← België

Arrest 244878 - Dierenwelzijn - 20/06/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.878 Rolnummer: A. 227797/VII-40522 Zaak: Arrest 244878 - Dierenwelzijn - 20/06/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-06-27 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-21 22:17 Fiche Arrest nr 244.878 van 20 juni 2019 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 244.878 van 20 juni 2019 in de zaak A. 227.797/VII-40.

  1. In zake : Rafaël UYTDENHOUWEN wonende te 3454 Rummen Dullaerstraat 14 alwaar woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 18 februari 2019, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de dienst Dierenwelzijn van 30 januari 2019 tot in beslagname van een hond Dalmatiër reu, met chipnummer
  3. II. Verloop van de rechtspleging
  4. Auditeur Anja Somers heeft een verslag overeenkomstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: algemeen procedurereglement) opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 juni
  5. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. VII-40.522-1/4 Verzoeker, die verschijnt in persoon, is gehoord. Auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten 3.
  7. Artikel 42, § 3, van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn de dieren luidt: “§
  8. Het in paragraaf 1 bedoelde beslag wordt van rechtswege opgeheven door de in paragraaf 2 bedoelde beslissing of, bij het uitblijven van dergelijke beslissing, na een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum van inbeslagname.” 3.
  9. Op 30 januari 2019 wordt een proces-verbaal van vaststelling van overtreding opgesteld lastens verzoeker naar aanleiding van een controle van dieren. 3.
  10. Volgende dieren worden in beslag genomen: een pony, een zwart paardje, een ezel, twee geiten, vijf kippen, twee Duitse Doggen en een Dalmatiër. Dit is volgens het verzoekschrift de bestreden beslissing (“Met deze dien ik bezwaar in tegen de in beslag name van de hond Dalmatiër reu 3/1/16 chipnummer 960000009759497”). 3.
  11. Met een beslissing van 5 februari 2019 worden de dieren in toepassing van artikel 42, § 2, van de hierboven vermelde wet definitief in volle eigendom gegeven aan de erkende dierenasielen, die hiermee instemmen. VII-40.522-2/4 IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  12. Verzoeker zet het volgende uiteen: “Met deze dien ik bezwaar in tegen de in beslag name van de hond Dalmatiër reu 3/1/16 chipnummer
  13. Wij zouden die graag terug hebben wat er zijn al jaren valse beschuldigingen en worden steeds geviseerd zowel door politie als door buren. U vind hierbij een kopij van Pro Justitia van de inbeslagname met de nodige gegevens. Ze maken van een mug drie olifanten.”
  14. Artikel 2, § 1, 3°, van het algemeen procedurereglement bepaalt dat het verzoekschrift een uiteenzetting van de middelen moet bevatten. Een middel bestaat uit de omschrijving van de geschonden geachte rechtsregel en van de wijze waarop die regel door de bestreden beslissing zou zijn geschonden. Het staat niet aan de Raad van State om het middel in de plaats van de verzoeker uiteen te zetten. Verzoeker formuleert het verzoek om één van de in beslag genomen dieren terug te krijgen met de niet nader gestaafde bewering dat het om valse beschuldigingen gaat en dat hij steeds wordt geviseerd. Hij voert in zijn inleidende akte voorts niet aan welke bepaling of beginsel zou zijn geschonden. Hij zet evenmin uiteen op welke wijze die bepaling of dat beginsel zou zijn geschonden.
  15. Het staat niet aan de Raad van State om het middel in de plaats van de verzoekende partij uiteen te zetten. Er kan alleen rekening worden gehouden met hetgeen daarover in het verzoekschrift werd uiteengezet en gestaafd. De Raad van State kan geen acht slaan op hetgeen ter terechtzitting nog door de verzoekende partij wordt bijgebracht. De verwerende partij kan daarop immers niet meer schriftelijk repliceren en de auditeur kan daarover niet op een deugdelijke wijze advies verlenen in een procedure die op grond van artikel 22 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State essentieel schriftelijk is. Om die VII-40.522-3/4 redenen heeft de vraag tot uitstel, die verzoeker ter terechtzitting formuleert, geen zin. Het verzoekschrift bevat geen ontvankelijk middel zodat het beroep zelf onontvankelijk is.
  16. Vermits korte debatten volstaan om te komen tot de bovenvermelde conclusie, kan in het huidige geval de zaak op grond van artikel 93 van het algemeen procedurereglement definitief worden beslecht. BESLISSING
  17. De Raad van State verwerpt het beroep.
  18. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig juni tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.522-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.878 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.