← België

Arrest 244621 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 27/05/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.621 Rolnummer: A. 226704/XIV-37873 Zaak: Arrest 244621 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 27/05/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-06-05 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-21 07:20 Fiche Arrest nr 244.621 van 27 mei 2019 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 244.621 van 27 mei 2019 in de zaak A. 226.704/XIV-37.873 In zake: XXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kati Verstrepen kantoor houdend te 2060 Antwerpen Rotterdamstraat 53 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 16 november 2018, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 211.216 van 18 oktober 2018 van de Raad voor Vreemdelingebetwistingen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikking nr. 13.104 van 20 december 2018 wordt het cassatieberoep toelaatbaar verklaard. Op 24 april 2019 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van de auditeur, aan de partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 15, § 1, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’. De partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. XIV-37.873-1/3 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Beoordeling
  4. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de toelichtende memorie niet eerbiedigt. Bij het versturen aan de verzoekende partij van de mededeling dat niet tijdig een memorie van antwoord is ingediend, heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 15, § 1, van voormeld koninklijk besluit. De verzoekende partij heeft geen toelichtende memorie aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van dertig dagen gesteld in artikel 14 van voormeld koninklijk besluit.
  5. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. BESLISSING
  6. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
  7. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. XIV-37.873-2/3 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zevenentwintig mei tweeduizend negentien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Carlo Adams XIV-37.873-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.621 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.