← België

Arrest 245040 - Plannen van aanleg - 02/07/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 juli 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.040 Rolnummer: A. 223507/X-17040 Zaak: Arrest 245040 - Plannen van aanleg - 02/07/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-07-05 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-21 22:14 Fiche Arrest nr 245.040 van 2 juli 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 245.040 van 2 juli 2019 in de zaak A. 223.507/X-17.

  1. In zake :
  2. Hendrik SEGHERS
  3. Dirk VERVAECK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jeff Gillis en Jeroen De Coninck kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 211 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
  4. de GEMEENTE BONHEIDEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Floris Sebreghts en Christophe Smeyers kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27 bij wie woonplaats wordt gekozen
  5. het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46/1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  6. Het beroep, ingesteld op 11 oktober 2017, strekt tot de nietigverklaring van : “
  7. Het besluit van 28 juni 2017 van de gemeenteraad van de gemeente Bonheiden houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan nr. 5 „Grote Heide‟ en het daaraan gekoppeld onteigeningsplan.
  8. Het besluit van 28 januari 2016 van de dienst MER waarbij wordt geoordeeld dat het plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke negatieve milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is.” X-17.040-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  9. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en verzoekers hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld. Verzoekers en de verwerende partijen hebben een laatste memorie ingediend. Met toepassing van artikel 90, § 1, derde lid van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met één lid. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 april
  10. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jeff Gillis, die verschijnt voor verzoekers, advocaat Véronique Wildemeersch, die loco advocaat Floris Sebreghts verschijnt voor de eerste verwerende partij, en advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  11. X-17.040-2/4 III. Ontvankelijkheid
  12. De eerste bestreden beslissing is, onder verwijzing naar het voorliggende verzoekschrift tot nietigverklaring, door de gemeenteraad van de gemeente Bonheiden ingetrokken geworden bij besluit van 28 maart
  13. Het beroep is in zoverre zonder voorwerp gevallen en bijgevolg onontvankelijk geworden.
  14. De tweede bestreden beslissing is een voorbereidende handeling, die niet uit zichzelf de bestaande rechtsorde wijzigt maar zo een wijziging alleen voorbereidt. Ze is in principe niet voor vernietiging vatbaar. Weliswaar kan het, uitzonderlijk, anders zijn wanneer om haar vernietiging wordt gevraagd samen met die van de nagevolgde eindbeslissing én wanneer het onderzoek van het beroep tegen die eindbeslissing ervan doet blijken dat de voorbereidende beslissing behept is met een onwettigheid die uitsluitend kan worden hersteld door deze beslissing over te doen. Dit doet zich te dezen evenwel niet voor. Immers blijkt het beroep tegen de eindbeslissing, zijnde de eerste bestreden beslissing, onontvankelijk en wordt het niet onderzocht.
  15. In de gegeven omstandigheden is er reden het beroep in zijn geheel te verwerpen. Het rolrecht komt ten laste van de eerste verwerende partij, evenals een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro ten behoeve van verzoekers. Van hun kant zijn verzoekers een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de tweede verwerende partij. BESLISSING
  16. De Raad van State verwerpt het beroep. X-17.040-3/4
  17. De Raad van State verwijst de eerste verwerende partij in de betaling van het rolrecht van 400 euro en een aan verzoekers verschuldigde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro. Verzoekers worden, elk voor de helft, veroordeeld tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro aan de tweede verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee juli 2019, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-17.040-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.040 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.