← België

Arrest 244898 - Overheidsopdrachten - 20/06/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.898 Rolnummer: A. 227514/XII-8698 Zaak: Arrest 244898 - Overheidsopdrachten - 20/06/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-06-27 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-21 22:39 Fiche Arrest nr 244.898 van 20 juni 2019 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 244.898 van 20 juni 2019 in de zaak A. 227.514/XII-8698 In zake: de NV HENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ria Hens kantoor houdend te 2000 Antwerpen Verlatstraat 23-25 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de PROVINCIE WEST-VLAANDEREN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jo Goethals kantoor houdend te 8800 Roeselare Kwadestraat 151B/41 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV DEVAGRO bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Mathy Depuydt en Vallery Declercq kantoor houdend te 8570 Anzegem Kerkstraat 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 5 april 2019, strekt tot de nietigverklaring van : “• De beslissing van de Deputatie van de provincie West-Vlaanderen d.d. 7 februari 2019 waarbij beslist wordt de offerte van [de nv Hens] voor de overheidsopdracht „Integraal waterproject - Aanleggen van een XII-8698-1/5 gecontroleerd overstromingsgebied op de Maalbeek te Anzegem‟, bestek WAT/18/31 niet te selecteren; • De beslissing van de Deputatie van de provincie West-Vlaanderen d.d. 7 februari 2019 om de opdracht voor werken „Integraal waterproject – Aanleggen van een gecontroleerd overstromingsgebied op de Maal- beek te Anzegem‟ te gunnen aan Devagro NV […] voor een bedrag van € 843.412,50 excl. BTW, hetzij € 1.025.369,13 incl. BTW. • De impliciete beslissing van de Deputatie van de provincie West-Vlaanderen d.d. 7 februari 2019 om de opdracht voor werken „Integraal waterproject – Aanleggen van een gecontroleerd overstro- mingsgebied op de Maalbeek te Anzegem‟ niet aan [de nv Hens] te gunnen.” II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 244.060 van 28 maart 2019 is de schorsing bevolen van het besluit van de deputatie van de provincie West-Vlaanderen van 7 februari 2019 waarbij de opdracht voor werken : integraal waterproject – Aanleggen van een gecontroleerd overstromingsgebied op de Maalbeek te Anzegem wordt gegund aan de nv Devagro, en is de vordering voor het overige verworpen. Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 juni
  3. Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ria Hens, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Jo Goethals, die verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Mathy Depuydt, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. XII-8698-2/5 Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Toepassing van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’
  5. De bestreden beslissing is bij besluit van de deputatie van de provincie West-Vlaanderen van 4 april 2019 ingetrokken, zodat het beroep zonder voorwerp is gevallen en „doelloos‟ is geworden, als bedoeld in artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟. IV. Kosten
  6. Gelet op de intrekking van de bestreden beslissing past het de kosten van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring ten laste te leggen van de verwerende partij. Er is te dezen grond om met toepassing van deze bepalingen de verzoekende partij zowel voor de schorsingsprocedure als voor de vernietigings- procedure een rechtsplegingsvergoeding toe te kennen, nu zij door de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing bij arrest nr. 244.060 van 28 maart 2019 en door de intrekking van deze beslissing in de loop van de vernietigingsprocedure, telkens als de in het gelijk gestelde partij dient te worden beschouwd. XII-8698-3/5 Het feit dat het beroep tot nietigverklaring werd ingesteld één dag nadat de bestreden beslissing werd ingetrokken doet, in tegenstelling tot hetgeen de verwerende partij ter terechtzitting betoogt, niet anders besluiten. De verwerende partij toont niet aan en beweert overigens ook niet dat de verzoekende partij op het ogenblik van het instellen van het beroep tot nietigverklaring op de hoogte was van de intrekkingsbeslissing. De verzoekende partij is er evenmin toe gehouden op het ogenblik van het instellen van het beroep bij de verwerende partij te informeren of zij de bestreden beslissing inmiddels al dan niet heeft ingetrokken.
  7. De tussenkomende partij vraagt om haar kosten, rechtsplegingsvergoeding inbegrepen, ten laste van de verzoekende partij te leggen. De kosten van de tussenkomst zijn ten laste van de tussenkomende partij, die door artikel 30/1, § 2, laatste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, uitdrukkelijk van het verkrijgen van een rechtsplegingsvergoeding wordt uitgesloten. BESLISSING
  8. De Raad van State verwerpt het beroep.
  9. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 40 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 1.400 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro. XII-8698-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 20 juni 2019, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Johan Bovin XII-8698-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.898 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.060 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.