← België

Arrest 244782 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 13/06/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.782 Rolnummer: A. 224678/VII-40215 Zaak: Arrest 244782 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 13/06/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-06-21 Raadplegingen: 73 - laatst gezien 2026-06-21 23:23 Fiche Arrest nr 244.782 van 13 juni 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 244.782 van 13 juni 2019 in de zaak A. 224.678/VII-40.

  1. In zake : de NV V.D.S. CONSULT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Erika Rentmeesters en Wim De Cuyper kantoor houdend te 9100 Sint-Niklaas Vijfstraten 57 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BVBA LANDEXPLO AALST -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het cassatieberoep, ingesteld op 2 maart 2018, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb/A/1718/0455 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen (hierna: RvVb) van 16 januari 2018 in de zaak RvVb/1415/0725/SA/
  3. II. Verloop van de rechtspleging
  4. Een beschikking van 27 maart 2018 verklaart het cassatieberoep toelaatbaar. De verzoekende partij heeft een toelichtende memorie ingediend. VII-40.215-1/7 Auditeur Joke Goris heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 mei
  5. Staatsraad Pierre Lefranc heeft verslag uitgebracht. Advocaat Erika Rentmeesters, die verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 (hierna: RvS-wet). III. Feiten 3.
  6. Met een besluit van 4 juni 2015 verleent de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen (hierna: deputatie) aan de NV VDS Consult een stedenbouwkundige vergunning “voor de herlocalisatie van een bestaand bedrijf”. 3.
  7. Het bestreden arrest vernietigt op vordering van de BVBA Landexplo Aalst de vergunningsbeslissing van de deputatie. VII-40.215-2/7 IV. Onderzoek van het eerste middel Uiteenzetting van het middel
  8. De verzoekende partij voert de schending aan van artikel 149 van de Grondwet, artikel 4.8.11, § 1, eerste lid, 3°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO), en van de artikelen 15, 16 en 29 van het besluit van de Vlaamse regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges (hierna: RvVb-Procedurereglement). Zij stelt dat zij “in haar laatste schriftelijke uiteenzetting” heeft gesteld dat de RvVb geen rekening kon houden met de gegevens en stukken die de BVBA Landexplo Aalst met haar wederantwoordnota “aan het dossier heeft toegevoegd” en dat het bestreden arrest het belang van laatstgenoemde in strijd met de artikelen 15, 16 en 29 van het RvVb-Procedurereglement heeft aangenomen daarbij verwijzend “naar ‘de verduidelijking’ van het statuut als eigenaar […] en naar het ‘omvangrijke bundel’ dat de bvba Landexplo Aalst in de wederantwoordnota aan het dossier heeft toegevoegd”. Het bestreden arrest “laat ook na te antwoorden op het verweer van de [NV VDS Consult, het college van burgemeester en schepenen van de stad Aalst en de stad Aalst] en schendt hiermee de motiveringsplicht”. Het bestreden arrest beantwoordt niet “het verweer dat [de NV VDS Consult, het college van burgemeester en schepenen van de stad Aalst en de stad Aalst] hebben gegeven met betrekking tot dit arrest” nr. 238.664 van 27 juni 2017 van de Raad van State. “Bovendien laat de [RvVb] na om te motiveren waarom het gegeven dat men kandidaat voor zelfrealisatie is, op zich volstaat om te besluiten tot een belang” aangezien “nog steeds niet vast[staat] dat een eventuele mogelijkheid tot zelfrealisatie zou worden verhinderd door de bestreden beslissing”. VII-40.215-3/7 Het bestreden arrest haalt het advies van de GECORO uit zijn context. De verzoekende partij verwijst nog “bijkomend naar het advies dat door de Eerste Auditeur-Afdelingshoofd [werd] verleend op 31 januari 2018 inzake het beroep tot nietigverklaring van de milieuvergunning” en stelt dat “[e]enzelfde redenering geldt […] voor het aanvechten van de stedenbouwkundige vergunning”. Beoordeling
  9. Als cassatierechter mag de Raad van State niet in tweede instantie de feitelijke beoordeling van de RvVb overdoen maar mag hij enkel nagaan of het hem voorgelegde arrest overeenkomstig de wet is genomen. Luidens artikel 14, § 2, van de RvS-wet treedt de afdeling bestuursrechtspraak in geval van cassatieberoep “niet in de beoordeling van de zaken zelf”.
  10. Het middel dat verwijst naar het advies van de GECORO en van de eerste auditeur-afdelingshoofd noopt de Raad van State tot de beoordeling van de zaak zelf. Als cassatierechter is de Raad van State hiervoor niet bevoegd.
  11. Het middel dat verwijst naar voormelde adviezen is niet ontvankelijk.
  12. Het middel zet niet uiteen op welke wijze het bestreden arrest artikel 4.8.11, § 1, eerste lid, 3°, VCRO in zijn toepasselijke versie, schendt. Het middel is niet ontvankelijk.
  13. De artikelen 15 en 16 van het RvVb-Procedurereglement bepalen onder meer dat het verzoekschrift een inventaris van de overtuigingsstukken moet bevatten en dat de verzoeker bij het verzoekschrift de VII-40.215-4/7 overtuigingsstukken voegt die in de inventaris zijn vermeld en overeenkomstig die inventaris genummerd zijn.
  14. Overeenkomstig artikel 25 van het RvVb-Procedurereglement is deel 2 van dit procedurereglement (de artikelen 25 tot en met 53) toepasselijk op de beroepen, vermeld in artikel 16.4.19, § 2, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
  15. Het bestreden arrest citeert arrest nr. 238.664 van de Raad van State dat na het op 3 augustus 2015 door de BVBA Landexplo Aalst ingediende verzoekschrift werd gewezen op 27 juni 2017 en overweegt dat “[u]it de feiten die in dit arrest vastgesteld worden […] in elk geval [blijkt] dat de [bvba Landexplo Aalst] zich in haar verzoekschrift niet ten onrechte als kandidaat ‘zelfrealisatie’ voorstelt”.
  16. Het middel dat de schending aanvoert van de artikelen 15, 16 en 29 van het RvVb-Procedurereglement omdat het bestreden arrest rekening heeft gehouden met het door de BVBA Landexplo Aalst bij haar wederantwoordnota toegevoegde stukkenbundel, mist feitelijke grondslag.
  17. De aan de RvVb grondwettelijk en decretaal opgelegde verplichting om zijn rechterlijke uitspraak te motiveren, heeft het karakter van een vormvereiste met beperkte draagwijdte. Een uitspraak is gemotiveerd wanneer de rechter duidelijk en ondubbelzinnig de redengeving uiteenzet -al ware die redengeving verkeerd of onwettig- die hem ertoe brengt de beslissing te nemen.
  18. Het bestreden arrest verwerpt de excepties van de NV VDS Consult en de stad Aalst en haar college op basis van volgende overwegingen: - uit de in arrest nr. 238.664 van de Raad van State van 27 juni 2017 vastgestelde feiten “blijkt in elk geval dat de [bvba Landexplo Aalst] zich in haar verzoekschrift niet ten onrechte als kandidaat ‘zelfrealisatie’ voorstelt”; VII-40.215-5/7 - “[d]e vraag is of de [bvba Landexplo Aalst] voldoende aannemelijk maakt dat de betrokken aanvraag en bestreden [vergunnings]beslissing een impact kan hebben op de verdere ontwikkeling van het gebied”; - “[h]et is niet uitgesloten dat, in de mate de betrokken aanvraag beschouwd wordt als een ‘hinderlijke’ inrichting, dit een impact kan hebben op de ontwikkeling van de percelen in de omgeving van het betrokken bouwperceel”; - “[d]it lijkt in elk geval het standpunt te zijn van de GECORO”; - “[h]et betoog van de [bvba Landexplo Aalst] overtuigt derhalve in die mate dat de bestreden [vergunnings]beslissing een mogelijke impact kan hebben op de verdere ontwikkeling van de percelen in de omgeving van het bouwperceel en zij als kandidaat ‘zelfrealisatie’ belang heeft om beroep in te stellen bij de [RvVb]”.
  19. Het bestreden arrest is met redenen omkleed. Het middel dat de schending van de motiveringsplicht aanvoert omdat het bestreden arrest het verweer van de NV VDS Consult, het college van burgemeester en schepenen van de stad Aalst en de stad Aalst niet beantwoordt, mist feitelijke grondslag.
  20. Het eerste middel wordt verworpen. V. Heropening van het debat
  21. Het auditoraatsverslag is beperkt tot het onderzoek van het eerste middel. Er is bijgevolg grond om een aanvullend onderzoek te bevelen. BESLISSING
  22. De Raad van State heropent het debat.
  23. De Raad van State gelast het door de auditeur-generaal aan te stellen lid van het auditoraat met een aanvullend onderzoek van de zaak. VII-40.215-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertien juni tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.215-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.782 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.246.488 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.