← België

Arrest 245057 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 02/07/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 juli 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.057 Rolnummer: A. 225057/XIV-37697 Zaak: Arrest 245057 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 02/07/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-07-11 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-21 22:10 Fiche Arrest nr 245.057 van 2 juli 2019 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Vernietiging Overschrijving en verwijzing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 245.057 van 2 juli 2019 in de zaak A. 225.057/XIV-37.697 In zake :

  1. XXX
  2. XXX
  3. XXX
  4. XXX
  5. XXX
  6. XXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jill Troch kantoor houdend te 2018 Antwerpen Brusselstraat 51 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN kantoor houdend te 1070 Brussel Ernest Blerotstraat 39 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep
  7. Het cassatieberoep, ingesteld op 26 april 2018, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 202.262 van 12 april 2018 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. II. Verloop van de rechtspleging
  8. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking nr. 12.868 van 29 mei
  9. De verzoekers hebben een toelichtende memorie ingediend. XIV-37.697-1/6 Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 april
  10. Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Daan Lernout, die loco advocaat Jill Troch verschijnt voor de verzoekers, is gehoord. Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  11. III. Feiten
  12. De verzoekers dienen op 22 december 2014 een asielaanvraag in. De commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen neemt op 22 december 2017 twee beslissingen tot weigering van de vluchtelingenstatus en tot weigering van de subsidiaire beschermingsstatus, in hoofde van respectievelijk eerste verzoeker en tweede verzoekster. De staatssecretaris voor Asiel en Migratie, thans de minister voor Asiel en Migratie, neemt op 8 januari 2018 twee beslissingen houdende bevel om het grondgebied te verlaten, in hoofde van respectievelijk eerste verzoeker en tweede verzoekster. XIV-37.697-2/6 Op 17 januari 2018 tekenen de verzoekers tegen de voornoemde weigeringsbeslissingen en tegen de beslissingen houdende bevel om het grondgebied te verlaten met één verzoekschrift een “beroep tot vernietiging” aan bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Met een arrest van 12 april 2018 verwerpt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen “het beroep” van de verzoekers met toepassing van artikel 39/59, § 2, van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: de vreemdelingenwet) omdat de verzoekers niet ter terechtzitting waren verschenen en evenmin vertegenwoordigd waren. Dit is het bestreden arrest. IV. Onderzoek van de middelen Enig middel Uiteenzetting van het middel
  13. De verzoekers werpen in een enig middel, dat zij in de toelichtende memorie herhalen, de schending op van de artikelen 39/57-1 en 39/59 van de vreemdelingenwet en van artikel 6.1 en 6.3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, ondertekend te Rome op 4 juni 1950 (hierna: het EVRM). De verzoekers voeren aan dat hun beroep met het bestreden arrest wordt verworpen, enkel omdat zij niet ter terechtzitting aanwezig waren of vertegenwoordigd werden. Volgens de verzoekers is er echter sprake van overmacht vermits zij de beschikking van 6 maart 2018 met oproeping voor de terechtzitting van 9 april 2018 nooit hebben ontvangen. Uit navraag bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen bleek dat de aangetekende brief als “niet afgehaald” terug naar de afzender werd XIV-37.697-3/6 gestuurd. Hij zou beweerdelijk zijn aangeboden doch wegens afwezigheid van de bestemmeling zou een bericht zijn achtergelaten op 9 maart 2018 om 14.41u. Vermits de raadsman van de verzoekers kantoor houdt in een businesscenter waar een onthaalmedewerker met volmacht om aangetekende brieven in ontvangst te nemen aanwezig is van 9 tot 17 uur, hebben de verzoekers een klacht ingediend bij Bpost. Uit onderzoek door Bpost blijkt dat op 9 maart 2018 een vervangende postbode dienst had, dat zich geen probleem heeft gesteld met het aanbieden van aangetekende brieven, dat de vervangende postbode zich moet hebben vergist en noch de bewuste aangetekende brief heeft aangeboden noch een afwezigheidskaart heeft achtergelaten. Volgens de verzoekers is de vermelding dat Bpost die dag om 14.41u een bericht heeft achtergelaten onjuist, onder meer omdat dit buiten de gewone uren van postaanbieding op het businesscenter valt. De verzoekers besluiten dat zij door een vergissing van Bpost geen kennis hebben kunnen nemen van de oproeping voor de terechtzitting van 9 april 2018 en zij er derhalve niet op aanwezig konden zijn. Zij achten bijgevolg artikel 39/59, § 2, van de vreemdelingenwet en het in artikel 6 van het EVRM bepaalde recht op een eerlijk proces geschonden. Beoordeling
  14. Op grond van artikel 39/59, § 2, van de vreemdelingenwet wordt het beroep verworpen wanneer de verzoekende partij niet verschijnt noch vertegenwoordigd is ter terechtzitting. Om aan die bepaling en aan het recht op een eerlijk proces te voldoen, volstaat de verzending van de oproeping voor de terechtzitting met een ter post aangetekende brief naar de gekozen woonplaats van de betrokkene niet. Het is ook vereist dat de betrokkene in de mogelijkheid verkeerde er kennis van te nemen.
  15. Uit het rechtsplegingsdossier blijkt dat de ter post aangetekende brief met de oproeping voor de terechtzitting van de Raad voor XIV-37.697-4/6 Vreemdelingenbetwistingen van 9 april 2018 op 7 maart 2018 naar de gekozen woonplaats van de verzoekers werd gestuurd. De brief werd er klaarblijkelijk niet op normale wijze bezorgd. Na een klacht van de raadsman van de verzoekers heeft Bpost met een e-mail van 25 april 2018, die bij het verzoekschrift tot cassatie is gevoegd, immers bevestigd dat “er wordt vanuit gegaan dat de vervangende postman zich vergist heeft en [de] aangetekende zending niet heeft aangeboden en ook geen afwezigheidskaart [heeft] achtergelaten”. Vermits de verzoekers aannemelijk maken dat zij door een vergissing van Bpost geen kennis hebben kunnen nemen van de oproeping voor de terechtzitting van 9 april 2018, konden zij niet aanwezig zijn op die terechtzitting, terwijl het bestreden arrest met toepassing van artikel 39/59, § 2, tweede lid, van de vreemdelingenwet uitsluitend op de afwezigheid van de verzoekers ter terechtzitting is gesteund. Het bestreden arrest is derhalve genomen met schending van artikel 39/59, § 2, tweede lid, van de vreemdelingenwet en van het recht op een eerlijk proces.
  16. Het enige middel is in die mate gegrond en deze vaststelling volstaat voor de cassatie van het bestreden arrest. BESLISSING
  17. De Raad van State vernietigt het arrest nr. 202.262 van 12 april 2018 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
  18. Dit arrest zal in de registers van voormelde Raad worden overgeschreven, en melding ervan zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.
  19. De zaak wordt verwezen naar een anders samengestelde kamer van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. XIV-37.697-5/6
  20. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 1200 euro en een bijdrage van 120 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twee juli tweeduizend negentien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, met bijstand van Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Geert Debersaques XIV-37.697-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.057 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.