id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.699 Rolnummer: A. 219855/XIV-37139 Zaak: Arrest 244699 - Apothekers en apotheken - 05/06/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-06-13 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-21 07:19 Fiche Arrest nr 244.699 van 5 juni 2019 Sociale zaken en volksgezondheid - Apothekers en apotheken Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 244.699 van 5 juni 2019 in de zaak A. 219.855/XIV-37.139 In zake : de NV APOTHEEK VANHOUTTE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rik Ascrawat kantoor houdend te 8630 Veurne Kaaiplaats 10 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Pierre Legros en Jérôme Sohier kantoor houdend te 1000 Brussel Emile De Motlaan 19 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de BVBA GOETHALS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rik Depla kantoor houdend te 8310 Sint-Kruis (Brugge) Karel Van Manderstraat 123 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 27 juli 2016, strekt tot de nietigver- klaring van “de beslissing van 4 mei 2016 van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid waarin aan de bvba Goethals, met zetel te 8500 Kortrijk, Brugsesteenweg 15 een vergunning wordt verleend voor de overbrenging van een publiek opengestelde apotheek buiten de onmiddellijke nabijheid van 8500 Kortrijk, Brugsesteenweg 15 naar 8510 Kortrijk (Bellegem), Bellegemse- straat 139.” XIV-37.139-1/17 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge- diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De bvba Goethals heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 22 november
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De tussenkomende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 februari
- Staatsraad Kaat Leus heeft verslag uitgebracht. Advocaat Rik Ascrawat, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Manoël De Keukelaere, die loco advocaat Jérôme Sohier ver- schijnt voor de verwerende partij en advocaat Joost Hoste, die loco advocaat Rik Depla verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Thomas Maes heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- XIV-37.139-2/17 III. Feiten 3.
- De tussenkomende partij dient op 18 november 2015 een aan- vraag in tot het bekomen van een vergunning voor de overbrenging van een apotheek buiten de onmiddellijke nabijheid van Kortrijk naar Bellegem. De aan- vraag vermeldt als reden “1) Pand kan niet aangekocht worden en wordt tevens niet langer ter beschikking gesteld en 2) Betere spreiding der apotheken.” 3.
- Met een brief van 14 december 2015 meldt het secretariaat van de Vestigingscommissie dat de aanvraag overeenkomstig de bepalingen van artikel 4, §2ter van het koninklijk besluit van 25 september 1974 ‘betreffende de opening, de overbrenging en de fusie van voor het publiek opengestelde apotheken’ (hierna: het vestigingsbesluit) werd ingediend. 3.
- Met brieven van 15 januari 2016 verzoekt de Vestigings- commissie de bevoegde adviesorganen om advies uit te brengen over de aanvraag tot overbrenging. 3.
- De Provinciale Geneeskundige Commissie van West-Vlaanderen en de APB verlenen een gunstig advies. De gouverneur adviseert gunstig omdat de stad Kortrijk met een overconcentratie aan apotheken door deze overbrenging wordt ontlast en omdat de nieuwe vestigingsplaats in Bellegem zorgt voor een betere geografische en demo- grafische spreiding van apotheken aldaar en de overbrenging een betere geogra- fische en demografische spreiding voor gevolg heeft op de bestaande vestigings- plaats. De apotheker-inspecteur van het FAGG geeft eveneens een gunstig advies. De provinciale Geneeskundige Commissie van West-Vlaanderen meldt in een bijkomend schrijven van 19 april 2016 nog dat er een discrepantie bestaat tussen de bevolkingsgegevens in de door de landmeters uitgemeten invloedssferen. Zij houdt haar beslissing tot gunstig advies aan en maakt het bijkomend verslag van een lid-apotheker voor nuttig gevolg over. 3.
- De verzoekende partij maakt haar bezwaren over aan de Vestigingscommissie. Volgens de verzoekende partij zijn er fouten gemaakt met XIV-37.139-3/17 betrekking tot het aantal inwoners zodat van een betere demografische spreiding geen sprake is en is er evenmin sprake van een betere geografische spreiding. 3.
- Op 23 maart 2016 stelt de afgevaardigde van de administra- teur-generaal van het FAGG zijn rapport en conclusies op en brengt een gunstig advies uit, verwijzend naar het gegeven dat de overbrenging alleszins een betere geografische spreiding tot gevolg heeft in vergelijking met de toestand voor de overbrenging. 3.
- Met een schrijven van 8 april 2016 meldt de apotheker-inspecteur de secretaris van de Vestigingscommissie dat volgens de gegevens bijgebracht door de verzoekende respectievelijk de tussenkomende partij een verschil in aantal inwoners blijkt en adviseert om de gegevens met betrekking tot de inwoners op te vragen bij de betrokken gemeentelijke diensten. 3.
- Op 11 april 2016 heeft de zitting van de Vestigingscommissie plaats. De Vestigingscommissie brengt diezelfde dag een gunstig advies uit voor de overbrenging. Het advies luidt: “[…] NOPENS DE PROCEDURE In toepassing van artikel 5 van het hoger vermeld K.B. werd de aanvraag door het secretariaat ontvankelijk verklaard op 14 december
- Van deze aanvraag werd kennis gegeven aan de in artikel 6, § 1 van het besluit bedoelde personen en organisaties op 13 januari
- Het advies van de instanties bedoeld in artikel 7 werd ingewonnen op 15 januari
- Het onderzoek werd afgerond conform artikel 8 met het rapport en conclusies van 23 maart
- NOPENS DE GEGEVENS VAN DE AANVRAAG De overbrenging gebeurt binnen de stad Kortrijk, van het centrum naar deelge- meente Bellegem. Volgens bovengenoemd landmeterattest en bevestigd door inspecteur liggen er 7 apotheken binnen een afstand van 2 kilometer tegenover de huidige vestigings- plaats, Brugsesteenweg 15 te 8500 Kortrijk nl.
- Apotheek Pattou Pharma, Overleiestraat 52, Kortrijk : 477 meter
- Apotheek Meensepoort, Meensesteenweg 26, Kortrijk : 823 meter
- Apotheek Blauwblomme, Gentsesteenweg 1b, Kortrijk : 1154 meter
- Apotheek Joye, Gentsesteenweg 122, Kortrijk : 1688 meter
- Apotheek Maes, Koning Leopold III Laan 39, Kortrijk : 726 meter
- Apotheek Dubois, Izegemstraat 182, Kortrijk: 790 meter
- Apotheek De Geeter, Kortrijksesteenweg 150, Kortrijk: 1898 De dichtstbijzijnde apotheek nl. Pattou Pharma, ligt op minder dan 500 meter van de huidige vestigingsplaats. XIV-37.139-4/17 Na overplaatsing naar de Bellegemsestraat 139 te 8510 Bellegem, ligt er één apotheek binnen een afstand van 2 kilometer tegenover de nieuwe vestigingsplaats nl.
- Apotheek Van Houtte, Bellegemsestraat 41 te 8510 Bellegem : 586 meter De dichtstbijzijnde apotheek ligt dus op meer dan 500 meter van de huidige vestigingsplaats. In de perimeter van 2 tot 5 kilometer rond de nieuwe vestigingsplaats liggen er 2 apotheken nl.
- Apotheek Corne, Rollegemplaats 8, Rollegem: 3326 meter
- Apotheek ’t Hoge, Het Hoge 56, Kortrijk : 3218 meter TOEPASSELIJKE WETTELIJKE BEPALINGEN Overeenkomstig artikel 1, §5bis, 3° van voornoemd besluit kan een over- brenging van een bestaande apotheek worden toegestaan indien de overbrenging, (...) plaatsvindt in dezelfde gemeente (...) en ze (...) een betere geografische of demografische spreiding van de apotheken tot gevolg heeft, in vergelijking met de toestand vóór de overbrenging. BESPREKING Alle uitgebrachte adviezen zijn gunstig, het niet uitgebrachte advies van OPHACO wordt bij toepassing van artikel 7, in fine, van het Vestigingsbesluit, ge- acht gunstig te zijn. Zoals blijkt uit de demografische en geografische gegevens en uit de uitge- brachte adviezen heeft de gevraagde overbrenging overduidelijk een betere geografische spreiding tot gevolg binnen de stad Kortrijk. Wat de opmerkingen van Mtr. Ascrawat in zijn aangetekend schrijven van 8 maart 2016 betreft, artikel 1, §5bis, 3) behelst een relatief criterium in het alge- meen belang waarbij de huidige toestand wordt afgezet tegen de toekomstige. In een toekomstige situatie is het onvermijdelijk dat de spreiding van sommige apo- theken minder gunstig zal zijn. De algemene spreiding zal door onderhavige over- brenging evenwel geografisch verbeteren. Door de overbrenging zal de overconcentratie aan apotheken in het centrum van Kortrijk verminderen. Bovendien heeft de Raad van State reeds in diverse arresten gesteld dat de vestigingswet niet opgesteld is voor de materiële belangen van de bestaande apotheken doch voor de volksgezondheid. Onder andere in het arrest TACK-GHESQUIERE nr. 212.221 dd. 24.03.2011: ‘De beperking in de het KB van 25.09.1974 ingesteld voor de vestiging van apothekers zijn derhalve niet rechtstreeks gericht op het beschermen van de economische leefbaarheid van de bestaande of de nog te vestigen apotheken. Om in overeenstemming te zijn met de door de wetgever nagestreefde doelstelling in- zake volksgezondheid moeten de in het vestigingsbesluit van 25.09.1974 gestelde voorwaarden in verband met de spreiding van apotheken worden opgevat als zijnde gericht op de doeltreffende aflevering van de geneesmiddelen aan de bevol- king.’ Gezien de overbrenging plaatsvindt in dezelfde gemeente en alleszins een betere geografische spreiding tot gevolg heeft in vergelijking met de toestand voor de overbrenging, is voldaan aan artikel 1, §5bis, 3°.” 3.
- Op 4 mei 2016 beslist de minister van Volksgezondheid om zich bij de motivering van het advies van de Vestigingscommissie aan te sluiten en de door de tussenkomende partij aangevraagde overbrengingsvergunning te verlenen. XIV-37.139-5/17 In de beslissing wordt vermeld dat het advies van de Vestigingscommissie dat als bijlage wordt gevoegd, er integraal deel van uitmaakt. Dit is de bestreden beslissing. IV. Onderzoek van de middelen Uiteenzetting van het middel
- In haar verzoekschrift voert de verzoekende partij in een eerste middel de schending aan van artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit van 25 september 1974 ‘betreffende de opening, de overbrenging en de fusie van voor het publiek opengestelde apotheken’ (hierna: het vestigingsbesluit) en “van het redelijkheids- en zorgvuldigheidsbeginsel onverminderd schending van het materiële motiveringsbeginsel en de formele motiveringsplicht.” De verzoekende partij zet uiteen dat indien de bestreden beslis- sing wordt uitgevoerd, er aan de apotheek van de verzoekende partij geen mini- maal geografische en demografische invloedssfeer gegarandeerd wordt. Er is ten onrechte geen rekening gehouden met artikel 1, § 1 van het vestigingsbesluit waarbij de organisatie van een behoorlijke spreiding van de voor het publiek opengestelde apotheken veronderstelt dat het aantal apotheken per gemeente tot een maximum wordt beperkt met een minimum geografische en minimum demo- grafische invloedssfeer per apotheek. Hoewel de wetgever niet bepaalt wat het minimum geografische en het minimum demografische invloedssfeer van een apotheek inhoudt, kan volgens haar worden verwezen naar artikel 1, § 2, van het vestigingsbesluit dat 3000 inwoners per apotheek vooropstelt voor een gemeente met meer dan 30.000 inwoners. De bestreden beslissing houdt geen rekening met de bovenstaande voorwaarden waardoor de leefbaarheid van de verzoekende partij in het gedrang komt. De bestreden beslissing antwoordt niet op het bezwaar van de verzoekende partij dat er niet voldaan wordt aan “art. 1, § 1 in het bijzonder aan de voorwaarde: ‘met een minimum geografische en minimum demografische invloedssfeer per apotheek’”, wat volgens de verzoekende partij “meteen ook een XIV-37.139-6/17 inbreuk op het redelijkheidsbeginsel [is]”. Door de bestreden beslissing wordt de invloedssfeer van de verzoekende partij (1978 inwoners) en de toegelaten apotheek van de tussenkomende partij (1690 inwoners) immers zo klein “dat zij totaal niet meer leefbaar is”, wat eveneens blijkt uit de algemene tendens van de daling van de brutomarge of rentabiliteit van apotheken die de leefbaarheid beïnvloeden omwille van een algemene druk op de verkoopprijs van geneesmiddelen, op het gebruik van geneesmiddelen, op het voorschrijfgedrag van artsen, de toenamen van generische producten met lagere prijzen, vervangingsplicht door het goedkoopste product, gespecialiseerde apotheken die leveren aan rustoorden en verzorgingsinstellingen, de opkomst van de internetapotheek, enzovoort. Volgens de verzoekende partij die daartoe verwijst naar rechtspraak van de Raad van State, blijkt dat de aanvraag niet alleen dient te voldoen “aan de criteria zoals bepaald in art. 1, § 3a doch dat de aanvraag eveneens diende te voldoen aan de toenmalige bepalingen van art. 1, § 1.” In haar memorie van wederantwoord verwijst de verzoekende partij naar haar bezwaarschrift in de administratieve procedure waarin reeds werd meegedeeld dat de adviezen op basis van verkeerde cijfers werden gegeven. Voor het overige herneemt de verzoekende partij dat een overbrenging eveneens dient te voldoen aan artikel 1, § 1 van het vestigingsbesluit. Volgens de verzoekende partij houdt artikel 1, § 5bis, van het vestigingsbesluit geen garanties in voor de bestaande apotheek terwijl artikel 1, § 1 niet anders kan worden uitgelegd dan dat de wetgever de bestaande apotheken in bescherming wil nemen. In haar laatste memorie tot slot verwijst de verzoekende partij naar het arrest nr. 241.182 van 30 maart
- Zij meent dat het middel niet tegenstrijdig is met dat arrest. De Raad van State is immers bevoegd om na te gaan of de bestreden beslissing in redelijkheid kon worden genomen, rekening houdende met de wetsbepaling waarop die beslissing steunt, wat volgens haar niet het geval is. De beslissing die rechtsgrond vindt in artikel 1, § 5bis, 3°, van het vestigingsbesluit geeft nergens aan hoe een betere geografische spreiding moet worden toegepast. De bestreden beslissing schendt de doelstelling van de XIV-37.139-7/17 wetgever zoals bepaald in artikel 1, § 1, van datzelfde besluit, namelijk het beperken van het aantal apotheken met een minimum geografische en demografische invloedssfeer per apotheek. De verzoekende partij stelt dat het gegeven dat de apotheek van de aanvrager zich bevond in het centrum van de stad en door de overbrenging verhuist naar een aanpalende deelgemeente “welke als plattelandsgemeente dient te worden gekwalificeerd” waar de bevolkingsdicht- heid veel geringer is, door de verwerende partij in de beoordeling moest worden betrokken. Beoordeling
- Het vestigingsbesluit, zoals het laatst gewijzigd werd bij het koninklijk besluit van 19 april 2014 ‘tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 september 1974 betreffende de opening, de overbrenging en de fusie van voor het publiek opengestelde apotheken’ (hierna: het wijzigingsbesluit van 19 april 2014), werd vastgesteld in uitvoering van artikel 4, § 3, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 ‘betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen’ (thans artikel 9 van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 ‘betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen’ (hierna: de wet van 10 mei 2015)). Die reglementering strekt ertoe een adequate, doeltref- fende en regelmatige geneesmiddelenvoorziening te organiseren. De beperkingen die het vestigingsbesluit heeft ingesteld voor de vestiging van apotheken zijn niet rechtstreeks gericht op de bescherming van de economische leefbaarheid van be- staande of nog te vestigen apotheken. Om in overeenstemming te zijn met de door de wetgever nagestreefde doelstellingen inzake volksgezondheid, moeten de in het vestigingsbesluit gestelde voorwaarden in verband met de spreiding van de apotheken worden opgevat als zijnde gericht, ter bescherming van de volksgezondheid, op de adequate, doeltreffende en regelmatige aflevering van geneesmiddelen aan de bevolking. Artikel 1, § 5bis, van het vestigingsbesluit (zowel vóór als na de wijziging ervan bij het wijzigingsbesluit van 19 april 2014) voorziet specifiek XIV-37.139-8/17 in een regeling wat de overbrenging van (reeds bestaande) apotheken, betreft. Die bepaling concretiseert aldus de criteria voor de overbrenging van een apotheek. Artikel 1, § 5bis, 3°, zoals dat van toepassing is op de bestreden beslissing, moet nog steeds worden gelezen (zoals vóór de wijziging van 19 april 2014) als een afwijkende regeling in die zin dat het ingeval van overbrenging van een be- staande apotheek binnen dezelfde gemeente (doch buiten de onmiddellijke nabij- heid) of naar een aangrenzende gemeente volstaat dat die overbrenging leidt tot een betere geografische of demografische spreiding. Wat de overbrenging van een bestaande apotheek binnen eenzelfde gemeente betreft, volstaat het zoals de bestreden beslissing te dezen vaststelt, dat deze overbrenging een betere geografi- sche spreiding van de apotheken tot gevolg heeft in vergelijking met de toestand vóór de overbrenging. Het te dezen toepasselijke artikel 1, § 1, van het vestigingsbe- sluit zoals vervangen door het besluit van 19 april 2014 waarin gewag wordt ge- maakt van “het beperken van het aantal apotheken tot een maximum per ge- meente, met een minimum geografische en minimum demografische invloeds- sfeer per apotheek” noopt niet tot een andere beoordeling wat de toepassing van artikel 1, § 5bis, 3°, van het vestigingsbesluit betreft, noch tot een wijziging van de rechtspraak van de Raad van State ter zake. Vooreerst mag worden vastgesteld dat artikel 4, § 3, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967, thans artikel 9 van de wet van 10 mei 2015, dat het vestigingsbesluit tot rechtsgrond strekt, nagenoeg - dit is behoudens een te dezen niet-relevante bepaling inzake retributies - ongewijzigd is gebleven. Het doel van het wijzigingsbesluit van 19 april 2014 waarmee het vestigingsbesluit werd aangepast is er voornamelijk in gelegen het bestaande moratorium op apotheken te verlengen, de retributies aan te passen aan de inflatie en voor de toekomst te koppelen aan het indexcijfer voor de consumptieprijzen van het Rijk, en de artikelen die niet meer van toepassing waren op te heffen evenals een aantal wijzigingen aan te brengen in het licht van de coherentie van de vestigings- en registratieprocedures. Er blijkt niet dat de verwerende partij met de doorgevoerde wijzigingen heeft beoogd belangrijke XIV-37.139-9/17 koerswijzigingen aan te brengen aan de ratio legis van het vestigingsbesluit en/of aan de criteria die met het oog op een overbrenging moeten zijn vervuld. Hieruit volgt dat de rechtspraak relevant blijft waarin geoor- deeld werd dat artikel 1, § 5bis, 3°, van het vestigingsbesluit, dat voor de overbrenging van een bestaande apotheek voorziet in specifieke beoordelingscriteria, niet vereist dat bijkomend wordt voldaan aan de criteria waarnaar artikel 1, § 1, van datzelfde vestigingsbesluit verwijst, inzonderheid de organisatie van een behoorlijke spreiding van de voor het publiek opengestelde apotheken door het beperken van het aantal apotheken tot een maximum per ge- meente, met een minimum geografische en een minimum demografische invloedssfeer per apotheek. Dat aan de hiervoor genoemde eis niet bijkomend moet worden voldaan in het geval bedoeld in het genoemde artikel 1, § 5bis, 3°, vindt voorts verantwoording in de context van een voor het publiek adequate - dus toeganke- lijke en nabije - geneesmiddelenbedeling. Het is niet onredelijk te oordelen, zoals de regelgever zowel onder de vroegere als de huidige regeling deed en doet, om de situatie van overbrenging, van een reeds bestaande apotheek binnen een lokaal begrensde inbedding die wordt gevormd door de gemeente waarin de reeds be- staande over te brengen apotheek gevestigd is en de daaraan aangrenzende gemeenten, te onderscheiden van de situatie waarin de overbrenging daarbuiten geschiedt of van de situatie waarin het gaat om het openen van een nieuwe apotheek. De in het vestigingsbesluit bepaalde voorwaarden in verband met de spreiding van apotheken sluiten niet uit dat ten gevolge van de overbrenging van een apotheek de invloedssfeer van de bestaande apotheken op de nieuwe vestigingsplaats wordt verkleind. Hieruit volgt dat artikel 1, § 1, van het vestigingsbesluit niet kan geschonden zijn. XIV-37.139-10/17
- In zoverre de verzoekende partij oordeelt dat met de door haar ingeroepen schending van artikel 1, § 1, van het vestigingsbesluit - die zoals hiervoor is gebleken, niet voorligt -, “meteen” ook een schending van het redelijkheidsbeginsel voorligt, kan zij dan ook niet worden gevolgd. De bestreden beslissing maakt toepassing van artikel 1, § 5bis, eerste lid, 3°, van het vestigingsbesluit. Deze bepaling die betrekking heeft op een overbrenging (buiten de onmiddellijke nabijheid) die plaatsvindt in dezelfde gemeente of in een aangrenzende gemeente, vereist niet dat de overbrenging van een bestaande apotheek tegelijk leidt tot een betere geografische én demografische spreiding. Het volstaat dat het bestuur, na een zorgvuldig onderzoek van de geografische en demografische aspecten op grond van een discretionaire afweging van alle relevante elementen van het dossier, in redelijkheid tot het besluit komt dat de overbrenging leidt tot een verbetering van de geneesmiddelenvoorziening. De Vestigingscommissie en, vervolgens de minister, oordeelden dat er sprake was van een duidelijk betere geografische spreiding. De verzoekende partij toont niet aan dat de bestreden beslissing niet met de vereiste zorgvuldigheid werd genomen. Het volstaat daartoe alvast niet te stellen dat “de adviezen op basis van verkeerde cijfers” werden verleend. Evenmin wordt aangetoond of aannemelijk gemaakt dat het redelijkheidsbeginsel werd geschonden. Met de grief die de verzoekende partij in haar laatste memorie nog aanvoert dat het gegeven dat de apotheek van de aanvrager zich bevond in het centrum van de stad en door de overbrenging verhuist naar een aanpalende deelgemeente “welke als plattelandsgemeente dient te worden gekwalificeerd” waar de bevolkingsdichtheid veel geringer is, wat door de verwerende partij in de beoordeling moest worden betrokken, geeft zij een nieuwe wending aan haar middel. Het blijkt niet dat zij deze argumentatie niet reeds in haar verzoekschrift kon ontwikkelen en is om die reden niet-ontvankelijk. XIV-37.139-11/17
- De schending van de motiveringsplicht wordt niet uiteengezet en kan derhalve evenmin tot nietigverklaring leiden.
- Het middel is in zoverre ontvankelijk, in zijn geheel genomen ongegrond. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
- In een tweede middel voert de verzoekende partij een schending aan van “artikel 1, § 5bis ter van het KB van 25.09.1974 en van het redelijkheids- en zorgvuldigheidsbeginsel onverminderd inbreuk op de materiële en formele motiveringsplicht.” De verzoekende partij zet aan de hand van een tabel uiteen dat bij de berekening van de invloedssfeer van de geplande apotheek er rekening werd gehouden met apotheken die geen invloed hebben op de invloedssfeer van de apotheek van de verzoekende partij of van de tussenkomende partij, minstens dat die invloed totaal verwaarloosbaar is. Er mag volgens de verzoekende partij enkel rekening worden gehouden met de apotheek van de verzoekende partij voor het toetsen van het criterium betere geografische spreiding. De invloedssfeer van de apotheek van de verzoekende partij en de geplande apotheek beperkt zich tot Bellegem zelf. De impact van de apotheken buiten Bellegem op de inwoners voor de apotheken van Bellegem is quasi nihil. Voorts bedraagt de afstand tot de toegelaten apotheek en de apotheek van de verzoekende partij 586 meter; dit is lager dan de gemiddelde afstand van de dichtstbij gelegen apotheken ten aanzien van de bestaande apotheek van de tussenkomende partij vóór de transfert, zijnde 794 meter. Er is bijgevolg geen sprake van een betere geografische spreiding. Er is evenmin sprake van een betere demografische spreiding. XIV-37.139-12/17 De verzoekende partij volhardt in de memorie van wederantwoord en de laatste memorie. Zij herneemt haar eerdere grieven en benadrukt dat door twee apotheken te betrekken op meer dan 3 km van de geplande apotheek, afgescheiden door een uitgestrekt landbouwgebied en welke geen enkele impact hebben op de invloedssfeer van de geplande apotheek om dan te besluiten tot een betere geografische spreiding, totaal onredelijk is. Op die wijze kan men uiteraard bij een transfert van een stad naar een plattelandsdorp altijd tot de conclusie komen dat er een betere geografische spreiding is. Beoordeling
- Het zorgvuldigheidsbeginsel houdt in dat het bestuur zijn beslissing op zorgvuldige wijze moet voorbereiden. Dit impliceert dat de beslissing dient te steunen op werkelijk bestaande en concrete feiten die met de vereiste zorgvuldigheid werden vastgesteld. De overheid is onder meer verplicht om zorgvuldig te werk te gaan bij de voorbereiding van de beslissing en de feitelijke en juridische aspecten van het dossier deugdelijk te onderzoeken, zodat zij met kennis van zaken kan beslissen. Een schending van het redelijkheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, veronderstelt dat de overheid bij het nemen van de beslissing onredelijk heeft gehandeld, met andere woorden dat zij de haar toegekende discretionaire beoordeling - of beleidsvrijheid onjuist heeft gebruikt. Het redelijkheidsbeginsel kan derhalve slechts geschonden zijn indien de administratieve overheid een beslissing neemt die dermate afwijkt van het normale beslissingspatroon, dat het niet denkbaar is dat een andere zorgvuldig handelende administratieve overheid in dezelfde omstandigheden tot deze besluitvorming zou komen. Het komt de Raad van State niet toe zijn beoordeling in de plaats te stellen van de bevoegde administratieve overheid. Hij is in de uitoefening van zijn wettigheidstoezicht enkel bevoegd om, desgevraagd, na te XIV-37.139-13/17 gaan of de administratieve overheid op grond van de juiste en correct beoordeelde feitelijke gegevens, in redelijkheid tot de bestreden beslissing is kunnen komen.
- De verzoekende partij betwist de wijze waarop de Vestigings- commissie en de bestreden beslissing de betere geografische spreiding hebben bepaald. Zoals bij de beoordeling van het eerste middel is gebleken, is de bestreden beslissing genomen met toepassing van artikel 1, § 5bis, 3°, van het vestigings- besluit. Deze bepaling, die betrekking heeft op een overbrenging (buiten de onmiddellijke nabijheid) die plaatsvindt in dezelfde gemeente of in een aangrenzende gemeente, vereist dat de overbrenging resulteert in een betere geografische of demografische spreiding. De vergunningverlenende overheid beschikt te dezen over een ruime discretionaire beoordelingsbevoegdheid om te beoordelen of de overbrenging al dan niet een betere geografische of demografische spreiding tot gevolg heeft. Uit de motivering van de bestreden beslissing blijkt dat de Vestigingscommissie in zijn advies en dus ook de bestreden beslissing die uitdrukkelijk naar dat advies verwijst, zich determinerend steunt op de verbetering van de geografische spreiding van de apotheken. Aldus maakt de bestreden beslissing de vergelijking tussen de vestigingsplaats vóór de overbrenging (zeven apotheken binnen een afstand van twee kilometer op de oude vestigingsplaats waarvan de dichtstbij gelegen apotheek zich op minder dan 500 meter bevindt) en de vestigingsplaats na de overbrenging (één apotheek binnen een afstand van 2 kilometer op de nieuwe vestigingsplaats, waarbij de dichtstbijgelegen apotheek ligt op meer dan 500 meter). In een perimeter van twee tot vijf kilometer liggen er op de nieuwe vestigingsplaats twee apotheken. De bestreden beslissing vermeldt dat de gevraagde overbrenging overduidelijk een betere geografische spreiding tot gevolg heeft binnen de stad Kortrijk. De bestreden beslissing zet ook uiteen dat artikel 1, § 5bis, 3°, van het vestigingsbesluit een relatief criterium in het algemeen belang behelst waarbij de bestaande toestand wordt afgezet tegen de toekomstige. In een toekomstige situatie is het onvermijdelijk dat de spreiding van sommige apotheken minder gunstig zal zijn. De algemene spreiding zal door de voorlig- XIV-37.139-14/17 gende overbrenging evenwel geografisch verbeteren. Door de overbrenging zal de overconcentratie in het centrum van Kortrijk verminderen.
- Bij haar beoordeling die tot de bestreden beslissing heeft geleid is de verwerende partij de grenzen van een redelijke uitoefening van haar beoor- delingsvrijheid niet te buiten gegaan door die verbeterde geografische spreiding te waarderen. De verzoekende partij geeft weliswaar blijk van een eigen feitelijke beoordeling van wat een betere geografische spreiding is, maar zij maakt niet aannemelijk dat de verwerende partij bij de beoordeling van de betere geografische spreiding tot een conclusie is gekomen die de grenzen van de redelijkheid te buiten zou gaan. Vooreerst moet worden vastgesteld dat de overtuiging van de verzoekende partij dat de geografische spreiding dient te worden gemeten rekening houdend met de invloedssfeer, gegeven dat op de demografische spreiding betrekking heeft, geen steun vindt in de bepalingen van het vestigingsbesluit. De berekening gemaakt door de verzoekende partij weerlegt de vaststellingen van de verwerende partij in verband met de (verbeterde) geografische spreiding niet, namelijk, dat er, eendeels, in de toekomstige situatie een grotere afstand is tussen de dichtstbijgelegen apotheek en de geplande vestiging en, anderdeels, dat er zich binnen een straal van twee kilometer slechts een apotheek zal bevinden in plaats van zeven. Binnen de discretionaire beoordelingsruimte waarover het bestuur beschikt om te oordelen in concrete gevallen, kan op redelijke gronden worden aanvaard dat er een betere geografische spreiding tot stand komt als de dichtstbij gelegen apotheken verder gelegen zijn en er minder zijn binnen een bepaalde straal waarbij bovendien wordt vastgesteld dat op de oorspronkelijke vestigingsplaats de spreiding verbetert. Tot slot, maakt de verzoekende partij geenszins aannemelijk dat voor de beoordeling van de betere geografische spreiding er rekening dient te worden gehouden met de (verbeterde) demografische spreiding nu het volstaat dat door de overbrenging aan één van beide criteria wordt tegemoetgekomen. De door XIV-37.139-15/17 de verzoekende partij voorgestane opvattingen, daarin begrepen haar kritiek op de overbrenging van een apotheek van de stad naar het platteland, vinden dan ook geen steun in het te dezen toepasselijke artikel 1, § 5bis, 3°, van het vestigingsbesluit. De opmerkingen van de verzoekende partij ten aanzien van de demografische spreiding of de invloedssfeer zijn dan ook niet ontvankelijk aangezien de bestreden beslissing niet gebaseerd is op een betere demografische spreiding.
- Het middel kan niet tot de nietigverklaring leiden. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechts- plegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. XIV-37.139-16/17 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijf juni tweeduizend negentien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Geert Debersaques XIV-37.139-17/17 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.699 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div