← België

Arrest 244816 - Media - 18/06/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.816 Rolnummer: A. 224532/IX-9242 Zaak: Arrest 244816 - Media - 18/06/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-06-26 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-21 22:20 Fiche Arrest nr 244.816 van 18 juni 2019 Onderwijs en cultuur - Media Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 244.816 van 18 juni 2019 in de zaak A. 224.532/IX-9242 In zake: de VZW DABRO bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christiaan Lesaffer kantoor houdend te 2000 Antwerpen Meir 22-24 bus 2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de VZW RADIO BREYDEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Cédric Labens kantoor houdend te 8020 Oostkamp Sint-Elooisstraat 46 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 5 februari 2018, strekt tot de nietig- verklaring van het ministerieel besluit van 1 december 2017 „houdende de erken- ning als lokale radio-omroeporganisatie van Radio Breydel voor Frequentiepak- ket 41 Brugge [102.7 FM]‟. IX-9242-1/9 II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 241.644 van 29 mei 2018 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen. De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge- diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State‟. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een verzoekschrift ingediend dat strekt tot de toepassing van artikel 14ter van de wet- ten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. De verzoekende partij heeft schriftelijke opmerkingen doen gelden en heeft een verzoekschrift ingediend dat strekt tot de toepassing van de artikelen 35/1 en 36, § 1, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een aanvullend verslag opgesteld, op grond van artikel 93, tweede lid, van het besluit van de Re- gent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟. IX-9242-2/9 Met toepassing van artikel 90, § 1, vierde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met drie leden. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 mei
  5. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Christiaan Lesaffer, die verschijnt voor de verzoe- kende partij, advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Cédric Labens, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn ge- hoord. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven, behalve wat het bedrag van de kosten betreft. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten 3.
  7. Op 16 mei 2017 verschijnt in het Belgisch Staatsblad een op- roep tot kandidaatstelling voor erkenning als lokale radio-omroeporganisatie. Verzoekster stelt zich kandidaat als lokale radio- omroeporganisatie voor frequentiepakket
  8. IX-9242-3/9 Op 1 december 2017 beslist de Vlaamse minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel evenwel met het thans bestreden besluit dat de beoogde erkenning wordt verleend aan Radio Breydel. 3.
  9. Bij arrest nr. 242.804 van 25 oktober 2018 vernietigt de Raad van State het besluit van de Vlaamse regering van 21 april 2017 „houdende bepa- ling van het aantal particuliere landelijke, regionale, netwerk- en lokale radio- omroeporganisaties dat kan worden erkend en houdende de opstelling van het frequentieplan en de vaststelling van de frequentiepakketten die ter beschikking worden gesteld van de particuliere landelijke, regionale, netwerk- en lokale radio- omroeporganisaties‟ (hierna: het frequentiebesluit). 3.
  10. Op 29 maart 2019 neemt de Vlaamse regering een nieuw be- sluit „houdende bepaling van het aantal particuliere landelijke, regionale, net- werk- en lokale radio-omroeporganisaties dat kan worden erkend en houdende de opstelling van het frequentieplan en de vaststelling van de frequentiepakketten die ter beschikking worden gesteld van de particuliere landelijke, regionale, net- werk- en lokale radio-omroeporganisaties‟. Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 4 april 2019 en treedt diezelfde dag in werking. 3.
  11. Bij ministerieel besluit van 5 april 2019 wordt het thans bestre- den besluit opgeheven omdat het, aldus is te lezen in de considerans van het op- heffingsbesluit, “niet langer over de wettelijk vereiste rechtsgrond beschikt voor wat de toegekende frequentie betreft” en “het dus aangewezen is het besluit dat niet meer over de vereiste rechtsgrond beschikt uit de rechtsorde te verwijderen”. Bij een ander ministerieel besluit van dezelfde datum wordt de tussenkomende partij opnieuw erkend als lokale radio-omroeporganisatie voor frequentiepakket
  12. IX-9242-4/9 IV. Ontvankelijkheid Exceptie
  13. Op de terechtzitting werpt de verwerende partij op dat het be- roep zijn voorwerp heeft verloren en doelloos is geworden, ingevolge de tussen- gekomen opheffing bij ministerieel besluit van 5 april
  14. Beoordeling
  15. Een opheffing geldt enkel voor de toekomst. Dat het beroep geen voorwerp meer heeft, is dan ook een on- juiste gevolgtrekking. Ingevolge de nietigverklaring van het frequentiebesluit kan verzoekster niet meer hopen om nog een erkenning te krijgen op grond van dat besluit. Dit neemt niet weg, dat het bestreden besluit – en de eruit blijkende wei- gering om verzoekster te erkennen – tot aan de datum van zijn opheffing uitwer- king heeft gehad en dat verzoekster de toepassing en de gevolgen ervan heeft moeten ondergaan. De verwerende partij toont niet aan dat verzoekster aan de ge- vorderde nietigverklaring geen enkel voordeel meer kan ontlenen; het is in dit verband des te opvallender dat zij in de considerans van het opheffingsbesluit aanneemt dat het thans bestreden besluit “uit de rechtsorde te verwijderen [is]” – wat op een intrekking alludeert – maar het vervolgens enkel opheft en er dus zelf ook voor kiest om de rechtsgevolgen ervan overeind te houden. Daar voegt zich nog aan toe dat zij vervolgens opnieuw dezelfde erkenning aan dezelfde begun- stigde verleent en zulks zonder nieuwe oproep of onderzoek van dossiers, maar louter op grond van de onder de toepassing van het vernietigde frequentiebesluit IX-9242-5/9 geformuleerde rangschikking, wat evenmin van aard is om te concluderen tot een verloren belang.
  16. Uit wat voorafgaat volgt dat de exceptie niet wordt aangeno- men. V. Toepassing van de kortedebattenprocedure
  17. Bij arrest nr. 242.804 van 25 oktober 2018 heeft de Raad van State het frequentiebesluit van de Vlaamse regering van 21 april 2017 vernietigd. Alzo ontbeert het thans bestreden ministerieel besluit de nood- zakelijke rechtsgrond.
  18. Anders dan de verwerende partij opwerpt op de terechtzitting, mag de Raad van State dit middel, dat de openbare orde raakt, ambtshalve in aanmerking nemen. Bovendien, zo blijkt uit artikel 14, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, geeft deze onregelmatigheid die de onbevoegdheid van de steller van de rechtshandeling betreft, aanleiding tot een nietigverklaring ongeacht of de verzoekende partij een belang kan aantonen bij dergelijk middel.
  19. Het auditoraat heeft dan ook terecht voorgesteld om deze zaak met een kort debat af te doen. VI. Toepassing artikel 14ter RvS-Wet – handhaving van de gevolgen Verzoeken
  20. De verwerende partij vraagt de Raad te bevelen “dat de tussen- komende partij verder kan genieten van de rechten die voortvloeien uit het desge- IX-9242-6/9 vallend […] vernietigde besluit totdat het nieuwe reglementaire frequentiebesluit is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad”. De tussenkomende partij vraagt de Raad te bevelen dat zij “verder kan genieten van de rechten en rechtsgevolgen die voortvloeien uit het desgevallend […] vernietigde besluit totdat het nieuwe reglementaire frequentie- besluit is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en indien nodig, tot de nieuwe beslissing tot erkenning van vzw Radio Breydel is genomen na publicatie van het nieuwe reglementaire frequentiebesluit in het Belgisch Staatsblad”. Beoordeling
  21. De verwerende partij en de tussenkomende partij beogen aldus te vermijden dat de tussenkomende partij na een nietigverklaring en in afwach- ting van een nieuw reglementair frequentiebesluit haar activiteiten als lokale ra- dio-omroeporganisatie zou moeten stopzetten. De verwerende partij gaat er – al dan niet terecht – van uit dat de bekendmaking van het nieuwe frequentiebesluit volstaat om dit te verhelpen. De tussenkomende partij is voorzichtiger en wenst ook “de nieuwe beslissing tot erkenning” genomen zien worden.
  22. Sinds het neerleggen van haar verzoek tot handhaving van de gevolgen heeft de verwerende partij echter niet stilgezeten. Het “nieuwe reglementaire frequentiebesluit” is ondertussen gepubliceerd, in het Belgisch Staatsblad van 4 april
  23. Meer nog, op 5 april 2019 is vervolgens “de nieuwe beslissing tot erkenning van vzw Radio Breydel” genomen en ze is met een brief van 9 april 2019 aan de tussenkomende partij ter kennis gebracht. IX-9242-7/9
  24. Voor een beoordeling van hun verzoeken, volstaat thans dan ook de feitelijke vaststelling dat de tussenkomende partij bij ministerieel besluit van 5 april 2019 opnieuw is erkend en haar activiteiten voortzet op grond van die erkenning en de daaraan gekoppelde zendvergunning. De verwerende partij heeft met dit nieuwe erkenningsbesluit zelf reeds het gevreesde gevolg van de nietigverklaring vermeden. Er is hoe dan ook geen reden meer om nog te bevelen dat de tussenkomende partij haar rechten “verder kan genieten” op grond van de bestre- den erkenning, aangezien zij thans over een nieuwe erkenning beschikt. VII. Verzoek toepassing artikel 35/1 en artikel 36, § 1, RvS-Wet
  25. Op de terechtzitting doet verzoekster afstand van haar vraag om toepassing van artikel 35/1 en artikel 36, § 1, RvS-Wet. VIII. Kosten
  26. Voor zover de tussenkomende partij een rechtsplegingsvergoe- ding vordert, volstaat het deze partij erop te wijzen dat een tussenkomende partij geen rechtsplegingsvergoeding kan genieten (artikel 30/1, laatste lid, RvS-Wet). BESLISSING
  27. De Raad van State vernietigt het ministerieel besluit van 1 december 2017 ‘houdende de erkenning als lokale radio-omroeporganisatie van Radio Breydel voor Frequentiepakket 41 Brugge [102.7 FM]’.
  28. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van IX-9242-8/9 400 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 18 juni 2019, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9242-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.816 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.644 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.