id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.881 Rolnummer: A. 227662/VII-40513 Zaak: Arrest 244881 - Dierenwelzijn - 20/06/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-06-27 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-21 07:19 Fiche Arrest nr 244.881 van 20 juni 2019 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 244.881 van 20 juni 2019 in de zaak A. 227.662/VII-40.
- In zake : Daisy MOÏSE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Geens kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Guillaume Vyncke kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het enig verzoekschrift, ingediend op 19 maart 2019, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring van de “beslissing van de Vlaamse Overheid, departement Omgeving, afdeling Strategie, Internationaal Beleid en Dierenwelzijn van 18 januari 2019 genomen in toepassing van artikel 42 § 2, van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, tot de definitieve toekenning in volle eigendom van 3 honden aan het dierenasiel”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. VII-40.513-1/4 Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag overeenkomstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 juni
- Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Deborah Smets, die loco advocaat Steve Ronse verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Afstand
- De raadsman van verzoekster schrijft op 11 juni 2019 het volgende: “Ik verwijs naar het auditeursverslag van 24 april 2019 en de bijkomende stukken die door de verwerende partij werd[en] overgemaakt per fax op 11 juni
- Er kan worden vastgesteld dat de drie honden, die het voorwerp uitmaken van de procedure, allen werden geadopteerd door een derde. De vernietiging van de bestreden beslissing kan de verzoekende partij daarom actueel geen voordeel meer verschaffen. De verzoekende partij sluit zich aan bij het standpunt van de auditeur. De verwerende partij kan in deze situatie geen aanspraak maken op een rechtsplegingsvergoeding aangezien ze niet kan worden beschouwd als een „in VII-40.513-2/4 het gelijk gestelde partij‟ in de zin van artikel 30/1, § 1, eerste lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State”. Dit moet worden beschouwd als een afstand van het geding. IV. Rechtsplegingsvergoeding
- De verwerende partij heeft in het kader van de vordering tot schorsing, die verzoekster eveneens met dezelfde inleidende akte heeft ingesteld, een nota met opmerkingen ingediend, waarin zij de toekenning vraagt van “de rechtsplegingsvergoeding in de schorsingsprocedure”. Zij heeft een administratief dossier ingediend en heeft, op verzoek van de auditeur, in het kader van de kortedebattenprocedure, bijkomende stukken ingediend. Haar raadsman is ter terechtzitting verschenen. In de gegeven omstandigheden kan zij wel degelijk aanspraak maken op de toekenning van een rechtsplegingsvergoeding. BESLISSING
- De Raad van State verleent akte van de afstand van het geding.
- Verzoekster wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij. VII-40.513-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twintig juni tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.513-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.881 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.