id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.595 Rolnummer: A. 227224/XII-8683 Zaak: Arrest 244595 - Overheidsopdrachten - 23/05/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-06-04 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-24 01:34 Fiche Arrest nr 244.595 van 23 mei 2019 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 244.595 van 23 mei 2019 in de zaak A. 227.224/XII-8683 In zake: de NV ABO bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hilde De Smet kantoor houdend te 9051 Gent-Sint-Denijs-Westrem Maaltecenter Blok G Derbystraat 261 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de OPENBARE VLAAMSE AFVALSTOFFEN- MAATSCHAPPIJ (OVAM) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joris Wouters kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27 Tussenkomende partij: de NV WITTEVEEN+BOS BELGIUM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Flamey kantoor houdend te 2018 Antwerpen Jan Van Rijswijcklaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 18 januari 2019, strekt tot de nietig- verklaring van “de beslissing van OVAM d.d. 30 november 2018 tot gunning van de overheidsopdracht voor diensten „Raamovereenkomst : VOCl verontreiniging, fase BBO, BSP en BSW (Particulieren)‟ (RO171201). XII-8683- 1/4 Eveneens wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid en de nietigverklaring gevorderd van de impliciete beslissing tot niet gunning van de opdracht aan ABO NV”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 243.630 van 7 februari 2019 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. Het voormelde arrest is op 8 februari 2019 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. Op 20 maart 2019 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State‟. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden ge- hoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, geco- ördineerd op 12 januari
- III. Toepassing van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoör- dineerd op 12 januari 1973 3.
- Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing XII-8683- 2/4 van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de ken- nisgeving van het arrest. 3.
- De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend aangezien de bestreden beslissing van 30 november 2018 bij besluit van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij van 30 januari 2019 werd ingetrokken. 3.
- Het vermoeden van afstand van het geding is te dezen van toe- passing. IV. Kosten
- In de gegeven omstandigheden past het de kosten inzake het rolrecht ten laste van de verwerende partij te leggen. BESLISSING
- De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro. XII-8683- 3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 23 mei 2019, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Johan Bovin XII-8683- 4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.595 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.630 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.