id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.936 Rolnummer: A. 228398/VII-40576 Zaak: Arrest 244936 - Dierenwelzijn - 24/06/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-06-27 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-24 01:20 Fiche Arrest nr 244.936 van 24 juni 2019 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 244.936 van 24 juni 2019 in de zaak A. 228.398/VII-40.
- In zake : Mohammad ALSHAER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Liselotte Rector kantoor houdend te 3000 Leuven J.P. Minckelersstraat 164 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Deborah Smets kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 15 juni 2019, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de “beslissing tot bestemming van de Vlaamse overheid - departement Omgeving, afdeling Strategie, Internationaal beleid en Dierenwelzijn van 8 mei 2019 waarbij zijn hond in toepassing artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren definitief in volle eigendom wordt gegeven aan het erkend dierenasiel, dat daarmee instemt”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. VII-40.576-1/6 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 juni
- Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Nicolas D’haenens, die loco advocaat Liselotte Rector verschijnt voor verzoeker, en advocaat Deborah Smets, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De bestreden beslissing is als volgt gemotiveerd : “ Historiek Op 4 aprIl 2019 wordt door een Inspecteur van PZ Leuven het aanvankelijk pv met nr. LE63.LC0085811/2019 per mail aan onze dienst overgemaakt. Hieruit blijkt dat de politie een hond in beslag genomen heeft wegens onaangepast huisvesting. De hond is tijdelijk in een asiel ondergebracht in afwachting van de beslissing van onze dienst. Op 17 april 2019 aan onze dienst per mail het verhoor van betrokkene overgemaakt. Bestemming De hond met chipnummer 972273000574103 wordt, in toepassing van artikel 42 §2 van hierboven vermelde Wet, op bevel van de Dienst Dierenwelzijn, definitief in volle eigendom gegeven aan het asiel dat daarmee instemt. Motivatie van de beslissing Gelet op de vaststellingen in het aanvankelijk pv LE63.LC0085811/2019: -Controle op 15/3/2019: o De kamer waar de hond verblijft is rommelig; o Er ligt een deken langs het bed en aan het bed hangt een dunne leiband van ongeveer 30 cm; o In de kamer en gemeenschappelijke gang zijn er urinesporen aanwezig; o Betrokkene heeft geen werk en leeft van een uitkering; VII-40.576-2/6 o De politie legt een aantal mondelinge voorwaarden op: beter onderkomen (propere omgeving, opgeruimde kamer en aangepaste leiband; o De hond is niet getraind en luistert niet naar zijn baas. -Controle op 2/4/2019: o Betrokkene is niet aanwezig; o Volgens een getuige is de hygiënische toestand nog verergerd. -Controle op 3/4/2019: o De leefomstandigheden van de hond zijn ongewijzigd; o De hond is kort aangebonden aan het bed van betrokkene. Gelet op het verhoor van betrokkene waaruit blijkt dat: - Betrokkene zijn hond graag ziet; - Betrokkene niet werkt; - Betrokkene als oplossing voor de huisvesting aanbiedt dat de hond in het appartement van zijn moeder mag wonen; - Betrokkene psychische hulp krijgt sinds de inbeslagname van zijn hond; Gelet op het feit dat een Cane Corso: - een zeer intelligente en energieke hond is; - ongewenst gedrag kan vertonen indien hij zijn energie onvoldoende kwijt kan; - een consequente baas nodig heeft met duidelijke regels en leiding; Gelet op het feit dat bovenstaande erop wijst dat dit ras niet geschikt is om op een kleine oppervlakte te huisvesten; Gelet op het feit dat deze vaststellingen erop wijzen dat er niet voldaan wordt aan de ethologische en fysiologische behoeften van de hond; Gelet op het feit dat de kosten blijven oplopen; Gelet op het feit dat de hond geen reële verkoopwaarde, minstens geen waarde heeft die in verhouding staat tot de kosten van opvang. huisvesting en verzorging overeenkomstig zijn ethologische en fysiologische behoeften”. IV. Voorwaarden van de vordering tot schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. VII-40.576-3/6 V. Uiterst dringende noodzakelijkheid Uiteenzetting van verzoeker
- Met betrekking tot diligentie voert verzoeker aan: “Verzoeker kreeg kennis van de bestreden beslissing op 13 mei
- Beroepen moeten bij verzoekschrift worden ingediend binnen de 60 dagen na de kennisgeving van de beslissing waartegen ze zijn gericht. Gezien de bestreden beslissing dateert van 8 mei 2019 kan er geen redelijke twijfel over bestaan dat dit verzoekschrift tijdig ingediend werd. Het werd immers aangetekend verstuurd op dinsdag 11 juni 2019”.
- Met betrekking tot uiterst dringende noodzakelijkheid voert verzoeker aan: “Door de bestreden beslissing wordt César in volle eigendom gegeven aan het asiel dat daarmee instemt. Het asiel is met andere woorden gerechtigd om César af te staan aan een derde, waardoor verzoeker César op definitieve wijze kan verliezen. Dit dient te allen tijde vermeden te worden. Onderhavige procedure heeft als hoofddoel om César te recupereren. Verzoeker wenst zo snel mogelijk met César herenigd te worden. Voor zover César zou worden ondergebracht bij een derde, dan zal verzoeker César definitief verliezen. Aan de eerste cumulatieve voorwaarde is dus ontegensprekelijk voldaan”. Beoordeling
- Luidens artikel 16, § 1, eerste lid, 7°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, bevat het verzoekschrift waarin de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt aangevoerd daartoe “een uiteenzetting van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen”. Dit impliceert dat de verzoekende partij in zijn inleidend verzoekschrift aan de hand van precieze en concrete feitelijke gegevens aantoont dat de schorsing van de tenuitvoerlegging volgens de gewone procedure onherroepelijk te laat zal komen én dat zij als eisende partij al het nodige heeft gedaan om de schade te voorkomen en om de VII-40.576-4/6 zaak zo spoedig mogelijk aanhangig te maken bij de Raad van State.
- De toepassing van de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid brengt een ernstige verstoring teweeg in het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, beperkt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en brengt de uitoefening van de rechten van de verdediging van de verwerende partij(en) aanzienlijk in het gedrang. Daarom moet de aanwending van die procedure zeer uitzonderlijk blijven, in die zin dat ze slechts mag worden aangewend in die enkele gevallen dat het uiterst dringende karakter van de zaak meteen zonder meer duidelijk is, ofwel door de verzoekende partij op duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond. Dit laatste impliceert dat de verzoekende partij aan de hand van precieze en concrete gegevens aantoont dat de schorsing van de tenuitvoerlegging, indien zij pas na het afwikkelen van de gewone schorsingsprocedure zou worden uitgesproken, onherroepelijk te laat zou komen om het nadeel op te vangen.
- Het bestaan van de uiterst dringende noodzakelijkheid tot schorsing wordt voorts mede afgemeten naar de haast die een verzoekende partij zelf betoont bij het instellen van haar vordering. De noodzaak om na de kennisname van de griefhoudende beslissing met passende voortvarendheid de vordering bij de Raad van State in te leiden is immers inherent aan het zeer uitzonderlijk en zeer ongewoon karakter van de uiterst dringende procedure. Diligent optreden is vervat in de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid. Van verzoeker - die zijn belangen door de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing immers dermate nadelig aangetast weet dat hij de afwikkeling van de procedure ten gronde en zelfs de gewone schorsing niet kan afwachten - wordt gevergd dat hij al het nodige heeft gedaan om de schade te voorkomen en om de zaak zo spoedig mogelijk aanhangig te maken bij de Raad van State.
- Er is bijgevolg niet voldaan aan een van de voorwaarden van artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Dit VII-40.576-5/6 volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen zonder dat het nodig is in de huidige stand van de rechtspleging de opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie te onderzoeken. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vierentwintig juni tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.576-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.936 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.884 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.