id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 juli 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.124 Rolnummer: A. 219708/X-16679 Zaak: Arrest 245124 - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 09/07/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-07-15 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-21 22:07 Fiche Arrest nr 245.124 van 9 juli 2019 Openbaar ambt - Plaatselijk openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 245.124 van 9 juli 2019 in de zaak A. 219.708/X-16.
- In zake : Geert GEMIS woonplaats kiezend te 3545 Halen Rozenstraat 16 tegen : de NV BEHEERSMAATSCHAPPIJ ANTWERPEN MOBIEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten David D’Hooghe, Jochen Vranckx en Linde Bevernaege kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 4 juli 2016, strekt tot de nietigverklaring van: “° de voordracht dd 15 april 2016 door de Raad van Bestuur van Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel NV van de te benoemen bestuurders met inbegrip van de impliciete beslissing om de kandidatuur van verzoeker niet voor te leggen aan de Algemene Vergadering; ° de benoemingen door de algemene vergadering dd 12 mei 2016 van de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel NV van haar bestuurders.”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Melissa Celis heeft een verslag opgesteld. X-16.679-1/18 Verzoeker en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 maart
- Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Verzoeker en advocaat Linde Bevernaege, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Melissa Celis heeft een met dit arrest gedeeltelijk andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De raad van bestuur van de nv Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (hierna: BAM) keurt op 19 februari 2016 de procedure goed voor de kandidaatstelling voor drie mandaten van onafhankelijke bestuurder overeenkomstig het decreet van 22 november 2013 ‘betreffende deugdelijk bestuur in de Vlaamse publiek sector’. De vereisten waaraan de kandidaten moeten voldoen op het vlak van bekwaamheden, kennis en ervaring worden als volgt vastgesteld: “° Deskundigheid inzake het algemeen bestuur van de entiteit: elke kandidaat dient deskundigheid aan te tonen inzake algemeen bestuur van een vennootschap of van een organisatie. Elke kandidaat dient de relevantie van deze deskundigheid aan te tonen in de context waarin BAM functioneert. ° Specifieke deskundigheid inzake de inhoudelijke materie en het beleidsveld waarin BAM actief is: drie specifieke profielen worden gezocht, met name: X-16.679-2/18 - Een persoon met een grondige juridische deskundigheid, relevant voor de activiteiten van BAM inzake patrimoniumbeheer en infrastructuurwerken. - Een persoon met een gedegen kennis en ervaring inzake architectuur en het management van processen om een hoog architecturaal ambitieniveau te bewerkstelligen. - Een persoon met grondige bedrijfseconomische kennis en beleidservaring in de bedrijfswereld in de Antwerpse regio met bijzondere kennis van mobiliteitskwestie en de impact ervan op de bedrijven, en een gedegen ervaring met risicobeheer bij grootschalige bedrijfseconomische investeringen. ° Bovendien dient elke kandidaat uiteraard te voldoen aan de eisen van onafhankelijkheid […].” Tevens wordt het Bureau van de voorzitter van de raad van bestuur aangesteld “om de kandidaturen te evalueren en een voorstel over te maken op de raad van bestuur van 15 april e.k.”
- Er worden veertien kandidaatstellingen ontvangen. Eén kandidaat wordt geweerd omdat hij niet voldoet aan de onafhankelijkheidsvereiste. Van drie kandidaten wordt geoordeeld, op basis van hun toelichting, motivatie en curriculum vitae, dat zij “zich inschrijven” in het profiel van een persoon met een grondige juridische deskundigheid: verzoeker, “Trudo Motmans (bvba Bremot)”, en Iris Hemelaer, een reeds benoemde bestuurder die haar ontslag als bestuurder heeft ingediend met ingang op 11 mei
- Volgens het selectiecomité voldoen alle kandidaten aan de voorwaarde van deskundigheid inzake algemeen bestuur. Voor het profiel met een grondige juridische deskundigheid stelt het selectiecomité Iris Hemelaer en Trudo Motmans voor om te worden voorgedragen aan de algemene vergadering op 12 mei 2016, niet verzoeker: “a. Mevrouw Iris Hemelaer beantwoordt zeer goed aan de gevraagde deskundigheid. Als advocaat is zij jarenlang actief in advisering van nationale en internationale bedrijven in vastgoedprojecten en –transacties. Zij verleent bijstand aan zowel projectontwikkelaars, aannemers, architecten als aan overheden inzake onroerend goed/vastgoed en projectontwikkeling. Hierdoor komt haar deskundigheid zeer goed tegemoet aan de vereisten. X-16.679-3/18 B. De heer Trudo Motmans beantwoordt matig aan de gevraagde deskundigheid. De kandidaat heeft in het verleden als advocaat een gedegen en uitgebreide juridische kennis en ervaring opgebouwd in de bedrijfswereld en het ondernemingsrecht, waaronder ook herstructureringen en bouwrecht. Sinds geruime tijd is hij niet langer actief als advocaat of specifiek juridisch adviseur en zijn deskundigheid betreft niet specifiek het patrimoniumbeheer en infrastructuurwerken. Zijn deskundigheid wordt als matig beoordeeld voor de gestelde criteria.” De beoordeling van verzoeker luidt: “de kandidaat heeft een uitgesproken fiscaal profiel, in onroerend goed, projectontwikkeling, infrastructuurprojecten en patrimonium. Doch, de relevantie voor de activiteiten van BAM inzake patrimoniumbeheer en infrastructuurwerken is bijzonder beperkt omdat ze slechts één rechtsdomein dekt. Hij wordt dan ook niet voorgesteld als geschikte kandidaat.”
- Op 15 april 2016 beslist de raad van bestuur in te stemmen met de voorgestelde evaluatie en selectie en beslist hij Iris Hemelaer en Trudo Motmans voor te dragen aan de algemene vergadering voor het profiel van een persoon met een grondige juridische deskundigheid. Voor het profiel van een persoon met een grondige bedrijfseconomische kennis worden W. D. en A. V. voorgedragen; voor het profiel van een persoon met een gedegen kennis en ervaring inzake architectuur worden F. C. en C. C. voorgedragen.
- De gewone algemene vergadering van BAM beslist op 12 mei 2016 Iris Hemelaer te benoemen voor het mandaat van onafhankelijke bestuurder met juridisch profiel, voor een termijn die eindigt op de gewone algemene vergadering in het jaar
- Gemotiveerd wordt, onder verwijzing naar de voordracht door de raad van bestuur, dat de kandidaat met de beste beoordeling benoemd wordt. Als andere onafhankelijke bestuurders worden W. D. en C. C. benoemd. X-16.679-4/18 IV. Belang A. Eerste exceptie Standpunt van de partijen
- De verwerende partij werpt in de memorie van antwoord tegen dat verzoeker geen belang heeft bij het bestrijden van de impliciete weigeringsbeslissing. Volgens haar wordt in het verzoekschrift geen enkel specifiek middel uitgewerkt waaruit de onwettigheid van die impliciete beslissing voortvloeit, noch toont verzoeker aan dat op het bestuur de rechtsplicht zou rusten om hem voor te dragen of te benoemen als onafhankelijke bestuurder.
- In de laatste memorie zegt verzoeker van mening te zijn dat hij wel degelijk aannemelijk heeft gemaakt “dat het aan de derden verstrekte voordeel aan hemzelf moest zijn toegekend”. Hij verwijst daartoe naar zijn zesde middel.
- Van haar kant merkt de verwerende partij in de laatste memorie vooreerst op dat hoe dan ook het beroep tegen de beslissing tot voordracht van Iris Hemelaer en Trudo Motmans moet worden verworpen, zodat een nietigverklaring van de impliciete weigeringsbeslissing tot voordracht van verzoeker hem geen voordeel kan verschaffen. Ondergeschikt herhaalt zij dat verzoeker in gebreke blijft aannemelijk te maken dat het aan derden verstrekte voordeel aan hemzelf moest zijn verleend. Wat het zesde middel betreft, betoogt de verwerende partij dat er geen kritiek in wordt geuit tegen de impliciete weigeringsbeslissing. Beoordeling
- Wanneer een welbepaald voordeel – zoals te dezen de voordracht als, en de benoeming tot, onafhankelijke bestuurder van BAM – in mededinging wordt gesteld en dat voordeel uiteindelijk, expliciet, aan sommige X-16.679-5/18 gegadigden wordt toegewezen, dan doet – in de regel – die toewijzingsbeslissing er ipso facto en noodzakelijk van blijken dat het voordeel niet aan de andere gegadigden wordt verleend. Wordt, op beroep van een gedupeerde kandidaat, de expliciete toewijzingsbeslissing vernietigd, dan verdwijnt daardoor in principe meteen ook de weigering om het voordeel aan de andere gegadigden te verschaffen. Niettemin heeft de rechtspraak in dergelijke gevallen aangenomen dat een verzoeker naast de vernietiging van de toewijzing aan de concurrent, supplementair ook de vernietiging kan vragen én kan verkrijgen van de uit de toewijzing gebleken impliciete weigering om het bewuste voordeel aan hemzelf toe te kennen. Evenwel moet, in lijn met wat de Raad van State in onder andere het arrest nr. 222.357 van 1 februari 2013 aannam, de jurisprudentiële techniek van de bijkomende vernietiging van de impliciete weigering worden voorbehouden aan uitzonderlijke gevallen. Dat zich te dezen een dergelijk exceptioneel geval voordoet, beargumenteert verzoeker met een verwijzing naar zijn zesde middel.
- De beoordeling van de exceptie hangt bijgevolg samen met die van de grond van de zaak. B. Tweede exceptie Standpunt van de partijen
- Volgens een tweede ontvankelijkheidsexceptie heeft verzoeker geen belang bij het beroep in zoverre het gericht is tegen de benoeming van C. C. en W. D. Verzoeker heeft zich immers geen kandidaat gesteld voor het mandaat van onafhankelijke bestuurder met een architecturale of een bedrijfseconomische deskundigheid. Hij is op geen enkel ogenblik met die kandidaten in concurrentie getreden en kan geen voordeel halen uit een eventuele vernietiging van de beslissingen tot voordracht en benoeming van die kandidaten. X-16.679-6/18
- In de memorie van wederantwoord noemt verzoeker het beroep met betrekking tot de benoeming van C. C. en W. D. “wel ontvankelijk in de mate [dat] dan zal komen vast te staan dat wettelijke bepalingen geschonden zijn die ambtshalve dienen te worden ingeroepen door de Raad van State”. Beoordeling
- Verzoeker stelde zich geen kandidaat voor het mandaat van onafhankelijke bestuurder met het profiel grondige bedrijfseconomische kennis of het profiel gedegen kennis en ervaring inzake architectuur. Hij ambieert niet de voordrachten voor die mandaten, noch de benoemingen erin die W. D. en C. C. te beurt zijn gevallen. In zoverre hij alleen maar de onwettigheid van die voordrachten en benoemingen wil vastgesteld zien worden, voert hij een belang aan dat opgaat in het belang dat iedere burger heeft bij de handhaving van de wettigheid. Uit het voorgaande volgt dat verzoeker niet doet blijken van een voldoende persoonlijk belang bij het ingestelde beroep in de mate waarin de bestreden beslissingen betrekking hebben op de voordrachten en benoemingen inzake het mandaat van onafhankelijke bestuurder met het profiel grondige bedrijfseconomische kennis of gedegen kennis en ervaring inzake architectuur.
- De tweede exceptie is gegrond. X-16.679-7/18 V. Onderzoek ten gronde A. Vijfde middel Standpunt van de partijen
- Verzoeker leidt een vijfde middel af uit de schending van onder meer de materiëlemotiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel, inzonderheid de verplichting tot behoorlijke en correcte feitenvinding. Het middel bekritiseert dat van Iris Hemelaer is aangenomen dat zij voldoet aan de vereiste van deskundigheid inzake algemeen bestuur doordat zij zaakvoerder is van twee vennootschappen. Elke nadere toelichting ontbreekt, aldus verzoeker: “Verweerster zegt […] niet over welke twee vennootschappen dit gaat [en nog] minder wat de betekenis is van het zaakvoerderschap.” Zijn onderzoek heeft uitgewezen dat de ene vennootschap de managementvennootschap is voor de activiteiten van Iris Hemelaer bij de advocatenassociatie waarvoor zij werkzaam is en dat de andere een villavennootschap is. De eerste vennootschap ontvangt de inkomsten uit haar advocatenwerkzaamheden, heeft geen personeel noch enige operationele activiteit. In de tweede, eveneens zonder personeel, oefent zij geen enkele beroepswerkzaamheid uit en heeft zij geen enkele rol buiten die van stille vennoot en tweede zaakvoerder. De conclusie van de verwerende partij dat Iris Hemelaer voldoet aan de vereiste van algemeen bestuur is niet onderbouwd met de vereiste feiten. Minstens is niet de moeite gedaan om zich van deze feiten te vergewissen.
- In de memorie van antwoord reageert de verwerende partij dat de vereiste met betrekking tot “deskundigheid inzake het algemeen bestuur: de kandidaat heeft relevante deskundigheid inzake algemeen bestuur van een vennootschap of een organisatie” verwijst naar “algemeen bestuur”, “een” vennootschap of “een” organisatie, zonder nadere specificatie van de vorm van de vennootschap of organisatie, of de vorm (actief/passief) van het bestuur. Zij X-16.679-8/18 beschikt over een ruime discretionaire bevoegdheid om na te gaan of aan die vereiste is voldaan. Dit houdt in dat de rechter zich niet in de plaats van het bestuur mag stellen. In het curriculum vitae van Iris Hemelaer wordt “verwezen naar haar eigen ‘managementvennootschap’ Fourty Nine bvba en de ‘managementvennootschap’ van haar partner Lyris”. Zaakvoerder van twee vennootschappen zijnde, oefent zij aldus een bestuursfunctie, namelijk een functie van algemeen bestuur, in meer dan één vennootschap uit. Verweerster mocht bijgevolg van oordeel zijn dat zij over deskundigheid betreffende algemeen bestuur in een vennootschap beschikt. Verweerster mocht haar motivering in alle redelijkheid beperken tot de verwijzing naar de twee vennootschappen zonder dat zij verplicht was een nadere feitelijke toedracht te geven en in te gaan op de vorm van de vennootschappen. Overigens blijkt haar deskundigheid ook nog uit de kandidaatstelling van Iris Hemelaer: “Hieruit blijkt dat mevrouw Hemelaer door haar adviespraktijk als advocaat aan bedrijven en overheden een grote mate van ervaring heeft opgebouwd wat het algemeen beleid van de betrokken cliënten betreft.”
- In de laatste memorie voegt de verwerende partij nog toe dat de Raad van State enkel mag nagaan of haar beoordeling voortvloeit uit zorgvuldig handelen binnen de grenzen van de redelijkheid. De verwerende partij meent dat zij wel degelijk op basis van een correcte feitenvinding tot haar beslissing is gekomen en dat zij uit het gegeven dat Iris Hemelaer zaakvoerder is van twee managementvennootschappen in alle zorgvuldigheid kon afleiden dat zij over “relevante deskundigheid inzake algemeen bestuur van een vennootschap of van een organisatie” beschikt en bijgevolg voldoet aan de vereiste van “deskundigheid inzake het algemeen bestuur”. Het gegeven dat verzoeker aan die vereiste een andere interpretatie geeft, impliceert niet dat de interpretatie of invulling die de verwerende partij verkoos niet mogelijk is. X-16.679-9/18 Beoordeling
- Tot de vereisten waaraan kandidaten voor het mandaat van onafhankelijke bestuurder volgens de beslissing van de raad van bestuur van BAM van 19 februari 2016 moeten voldoen op het vlak van bekwaamheden, kennis en ervaring, behoort: “Deskundigheid inzake het algemeen bestuur van de entiteit: elke kandidaat dient deskundigheid aan te tonen inzake algemeen bestuur van een vennootschap of van een organisatie. Elke kandidaat dient de relevantie van deze deskundigheid aan te tonen in de context waarin BAM functioneert.” Anders dan de verwerende partij wil laten uitschijnen, wordt hiermee niet zomaar een deskundigheid inzake het algemeen bestuur van eender welke vennootschap of organisatie bedoeld. Het gaat integendeel om een deskundigheid inzake het algemeen bestuur “van de entiteit”, begrijp: van BAM. Reden waarom de kandidaat de relevantie van de deskundigheid die hij aanvoert, moet aantonen “in de context waarin BAM functioneert”.
- Iris Hemelaer wordt op 15 april 2016 door de raad van bestuur en op 12 mei 2016 door de algemene vergadering geacht aan de besproken vereiste te voldoen, op grond van volgend motief: “De kandidaat is zaakvoerder van twee vennootschappen.” De verwerende partij heeft die informatie uit het curriculum vitae van Iris Hemelaer, waarin deze laatste in fine vermeldde: “Lopende mandaten Buiten mijn zaakvoerderschap binnen mijn eigen managementvennootschap Fourty Nine bvba en de managementvennootschap van mijn partner Lyris bvba heb [ik] geen lopende mandaten.”
- Het blijkt niet dat de kandidaat, zoals nochtans vereist, de relevantie hiervan voor de BAM heeft toegelicht en aangetoond. Evenmin blijkt dat de verwerende partij deze relevantie, die niet apert is, eigener beweging nader onderzocht zou hebben. X-16.679-10/18 Zelfs niet in de loop van de procedure bij de Raad van State heeft de verwerende partij de relevantie “in de context waarin BAM functioneert” verduidelijkt, in antwoord op verzoekers kritiek dat de twee vennootschappen geen operationele werkzaamheden uitoefenen, dat ze geen personeel hebben en dat er geen actief beheer mee gemoeid is. In de gegeven omstandigheden kan niet worden aangenomen dat de deskundigheid van Iris Hemelaer inzake relevant algemeen bestuur van een vennootschap of organisatie naar behoren, met kennis van zaken en op goede grond, is vastgesteld geworden.
- De passus uit de kandidaatstelling van Iris Hemelaer waaraan de verwerende partij in de memorie van antwoord refereert, doet daar geen afbreuk aan, al was het maar omdat hij kennelijk totaal geen rol heeft gespeeld bij het aannemen in de bestreden beslissingen dat Iris Hemelaer van de vereiste deskundigheid inzake het algemeen bestuur doet blijken.
- Het vijfde middel is gegrond. B. Zesde middel Standpunt van de partijen
- Verzoeker voert in een zesde middel de schending aan van de materiëlemotiveringsplicht, van de formelemotiveringsplicht en van het zorgvuldigheidsbeginsel, vooral de verplichting tot behoorlijke en correcte feitenvinding. In het verzoekschrift wordt in de eerste plaats betoogd dat de verwerende partij verkeerde feiten in aanmerking heeft genomen, of er althans een verkeerde voorstelling van had, door te oordelen dat Trudo Motmans actief is geweest als advocaat inzake bouwrecht. Voorts kon de verwerende partij niet terecht tot de conclusie komen dat Trudo Motmans, weze het matig, voldoet aan X-16.679-11/18 de criteria voor het profiel inzake grondige juridische deskundigheid, terwijl hij zich al bijna tien jaar profileert als bestuurder in de vliegtuigsector, als “independant aviation & aerospace professional”, en hij zijn activiteit als advocaat reeds lange tijd heeft stopgezet. Het is naar het oordeel van verzoeker des te merkwaardiger dat Trudo Motmans geacht wordt matig te voldoen hoewel zijn juridische deskundigheid niet het patrimoniumbeheer en de infrastructuurwerken betreft, terwijl verzoeker helemaal niet zou voldoen omdat zijn deskundigheid bijzonder beperkt – maar dus toch “minstens gedeeltelijk relevant” – heet te zijn. Uit de feiten blijkt, aldus verzoeker, dat Trudo Motmans niet voldeed aan de vereisten van de kandidaatstelling en dat hem de expertise inzake het bouwrecht is toegeschreven om op een misleidende wijze de indruk te wekken dat hij toch voldeed. Het is volgens verzoeker duidelijk dat als de verwerende partij consequent was geweest in haar beoordeling en haar beoordeling op juiste feiten had gestoeld, hijzelf dan “minstens [had] moeten weerhouden worden als de tweede kandidaat”. Zijn kandidatuur is ten onrechte niet voorgelegd aan de algemene vergadering.
- In de memorie van antwoord wordt het middel in de eerste plaats onontvankelijk genoemd “wegens gebrek aan belang in hoofde van verzoeker”. Toegelicht wordt dat verzoeker niet aannemelijk kan maken dat een vernietiging van de voordracht van Trudo Motmans op grond van het zesde middel de aanstelling van Iris Hemelaer ongedaan zou maken ten voordele van de aanstelling van verzoeker. Zelfs al zou verzoeker op basis van een herbeoordeling de score ‘matig’ krijgen en in de plaats van Trudo Motmans worden voorgedragen als kandidaat-onafhankelijke bestuurder, dan nog is aan te nemen dat de algemene vergadering de voorkeur zou blijven geven aan Iris Hemelaer “gelet op haar zeer goede beoordeling inzake de vereiste juridische deskundigheid”. Ook is de kritiek in het middel, volgens de verwerende partij, ongegrond. De kandidaturen zijn beoordeeld op basis van de door de kandidaten X-16.679-12/18 bezorgde documenten. De motieven in het adviesverslag stemmen overeen met het uitgebreide curriculum vitae van Trudo Motmans en zijn van aard om de score ‘matig’ van zijn specifieke juridische deskundigheid te dragen. Er kon worden vastgesteld dat hij in alle aspecten van het ondernemingsrecht actief is geweest. Bij verzoeker werd vastgesteld dat hij slechts actief is geweest in één rechtsdomein, namelijk het fiscaal recht.
- In de laatste memorie blijft de verwerende partij erbij dat het specifieke middel verzoeker geen voordeel kan bijbrengen: een nietigverklaring op grond van het middel zal er niet toe kunnen leiden dat verzoeker zelf in de plaats van Iris Hemelaer wordt benoemd, aangezien de beoordeling van haar kandidatuur in het zesde middel niet ter discussie staat; verzoeker kan hoogstens bereiken dat zijn kandidatuur boven die van Trudo Motmans wordt geplaatst. Wat de ongegrondheid van het middel betreft, herhaalt de verwerende partij dat de motieven ten gunste van Trudo Motmans overeenstemmen met zijn uitgebreide curriculum vitae en de score “matig” van zijn specifieke juridische deskundigheid kunnen dragen. Herhaald wordt ook dat “daar waar bij de heer Motmans kon worden vastgesteld dat hij in alle aspecten van het ondernemingsrecht actief is, […] bij verzoeker [werd] vastgesteld dat hij slechts actief is geweest in één rechtsdomein, nl. het fiscaal recht”. Beoordeling
- Overeenkomstig het – toentertijd geldende – artikel 5 van het decreet van 22 november 2013 ‘betreffende deugdelijk bestuur in de Vlaamse publieke sector’ moeten de onafhankelijke bestuurders door de algemene vergadering van BAM worden aangesteld uit lijsten van twee kandidaten per te begeven mandaat, op voordracht van de raad van bestuur. Wie niet wordt voorgedragen, kan dus niet worden aangesteld. X-16.679-13/18 Te dezen is verzoeker als enige van de kandidaten voor het mandaat met een juridisch profiel niet voorgedragen. De voorkeur is gegeven aan Iris Hemelaer en Trudo Motmans. Verzoeker heeft er belang bij te doen gelden, in het besproken middel, dat de voordracht aan de algemene vergadering niet op een zorgvuldig vastgestelde en deugdelijke grond is gebeurd wat de keuze voor Trudo Motmans aangaat. In voorkomend geval blijkt eruit dat de voordracht aan de algemene vergadering en de op die voordracht gebaseerde benoeming gevitieerd zijn. In zoverre de verwerende partij aan het speculeren gaat en ervan uitgaat dat hoe dan ook de algemene vergadering, na een vernietiging op grond van het besproken middel en na een nieuwe voordracht, de voorkeur zal blijven geven aan Iris Hemelaer, loopt zij onterecht op de feiten vooruit. De bespreking van het vijfde middel staaft dat. De exceptie van onontvankelijkheid van het middel wordt verworpen.
- Toen de raad van bestuur van BAM op 19 februari 2016 instemde met de procedure van oproep tot kandidaatstelling voor onder andere het mandaat van onafhankelijke bestuurder voor een persoon met een grondige juridische deskundigheid, relevant voor de activiteiten van BAM inzake patrimoniumbeheer en infrastructuurwerken, deed hij dat op grond van een nota waarin de nood aan de betrokken deskundigheid als volgt werd verantwoord: “De strenge, complexe en voortdurend evoluerende regelgeving waaraan de activiteiten van BAM onderhevig zijn en regelmatig op worden getoetst, vergt ook op het niveau van de Raad van bestuur een deskundigheid op het juridische vlak.”
- In de e-mail van 20 maart 2016 waarmee Trudo Motmans zich als zaakvoerder van bvba Bremot kandidaat stelt als onafhankelijke bestuurder, refereert hij niet expliciet aan het mandaat voor een persoon met een grondige juridische kennis, relevant voor de activiteiten van BAM inzake X-16.679-14/18 patrimoniumbeheer en infrastructuurwerken. Wel brengt hij erin ter sprake dat hij zijn professionele loopbaan startte als advocaat in een Antwerps maritiem kantoor en dat hij in zijn verdere carrière als advocaat een ruime juridische praktijk heeft ontwikkeld in al de aspecten van het ondernemingsrecht. Voorts vermeldt hij in zijn kandidaatstelling dat hij bedrijfseconomische kennis heeft opgebouwd, onder meer als advocaat in de havensector en als advocaat van talrijke ondernemingen “in al de aspecten van hun activiteiten met een bijzondere praktijk van fusies en overnames en complexe dossiers”. Blijkens zijn curriculum vitae is hij van 1981 tot 2008 advocaat aan de balie te Antwerpen geweest. Onder de rubriek “Juridisch” wordt vermeld: “Opdrachten in binnen- en buitenland in het maritiem recht, handelsrecht, vennootschapsrecht, corporate governance, financiering van goederentransacties, vennootschapen, forex transacties, overnames en fusies, joint ventures, herstructureringen, bouwrecht”. Hij wordt op grond hiervan door de verwerende partij geacht “matig” aan de gevraagde deskundigheid te voldoen: “De kandidaat heeft in het verleden als advocaat een gedegen en uitgebreide juridische kennis en ervaring opgebouwd in de bedrijfswereld en het ondernemingsrecht, waaronder ook herstructureringen en bouwrecht. Sinds geruime tijd is hij niet langer actief als advocaat of specifiek juridisch adviseur en zijn deskundigheid betreft niet specifiek het patrimoniumbeheer en infrastructuurwerken. Zijn deskundigheid wordt als matig beoordeeld voor de gestelde criteria.”
- Zoekend naar een kandidaat die, gelet op de strenge, complexe en altijd evoluerende regelgeving waarmee BAM geconfronteerd wordt, grondig juridisch deskundig is inzake patrimoniumbeheer en infrastructuurwerken, wordt door de verwerende partij een kandidaat geacht te voldoen – weze het matig – wiens deskundigheid net niét speciaal patrimoniumbeheer en infrastrucuurwerken betreft en die zijn juridisch werk al acht jaar geleden staakte. Het is een beoordeling die zich niet door de Raad van State laat begrijpen. X-16.679-15/18
- Ze is des te minder te begrijpen in het licht van de beoordeling die de kandidaatstelling van verzoeker te beurt valt. Verzoeker beriep zich in zijn curriculum vitae op meer dan dertig jaar ervaring als jurist en fiscaal expert. Onder meer voerde hij een bijzondere ervaring in de onroerendgoedsector en de publieke sector aan en verwees hij naar sectorexpertise inzake publieke infrastructuurprojecten, investeerders en pojectontwikkelaars, en onroerendgoedherstructureringen retail. Hij wordt evenwel niet als geschikt beschouwd: “de kandidaat heeft een uitgesproken fiscaal profiel, in onroerend goed, projectontwikkeling, infrastructuurprojecten en patrimonium. Doch, de relevantie voor de activiteiten van BAM inzake patrimoniumbeheer en infrastructuurwerken is bijzonder beperkt omdat ze slechts één rechtsdomein dekt. Hij wordt dan ook niet voorgesteld als geschikt kandidaat.” Met andere woorden komt verzoeker, in tegenstelling tot Trudo Motmans (bvba Bremot), niet in aanmerking als een geschikte kandidaat voor het mandaat van onafhankelijke bestuurder voor een persoon met een grondige juridische deskundigheid, relevant voor de activiteiten van BAM inzake patrimoniumbeheer en infrastructuurwerken, ofschoon hij, anders dan deze Trudo Motmans, wél beschikt over actuele juridische deskundigheid inzake infrastructuurprojecten en patrimonium, al zou het dan slechts in één rechtsdomein zijn.
- Noch de beslissing van de raad van bestuur van 15 april 2016 tot voordracht van Trudo Motmans, noch de beslissing van de algemene vergadering van 12 mei 2016 maken inzichtelijk en aannemelijk dat terecht is geoordeeld dat hij, meer dan verzoeker, over de vereiste deskundigheid beschikt om te worden voorgedragen en in aanmerking genomen als één van twee geschikte kandidaten voor het mandaat met een juridisch profiel. Het zesde middel is reeds gegrond in de mate waarin het in het verzoekschrift wordt aangevoerd – met andere woorden zelfs zonder rekening te X-16.679-16/18 houden met de invulling die verzoeker er na inzage van het administratief dossier aan gegeven heeft in de memorie van wederantwoord. C. Conclusie
- De besproken middelen wijzen uit dat de beslissing van de raad van bestuur van 15 april 2016 om Iris Hemelaer en Trudo Motmans, en niet verzoeker, voor benoeming aan de algemene vergadering voor te dragen, aangetast is. Er volgt uit dat ook de benoeming van Iris Hemelaar door de algemene vergadering van 12 mei 2016 onwettig is. De middelen verantwoorden de vernietiging zoals hierna in het dictum bepaald. VI. Kosten
- De rechtsplegingsvergoeding is een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en honoraria van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. Verzoeker is weliswaar de in het gelijk gestelde partij, maar werd niet bijgestaan door een advocaat. Er wordt dan ook niet ingegaan op zijn verzoek tot toewijzing van een rechtsplegingsvergoeding. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt 1° de beslissing van de raad van bestuur van de nv van publiek recht Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel van 15 april 2016 om Iris Hemelaer en Trudo Motmans voor te dragen tot benoeming als onafhankelijke bestuurders voor het profiel van een persoon met een grondige juridische deskundigheid, 2° de uit die beslissing blijkende weigering om Geert Gemis voor te dragen, en 3 ° de beslissing van de algemene vergadering van dezelfde nv van publiek recht van 12 mei 2016 tot X-16.679-17/18 benoeming van Iris Hemelaer als onafhankelijke bestuurder voor het profiel van een persoon met een grondige juridische deskundigheid.
- De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
- De Raad van State verwijst de verwerende partij in de kosten van het beroep, begroot op het rolrecht van 200 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen juli 2019, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-16.679-18/18 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.124 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.