← België

Arrest 244879 - Dierenwelzijn - 20/06/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.879 Rolnummer: A. 227904/VII-40529 Zaak: Arrest 244879 - Dierenwelzijn - 20/06/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-06-27 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-21 22:19 Fiche Arrest nr 244.879 van 20 juni 2019 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 244.879 van 20 juni 2019 in de zaak A. 227.904/VII-40.

  1. In zake : Emmy D’HAESELEER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Stijns Philipssite 5, 2e verd. 3001 Leuven bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 16 april 2019, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de dienst Dierenwelzijn van 9 januari 2019 waarbij in toepassing van artikel 42, § 2 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, vijf katten en de hond van verzoekster worden toegewezen aan het asiel van Koksijde dat hiermee instemt. Verzoekster vraagt de teruggave van de hond. II. Verloop van de rechtspleging
  3. Auditeur Anja Somers heeft een verslag overeenkomstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: algemeen procedurereglement) opgesteld. VII-40.529-1/4 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 juni
  4. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ruben Eyskens, die loco advocaat Jan Stijns verschijnt voor verzoekster, is gehoord. Auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. Op 2 januari 2019 worden vijf katten en een hond in beslag genomen wegens verwaarlozing. De politie PZ Middelkerke stelt proces-verbaal BG.63.L8.000024/2019 op. 3.
  7. Met een beslissing van 9 januari 2019 worden de dieren in toepassing van artikel 42, § 2, van de hierboven vermelde wet definitief in volle eigendom gegeven aan het asiel van Koksijde, dat hiermee instemt. IV. Ontvankelijkheid van het beroep Standpunt van verzoekster
  8. Verzoekster zet het volgende uiteen: “Met dit schrijven wil ik beroep aantekenen tegen de beslissing genaamd Lady (Amerikaanse Cocker Spaniël, chipnummer 967000009305975). VII-40.529-2/4 Ik ga hiermee niet akkoord met deze beslissing. Ik zou haar graag terug willen, ik mis haar enorm. Wat betreft verblijfadres dat zou vanaf week 16 in orde zijn”. Beoordeling
  9. Artikel 2, § 1, 3°, van het algemeen procedurereglement bepaalt dat het verzoekschrift een uiteenzetting van de middelen moet bevatten. Een middel bestaat uit de omschrijving van de geschonden geachte rechtsregel en van de wijze waarop die regel door de bestreden beslissing zou zijn geschonden. Het staat niet aan de Raad van State om het middel in de plaats van de verzoekende partij uiteen te zetten. Er kan alleen rekening worden gehouden met hetgeen daarover in het verzoekschrift werd uiteengezet en gestaafd. De Raad van State kan geen acht slaan op hetgeen ter terechtzitting nog door de verzoekende partij wordt bijgebracht. De verwerende partij kan daarop immers niet meer schriftelijk repliceren en de auditeur kan daarover niet op een deugdelijke wijze advies verlenen in een procedure die op grond van artikel 22 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State essentieel schriftelijk is.
  10. Verzoekster vraagt om één van de dieren terug te krijgen. Zij voert in het verzoekschrift niet aan welke bepaling of beginsel zou geschonden zijn, zij zet evenmin uiteen op welke wijze die bepaling of dat beginsel zou geschonden zijn. Het verzoekschrift bevat geen ontvankelijk middel zodat het beroep zelf onontvankelijk is.
  11. Vermits korte debatten volstaan om te komen tot de bovenvermelde conclusie, kan in het huidige geval de zaak op grond van artikel 93 van het algemeen procedurereglement definitief worden beslecht. VII-40.529-3/4 BESLISSING
  12. De Raad van State verwerpt het beroep.
  13. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig juni tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.529-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.879 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.