id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 juli 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.056 Rolnummer: A. 225560/XIV-37766 Zaak: Arrest 245056 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 02/07/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-07-11 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-21 22:16 Fiche Arrest nr 245.056 van 2 juli 2019 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Vernietiging Overschrijving en verwijzing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 245.056 van 2 juli 2019 in de zaak A. 225.560/XIV-37.766 In zake : XXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Franz Geleyn kantoor houdend te 1060 Brussel Henri Jasparlaan 109 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN kantoor houdend te 1070 Brussel Ernest Blerotstraat 39 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep
- Het cassatieberoep, ingesteld op 26 juni 2018, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 204.178 van 23 mei 2018 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. II. Verloop van de rechtspleging
- Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking nr. 12.966 van 17 augustus
- Verzoeker heeft een toelichtende memorie ingediend. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. XIV-37.766-1/6 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 mei
- Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Vincent Hauquier, die loco advocaat Franz Geleyn verschijnt voor verzoeker, is gehoord. Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Verzoeker dient op 1 oktober 2015 een asielaanvraag in. De commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen neemt op 31 oktober 2017 een beslissing tot weigering van de vluchtelingenstatus en tot weigering van de subsidiaire beschermingsstatus. Op 4 december 2017 tekent verzoeker tegen de voornoemde weigeringsbeslissing beroep aan bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Met een arrest van 23 mei 2018 verwerpt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen het beroep met toepassing van artikel 39/59, § 2, van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: de vreemdelingenwet) omdat verzoeker niet ter terechtzitting was verschenen en evenmin vertegenwoordigd was. Dit is het bestreden arrest. XIV-37.766-2/6 IV. Onderzoek van de middelen Eerste en tweede middel Uiteenzetting van de middelen
- Verzoeker werpt in een eerste middel, dat hij in de toelichtende memorie herhaalt, de schending op van artikel 39/75 van de vreemdelingenwet. Verzoeker voert aan dat de Raad voor Vreemdelingen- betwistingen op 25 april 2018 een aangetekende brief heeft gestuurd naar zijn gekozen woonplaats op het kantooradres van zijn raadsman met de uitnodiging om te verschijnen op de terechtzitting van 18 mei
- Verzoeker laat gelden dat Bpost de aangetekende brief niet tijdig heeft bezorgd en ook geen bericht heeft achtergelaten dat de brief kon worden afgehaald op het postkantoor, zodat verzoeker onmogelijk op de hoogte kon zijn van de rechtsdag, hetgeen gebleken is uit navraag bij Bpost. Bpost heeft met een brief van 8 juni 2018 bevestigd dat de bewuste brief werd teruggevonden, opnieuw in het postcircuit werd gebracht en werd bezorgd op 6 juni
- De verwerende partij stelt in de memorie van antwoord dat zij zich “naar de wijsheid van de Raad van State” gedraagt en dat het enige middel niet kan worden aangenomen. Beoordeling
- Naar luid van artikel 39/75 van de vreemdelingenwet geeft de hoofdgriffier of de door hem aangewezen griffier in de beroepen met hervormingsbevoegdheid tegen beslissingen van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen onverwijld kennis van de beschikking waarmee de rechtsdag wordt bepaald aan de partijen in het geding. Op grond van artikel 39/81 van de vreemdelingenwet is deze bepaling ook van toepassing op de XIV-37.766-3/6 annulatieprocedure. Overeenkomstig artikel 39/57-1 van de vreemdelingenwet worden de oproepingen door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen verzonden bij ter post aangetekende brief, per bode met ontvangstmelding of via elke andere bij een koninklijk besluit na overleg in de Ministerraad toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld. Om aan die bepalingen en aan het recht op een eerlijk proces te voldoen, volstaat de verzending van de oproeping met een ter post aangetekende brief naar de gekozen woonplaats van de betrokkene niet. Het is ook vereist dat de betrokkene in de mogelijkheid verkeerde er kennis van te nemen. Uit het rechtsplegingsdossier blijkt dat de ter post aangetekende brief met de oproeping voor de terechtzitting van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen van 8 april 2015 op 10 maart 2015 naar verzoekers gekozen woonplaats werd gestuurd. De brief werd er niet bezorgd doch op 11 maart 2015 teruggestuurd naar de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen met de vermelding “levering onmogelijk – adres niet gekend”. Op 12 maart 2015 werd hij terug ontvangen door de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Uit het rechtsplegingsdossier blijkt eveneens dat verzoeker keuze van woonplaats had gedaan op het adres van zijn raadsman, Boomsesteenweg 253 te 2020 Antwerpen, dat dit een volledig en een gekend adres is en dat de andere briefwisseling, zoals de kennisgeving van het bestreden arrest, er zonder probleem werd aangeboden en nadien in ontvangst kon worden genomen. Vermits verzoeker door een vergissing van Bpost geen kennis heeft kunnen nemen van de oproeping voor de terechtzitting van 8 april 2015, kon hij niet aanwezig zijn op die terechtzitting, terwijl het bestreden arrest met toepassing van artikel 39/59, § 2, tweede lid, van de vreemdelingenwet uitsluitend op verzoekers afwezigheid ter terechtzitting is gesteund. De verwerende partij XIV-37.766-4/6 betwist het voorgaande niet en gedraagt zich ter terechtzitting enkel “naar de wijsheid” van de Raad van State. Het bestreden arrest is derhalve genomen met schending van artikel 39/59, § 2, tweede lid, van de vreemdelingenwet. Het enige middel is in die mate gegrond en deze vaststelling volstaat voor de cassatie van het bestreden arrest. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het arrest nr. 204.178 van 23 mei 2018 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
- Dit arrest zal in de registers van voormelde Raad worden overgeschreven, en melding ervan zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.
- De zaak wordt verwezen naar een anders samengestelde kamer van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. XIV-37.766-5/6 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee juli tweeduizend negentien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, met bijstand van Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-37.766-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.056 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.