id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 juli 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.048 Rolnummer: A. 223765/XIV-37568 Zaak: Arrest 245048 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 02/07/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-07-11 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-21 22:07 Fiche Arrest nr 245.048 van 2 juli 2019 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 245.048 van 2 juli 2019 in de zaak A. 223.765/XIV-37.568 In zake :
- XXX
- XXX
- XXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Maurice Mandelblat kantoor houdend te 1030 Brussel August Reyerslaan 41 bus 8 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, thans de minister van Asiel en Migratie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carmenta Decordier kantoor houdend te 9041 Gent-Oostakker Orchideestraat 61A bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep
- Het cassatieberoep, ingesteld op 9 november 2017, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 193.907 van 19 oktober 2017 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. II. Verloop van de rechtspleging
- Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking nr. 12.659 van 19 december
- XIV-37.568-1/5 De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekers hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. De verzoekers hebben een verzoek tot voortzetting van de procedure teneinde te worden gehoord ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 maart
- Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Tine Bricout, die loco advocaat Carmenta Decordier verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De staatssecretaris voor Asiel en Migratie neemt op 27 april 2017 in hoofde van de verzoekers een beslissing waarmee hun aanvraag om machtiging tot verblijf op grond van artikel 9ter van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: de vreemdelingenwet) van 13 mei 2011 XIV-37.568-2/5 ongegrond wordt verklaard en drie beslissingen waarmee per verzoeker een bevel om het grondgebied te verlaten wordt gegeven. Op 12 juli 2017 stellen de verzoekers tegen de voornoemde beslissingen van 27 april 2017 een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Met een arrest van 19 oktober 2017 verwerpt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring. Dit is het bestreden arrest. IV. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep – belang.
- Het belang bij een cassatieberoep voor de Raad van State moet niet enkel bestaan bij het instellen van dat beroep maar ook gedurende de gehele procedure, tot op het ogenblik van de uitspraak. Het kan teloorgaan door omstandigheden die zich in de loop van het geding voordoen. Daarenboven moet een verzoeker wiens belang in de loop van het geding op grond van relevante gegevens in vraag wordt gesteld, daarover standpunt innemen en het behoud van zijn belang aantonen. Met een brief van haar raadsman van 2 januari 2019 deelt de verwerende partij aan de Raad van State mee dat de verzoekers op 21 augustus 2018 in het bezit werden gesteld van een A-kaart, geldig tot 10 augustus 2019, dit ingevolge een aanvraag om machtiging tot verblijf van 6 november 2017 op grond van artikel 9bis van de vreemdelingenwet. Volgens de verwerende partij beschikken de verzoekers niet langer over een belang bij het huidige cassatieberoep omdat zij een gelijkwaardig verblijfsrecht hebben verkregen als zij beoogden met de oorspronkelijke aanvraag. Met een brief van 5 maart 2019 deelt de raadsman van de verzoekers mee “dat het verblijf van verzoekers thans geregulariseerd werd” en dat XIV-37.568-3/5 “het verzoek van betrokkenen […] bijgevolg zonder voorwerp verklaard [dient] te worden”, doch dat zij volharden in hun standpunt. Vermits de verzoekers geen standpunt innemen over hun belang doch bevestigen dat hun verblijf “thans geregulariseerd” werd en hun oorspronkelijke aanvraag “zonder voorwerp” dient te worden verklaard, tonen zij niet aan nog te beschikken over het vereiste belang bij de cassatie van het bestreden arrest waarmee hun vordering tot schorsing en hun beroep tot nietigverklaring tegen een eerdere beslissing tot weigering van verblijf en beslissingen tot afgifte van een bevel om het grondgebied te verlaten werden verworpen. Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk. V. Kosten van het geding – begroting van de rechtsplegingsvergoeding
- Vermits het cassatieberoep wordt verworpen, dienen de kosten ten laste van de verzoekers te worden gelegd.
- In de memorie van antwoord vraagt de verwerende partij de verzoekers te veroordelen tot de kosten van het geding, waaronder een rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 700 euro. Vermits de verzoekers als in het ongelijk gestelde partij tweedelijns juridische bijstand genieten en de verwerende partij geen kennelijk onredelijke situatie aantoont, dient dit bedrag overeenkomstig artikel 30/1, § 2, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State te worden herleid tot 140 euro. XIV-37.568-4/5 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
- De verzoekers worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 600 euro, elk voor een derde en een rechtsplegingsvergoeding van 140 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee juli tweeduizend negentien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-37.568-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.048 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.