← België

Arrest 244588 - Dierenwelzijn - 23/05/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.588 Rolnummer: A. 226554/VII-40415 Zaak: Arrest 244588 - Dierenwelzijn - 23/05/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-06-04 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-21 06:57 Fiche Arrest nr 244.588 van 23 mei 2019 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 244.588 van 23 mei 2019 in de zaak A. 226.554/VII-40.

  1. In zake :
  2. Christian RAMACHER
  3. Ute RAMACHER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Rainer Palm, Guido Zians, Andrea Haas, Frédéric Maraite en David Hannen kantoor houdend te 4780 Sankt Vith Aachener Strasse 76 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Bergé kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 47, bus 001 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 2 november 2018, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Vlaamse Overheid, afdeling Strategie, Internationaal Beleid en Dierenwelzijn van 13 juli 2018, waarbij twee honden definitief in volle eigendom worden gegeven aan het erkende asiel, dat daarmee instemt. II. Verloop van de rechtspleging
  5. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partijen ter kennis werd gebracht op 22 januari
  6. VII-40.415-1/3 Op 11 april 2019 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partijen en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Beoordeling
  8. Bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoekende partijen heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  9. De verzoekende partijen hebben binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. Krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. De hoofdgriffier heeft de partijen medegedeeld, met toepassing van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zou doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er bestaat aanleiding om het beroep te verwerpen. VII-40.415-2/3 IV. Kosten
  10. Het rolrecht van 400 euro, en de bijdrage van 40 euro, werd tweemaal overgeschreven. Het past om de verzoekende partijen het teveel betaalde bedrag van 440 euro terug te betalen. BESLISSING
  11. De Raad van State verwerpt het beroep.
  12. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en een bijdrage van 40 euro, elk voor de helft, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij. Het ten onrechte betaalde bedrag van 440 euro wordt terugbetaald aan de verzoekende partijen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig mei tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.415-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.588 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.