← België

Arrest 245125 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 09/07/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 juli 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.125 Rolnummer: A. 220931/X-16807 Zaak: Arrest 245125 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 09/07/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-07-15 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-21 22:09 Fiche Arrest nr 245.125 van 9 juli 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 245.125 van 9 juli 2019 in de zaak A. 220.931/X-16.

  1. In zake : Kristof JOOSENS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gregory Verhelst kantoor houdend te 2600 Antwerpen Uitbreidingstraat 2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sven Vernaillen kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 8 december 2016, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit van de Vlaamse minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Vlaamse Rand, Toerisme en Dierenwelzijn van 26 augustus 2016 waarbij de machtiging tot onteigening wordt verleend overeenkomstig de bepalingen van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake de onteigeningen ten algemene nutte met betrekking tot de onroerende goederen gelegen op het grondgebied van de gemeentes Ranst en Wommelgem voor de realisatie van fietspaden en de herinrichting van de wegenis, aangeduid op de bij het besluit gevoegde onteigeningsplannen”. X-16.807-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 april
  4. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. Advocaat Emile Plas, die loco advocaat Gregory Verhelst verschijnt voor verzoeker, en advocaat Véronique Wildemeersch, die loco advocaat Sven Vernaillen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Kortedebattenprocedure – Rechtsmacht
  6. De verwerende partij heeft op 6 maart 2019 aan verzoeker, eigenaar van een te onteigenen onroerend goed, met toepassing van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017 de dagvaarding laten betekenen om op 2 april 2019 te verschijnen voor de vrederechter te Zandhoven. X-16.807-2/4
  7. Gelet op artikel 50 van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017, is de vrederechter bevoegd om uitspraak te doen over de wettigheid van de onteigening, en bijgevolg om de voor de onteigening vereiste besluiten van de onteigenende overheid op zowel hun interne als op hun externe wettigheid te toetsen. Die bevoegdheid van de gewone rechter sluit de bevoegdheid van de Raad van State uit om kennis te nemen van een beroep tot nietigverklaring van deze handelingen.
  8. Ten onrechte meent verzoeker dat dit niet (langer) het geval is doordat het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017 “een uitdrukkelijke grondslag [heeft] gegeven aan de parallelle rechtsmacht van de vrederechter en de administratieve rechtscolleges bij de toetsing van onteigeningsbesluiten”, meer bepaald doordat artikel 43 van dat decreet “[bepaalt] dat het definitief onteigeningsbesluit kan bestreden worden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, zonder dat die bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van de opstart van de gerechtelijke onteigeningsprocedure”. Wat er van de beweerde parallelle rechtsmacht tussen de vrederechter en de Raad voor Vergunningsbetwistingen ook zij, het voorliggende beroep is niet ingesteld op basis van de “uitdrukkelijke grondslag” waarnaar verzoeker verwijst, maar op basis van artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, naar luid waarvan ieder die van een belang doet blijken een beroep tot vernietiging kan instellen tegen “de akten en reglementen van de onderscheiden administratieve overheden”. Deze algemene bevoegdheid is residuair en uitgesloten wanneer tegen een bepaalde bestuurshandeling een andere jurisdictionele beroepsmogelijkheid openstaat (zie, inzake onteigeningen, bijvoorbeeld GwH 14 juli 1992, nr. 57/92, B.3; GwH 23 december 1992, nr. 80/92, B.3). Nu verzoeker door de verwerende partij voor de vrederechter is gedagvaard en bijgevolg de wettigheid van het ministeriële onteigeningsbesluit X-16.807-3/4 van 26 augustus 2016 voor de vrederechter kan betwisten, verliest de Raad van State te dezen zijn rechtsmacht.
  9. Er is reden om het voorliggende beroep te verwerpen en de kosten ten laste te leggen van de verwerende partij. BESLISSING
  10. De Raad van State verwerpt het beroep.
  11. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan verzoeker. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen juli 2019, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust. X-16.807-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.125 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.