id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.903 Rolnummer: A. 224097/IX-9206 Zaak: Arrest 244903 - Media - 20/06/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-06-26 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-21 22:24 Fiche Arrest nr 244.903 van 20 juni 2019 Onderwijs en cultuur - Media Beslissing : Vernietiging Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 244.903 van 20 juni 2019 in de zaak A. 224.097/IX-9206 In zake: de BVBA FM PROMOTION bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Butenaerts kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II-laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de VZW FM GOUD BREE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Gendt kantoor houdend te 3000 Leuven Koning Leopold I-straat 32 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 31 januari 2018, strekt tot de nietig- verklaring van het ministerieel besluit van 1 december 2017 „houdende de erken- ning als lokale radio-omroeporganisatie van FM Goud Bree voor Frequentiepak- ket 39 Bree [99.3 FM]; Kinrooi [107.9 FM]‟ “en bijgevolg de niet-erkenning van de bvba FM Promotion”. IX-9206-1/10 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 241.470 van 15 mei 2018 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen verworpen. De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge- diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs- rechtspraak van de Raad van State‟. De verwerende partij heeft een verzoekschrift ingediend dat strekt tot de toepassing van artikel 14ter van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- De verzoekende partij heeft schriftelijke opmerkingen doen gelden. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een aanvullend verslag opgesteld, op grond van artikel 93, tweede lid, van het besluit van de Re- gent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟. IX-9206-2/10 Met toepassing van artikel 90, § 1, vierde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met drie leden. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 mei
- Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Tanju Turkeli, die loco advocaat Stijn Butenaerts verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Tom De Gendt, die verschijnt voor de tussen- komende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 16 mei 2017 verschijnt in het Belgisch Staatsblad een op- roep tot kandidaatstelling voor erkenning als lokale radio-omroeporganisatie. Met het bestreden besluit verleent de Vlaamse minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel aan de vzw FM Goud Bree een erkenning als lokale radio-omroeporganisatie voor frequentiepakket 39 (Bree [99.3 FM]; Kinrooi [107.9 FM]). Zowel de vzw FM Goud Bree als verzoekster hebben zich IX-9206-3/10 kandidaat gesteld voor deze erkenning. Uit het bestreden besluit blijkt derhalve impliciet de weigering om aan verzoekster de voormelde erkenning te geven. 3.
- Bij arrest nr. 242.804 van 25 oktober 2018 vernietigt de Raad van State het besluit van de Vlaamse regering van 21 april 2017 „houdende bepa- ling van het aantal particuliere landelijke, regionale, netwerk- en lokale radio- omroeporganisaties dat kan worden erkend en houdende de opstelling van het frequentieplan en de vaststelling van de frequentiepakketten die ter beschikking worden gesteld van de particuliere landelijke, regionale, netwerk- en lokale radio- omroeporganisaties‟ (hierna: het frequentiebesluit). 3.
- Op 29 maart 2019 neemt de Vlaamse regering een nieuw be- sluit „houdende bepaling van het aantal particuliere landelijke, regionale, net- werk- en lokale radio-omroeporganisaties dat kan worden erkend en houdende de opstelling van het frequentieplan en de vaststelling van de frequentiepakketten die ter beschikking worden gesteld van de particuliere landelijke, regionale, net- werk- en lokale radio-omroeporganisaties‟. Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 4 april 2019 en treedt diezelfde dag in werking. 3.
- Bij ministerieel besluit van 5 april 2019 wordt het thans bestre- den besluit opgeheven omdat het, aldus is te lezen in de considerans van het op- heffingsbesluit, “niet langer over de wettelijk vereiste rechtsgrond beschikt voor wat de toegekende frequentie betreft” en “het dus aangewezen is het besluit dat niet meer over de vereiste rechtsgrond beschikt uit de rechtsorde te verwijderen”. Bij een ander ministerieel besluit van dezelfde datum wordt de tussenkomende partij opnieuw erkend als lokale radio-omroeporganisatie “voor frequentiepakket 39 Bree [99.3 FM]; Kinrooi [107.9 FM]”. IX-9206-4/10 IV. Precisering van het voorwerp van het beroep
- Het is niet geheel duidelijk of verzoekster enkel het ministerieel besluit van 1 december 2017 tot voorwerp maakt van haar beroep, dan wel of zij supplementair ook de uitdrukkelijke nietigverklaring vordert van de impliciete weigering om haar de beoogde erkenning te geven. Hierover ondervraagd op de terechtzitting, verklaart haar raadsman “geen instructies” te hebben. Hij weer- spreekt aldus niet de vaststelling die hij mocht lezen in het auditoraatsverslag dat uit de hierna uit te spreken nietigverklaring niet volgt dat verzoekster erkend moet worden voor het bedoelde frequentiepakket, zodat het beroep in die mate niet ontvankelijk is. De Raad valt deze exceptie bij. V. Ontvankelijkheid Excepties 5.
- Uitdrukkelijk hiernaar gevraagd op de terechtzitting, blijken de excepties van de verwerende partij en van de tussenkomende partij, die in het auditoraatsverslag werden onderzocht en op gemotiveerde wijze afgewezen, niet te worden gehandhaafd. 5.
- Op de terechtzitting werpt de verwerende partij wel op dat het beroep zijn voorwerp heeft verloren en doelloos is geworden, ingevolge de tus- sengekomen opheffing bij ministerieel besluit van 5 april
- Beoordeling
- Een opheffing geldt enkel voor de toekomst. IX-9206-5/10 Dat het beroep geen voorwerp meer heeft, is dan ook een on- juiste gevolgtrekking. Ingevolge de nietigverklaring van het frequentiebesluit kan verzoekster niet meer hopen om nog een erkenning te krijgen op grond van dat besluit. Dit neemt niet weg, dat het bestreden besluit – en de eruit blijkende wei- gering om verzoekster te erkennen – tot aan de datum van zijn opheffing uitwer- king heeft gehad en dat verzoekster de toepassing en de gevolgen ervan heeft moeten ondergaan. De verwerende partij toont niet aan dat verzoekster aan de ge- vorderde nietigverklaring geen enkel voordeel meer kan ontlenen; het is in dit verband des te opvallender dat zij in de considerans van het opheffingsbesluit aanneemt dat het thans bestreden besluit “uit de rechtsorde te verwijderen [is]” – wat op een intrekking alludeert – maar het vervolgens enkel opheft en er dus zelf ook voor kiest om de rechtsgevolgen ervan overeind te houden. Daar voegt zich nog aan toe dat zij vervolgens opnieuw dezelfde erkenning aan dezelfde be- gunstigde verleent en zulks zonder nieuwe oproep of onderzoek van dossiers, maar louter op grond van de onder de toepassing van het vernietigde frequentie- besluit geformuleerde rangschikking, wat evenmin van aard is om te concluderen tot een verloren belang.
- Uit wat voorafgaat volgt dat de exceptie niet wordt aangeno- men. VI. Onderzoek van het eerste middel Uiteenzetting
- Het eerste middel is genomen uit “de schending van artikel 1.1, artikel 5.5, artikel 7 van de Machtigingsrichtlijn, artikel 6 van de Kaderrichtlijn, eveneens genomen uit de schending van de formele motiveringsplicht als begin- IX-9206-6/10 sel van behoorlijk bestuur en de bepalingen van de artikel 2 en 3 van de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen”. Verzoekster voert aan dat het bestreden ministerieel besluit steunt op een onwettig frequentiebesluit en dus geen deugdelijke rechtsgrond heeft. Beoordeling
- Nog daargelaten dat de onbevoegdheid van de steller van de akte een middel is waarbij blijkens artikel 14, § 1, tweede lid, RvS-Wet geen be- lang moet worden aangetoond, heeft verzoekster belang bij dit middel. Een nieuw frequentiebesluit kan haar immers een nieuwe kans bieden op een erkenning. Het middel is ontvankelijk.
- Dat het middel ook gegrond is, wordt niet meer betwist. Bij arrest nr. 242.804 van 25 oktober 2018 is het frequentiebesluit immers vernietigd. Het auditoraat heeft dan ook terecht voorgesteld om deze zaak met een kort debat af te doen. VII. Toepassing artikel 14ter RvS-Wet – handhaving van de gevolgen Verzoek
- De verwerende partij vraagt de Raad te bevelen “dat de tussen- komende partij verder kan genieten van de rechten die voortvloeien uit het desge- vallend […] vernietigde besluit totdat het nieuwe reglementaire frequentiebesluit is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad”. IX-9206-7/10 Beoordeling
- De verwerende partij beoogt aldus te vermijden dat de tussen- komende partij na een nietigverklaring en in afwachting van een nieuw reglemen- tair frequentiebesluit haar activiteiten als lokale radio-omroeporganisatie zou moeten stopzetten. De verwerende partij gaat er – al dan niet terecht – van uit dat de bekendmaking van het nieuwe frequentiebesluit volstaat om dit te verhelpen.
- Sinds het neerleggen van haar verzoek tot handhaving van de gevolgen heeft de verwerende partij echter niet stilgezeten. Het “nieuwe reglementaire frequentiebesluit” is ondertussen gepubliceerd, in het Belgisch Staatsblad van 4 april
- Meer nog, met een brief van 9 april 2019 is vervolgens het nieuwe erkenningsbesluit van 5 april 2019 aan de tussenkomende partij ter kennis gebracht.
- Voor een beoordeling van haar verzoek, volstaat thans dan ook de feitelijke vaststelling dat de tussenkomende partij bij ministerieel besluit van 5 april 2019 opnieuw is erkend en haar activiteiten dus voortzet op grond van die erkenning en de daaraan gekoppelde zendvergunning. De verwerende partij heeft met dit nieuwe erkenningsbesluit zelf reeds het gevreesde gevolg van de nietigverklaring vermeden. Er is hoe dan ook geen reden meer om nog te bevelen dat de tussenkomende partij haar rechten “verder kan genieten” op grond van de bestre- den erkenning, aangezien zij thans over een nieuwe erkenning beschikt. IX-9206-8/10 VIII. Kosten
- Voor zover de tussenkomende partij een rechtsplegingsvergoe- ding vordert, volstaat het deze partij erop te wijzen dat een tussenkomende partij geen rechtsplegingsvergoeding kan genieten (artikel 30/1, laatste lid, RvS-Wet). BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het ministerieel besluit van 1 december 2017 ‘houdende de erkenning als lokale radio-omroeporganisatie van FM Goud Bree voor Frequentiepakket 39 Bree [99.3 FM]; Kinrooi [107.9 FM]’.
- De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. IX-9206-9/10 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 20 juni 2019, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9206-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.903 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.240.338 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.470 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.