id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 juli 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.164 Rolnummer: A. 220723/X-16783 Zaak: Arrest 245164 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 12/07/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-07-18 Raadplegingen: 69 - laatst gezien 2026-06-27 23:48 Fiche Arrest nr 245.164 van 12 juli 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 245.164 van 12 juli 2019 in de zaak A. 220.723/X-16.
- In zake:
- Johan LESCRAUWAET
- Caroline BUFFEL bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gert Ampe kantoor houdend te 8400 Oostende Kerkstraat 38 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD BRUGGE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gilles Dewulf kantoor houdend te 8310 Brugge Baron Ruzettelaan 27 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen :
- Jan VANDEVELDE
- Kristien VAN DE SOMPELE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Katia Bouve kantoor houdend te 8420 De Haan Mezenlaan 9 bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Franky Baert kantoor houdende te 8490 Jabbeke C. Permekelaan 37 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 14 november 2016, strekt tot de nietigverklaring van het “Besluit van de Gemeenteraad van de stad Brugge X-16.783-1/4 dd. 13.09.2016 houdende definitieve vaststelling van het ontwerp RUP Glas- en tuinbouw Sint-Andries”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Jan Vandevelde en Kristien Van De Sompele hebben een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomsten zijn toegestaan bij beschikking van 22 februari
- De tussenkomende partijen hebben een memorie ingediend. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op 2 april
- Op 27 mei 2019 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- X-16.783-2/4 III. Beoordeling
- In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing.
- De tussenkomende partij dient haar eigen kosten te dragen en kan, gelet op artikel 30/1, § 2, vierde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, geen rechtsplegingsvergoeding genieten. BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- De verzoekende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 300 euro. X-16.783-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twaalf juli 2019, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Johan Lust X-16.783-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.164 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div