← België

Arrest 245126 - Kerkfabrieken - 09/07/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 juli 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.126 Rolnummer: A. 222911/X-16996 Zaak: Arrest 245126 - Kerkfabrieken - 09/07/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-07-15 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-06-21 22:28 Fiche Arrest nr 245.126 van 9 juli 2019 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Kerkfabrieken Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 245.126 van 9 juli 2019 in de zaak A. 222.911/X-16.

  1. In zake : de KERKFABRIEK SINT-HILARIUS BOUTERSEM woonplaats kiezend te 3370 Boutersem Heidestraat 22 tegen : het CENTRAAL KERKBESTUUR BOUTERSEM woonplaats kiezend te 3370 Boutersem Nachtegaalstraat 7 Tussenkomende partij : de GEMEENTE BOUTERSEM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bert Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 26 juli 2017, strekt tot de nietigverklaring van het pastorie- en kerkenplan, overeengekomen tussen het centraal kerkbestuur Boutersem, het bisdom Mechelen-Brussel en de gemeente Boutersem, en tot de erkenning van “de uitvoerig gemotiveerde en enige sollicitatie om de Sint-Hilariuskerk tot hoofd- of zondagskerk uit te roepen”. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. X-16.996-1/7 De gemeente Boutersem heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 22 februari
  4. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij, de verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 mei
  5. Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht. René Boogaerts, voorzitter Kerkfabriek Sint-Hilarius, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Hans-Kristof Carême, die loco advocaat Bert Beelen verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten
  7. Het centraal kerkbestuur Boutersem legt op 22 maart 2016 met het oog op een kerken- en pastorieplan, en op het overleg daarover met de gemeente Boutersem, de te hanteren principes vast. Met betrekking tot de Sint- Hilariuskerk van Boutersem is dat uitgangspunt: “Niet meer bestemd voor de eredienst en komt in aanmerking voor herbestemming.” X-16.996-2/7 Tijdens het overleg van 22 augustus 2016 tussen het centraal kerkbestuur en het college van burgemeester en schepenen van de gemeente worden de teksten van het “Kerkenplan Boutersem” en de “Overeenkomst Pastorieplan Boutersem” definitief goedgekeurd. Er wordt in het vooruitzicht gesteld dat de teksten, eens ze door de bisschop ondertekend zijn, ter aanvaarding aan de gemeenteraad zullen worden voorgelegd. Het kerkenplan en de overeenkomst pastorieplan worden op de vergadering van het centraal kerkbestuur van 15 september 2016 ondertekend door de betrokken kerkfabrieken, met uitzondering van verzoekster, die afwezig is. In verband met verzoeksters bezwaar tegen de gang van zaken wordt opgemerkt: “Bij de opmaak van het kerkenplan wordt van de kerkfabrieken verwacht dat zij de nodige informatie bezorgen aan het Centraal Kerkbestuur. Over de nieuwe bestemming moeten de kerkfabrieken geconsulteerd worden. Dat is de laatste jaren regelmatig aan bod gekomen. Er is hier een duidelijke consultatie gebeurd. Op deze vergaderingen was het kerkbestuur van St. Hilarius steeds vertegenwoordigd. De ondertekening vandaag van het kerkenplan door de verschillende kerkfabrieken is het bewijs dat er een brede consultatie is geweest. Uiteindelijk beslist de bisschop. En daarna moet de gemeenteraad beslissen of [hij] daarmee akkoord gaa[t]. Het tussentijds overleg met de gemeente is hierin van belang geweest. Bovendien is de voorzitter van het CKB [centraal kerkbestuur Boutersem] naar het kerkbestuur van St. Hilarius gegaan om het voorstel toe te lichten, en te overleggen. De procedure is correct gevolgd.” Ter gelegenheid van de vergadering van het centraal kerkbestuur van 19 januari 2017 wordt gerapporteerd dat het pastorieplan door de (afgevaardigde van de) bisschop is ondertekend, maar nog niet het kerkenplan. Daarom, en rekening houdend met een “Inspiratienota Onroerend Erfgoed van 2/12/2016”, geeft het centraal kerkbestuur “er de voorkeur aan om de tekst [van het kerkenplan] aan te passen volgens de nieuwe criteria”. Het centraal kerkbestuur stemt op 16 maart 2017 met het aangepaste kerkenplan in. Tijdens de vergadering, waarop verzoekster vertegenwoordigd is, wordt meegedeeld dat het aangepaste plan reeds aan het college van burgemeester en schepenen werd bezorgd “dat ons liet weten akkoord X-16.996-3/7 te zijn met de inhoud”. Het plan wordt door alle betrokken kerkfabrieken ondertekend, behoudens door verzoekster. Het plan wordt op 1 juni 2017 goedgekeurd door de gemeenteraad. IV. Ontvankelijkheid Standpunt van de partijen
  8. De tussenkomende partij werpt verzoekster onder andere tegen dat, in zoverre het beroep de nietigverklaring beoogt van de afspraken tussen de gemeente en het centraal kerkbestuur, zij naliet gebruik te maken van het door artikel 33/1 van het decreet ‘betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten’ van 7 mei 2004 (hierna: eredienstendecreet) georganiseerde administratief beroep. In zoverre is de vordering tot nietigverklaring volgens de tussenkomende partij onontvankelijk. Naar haar mening is het beroep ook onontvankelijk in de mate dat de verzoekende partij vraagt de sollicitatie te erkennen om de Sint- Hilariuskerk tot hoofd- of zondagskerk uit te roepen: de Raad van State, die alleen administratieve rechtshandelingen kan vernietigen, is daartoe niet bevoegd.
  9. Verzoekster antwoordt dat de notulen van de vergadering van het centraal kerkbestuur van 16 maart 2017 haar pas op 22 mei 2017 doorgemaild werden en dat zij door deze laattijdige communicatie geen beroep meer kon aantekenen bij de toezichthoudende overheid, de gouverneur: “inderdaad de 60 dagen waren verstreken”. Voorts verklaart verzoekster zich ermee akkoord dat haar vordering onontvankelijk is in zoverre erin de erkenning wordt gevraagd van de Sint-Hilariuskerk als zondagskerk, maar, meent zij, “de Raad van State heeft wel de bevoegdheid om te waken over de toepassing van de geldende rechtsregels”. Tevens voegt zij toe: “Wij vragen aan de Raad van State alleen maar de erkenning van onze sollicitatiebrief tot hoofd- of zondagskerk. Er is nooit X-16.996-4/7 geantwoord op deze sollicitatiebrief [ingediend op 12 oktober 2012] en geen enkele andere kerk- of parochieraad heeft officieel gesolliciteerd.” Beoordeling
  10. Artikel 33/1 van het eredienstendecreet luidt: “Het centraal kerkbestuur kan, ook namens de kerkfabrieken die eronder vallen, afspraken maken met de gemeenteoverheid. Die afspraken zijn bindend voor het centraal kerkbestuur, het gemeentebestuur en de betrokken kerkfabrieken. Het centraal kerkbestuur bezorgt de gemaakte afspraken aan alle betrokken kerkfabrieken. De wijze van kennisgeving wordt bepaald in overleg tussen het centraal kerkbestuur en de kerkfabrieken die eronder vallen. Een kerkfabriek kan beroep instellen bij de provinciegouverneur tegen de gemaakte afspraken binnen een termijn van dertig dagen die ingaat op de dag na de kennisgeving, vermeld in het eerste lid. De provinciegouverneur spreekt zich uit over het beroep binnen een termijn van dertig dagen die ingaat op de dag na de ontvangst van het beroep. Hij verstuurt zijn beslissing uiterlijk de laatste dag van die termijn aan de kerkfabriek, het centraal kerkbestuur, de gemeenteoverheid en het erkend representatief orgaan. Als binnen de termijn van dertig dagen geen beslissing aan de kerkfabriek, het centraal kerkbestuur, de gemeenteoverheid en het erkend representatief orgaan is verstuurd, wordt de provinciegouverneur geacht het beroep te hebben ingewilligd.”
  11. Het geciteerde voorschrift voorziet erin dat een kerkfabriek een (administratief) beroep kan instellen bij de provinciegouverneur tegen de afspraken die het centraal kerkbestuur maakte met de gemeenteoverheid. Deze door het decreet georganiseerde administratieve beroepsmogelijkheid moet verplicht worden uitgeput vóóraleer ontvankelijk een beroep bij de Raad van State kan worden ingesteld.
  12. In de voorliggende zaak beoogt verzoekster in de eerste plaats de vernietiging van het pastorie- en kerkenplan, overeengekomen tussen het centraal kerkbestuur Boutersem, het bisdom Mechelen-Brussel en de gemeente Boutersem, waarin, zoals de tussenkomende partij terecht betoogt, “tussen deze partijen afspraken [worden] gemaakt over de toekomstige bestemming en het X-16.996-5/7 gebruik van de pastorieën en kerken op het grondgebied van tussenkomende partij”. Tegen die door het centraal kerkbestuur gemaakte afspraken blijkt verzoekster evenwel niet het voormelde georganiseerd administratief beroep te hebben ingesteld. Haar uitleg daarvoor – dat een tijdig beroep op de toezichthoudende overheid niet meer mogelijk was om reden dat de afspraken haar te laat werden meegedeeld – snijdt geen hout. Immers gaat de termijn van dertig dagen voor het instellen van het administratief beroep tegen de gemaakte afspraken nu eenmaal slechts in “op de dag na de kennisgeving”. Het beroep van verzoekster is bijgevolg onontvankelijk in zoverre het de in een kerken- en pastorieplan vervatte afspraken viseert die het centraal kerkbestuur Boutersem met de gemeenteoverheid maakte.
  13. Ook in zoverre verzoekster de Raad van State vraagt haar sollicitatie te “erkennen” om de Sint-Hilariuskerk tot hoofd- of zondagskerk uit te roepen, is haar beroep onontvankelijk. Dit verzoek laat zich niet inpassen in de bevoegdheid die aan de Raad van State is toegewezen.
  14. De besproken excepties zijn gegrond. Het beroep is niet ontvankelijk. V. Kosten
  15. Noch aan de verwerende partij, noch aan de tussenkomende partij komt een rechtsplegingsvergoeding toe. Niet aan de verwerende partij omdat de rechtsplegingsvergoeding een tegemoetkoming in de kosten en honoraria van de advocaat is en de verwerende partij niet door een advocaat werd bijgestaan; en niet aan de tussenkomende partij, vanwege artikel 30/1, § 2, laatste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. X-16.996-6/7 BESLISSING
  16. De Raad van State verwerpt het beroep.
  17. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negen juli 2019, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Stephan De Taeye, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-16.996-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.126 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.