id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.869 Rolnummer: A. 221948/VII-39954 Zaak: Arrest 244869 - Milieuvergunningen - 20/06/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-07-01 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-21 22:25 Fiche Arrest nr 244.869 van 20 juni 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 244.869 van 20 juni 2019 in de zaak A. 221.948/VII-39.
- In zake :
- de BVBA HENS RECYCLING
- de NV REVABO bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ria Hens kantoor houdend te 2000 Antwerpen Verlatstraat 23-25 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Isabelle Verhelle kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen :
- Philip MAES
- Robert VAN HEYST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Reiner Tijs kantoor houdend te 2000 Antwerpen Nassaustraat 37-41 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 12 april 2017, strekt tot de nietigverklaring van: “
- Het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw dd. 8 februari 2017 waarin het beroep ingesteld […] tegen de beslissing van de waarnemend burgemeester om geen bestuurlijke maatregel op te leggen ten aanzien van de verzoekende partijen, wordt gegrond verklaard en waarbij conform VII-39.954-1/4 artikel 67 van het Milieuhandhavingsbesluit het dossier wordt teruggestuurd naar de waarnemend burgemeester van de gemeente Brasschaat voor heroverweging rekening houdende met het ministerieel besluit van 8 februari
- Het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw dd. 16 maart 2017 waarbij het willig beroep van verzoekende partijen tegen het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw dd. 8 februari 2017 wordt afgewezen”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partijen hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 12 juni
- De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op 6 maart
- Op 10 mei 2019 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- VII-39.954-2/4 III. Beoordeling
- In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partijen melding gemaakt van artikel 21, zevende lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De verzoekende partijen hebben binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zevende lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te hunner aanzien een vermoeden van afstand van het geding. De hoofdgriffier heeft de verzoekende partijen medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen zouden vragen om te worden gehoord. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Er bestaat aanleiding om de afstand van het geding uit te spreken. BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, elk voor de helft, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij. VII-39.954-3/4 De tussenkomende partijen worden verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 300 euro, elk voor de helft.
- Het teveel betaalde rolrecht ten belope van 400 euro wordt terugbetaald aan de verzoekende partijen, elk voor de helft. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig juni tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Patricia De Somere VII-39.954-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.869 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div