of een gelijk(w)aardig project dat onder meer een nettobouwkost dient te omvatten van minimum 1.500.000 euro en dat betrekking heeft op een architectuurontwerp, een studie technieken en een stabiliteitsstudie. Bijkomend dient een referentie voor een restauratieproject te worden voorgelegd. Voorts wordt bepaald dat met betrekking tot het architectuurontwerp en de studie technieken de referentie de realisatie van een administratief centrum of een vergelijkbaar kantoorgebouw dient te betreffen met polyvalente functies voor een openbaar bestuur of een privaatrechtelijk persoon. Wat het restauratieproject betreft, moet het gaan om een restauratieproject met een nettobouwkost van 500.000 euro. De referentie inzake de stabiliteitsstudie moet ook betrekking hebben op een gebouw met minstens een ondergrondse en twee bovengrondse bouwlagen. Er wordt voorts verduidelijkt dat de inschrijver verschillende referenties mag opgeven voor het architectuurontwerp, de stabiliteitsstudie en de studie technische installaties en dat het telkens om één referentie (niet meer dan één) per discipline dient te gaan. Voor de referentie met betrekking tot het architectuurontwerp en de technieken, waarvoor wordt bepaald dat het moet gaan om een administratief centrum of een vergelijkbaar kantoorgebouw, wordt eveneens verduidelijkt welke functies het gebouw in belangrijke mate in zich moet hebben om te worden beschouwd als een gelijk(w)aardig gebouw. Voorts wordt bepaald dat voor de twee referenties, XII-8170-19/25 waarvan één een restauratieproject betreft, een ondertekend attest van goede uitvoering vanwege de bouwheer moet worden bijgevoegd. 12. Ten aanzien van de vermeende dubbelzinnigheid van de hiervoor geciteerde selectievereiste blijkt noch de verzoekende partij, noch enige andere inschrijver, enige vraag tot uitleg te hebben gesteld aan de aanbestedende overheid. Voorts bevestigt de verwerende partij de lezing die de verzoekende partij in haar verzoekschrift aan de betreffende selectievereiste geeft, namelijk dat men ervoor mocht opteren een unieke basisreferentie voor te leggen dan wel telkens een afzonderlijke referentie voor de studie architectuur, de studie technieken, de studie stabiliteit en het restauratieproject. 13. De verzoekende partij heeft bij haar kandidatuur twee referenties gevoegd. Referentie 1 ‟t Schaliken die volgens de projectfiche betrekking heeft op “Restauratie van de stadsbrouwerij, integreren van toeristische dienst, bouwen van podiumzaal en aanleggen van binnengebied” en op “Openbare opdracht met complex bouwprogramma en alle aspecten met betrekking tot een architectuur- opdracht zoals nieuwbouw, renovatie, restauratie, interieur en buitenaanleg”. Referentie 2 Boma nv die volgens de projectfiche betrekking heeft op “Verbouwen en renoveren kantoren, magazijnen, opleidingslokalen, shop, voorgevel, parking” en “Het betreft een renovatie van een bestaand gebouw waarbij gestreefd werd naar [e]en maximaal behoud van de constructie”. Bij referentie 1 is een naar discipline niet nader gespecificeerde verklaring van goede uitvoering gevoegd, die volgens de verzoekende partij echter betrekking heeft op de architectuuropdracht, de studie technieken, de studie stabiliteit en restauratie. Deze laatste twee studies zijn in deze referentie uitgevoerd door ondernemingen die thans voorgesteld worden als onderaannemers bij het project van de verwerende partij. Bij referentie 2 is een verklaring van goede uitvoering gevoegd die enkel betrekking kan hebben op de architectuuropdracht aangezien de verzoekende partij noch één van haar onderaannemers die zij in het project van de XII-8170-20/25 verwerende partij heeft aangewezen, instonden voor de disciplines technieken of stabiliteit. 14. Volgens de verzoekende partij heeft zij de referentie ‟t Schaliken als een allesomvattende referentie opgegeven, dus als referentie voor architectuuropdracht, studie technieken, studie stabiliteit en restauratieproject. Zij merkt voorts op dat zij referentie Boma nv enkel “ten overvloede” heeft opgegeven inzake restauratieproject. 15. Dit opzet van de verzoekende partij kan niet zomaar worden afgeleid uit haar kandidatuur, integendeel. De verwerende partij had immers goede gronden om het anders dan de verzoekende partij te zien, namelijk de referentie Boma nv te zien enkel als administratief gebouw of gelijkwaardig project en de referentie ‟t Schaliken enkel als het restauratieproject. Deze zienswijze kan apert en met zoveel woorden worden afgeleid uit haar beoordeling. In de kandidatuur van de verzoekende partij wordt nergens uitdrukkelijk en met zoveel woorden de referentie ‟t Schaliken aangewezen als de allesomvattende referentie zowel met betrekking tot een administratief gebouw of gelijk(w)aardig project in het kader van de beoordeling van de technische bekwaamheid inzake architectuurontwerp en studietechnieken, als met betrekking tot het gevraagde restauratieproject, noch lijkt de referentie Boma nv uitdrukkelijk te worden benoemd als een bijkomende referentie, laat staan bedoeld als restauratieproject. Voorts mocht de verwerende partij de referentie ‟t Schaliken aanzien als geen betrekking hebbend op een administratief gebouw of een gelijkwaardig gebouw. Deze referentie betreft in essentie een cultureel centrum met de hieraan inherente basisfunctionaliteiten zoals een podium, foyer, loketten, kleedkamers en toiletten. De kantoorfunctie, bedoeld voor de stedelijke culturele en toeristische dienst, blijkt ook helemaal niet duidelijk uit de kandidatuur. Uit die bevinding mocht de verwerende partij, zoals zij heeft gedaan, afleiden dat deze XII-8170-21/25 referentie niet alleen niet in aanmerking kwam als referentie architectuur maar ook niet als referentie voor technieken. De argumentatie van de verzoekende partij dat de verwerende partij hier gelijkwaardig gelijkstelt met identiek, gaat niet op; mocht de verzoekende partij al aantonen dat uit haar kandidatuur blijkt dat er 400 m² kantoorruimte is voorzien in het project ‟t Schaliken naast het veel grotere andere gedeelte inzake podium en aanverwanten, dan nog is dit niet gelijkwaardig aan wat de verwerende partij hier verlangt, namelijk een kantoorruimte ten belope van 1.600 m². De verwerende partij mocht evenzeer de referentie Boma nv aanzien als geen betrekking hebbend op een referentie inzake restauratie aangezien er in de kandidatuur van de verzoekende partij helemaal geen sprake is van restauratie bij dat project, laat staan het geklasseerd zijn van een te restaureren gebouw of van een restauratiepremie; er is enkel sprake van de verbouwing en renovatie van een kantoorgebouw. Slotsom is dan ook dat de verwerende partij terecht de referentie ‟t Schaliken niet als alomvattende referentie heeft aanzien maar wel als referentie restauratie en de referentie Boma nv als kantoorgebouw en niet als restauratieproject. 16. Uit het voorgaande moet dan ook worden afgeleid dat de verzoekende partij geen referentie technieken heeft voorgelegd voor een kantoorgebouw of een gelijkwaardig gebouw, zoals de verwerende partij terecht in haar selectiebeslissing opmerkt. Het al dan niet bijbrengen van een referentie stabiliteit verandert niets aan die vaststelling. 17. Evenzeer heeft de verwerende partij in haar selectiebeslissing terecht geoordeeld dat de verzoekende partij geen duidelijk restauratieproject ad 500.000 euro heeft bijgebracht. De referentie Boma nv kwam hiervoor zoals hoger opgemerkt niet in aanmerking. XII-8170-22/25 Inzake de referentie ‟t Schaliken maakt de verzoekende partij voorts tot op heden niet duidelijk dat de voornoemde grens is bereikt en valt de Raad zijn overweging in het arrest nr. 237.073 van 17 januari 2017 uitgesproken in de schorsingsprocedure hier uitdrukkelijk bij: “De verzoekende partij kan ook hier niet worden gevolgd. Op het eerste gezicht lijkt dit vereiste op voldoende duidelijke wijze aan te geven dat de kandidaat een referentie van een restauratieproject dient voor te leggen met een netto bouwkost van minstens 500.000 euro. Dit lijkt zo te moeten worden begrepen dat wanneer een kandidaat een referentie voorlegt van een gemengd project dat betrekking heeft op een deel restauratie en een deel nieuwbouw, zoals hier het geval voor het referentieproject ‟t Schaliken, de kandidaat de bouwkost dient aan te geven van het gedeelte restauratie opdat de verwerende partij kan beoordelen of het voorgestelde restauratieproject wat de omvang betreft, voldoet aan het vereiste minimum. Zoals de verwerende partij terecht opmerkt, lijkt in de gedetailleerde nota omtrent dit project in de kandidatuur van de verzoekende partij te worden aangegeven dat in de eindafrekening de netto bouwkost van het restauratiedossier 333.933,84 euro bedroeg, zodat deze referentie dus ook niet, minstens niet als volledig behaald, in aanmerking lijkt te komen, gelet op het in de opdrachtdocumenten vereiste minimum van 500.000 euro. Ook hier onderscheidt de kandidatuur van de verzoekende partij zich dus op negatieve wijze van die van de zes geselecteerden.” 18. De verzoekende partij kan ook niet worden gevolgd in haar argumentatie inzake een schending van de formelemotiveringsplicht. Uit de selectiebeslissing, waar het evaluatieformulier deel van uitmaakt, valt minstens impliciet maar duidelijk af te leiden dat de referentie ‟t Schaliken door de verwerende partij werd beoordeeld als een restauratieproject en de referentie Boma nv als een kantoorgebouw of gelijkwaardig. De verzoekende partij was dan ook terdege in staat met voldoende kennis van zaken, zoals overigens blijkt uit haar inhoudelijke kritiek, te oordelen of het zin had de selectiebeslissing aan te vechten met de middelen die het recht haar ter beschikking stelt. 19. De kritiek van de verzoekende partij dat het onredelijk zou zijn om te eisen dat voor de referentie technieken en stabiliteit een attest van goede XII-8170-23/25 uitvoering wordt voorgelegd aangezien dit zou inhouden dat voor een allesomvattend project, zoals de referentie ‟t Schaliken volgens haar is, een attest van goede uitvoering voor elke onderaannemer wordt geëist, is niet relevant. Zoals hiervoor opgemerkt, heeft de verwerende partij terecht de referentie ‟t Schaliken niet als een kantoorgebouw of gelijkwaardig gebouw aanzien niettegenstaande dit laatste vereist is voor een referentie technieken en heeft de verzoekende partij nagelaten de referentie Boma nv naar voor te schuiven als referentie technieken. Hierbij mag ook worden opgemerkt dat de verzoekende partij geen argumentatie tegen de duidelijk te begrijpen selectiebeslissing kan halen uit een e-mailbericht van de projectleider dat dagtekent van na die beslissing. 20. Wat de aangevoerde schending van het gelijkheidsbeginsel betreft, toont de verzoekende partij niet aan wat haar belang bij haar kritiek mag zijn. Zoals opgemerkt slaagt de verzoekende partij er niet in aan te tonen dat de in het geding zijnde bepalingen inzake selectie, in de aankondiging opgenomen, onduidelijk zijn of dat de verwerende partij een fout heeft gemaakt bij de “beoordeling van de gelijk(w)aardigheid van de referenties op basis van de attesten van goede uitvoering, terwijl dit niet vermeld stond in de aankondiging van de opdracht”, aangezien de verzoekende partij helemaal geen referentie technieken voor kantoorgebouw of gelijkwaardig gebouw had toegevoegd bij haar kandidatuur en er dus geen beoordeling van een attest aan de orde is geweest. 21. Het middel is in de beide zaken niet gegrond. BESLISSING 1. De zaken A. 219.528/XII-8170 en A. 221.030/XII-8281 worden gevoegd. 2. De Raad van State verwerpt de beroepen. XII-8170-24/25 3. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de beroepen tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en een rechtsplegings- vergoeding van 1400 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 23 mei 2019, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, Johan Bovin, staatsraad, Pierre Barra, staatsraad, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Dierk Verbiest XII-8170-25/25 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.583 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.