id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.600 Rolnummer: A. 226967/IX-9479 Zaak: Arrest 244600 - Personeel van de rechterlijke orde - 23/05/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-06-04 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-21 22:37 Fiche Arrest nr 244.600 van 23 mei 2019 Justitie - Personeel van de rechterlijke orde Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 244.600 van 23 mei 2019 in de zaak A. 226.967/IX-9479 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dominique Matthys kantoor houdend te 9000 Gent Congreslaan 6 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het INSTITUUT VOOR GERECHTELIJKE OPLEIDING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jacky d’Hoest en Sabien Lust kantoor houdend te 8310 Brugge Baron Ruzettelaan 27 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 14 december 2018, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van: “- de ‘definitieve eindevaluatie na opmerkingen’ van de evaluatiecom- missie (orgaan van het IGO), aan verzoeker ter kennis gebracht met aan- getekend schrijven van 8 november 2018, doch slechts aangeboden […] op 13 november 2018; - de ‘beslissing tot niet afleveren van het attest van welslagen van de ge- rechtelijke stage’ van de directeur van het IGO, aan verzoeker ter kennis gebracht met aangetekend schrijven van 8 november 2018, doch slechts aangeboden […] op 13 november 2018; - de ‘eindevaluatie’ […] van de evaluatiecommissie (orgaan van het IGO), aan verzoeker ter kennis gebracht met een aangetekend schrijven van 28 september 2018 […].” IX-9479-1/7 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 mei
- Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Dominique Matthys, die verschijnt voor de verzoe- kende partij en advocaat Sabien Lust, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoeker vat de gerechtelijke stage aan op 1 oktober
- De evaluatiecommissie beoordeelt het verloop van de stage ongunstig, waarop de directeur van het Instituut voor Gerechtelijke Opleiding beslist om verzoeker geen ‘attest van welslagen van de gerechtelijke stage’ te geven. IX-9479-2/7 IV. Ontvankelijkheid van het beroep
- Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de ver- werende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie uitspraak te doen. Een on- derzoek van en een uitspraak over die exceptie zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Spoedeisendheid
- Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.
- Om de spoedeisendheid van de zaak te verantwoorden, zet verzoeker in het inleidend verzoekschrift uiteen wat volgt: “Verzoeker verkeert als gevolg van de beslissing die hem te beurt valt in een volstrekt onhoudbare situatie, zowel qua loopbaan-uitbouw als qua financiële leefbaarheid. Ingevolge het de negatieve (definitieve) eindevaluatie (na opmerkingen), verkreeg verzoeker geen ‘attest van welslagen van de gerechtelijke stage’. Ingevolge de laattijdigheid […] was ook een verlenging van de stage uit den boze. Door de negatieve evaluatie en het niet ontvangen van het attest van welslagen, komt verzoeker niet in aanmerking voor een benoeming in het ambt van magistraat bij het openbaar ministerie of bij de zetel. Ver- zoeker is door de manoeuvres van het IGO (en de evaluatiecommissie) van dag op dag werkloos geworden zonder ook maar één enkele opzegver- goeding of de in acht name van een opzegtermijn, en wordt gedwongen om naar ander werk op zoek te gaan. Verzoeker heeft zelfs zijn registratie als werkzoekende bij de RVA moeten aanvragen, als voorwaarde om een werkloosheidsuitkering te kunnen ontvangen nu hij ingevolge het handelen van het IGO van dag op dag werkloos was. Een voorwaarde om een werkloosheidsuitkering te ontvangen is dat men op zoek moet gaan naar werk. Evenwel ambieert verzoeker nog steeds een job IX-9479-3/7 in de magistratuur. Dit impliceert dat wanneer hij werk vindt, hij dit werk opnieuw zou moeten opzeggen in geval van een vernietiging. Bovendien is het vinden van werk inmiddels ook geen evidentie nu ver- zoeker steeds moet uitleggen dat zijn stage is afgelopen, maar dat hij desalniettemin een job bij de magistratuur beoogt. Uiteraard ziet een toe- komstig werkgever het niet zitten – indien hij verzoeker al zou aannemen – dat verzoeker na enige tijd weer zou vertrekken richting magistratuur. Verzoeker kan wel advocaat worden maar zal hierdoor nog meer reputa- tieschade lijden: hij zal voor zijn stagemeesters en voor zijn ex-collega’s moeten verschijnen en zal van de advocaten heel wat vragen krijgen (als zij zich al de moeite troosten om nog vragen te stellen in plaats van zelf as- sumpties te maken). Via de e-group van magistraten […] werden de geanonimiseerde arresten van Uw Raad met betrekking tot verzoeker verspreid. Inmiddels weet zo goed als elke magistraat in Vlaanderen dan ook wat verzoeker te beurt is gevallen. Uiteraard heeft het IGO (op het eerste gezicht) niet gezorgd voor deze verspreiding, maar is hij er wel de oorzaak van dat iets kàn worden verspreid. Hoe langer verzoeker uit het magistratencircuit blijft, hoe meer hij vervreemdt van de magistratuur en de rechtbankwerking. Naast financiële repercussies hebben de door het IGO genomen beslissin- gen aldus ook zware morele gevolgen (op vlak van reputatie, geloofwaar- digheid en kredietwaardigheid), die enkel maar erger en erger worden naarmate de tijd verstrijkt. Steeds meer mensen uit de juridische sector stellen de lange afwezigheid van verzoeker uit het ‘magistratencircuit’ vast. Voorts kan verzoeker nog steeds solliciteren bij de magistratuur, maar hij zal uiteraard nooit worden voorgedragen, nu de minister hem niet kan benoemen, wat maakt dat het solliciteren niet nuttig is. Verzoeker heeft wel nog recent gekandideerd voor een ambt als rechter bij de ondernemings- rechtbank van Gent. Als reactie kreeg hij een e-mail van het secretariaat met de vraag om de voorzitter (die advies moet verlenen met betrekking tot de kandidatuur van verzoeker) het eindverslag van het IGO te bezorgen […]. Onnodig te melden dat dergelijk verslag repercussies zal hebben op het te bekomen advies. Bijna alle jaargenoten van verzoeker zijn inmiddels benoemd en binnen- kort zullen stagiairs van jongere jaren ook kunnen solliciteren. Verzoeker heeft aldus al af te rekenen met meer ‘concurrentie’ dan zijn jaargenoten. De schorsing van de bestreden beslissingen heeft dan ook tot voordeel dat het IGO (en de evaluatiecommissie) zal worden genoodzaakt zijn beslis- singen op korte termijn te heroverwegen, en dat verzoeker desgevallend zo snel mogelijk kan kandideren met het oog op een benoeming. Daarbij is het niet onbelangrijk te vermelden dat – op één enkele uitzon- dering na – alle collegae die samen met verzoeker hun stage hebben aan- gevat de verlenging van hun stage bekwamen. Intussen neemt de kans toe dat verzoeker zijn aangeleerde vaardigheden en rechtbank-geplogenheden zal verliezen, vermits hij niet meer actief is in de rechtbankwerking. Dit zal dan nog een bijkomende negatieve concurren- tiepositie ten opzichte van de collegae van verzoeker voor gevolg hebben.” IX-9479-4/7
- Ondertussen, zo blijkt op de terechtzitting, is verzoeker opnieuw actief als advocaat.
- Een schorsingsarrest werkt enkel voor de toekomst. Dat ver- zoeker zich mogelijk een tijdlang heeft ingeschreven als werkzoekende vóór zijn wederopname op het tableau en mogelijk ook een korte tijd werkeloos en zonder inkomen is geweest, kan een schorsingsarrest niet verhelpen. Verzoeker beweert op de terechtzitting voorts niet dat hij, spijts het feit dat hij opnieuw actief is als advocaat, thans in een bijzonder benarde situ- atie verkeert op financieel gebied.
- Indien het al zo zou zijn dat “zo goed als elke magistraat in Vlaanderen” weet wat verzoeker “te beurt is gevallen”, dan kan een schorsings- arrest ook dat gegeven niet verhelpen. Retrograde amnesie is geen gekend effect van een schorsingsarrest. Zoals de verwerende partij voorts terecht opmerkt, heeft ver- zoeker in de eerste plaats zelf in de hand of en wat hij over de reden of de om- standigheden van zijn beëindiging van de gerechtelijke stage en zijn terugkeer naar de balie communiceert.
- Ten slotte moet eenieder die een stage of proefperiode aanvat, er rekening mee houden dat die een ongunstig verloop kan hebben. De daaraan ver- bonden morele schade – die de betrokkene gewis ondervindt – verantwoordt evenwel in beginsel geen spoedeisendheid. Met andere woorden, van de teleurge- stelde kandidaat mag de stamina worden verwacht om die tegenval te dragen voor de gewone duur van de vernietigingsprocedure. Anders oordelen zou deze schor- singsvoorwaarde betekenisloos maken. Verzoeker overtuigt niet dat er in zijn geval uitzonderlijk anders moet worden geoordeeld. IX-9479-5/7
- Ook overtuigt niet het argument dat verzoeker als advocaat ondertussen hopeloos zou vervreemden van de rechtbankwerking.
- Niet is aangetoond dat verzoeker enige uitzonderlijke schade of nadeel ondervindt dat een schorsingsarrest momenteel moet verhelpen, om reden dat hij het niet moet kunnen verdragen voor de tijd nodig om tot een uitspraak te komen volgens het normale verloop van de annulatieprocedure.
- De spoedeisendheid is bijgevolg niet aangetoond. VI. Anonimisering
- Met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 ‘betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid van de Raad van State’ vraagt verzoeker dat bij de publicatie van het arrest zijn identiteit niet wordt opgenomen. Dit verzoek wordt ingewilligd. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. IX-9479-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 23 mei 2019, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9479-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.600 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2022:ARR.254.142 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.