← België

Arrest 244807 - Media - 17/06/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.807 Rolnummer: A. 223983/IX-9198 Zaak: Arrest 244807 - Media - 17/06/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-06-20 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-21 22:19 Fiche Arrest nr 244.807 van 17 juni 2019 Onderwijs en cultuur - Media Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 244.807 van 17 juni 2019 in de zaak A. 223.983/IX-9198 In zake: de GCV RADIOWORKS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Verbist en Lize Vandersteegen kantoor houdend te 2000 Antwerpen Graaf van Hoornestraat 51 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de VZW RADIO MINERVA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Reiner Tijs kantoor houdend te 2000 Antwerpen Nassaustraat 37-41 bij wie woonplaats wordt gekozen en bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marc De Block kantoor houdend te 2000 Antwerpen Bourlastraat 3 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 5 februari 2018, strekt tot de nietig- verklaring van het ministerieel besluit van 1 december 2017 „houdende de erken- ning als lokale radio-omroeporganisatie van Minerva voor Frequentiepakket 11 IX-9198-1/5 Antwerpen [98.0 FM]‟ en van de impliciete weigering om de gcv RadioWorks te erkennen voor datzelfde frequentiepakket. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge- diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State‟. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een verzoekschrift ingediend dat strekt tot de toepassing van artikel 14ter van de wet- ten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. De verzoekende partij en de tussenkomende partij hebben een verzoekschrift ingediend dat strekt tot de toepassing van de artikelen 35/1 en 36, § 1, eerste lid, eerste zin, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben schrifte- lijke opmerkingen doen gelden. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een aanvullend verslag opgesteld, op grond van artikel 93, tweede lid, van het besluit van de Re- gent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟. IX-9198-2/5 Met toepassing van artikel 90, § 1, vierde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met drie leden. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 mei
  5. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de verwerende par- tij en advocaat Laura Van Dooren, die loco advocaten Reiner Tijs en Marc De Block verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  6. III. Ontvankelijkheid van het beroep
  7. De verwerende partij bezorgt de Raad van State bij brief van 23 april 2019 een ministerieel besluit van 5 april 2019 dat het thans bestreden ministerieel besluit opheft. Zij schrijft dat zij op de zitting zal vragen om het be- roep te verwerpen als onontvankelijk.
  8. Verzoekster reageert hierop door aan de Raad van State schrif- telijk mee te delen dat “de huidige procedure geen voorwerp meer [heeft]” en dat zij vraagt om de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen. IX-9198-3/5
  9. Op de terechtzitting is verzoekster niet vertegenwoordigd.
  10. Uit het schrijven van verzoekster en haar afwezigheid op de terechtzitting mag worden afgeleid dat zij – uitgezonderd de kosten – geen be- langstelling meer heeft voor haar beroep tot nietigverklaring. Actueel belang vergt evenwel een voortdurende belangstelling voor de zaak. Ambtshalve stelt de Raad van State vast dat het beroep onont- vankelijk is bij gebrek aan actueel belang. IV. Handhaving gevolgen – verduidelijkend arrest – injunctie
  11. De verzoeken van de verwerende partij en van de tussenko- mende partij tot handhaving van de gevolgen met toepassing van artikel 14ter van de gecoördineerde wetten op de Raad van State zijn zonder voorwerp, aangezien in deze zaak geen nietigverklaring wordt uitgesproken.
  12. Om dezelfde reden moet niet worden ingegaan op de vragen van verzoekster en van de tussenkomende partij, om toepassing te geven aan arti- kel 35/1 of artikel 36, § 1, van dezelfde wetten. V. Kosten
  13. In de gegeven omstandigheden is er wel reden om de kosten bij de verwerende partij te leggen. In de considerans van het voormelde ministerieel besluit van 5 april 2019 is immers als motief voor de opheffing te lezen dat het bestreden ministerieel besluit “niet langer over de wettelijk vereiste rechtsgrond beschikt voor wat de toegekende frequentie betreft”.
  14. Voor zover de tussenkomende partij een rechtsplegingsvergoe- ding vordert, volstaat het deze partij erop te wijzen dat een tussenkomende partij geen rechtsplegingsvergoeding kan genieten (artikel 30/1, laatste lid, RvS-Wet). IX-9198-4/5 BESLISSING
  15. De Raad van State verwerpt het beroep.
  16. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 17 juni 2019, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9198-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.807 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.240.323 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.