← België

Arrest 244880 - Dierenwelzijn - 20/06/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.880 Rolnummer: A. 226120/VII-40372 Zaak: Arrest 244880 - Dierenwelzijn - 20/06/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-06-27 Raadplegingen: 71 - laatst gezien 2026-06-24 01:21 Fiche Arrest nr 244.880 van 20 juni 2019 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 244.880 van 20 juni 2019 in de zaak A. 226.120/VII-40.

  1. In zake : Gerda KERRINCKX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Aerts kantoor houdend te 9000 Gent Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jean-François De Bock en Rikkert Schoofs kantoor houdend te 1050 Brussel Waterloosesteenweg 612 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 10 september 2018, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit tot bestemming van 9 juli 2018 van het Vlaams Gewest, Departement Omgeving, Afdeling Strategie, Internationaal Beleid Dierenwelzijn, Inspectiedienst Dierenwelzijn, waarbij de hond, een Lhasa Apso met microchipnummer 981100002788077 in toepassing van artikel 42, §2 van de Wet Dierenwelzijn, definitief in volle eigendom wordt gegeven aan het asiel in Brugge”. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en verzoekster heeft een memorie van wederantwoord ingediend. VII-40.372-1/6 Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag overeenkomstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 juni
  4. Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Sandro Di Nunzio, die loco advocaat Paul Aerts verschijnt voor verzoekster, en advocaat Rikkert Schoofs, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. De lokale politie stelt op 30 juni 2018 ten laste van verzoekster proces-verbaal op wegens inbreuken op het dierenwelzijn. Naar aanleiding van die vaststellingen worden drie honden, waarvan er reeds twee zijn gestorven, in beslag genomen. 3.
  7. De inspectie Dierenwelzijn beslist op 9 juli 2018 om de nog levende hond, in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, definitief in volle eigendom te geven aan het dierenasiel dat daarmee instemt. Dit is de bestreden beslissing. VII-40.372-2/6 Deze wordt als volgt gemotiveerd: “Gelet op het feit dat het zeer warm (25°C - 30°C) was en dit al dagen op voorhand door de weerdienst voorspeld werd; Gelet op het feit dat Berner Sennenhonden doorgaans niet goed tegen de warmte kunnen en een dikke vacht hebben; Gelet op het feit dat betrokkene een nierdialyse moest ondergaan wat doorgaans verschillende uren in beslag neemt; Gelet op de vaststellingen opgenomen in het PV van de politie waaruit overtredingen van artikel 4 van de wet van 14/8/1986 blijken; Gelet op het feit dat betrokkene geen antwoord heeft op de vraag waarom ze geen opvang heeft voorzien wat wijst op weinig verantwoordelijkheid en een gebrek aan het voldoende treffen van preventieve maatregelen bij heel warm weer; Gelet op het feit dat betrokkene zich erg gelaten gedraagt en geen enkele emotie vertoonde; Gelet op het feit dat betrokkene uitdrukkelijk dient bevolen te worden om zich te ontfermen over de Lhasa Apso en betrokkene ondanks het gegeven bevel geen aandacht schenkt aan deze hond; Gelet op het feit dat betrokkene geen enkele poging onderneemt om de politiediensten bij te staan bij het verzorgen van de honden; Gelet op het feit dat betrokken meent dat ze alles heeft gedaan wat zij kon wat wijst op weinig kennis van de noden van een hond bij warm weer; Gelet op het feit dat zij denkt dat zij niet meer kon doen dan de wagen in de schaduw te plaatsen wat duidt op weinig kennis van de noden van een hond bij warm weer; Gelet op het feit dat de auto reeds om 15.00 uur werd opgemerkt en dat er via de intercom van het ziekenhuis gevraagd werd dat de eigenaar van de auto met vermelding van betrokkene haar nummerplaat zich naar dit voertuig diende te begeven en dat dit zowel om 15u als om 16u30 werd afgeroepen in het ziekenhuis maar betrokkene pas veel later is komen opdagen; Gelet op het feit dat betrokkene beweert niets gehoord te hebben van wat werd afgeroepen via de intercom; Gelet op het feit dat betrokkene ondanks alle oproepen via intercom in het ziekenhuis pas om 17u30 is komen opdagen bij haar wagen; Gelet op het feit dat betrokkene haar wagen parkeerde om 11u53 en betrokkene in haar verhoor verklaarde dat zij bij haar honden gebleven is tot 12u30 waaruit men kan afleiden dat de honden minstens 5 uur in de warme auto hebben verbleven zonder dat betrokkene zich hierover ontfermde of liet nagaan of alles in orde was met haar honden; Gelet op het feit dat betrokkene geen aandacht schenkt aan haar overleden hond en deze niet wil bedekken met een deken of iets dergelijks; Gelet op het feit dat betrokkene zich arrogant gedraagt tijdens het verhoor, uit de hoogte doet ten aanzien van de politie en in tweede instantie haar medewerking weigert te verlenen; Gelet op het feit dat betrokkene weinig schuldbesef lijkt te hebben; Gelet op het feit dat de Berner Sennen die zich in kritieke toestand bevond en onmiddellijk door de asielmedewerkers naar de dierenarts verbonden aan het VII-40.372-3/6 asiel werd binnen gebracht, een lichaamstemperatuur vertoonde van 43 à 44°C wat duidt op oververhitting; Gelet op het feit dat bij aankomst van de politie er al een Berner Sennenhond dood lag in de auto van betrokkene en dat de Berner Sennen die zich in kritieke toestand bevond, zwaar aan het ademen was en de Lhasa Apso op zijn zijkant lag en aan het snakken was naar adem wat mogelijk wijst op oververhitting van de honden; Gelet op het feit dat alle 4 ramen maar op een kier (5 à 10 cm) geopend waren wat veel te weinig is bij dergelijke warme temperaturen; Gelet op het feit dat betrokkene weet dat een dialyse zeker 4 uur duurt; Gelet op het feit dat betrokkene wel degelijk op de hoogte was dat het een warme dag ging worden en de zon zich tijdens de dag verplaatst en de wagen die origineel deels in de schaduw werd gesteld mogelijk dus niet in de schaduw zou blijven staan; Gelet op het feit dat betrokkene wist dat de honden niet in de vakantiewoning mochten blijven en niet gezocht heeft voor een goede opvang terwijl zij behandeld werd, wat wijst op weinig verantwoordelijkheid; Gelet op het feit dat betrokkene geen extra water heeft voorzien voor de honden terwijl zij zelf binnen was in het ziekenhuis om de honden hun water anders omstoten, wat wijst op weinig kennis van de noden van een hond bij warm weer; Gelet op het feit dat het ter beschikking van water hebben nochtans een primaire levensbehoefte is; Gelet op het feit dat honden niet kunnen zweten zoals mensen en enkel kunnen afkoelen via onder andere hun voetkussentjes en de tong en het ter beschikking hebben van fris drinkwater bij dergelijke warmtetemperaturen des te belangrijker is om te kunnen afkoelen wat dus niet gedaan werd door betrokkene; Gelet op het feit dat betrokkene in haar verhoor verklaart dat ze al gedurende haar hele leven honden heeft gehad en ook terdege bewust is van de gevaren van het achter laten van honden in een hete auto maar blijkbaar toch haar honden heeft achter gelaten en geen andere oplossing heeft gezocht om dit te vermijden; Gelet op het feit dat betrokkene meedeelt dat zij haar honden als haar kinderen beschouwt maar geen enkele emotie vertoont bij het zien van de gestorven hond en niet helpt bij de verzorging van de overige toen nog levende honden; Gelet op het feit dat de honden in orde zijn met hun identificatie en registratie; Gelet op het voorlopige (histologie volgt nog later) autopsieverslag van beide honden dat op 4/7/18 werd ontvangen waarin onder de rubriek ‘autopsiecommentaar’ staat dat -voor de hond met microchipnummer 967000009471421 het macroscopisch beeld overeenkomt met sterfte ten gevolge van cardiovasculaire shock ten gevolge van omgevingshyperthermie, dit wil zeggen ten gevolge een hitteshock in een te warme omgeving zoals een auto. Dit dier heeft een uitgesproken postmortaal verval wat te verklaren is wanneer het lijk een tijd in VII-40.372-4/6 een te warme omgeving gelegen heeft (vb. nog tijd in een warme auto gelegen na sterfte) -voor de hond met [microchipnummer] 967000000554587 [het] macroscopisch beeld overeenkomt met sterfte ten gevolge van cardiovasculaire shock ten gevolge van omgevingshyperthermie, dit wil zeggen ten gevolge een hitteshock in een te warme omgeving zoals een auto. Verder onderzoek wordt uitgevoerd. Gelet op het feit dat betrokkene tweemaal naar onze dienst heeft gebeld om een update te krijgen in verband met de nog levende hond; Gelet op het feit dat de hond geen reële verkoopwaarde, minstens geen waarde heeft die in verhouding staat tot de kosten van transport, opvang, huisvesting en verzorging overeenkomstig zijn ethologische en fysiologische behoeften”. IV. Ontvankelijkheid van het beroep
  8. Er is geen enkele mogelijkheid meer dat de verwerende partij kan beslissen, gelet op de plaatsing door het asiel van de hond in een adoptiefamilie, om het dier terug te geven aan verzoekster. Er is vóór het instellen van het annulatieberoep een overeenkomst gesloten met het dierenasiel, dat heeft ingestemd met de eigendomsoverdracht. Een gebeurlijke vernietiging van de bestreden bestemmingsbeslissing kan verzoekster bijgevolg het door haar nagestreefde voordeel niet meer opleveren. Verzoeksters recht van toegang tot de rechter wordt te dezen niet in het gedrang gebracht. Er staan voor haar immers nog andere juridische actiemogelijkheden open om desgevallend schadeherstel te verkrijgen.
  9. Het beroep is niet ontvankelijk.
  10. Vermits korte debatten volstaan om te komen tot de bovenvermelde conclusie, kan in het huidige geval de zaak op grond van artikel 93 van het algemeen procedurereglement definitief worden beslecht. VII-40.372-5/6 V. Rechtsplegingsvergoeding
  11. Aangezien het beroep wordt verworpen wegens de definitieve toestand die is ontstaan ten gevolge van de plaatsing van de hond, kan de verwerende partij in het huidige geval niet worden beschouwd als een “in het gelijk gestelde partij” in de zin van artikel 30/1, § 1, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  12. Zij kan bijgevolg geen aanspraak maken op de toekenning van een rechtsplegingsvergoeding. BESLISSING
  13. De Raad van State verwerpt het beroep.
  14. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig juni tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.372-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.880 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.