id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.792 Rolnummer: A. 221544/VII-39924 Zaak: Arrest 244792 - Milieuvergunningen - 13/06/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-06-21 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-21 23:23 Fiche Arrest nr 244.792 van 13 juni 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 244.792 van 13 juni 2019 in de zaak A. 221.544/VII-39.
- In zake : de BVBA AÉROCLUB DE HESBAYE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Swerts kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te 8400 Oostende Archimedesstraat 7 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de NV ELECTRABEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Tangui Vandenput en Patrik De Maeyer kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 21 februari 2017, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 9 december 2016 waarbij het bestuurlijk beroep ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 17 maart 2011, houdende de weigering aan de CVBA Greensky van de milieuvergunning voor het exploiteren van een windturbinepark, gelegen langsheen de E40 te Landen, gedeeltelijk gegrond wordt verklaard, de beroepen VII-39.924-1/4 beslissing wordt opgeheven en de gevraagde vergunning, mits het opleggen van een aantal bijzondere exploitatievoorwaarden, wordt verleend. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 20 april
- De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 maart
- Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Lennart Nijs, die loco advocaat Tom Swerts verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Clive Rommelaere, die loco advocaat Bart Bronders verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Patrik De Maeyer, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. VII-39.924-2/4 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De feiten zijn samengevat in arrest nr. 244.790 van heden. Er wordt naar verwezen. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Ambtshalve
- Bij arrest nr. 244.790 van heden heeft de Raad van State de door de huidige verzoekende partij bestreden beslissing vernietigd. Het thans voorliggend annulatieberoep heeft geen voorwerp meer.
- Het beroep is niet ontvankelijk. V. Kosten en rechtsplegingsvergoeding
- Aangezien het beroep tot nietigverklaring initieel niet als kennelijk niet-ontvankelijk werd bevonden, is het gelet op de concrete omstandigheden van de zaak passend de kosten van het geding alsook de rechtsplegingsvergoeding ten laste van de verwerende partij te leggen. VII-39.924-3/4 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verzoekende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van dertien juni tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Eric Brewaeys VII-39.924-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.792 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div