← België

Arrest 244598 - Apothekers en apotheken - 23/05/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.598 Rolnummer: A. 226466/XIV-37851 Zaak: Arrest 244598 - Apothekers en apotheken - 23/05/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-05-28 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-21 07:19 Fiche Arrest nr 244.598 van 23 mei 2019 Sociale zaken en volksgezondheid - Apothekers en apotheken Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 244.598 van 23 mei 2019 in de zaak A. 226.466/XIV-37.851 In zake: de NV APOTEEK VERLINDEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Reiner Tijs kantoor houdend te 2000 Antwerpen Nassaustraat 37-41 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rik Depla kantoor houdend te 8310 Brugge-St. Kruis Karel van Manderstraat 123 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de BVBA PHARMAZONE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Alexander Wynter en Frederic Leleux kantoor houdend te 9220 Hamme Kapellestraat 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 19 oktober 2018, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 4 mei 2018 van de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, waarbij aan de bvba Pharmazone een vergunning wordt verleend voor de overbrenging van een voor XIV-37.851-1/15 het publiek opengestelde apotheek buiten de onmiddellijke nabijheid van 2060 Antwerpen, Onderwijsstraat 63 naar 2940 Stabroek, Abtsdreef
  2. II. Verloop van de rechtspleging
  3. Met een verzoekschrift van 12 november 2018 heeft de tussenkomende partij gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. Auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 maart
  4. Staatsraad Kaat Leus heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joram Maes, die loco advocaat Reiner Tijs verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Frederick Valcke, die loco advocaat Rik Depla verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Glenn De Ridder, die loco advocaten Frederic Leleux en Alexander Wynter verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. XIV-37.851-2/15 III. Feiten 3.
  6. Op 14 september 2015 dient de tussenkomende partij voor de apotheek (met vergunningsnummer 110295), gelegen te 2060 Antwerpen, Onderwijsstraat 63, een aanvraag tot tijdelijke sluiting van meer dan zestig dagen in met als reden van de aanvraag: “Sluiting om economische redenen met oog op overplaatsing”. 3.
  7. Op 28 september 2015 wordt aan de tussenkomende partij meegedeeld dat de aanvraag tot tijdelijke sluiting ontvankelijk is en verder wordt behandeld overeenkomstig de bepalingen van artikel 15ter van het koninklijk besluit van 25 september 1974 ‘betreffende de opening, de overbrenging en de fusie van voor het publiek opengestelde apotheken’ (hierna: het koninklijk besluit van 25 september 1974). Het genoemde artikel 15ter betreft de aanvraag tot behoud van een vergunning bedoeld in artikel 20, § 3 van datzelfde koninklijk besluit indien de periode gedurende dewelke de apotheek gesloten is meer dan zestig dragen bedraagt. 3.
  8. De aanvraag tot tijdelijke sluiting wordt met een schrijven van 28 september 2015 genotificeerd aan OPHACO en APB en de apotheker- inspecteur wordt gevraagd om advies te verlenen. 3.
  9. Op 6 oktober 2015 verleent de apotheker-inspecteur een gunstig advies. 3.
  10. Op 13 oktober 2015 stelt de afgevaardigde van de administrateur-generaal van het FAGG een gunstig rapport en conclusies op met betrekking tot de aanvraag. Overeenkomstig artikel 15ter, § 6, tweede lid, van het koninklijk besluit van 25 september 1974 wordt de opdracht gegeven het dossier rechtstreeks voor te leggen aan de minister van Volksgezondheid. XIV-37.851-3/15 3.
  11. De minister verleent op 25 november 2015 het gevraagde behoud van de vergunning voor de periode van 17 juli 2015 tot 16 juli
  12. 3.
  13. Op 4 december 2015 wordt een “Registratieattest” afgeleverd met vermelding “situatie op 17/07/2015 volgens schriftelijke verklaring” waarin het FAGG bevestigt dat, conform artikel 20 van het koninklijk besluit van 25 september 1974, de tussenkomende partij de apotheek gelegen te 2060 Antwerpen, Onderwijsstraat 63, heeft laten registreren en dat aan deze registratie het volgnummer 110295 - 17/07/2015 werd toegekend. Het genoemde registratieattest vermeld nog dat de apotheek “tijdelijk gesloten” is. 3.
  14. Op 21 mei 2017 dient de tussenkomende partij een aanvraag in voor de overbrenging van een voor het publiek opengestelde apotheek buiten de onmiddellijke nabijheid van de (tijdelijk gesloten) apotheek gelegen te 2060 Antwerpen, Onderwijsstraat 63 (met vergunningsnummer 110295) naar de nieuwe vestigingsplaats gelegen te 2940 Stabroek, Abtsdreef
  15. Als bewijs dat de aanvrager de rechtmatige vergunninghouder van de betrokken apotheek is, wordt bij de aanvraag tot overbrenging het “registratiedocument van de vergunninghouder” toegevoegd. Het betreft het in punt 3.
  16. genoemde registratieattest. Tevens wordt het “bewijs van de vergunninghouder” toege- voegd. Het betreft een document afgeleverd door het FAGG dat luidt: “Vergunning (situatie op 17/07/2015 volgens schriftelijke verklaring) Overeenkomstig de bepalingen van artikel 4, §3ter, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheids- beroepen, ingevoegd bij de wet van 13 mei 1999, wordt aan de hieronder vermelde aanvrager der registratie van een rechtmatig voor het publiek opengestelde apotheek een vergunning verleend tenzij die aanvrager nog houder is van een vergunning die werd verleend na de inwerkingtreding van de vestigingswet van 17 december 1973 tot wijziging van de wet van 12 april 1958 betreffende de medisch farmaceutische cumulatie en tot wijziging van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 Pharmazone BVBA [lees: de tussenkomende partij] XIV-37.851-4/15 Voor de apotheek met als stamboeknummer 110295 Gelegen te Onderwijsstraat 63 2060 Antwerpen […]”. Het is onduidelijk wanneer dit document werd opgesteld doch in ieder geval niet vóór 17 juli
  17. De vergunning bedoeld in artikel 4, § 3ter van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 ‘betreffende de uitoefening van de gezondheidsberoepen’ (hierna: het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967) waarnaar het aangehaalde document verwijst, betreft de zogenaamde “uitbatingsvergunning” (cfr. artikel 20, § 3, van het koninklijk besluit van 25 september 1974, die is te onderscheiden van de “vestigingsvergunning” bedoeld in artikel 4, §§ 3 en 3bis van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 (cfr. artikel 20, § 1, van het koninklijk besluit van 25 september 1974). 3.
  18. Met een schrijven van 21 juni 2016 bevestigt de verwerende partij dat de aanvraag tot overbrenging buiten de onmiddellijke nabijheid werd ingediend overeenkomstig de bepalingen van artikel 4, § 2ter van het koninklijk besluit van 25 september
  19. 3.
  20. Met een schrijven van 5 september 2017 worden de omliggende apotheken, APB en Ophaco op de hoogte gebracht van de aanvraag tot overbrenging. 3.
  21. Op 26 september 2017 vraagt de verzoekende partij een kopie van de aanvraag, alsook van de erbij gevoegde bijlagen. XIV-37.851-5/15 3.
  22. Op 27 september 2017 wordt aan de verzoekende partij bij e-mail meegedeeld dat hij pas inzage in het dossier kan krijgen nadat er een ministeriële beslissing is. 3.
  23. Met een schrijven van 24 oktober 2017 worden de adviesverlenende instanties om advies gevraagd. 3.
  24. De provinciegouverneur, de APB en de inspecteur adviseren gunstig omdat er voldaan is aan het criterium verbeterde geografische spreiding. 3.
  25. Het rapport en conclusies van de afgevaardigde van de Administrateur-generaal is eveneens gunstig. 3.
  26. Op 26 februari 2018, nadat de aanvrager op de zitting van diezelfde dag werd gehoord in zijn uitleg en middelen, verleent de vestigingscommissie volgend gunstig advies: “[…] NOPENS DE GEGEVENS VAN DE AANVRAAG: De overbrenging gebeurt van Antwerpen naar de aangrenzende gemeente Stabroek. Groot Antwerpen beschikt over 236 apotheken voor een totaal van 518675 inwoners, d.i. de toestand op 01/01/
  27. Zonder rekening te houden met de apotheken waar 2 apothekers werkzaam zijn, is het aantal voor het publiek opengestelde apotheken al hoger dan het vereiste aantal apotheken (518675/3000=173). Tegenover de bestaande vestigingsplaats, Onderwijsstraat 63 te 2060 Antwerpen, liggen de dichtstbijzijnde apotheek, zijnde Apotheek Van Rossen Johan, Pothoekstraat 130 te 2060 Antwerpen op 275 meter. Er liggen nog 5 apotheken binnen afstand van 1 kilometer, zijnde: • Apotheek Bresseleers, Lange Stuivenbergstraat 79 te 2060 Antwerpen: 669 meter • Apotheek Van Praet, Turckstraat 39 te 2140 Antwerpen: 770 meter • Apotheek Sportpaleis, Tweemontstraat 431 te 2100 Antwerpen: 850 meter • Apotheek Tijskens, Gaststraat 105 te 2100 Antwerpen: 927 meter • Apotheek Labapo, Ten Eekhovenlei 329 te 2100 Antwerpen: 937 meter Er liggen nog negen apotheken op meer dan één kilometer afstand en minder dan drie kilometer afstand. Rondom de nieuwe vestigingsplaats, Abtsdreef 12 2940 Stabroek, ligt de dichtstbijzijnde apotheek op 483 meter, zijnde Polderapotheek, Dorpstraat 44 te 2940 Stabroek. Er liggen nog vier apotheken op méér dan één kilometer afstand en minder dan zes kilometer afstand. XIV-37.851-6/15 Het aantal inwoners in de invloedssfeer rond de nieuwe vestigingsplaats, Abtsdreef 12 2940 Stabroek, bedraagt 574 inwoners. TOEPASSELIJKE WETTELIJKE BEPALINGEN Overeenkomstig artikel 1, §5bis, 3° van voornoemd besluit kan een overbrenging van een bestaande apotheek worden toegestaan indien de overbrenging, (...) plaatsvindt in dezelfde gemeente of in een aangrenzende gemeente (...) en ze (...) een betere geografische of demografische spreiding van de apotheken tot gevolg heeft, in vergelijking met de toestand vóór de overbrenging. BESPREKING De PGC en OPHACO hebben niet geantwoord bijgevolg wordt hun advies gunstig geacht overeenkomstig artikel 7 in fine van het bovenvernoemde besluit. De adviezen van de gouverneur, de inspecteur en APB zijn gunstig. Zoals blijkt uit de demografische en geografische gegevens en uit de uitgebrachte adviezen heeft de gevraagde overbrenging een betere geografische spreiding tot gevolg. Gezien de overbrenging plaats vindt in een aangrenzende gemeente en een betere geografische spreiding tot gevolg heeft in vergelijking met de toestand voor de overbrenging, is voldaan aan artikel 1, §5 bis, 3°. Om die redenen, [...] Adviseert GUNSTIG de bovenvermelde aanvraag. […]”. 3.
  28. Op 4 mei 2018 verleent de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid de vergunning tot overbrenging. Zij sluit zich aan bij de motivering van bovenstaand advies van de Vestigingscommissie dat integraal deel uitmaakt van de beslissing. Dit is de bestreden beslissing. 3.
  29. Nadat de verzoekende partij op 28 juni en 19 juli 2018 het FAGG - met verwijzing naar haar eerdere onder punt 3.11 vermelde vraag -, heeft verzocht om met toepassing van de wet van 11 april 1994 ‘betreffende de openbaarheid van bestuur’ een afschrift te krijgen van de bestreden beslissing, inclusief de bijhorende adviezen, wordt haar op 23 augustus 2018 de bestreden beslissing bezorgd, evenals het advies waarop ze is gesteund. XIV-37.851-7/15 IV. Tussenkomst
  30. De bvba Pharmazone blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd. V. Regelmatigheid van de rechtspleging
  31. De verwerende partij legt ter terechtzitting een stuk neer dat zij aanduidt als een “Nota”, die zij reeds voorafgaandelijk had meegedeeld aan de verzoekende partij, het auditoraat en de Raad. Uiteraard kan niet worden aanvaard, in acht genomen dat de verwerende partij binnen de daartoe voorziene termijn geen nota met opmerkingen heeft ingediend, dat het neergelegde stuk als een dergelijke nota wordt beschouwd. Er kan in het neergelegde stuk dan ook niet meer worden gezien dan een pleitnota. Het koninklijk besluit van 5 december 1991 “tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State” voorziet niet in de mogelijkheid om een pleitnota als een processtuk neer te leggen. Het is de partijen echter wel toegestaan om nieuwe feiten die een invloed kunnen hebben op de ontvankelijkheid en/of de gegrondheid van de vordering, aan de Raad van State ter kennis te brengen. In zoverre de door de verzoekende partij neergelegde pleitnota op dergelijke feiten betrekking heeft, kan ze dan ook bij de zaak worden betrokken. In zoverre de pleitnota, zoals te dezen, geen betrekking heeft op dergelijke feiten, maar de neerslag vormt van de uiteenzetting ter terechtzitting wordt ze niet als een processtuk, maar als een loutere inlichting in aanmerking genomen. XIV-37.851-8/15 VI. Schorsingsvoorwaarden
  32. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VII. Spoedeisendheid Uiteenzetting door de verzoekende partij
  33. Wat de spoedeisendheid betreft, voert de verzoekende partij aan dat de bestreden vergunning “vanuit zijn aard” op zeer korte tijd uitvoerbaar” is, zeker gelet op het feit dat er door de tussenkomende partij “geen echte verhuis van de voorgaande locatie aan de Onderwijsstraat 63 te 2060 Antwerpen naar de nieuwe locatie in Stabroek dient te worden georganiseerd”. De verzoekende partij stelt dat de tussenkomende partij “in realiteit” nooit een apotheek aan de Onderwijsstraat heeft uitgebaat. Enige overbrenging van voorraden of meubilair is dan ook niet aan de orde, noch moet enige verkoop respectievelijk verhuur van het pand te Antwerpen worden gerealiseerd wat de uitvoeringstermijn van de verkregen vergunning in hoofde van de tussenkomende partij bespoedigt. Eigen aan de aanvraag tot overbrenging van een bestaande apotheek is bovendien de verplichting in hoofde van de vergunningsaanvrager om reeds op het ogenblik van het indienen van de aanvraag aan te tonen dat hij/zij over een nieuwe vestigingslocatie beschikt of kan beschikken. Er kan volgens de verzoekende partij “dan ook niet getwijfeld worden aan de onmiddellijke beschikbaarheid van het pand aan de Abtsdreef om de exploitatie aan te vatten”. Daarnaast stelt de verzoekende partij dat het financieel nadeel dat zij door de nakende overbrenging naar de nieuwe vestiging aan de Abtsdreef XIV-37.851-9/15 te Stabroek zal ondervinden “reëel en omvangrijk” is. Daartoe wijst ze erop dat zij haar apotheek (te Stabroek) uitbaat op amper één kilometer van de nieuwe vestigingsplaats. Momenteel beschikt Stabroek over vier apotheken op een bevolkingsaantal van iets meer dan 18.000 inwoners, dit is ongeveer 4.500 inwoners per apotheek. Vijf apotheken in Stabroek leidt tot een bestand van ongeveer 3.600 inwoners per apotheek wat volgens de verzoekende partij een geraamd inkomstenverlies van gemiddeld 20% in hoofde van de reeds gevestigde apotheken meebrengt, waarbij de dichtst bij de nieuwe exploitatie gevestigde apotheken waaronder de verzoekende partij het zwaarst zullen worden getroffen. Zij brengt daartoe een schrijven en bijhorende spreadsheet van het boekhoudkantoor van de verzoekende partij aan “waaruit duidelijk en in concreto blijkt dat de opening van een bijkomende apotheek in Stabroek - zeer voorzichtig geschat - zal leiden tot een omzetverlies tussen de 15 en 20%”. Deze omzetdaling leidt “tot (ernstige) rode cijfers in hoofde van verzoekende partij (- € 43.396 tot - € 80.753)”, wat “uiteraard het algemeen functioneren en zelfs het voortbestaan van de apotheek aan de Dorpstraat 158 te 2940 Stabroek aan[tast]”. Het klantenbestand - en de inkomsten - van verzoekende partij zullen ontegen- sprekelijk op een “ernstige en onherstelbare wijze” aangetast worden door de onmiddellijke uitvoering van de bestreden beslissing, wat gelet “op het eerder beperkte aantal inwoners én apothekers binnen de gemeente Stabroek” des te zwaarder zal doorwegen op de inkomsten van de verzoekende partij. Beoordeling
  34. Naar eis van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, 4°, van het procedurereglement kort geding van 5 december
  35. Dit houdt in dat het aan verzoeker toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een - voortdurende - tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. XIV-37.851-10/15 Voorts kan luidens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, een vordering tot schorsing worden gevorderd “op elk moment” en dus niet meer, zoals in de voorheen bestaande regelgeving, noodzakelijk in een enig verzoekschrift samen met de vernietiging. Met deze regeling heeft de wetgever precies de situaties willen verlaten waarbij “geen enkele bijzondere gebeurtenis vereist dat de Raad van State zich bij spoedeisendheid over de zaak die haar wordt voorgelegd uitspreekt” (memorie van toelichting, Parl. St. Senaat, 2012-13, nr. 5-227/1, 4). De spoedeisendheid “zal worden vastgesteld wanneer de verzoeker het resultaat van [de] procedure [ten gronde] niet kan afwachten om zijn beslissing te verkrijgen, op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen” (memorie van toelichting, Parl. St. Senaat, 2012-13, nr. 5-227/1, 13). Bovendien mag een nieuwe vordering worden ingediend, indien die steunt op nieuwe elementen die de spoedeisendheid van deze vordering rechtvaardigen (artikel 17, § 2, derde lid, gecoördineerde wetten op de Raad van State). Uit wat voorafgaat, volgt dat niet zal volstaan te stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht.
  36. Te dezen voegt de verzoekende partij, wat het aangevoerde financieel nadeel betreft, bij haar verzoekschrift een schrijven van 18 oktober 2018 van haar boekhouder die de gevolgen van de bestreden beslissing analyseert op haar te verwachten bedrijfsresultaat voor het jaar
  37. Bij dit schrijven is een “spreadsheet” gevoegd. De jaarrekeningen werden niet toegevoegd. Uit die analyse zou moeten blijken dat de opening van een bijkomende apotheek in Stabroek “zeer voorzichtig geschat” zal leiden tot een omzetverlies tussen de 15 en 20%, wat op zijn beurt leidt “tot (ernstige) rode cijfers in hoofde van de verzoekende partij (- € 43.396 tot - € 80.753)”. Dit tast volgens haar “uiteraard het algemeen functioneren en zelfs het voortbestaan van de apotheek aan de Dorpstraat 159 te 2940 Stabroek aan[…]”. De verzoekende partij stelt nog dat de impact van XIV-37.851-11/15 de overbrenging op haar inkomsten zwaarder zal doorwegen “gelet op het eerder beperkt aantal inwoners én apothekers binnen de gemeente”. Een omzetdaling van 15 à 20% toont op zich evenwel niet aan dat de leefbaarheid van de onderneming in het gedrang komt of anderszins leidt tot een financieel nadeel dat een zodanige impact heeft dat de verzoekende partij dit niet kan lijden tot de uitspraak ten gronde. De verzoekende partij voert te dezen weliswaar een geschatte omzetdaling aan van 15 tot 20% wat zou leiden tot een negatief resultaat dat moet worden gesitueerd tussen - 43.396 en - 80.753 euro. Dit zou niet toelaten om de vennootschap nog langer op een rendabele manier uit te baten waardoor het bestaan van de vennootschap wordt bedreigd. De Raad van State bemerkt evenwel dat het genoemde negatief resultaat volgens de prognose voor 2018 zoals weergegeven in de “spreadsheet”, enkel rekening houdt - anders dan voor de jaren 2016 en 2017 het geval is - met de gesimuleerde inkomsten “zuiver apotheek” en niet met “opbrengsten andere dan apotheek” noch wordt rekening gehouden met financiële opbrengsten en kosten. Een totaalbeeld lijkt in deze prognose dan ook te ontbreken. Bovendien baseren de auteurs van de boekhoudkundige analyse zich voor wat de mogelijke omzetdaling betreft, op de premisse dat “een vijfde apotheek in een regio waar vandaag vier apotheken opereren logischerwijze een omzetdaling [impliceert] met 20%”, met dien verstande dat de impact voor de verzoekende partij “allicht nog groter is” wetende dat haar apotheek te Stabroek “de op één na dichtste vestiging is in de buurt van de geplande nieuwe apotheek”. Wanneer die omzetdaling wordt toegerekend op de omzet van Stabroek dan zou dit voor de verzoekende partij, die twee apotheken uitbaat, een omzetdaling teweegbrengen van 15%. De auteurs gaan bij hun berekeningen uit van “de afstand tot de nieuwe apotheek”. Zij betrekken bij hun analyse evenwel geen factoren of parameters die een invloed kunnen uitoefenen op het gedrag van de patiënt zoals de getrouwheid van de patiënt, de bereikbaarheid van de apotheken - die zich op iets meer dan een kilometer van elkaar verwijderd zullen bevinden - via berijdbare wegen, de meest gebruikte routes, de aanwezigheid van faciliteiten om te parkeren, van nabijgelegen infrastructuur, enzovoort. XIV-37.851-12/15 Voorts, hoewel daarover in het verzoekschrift niets wordt gezegd, blijkt uit het genoemde schrijven van 18 oktober 2018 dat de verzoekende partij niet één maar twee officina’s uitbaat: één in Stabroek en één in Zandvliet. De apotheek van de verzoekende partij in Stabroek zou volgens dat schrijven instaan voor 65% van het omzetcijfer en deze in Zandvliet voor 35%. Die verhouding (65% - 35%) zou moeten blijken uit “het tweede tabblad van de sheet” die bij de analyse is gevoegd. De genoemde “spreadsheet” bevat evenwel slechts één tabblad waaruit die verhouding niet blijkt; evenmin maakt de verzoekende partij van die verhouding gewag in haar verzoekschrift. In deze stand van het geding maakt de verzoekende partij dan ook niet aannemelijk noch toont ze aan dat het mogelijke negatief resultaat is toe te schrijven, laat staan geheel is toe te schrijven, aan de - hypothetische - omzetdaling te Stabroek.
  38. Evenmin kan de verzoekende partij worden bijgetreden waar zij ter adstructie van de spoedeisendheid stelt dat de bestreden vergunning “vanuit zijn aard” op zeer korte tijd uitvoerbaar is. Vooreerst dient vastgesteld dat de onmiddellijke uitvoerbaarheid een wezenskenmerk van een eenzijdige (uitvoerbare) administratieve rechtshandeling is zodat die vaststelling er alvast op zich niet toe kan leiden dat de spoedeisendheid van de voorliggende vordering zou zijn aangetoond. De spoedeisendheid van de vordering wordt niet vermoed welke ook de aard van de bestreden beslissing is. In zoverre de verzoekende partij stelt dat er te dezen spoed- eisendheid is eensdeels omdat “geen echte verhuis van de voorgaande locatie aan de Onderwijsstraat 63 te 2060 Antwerpen naar de nieuwe locatie in Stabroek dient te worden georganiseerd” omdat op de voorgaande locatie de apotheek tijdelijk gesloten was en, anderdeels, omdat de tussenkomende partij reeds over het onroerend goed in Stabroek beschikt, laat zij evenwel geheel achterwege aannemelijk te maken, laat staan aan te tonen dat op het ogenblik van het sluiten van het debat het onroerend goed in Stabroek ook reeds in gereedheid is gebracht om er op korte termijn een apotheek in uit te baten. Het volstaat immers niet dat de tussenkomende partij over het onroerend goed beschikt doordat zij XIV-37.851-13/15 bijvoorbeeld een verkoopbelofte of een verhuurbelofte bij haar aanvraag tot overbrenging heeft gevoegd dat het betrokken onroerend goed ook reeds als apotheek kan worden uitgebaat, laat staan wordt uitgebaat, wat niet “vanzelfsprekend” of “evident” is, dan wel of er nog (min of meer omvangrijke) verbouwingswerken (moeten) worden uitgevoerd en of die al een aanvang hebben genomen. De verzoekende partij rept daarover met geen enkel woord. Bij gebrek aan concrete gegevens daaromtrent, is de ingeroepen spoedeisendheid ook vanuit dat perspectief virtueel en hypothetisch. Hieruit volgt dat de verzoekende partij in dit stadium niet aantoont dat de bestreden beslissing in de praktijk zou leiden tot de gevolgen die zij inroept; noch dat deze hypothetische gevolgen zich zouden concretiseren binnen een termijn die zich niet verdraagt met de behandeling van de zaak ten gronde.
  39. De spoedeisendheid van de vordering is niet aangetoond.
  40. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. VIII. Kosten
  41. Wat de vraag van de verzoekende partij tot toekenning van een rechtsplegingsvergoeding betreft, wordt de bijdrage in de betaling van de kosten bepaald in het arrest waarin uitspraak wordt gedaan over het beroep tot nietigverklaring. BESLISSING
  42. Het verzoek van de bvba Pharmazone tot tussenkomst in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. XIV-37.851-14/15
  43. De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van drieëntwintig mei tweeduizend negentien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Kaat Leus, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Kaat Leus XIV-37.851-15/15 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.598 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.297 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.