← België

Arrest 245184 - Reglementen (justitie) - 16/07/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 juli 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.184 Rolnummer: A. 226844/V-1981 Zaak: Arrest 245184 - Reglementen (justitie) - 16/07/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-07-19 Raadplegingen: 99 - laatst gezien 2026-06-28 04:23 Versie(s): Vertaling FR Fiche Arrest nr 245.184 van 16 juli 2019 Justitie - Reglementen (justitie) Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Tussenkomst geweigerd Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Ve KAMER nr. 245.184 van 16 juli 2019 in de zaak A. 226.844/V-

  1. In zake: Patrick VAN DER STRATEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ann Coolsaet kantoor houdend te 2018 Antwerpen Arthur Goemaerelei 69 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Emmanuel Jacubowitz en Anthony Poppe kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen:
  2. de ORDE VAN VLAAMSE BALIES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frank Judo, Tim Souverijns en Nicolas Goethals kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen
  3. de ORDRE DES BARREAUX FRANCOPHONES ET GERMANOPHONE DE BELGIQUE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten François Tulkens en Nicolas Goethals kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen
  4. de GEGEVENSBESCHERMINGSAUTORITEIT woonplaats kiezend te 1000 Brussel Drukpersstraat 35 -------------------------------------------------------------------------------------------------- V-1981-1/8 I. Voorwerp van de vordering
  5. De vordering, ingesteld op 3 december 2018, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het koninklijk besluit van 9 oktober 2018 „tot wijziging van het koninklijk besluit van 16 juni 2016 houdende de elektroni- sche communicatie overeenkomstig artikel 32ter van het Gerechtelijk Wetboek‟ (BS 16 oktober 2018) en van het ministerieel besluit van 9 oktober 2018 „tot wij- ziging van het ministerieel besluit van 20 juni 2016 tot bepaling van de inwer- kingstelling van het e-Box netwerk en het e-Deposit systeem, zoals bedoeld in artikel 10 van het koninklijk besluit van 16 juni 2016 houdende de elektronische communicatie overeenkomstig artikel 32ter van het Gerechtelijk Wetboek‟ (BS 16 oktober). II. Verloop van de rechtspleging
  6. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Met verzoekschriften van 2, 3 en 17 januari 2019 hebben de Orde van Vlaamse Balies, de Ordre des Barreaux Francophones et Germanophone de Belgique en de Gegevensbeschermingsautoriteit gevraagd om in het admi- nistratief kort geding te mogen tussenkomen. Eerste auditeur Inge Vos heeft een verslag opgesteld. Met toepassing van artikel 90, § 1, vierde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met drie leden. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 juni
  7. V-1981-2/8 Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Ann Coolsaet, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaten Emmanuel Jacubowitz en Daisy Daniels, die verschijnen voor de verwerende partij, advocaten Frank Judo en Nicolas Goethals, die verschijnen voor de eerste tussenkomende partij en advocaten François Tulkens en Nicolas Goethals, die verschijnen voor de tweede tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Inge Vos heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  8. III. Achtergrond
  9. De bestreden besluiten geven uitvoering aan de mogelijkheid als bedoeld in artikel 32ter van het Gerechtelijk Wetboek, om de daarin opgesomde communicaties te laten gebeuren “door middel van het informaticasysteem van Justitie dat door de Koning wordt aangewezen”. Bij koninklijk besluit van 16 juni 2016 „houdende de elektroni- sche communicatie overeenkomstig artikel 32ter van het Gerechtelijk Wetboek‟ wordt het e-Box netwerk aangewezen “voor de kennisgevingen of mededelingen en de neerleggingen”, met uitzondering van de “neerlegging van conclusies en stukken”, waarvoor het e-Deposit systeem aangewezen wordt. V-1981-3/8 Het thans bestreden koninklijk besluit van 9 oktober 2018 be- oogt, naar wat te lezen is in het verslag aan de Koning, “om een informaticatoe- passing op te leggen, specif[i]ek voor advocaten, in de mate dat die meer waar- borgen en functies biedt die noodzakelijk zijn voor hun beroepsuitoefening”. Daartoe wordt onder meer artikel 10 van het koninklijk besluit van 16 juni 2016 aangevuld met de volgende paragraaf: “§
  10. Om de in de artikelen 3, derde lid en 7, derde lid beoogde doelstel- lingen, en in het bijzonder de controle van de hoedanigheid, te bereiken, kan de Minister van Justitie opleggen dat de toegang tot de in artikel 1 voorziene informaticasystemen, voor alle communicatie van en naar de in de eerste paragraaf van artikel 32ter van het Gerechtelijk Wetboek be- doelde personen geschiedt via de informaticasystemen die door de be- roepsorganisaties of de door hen aangestelden beheerd worden.” Uit het verslag aan de Koning blijkt nog de doelstelling om het toegangsbeheer voor de neerlegging van stukken in e-Deposit door advocaten toe te vertrouwen aan het DPA-deposit systeem, gezamenlijk beheerd door de Orde van Vlaamse Balies (OVB) en de Ordre des Barreaux Francophones et Germa- nophone (OBFG). Dit besluit beoogt DPA-deposit aan te wijzen als de enige communicatie-interface voor advocaten met e-Deposit en e-Box. Dat is dan ook wat de minister verwezenlijkt bij het bestreden ministerieel besluit van 9 oktober
  11. IV. Tussenkomst
  12. Gelet op de taak die bij de bestreden besluiten is opgedragen aan de OVB en aan de OBFG, hebben zij bij de uitkomst van de vordering belangen te verdedigen door middel van een tussenkomst in de zaak. 4.
  13. Overeenkomstig artikel 10, § 2, 3°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 „tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State‟ dient het verzoekschrift tot tussenkomst inzake de vordering tot V-1981-4/8 schorsing een uiteenzetting te bevatten van het belang van de verzoeker tot tus- senkomst alsook de uiteenzetting van zijn argumenten. 4.
  14. Het verzoekschrift tot tussenkomst van de Gegevensbescher- mingsautoriteit bevat geen uiteenzetting van haar argumenten. Haar verzoek tot tussenkomst in het kader van de kortgeding- procedure is bijgevolg niet ontvankelijk. V. Ontvankelijkheid van het beroep
  15. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de ver- werende partij opgeworpen en door de OVB en de OBFG bijgevallen ontvanke- lijkheidsexceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zouden alleen nodig zijn indien zou komen vast te staan dat de grond- voorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. VI. Spoedeisendheid
  16. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.
  17. Om van de spoedeisendheid van zijn zaak te overtuigen, geeft verzoeker in het inleidend verzoekschrift de volgende uiteenzetting: “Verzoekende partij wordt verplicht om gebruik te maken van een digitaal platform waarop gegevens van zijn cliënten en hemzelf zullen worden V-1981-5/8 bewaard. Zelfs indien verzoekende partij de opslag van deze gegevens zou trachten te omzeilen door zich niet akkoord te verklaren met de DPA-voorwaarden en al zijn conclusies zou neerleggen per post of door afgifte ter griffie, zullen tegenstrevers van verzoekende partij in navolging van de bestreden besluiten gebruik maken van het verplicht digitaal sys- teem waarbij DPA in de DPA-Box stukken, conclusies en dossiergegevens zal bewaren die gegevens van verzoekende partij en zijn cliënten bevatten. De tegenstrevers van verzoekende partij zullen de rolnummers, de gege- vens van zijn cliënten, de aanduiding van wie verzoekende partijen in welke zaak vertegenwoordigt én hun conclusies en stukken met veel meer vertrouwelijke gegevens van de cliënten én van verzoekende partij over- maken aan DPA. (zie stuk 10) Deze dossiersgegevens, conclusies én stukken worden centraal bewaard door DPA/ Diplad. Daarnaast worden deze gegevens gekopieerd in back-ups van DPA/ Dilpad. In die omstandigheden is er sprake van een onherstelbaar nadeel in de vorm van onwettige opslag en verspreiding van vertrouwelijke, pri- vé/ondernemings-gegevens van verzoekende partij zelf (in welke zaak treedt hij op, wie vertegenwoordigt hij in rechten, wie zijn zijn cliënten, tegen wie heeft verzoekende partij rechtsvordering ingesteld etc.). Dit na- deel is onherstelbaar, eens de gegevens overgedragen zijn, is er geen enkele garantie meer dat deze gegevens ooit nog definitief kunnen worden ver- wijderd, dat niemand er kennis van heeft genomen of kan nemen, ook niet in de vorm van meta-data en deze gegevens niet verder zullen worden bewaard, gekopieerd, opgeslagen in back-ups etc. Hoe langer de bestreden besluiten in werking zijn hoe groter het nadeel, want hoe meer gegevens van verzoekende partij zullen worden gedeeld met DPA. De normale duurtijd van een gewone vernietigingsprocedure kan in die omstandighe- den dan ook niet worden afgewacht.”
  18. Zoals verzoeker zélf aangeeft, beschikt hij nog over de vrijheid om géén gebruik te maken van het digitale platform. Hij wordt dus geenszins verplicht om ervan gebruik te maken; in zoverre mist zijn uiteenzetting feitelijke grondslag. Voorts gaat verzoeker in zijn hiervóór aangehaalde uiteenzetting eraan voorbij dat het bestreden ministerieel besluit voorschrijft dat de neerleg- gingen via het DPA systeem kunnen plaatsvinden, “op voorwaarde dat dit geen aanleiding geeft tot de bewaring en raadpleging van de documenten in het DPA systeem”. V-1981-6/8 Dat vertrouwelijke gegevens van hemzelf of van zijn cliënten wederrechtelijk verspreid kunnen worden noemt de verwerende partij in haar nota “loutere veronderstellingen”. Alleszins, zo bedenkt de Raad van State, toont ver- zoeker niet aan hoe het gebruik door zijn tegenstrevers van het nieuwe DPA-systeem leidt tot grotere risico‟s op verspreiding, hacking of bewaring van gevoelige informatie dan de tot hiertoe door hen gebruikte digitale kanalen voor de wisseling van stukken, zoals e-mail. Maar zelfs als, ten slotte, verzoeker geacht zou worden dit te hebben aangetoond, dan laat hij na met de vereiste precisie en in concreto aan de rechter de gegevens aan te reiken die deze in staat stelt te beoordelen welke per- soonlijke schade verzoeker daarvan ondervindt (of minstens dreigt te ondervinden) en waarom hij dat nadeel niet moet kunnen dragen gedurende de gewone behan- delingstermijn van de zaak. Een eventuele onwettigheid kan in beginsel geen spoedeisendheid schragen; het betreft immers twee onderscheiden schorsings- voorwaarden.
  19. De karige en niet-toereikende uiteenzetting uit het verzoek- schrift kan verzoeker niet met een mondelinge aanvulling op de terechtzitting goedmaken, aangezien alleen de in het verzoekschrift aangebrachte gegevens de overige partijen toelaten zich daartegen op de geëigende wijze – in hun geschreven procedurestukken – te verweren en het voorwerp kunnen uitmaken van het on- derzoek door het auditoraat.
  20. Niet is aangetoond dat verzoeker enige uitzonderlijke schade of nadeel ondervindt dat een schorsingsarrest momenteel moet verhelpen, om reden dat hij het niet moet kunnen verdragen voor de tijd nodig om tot een uitspraak te komen volgens het normale verloop van de annulatieprocedure.
  21. De spoedeisendheid is niet aangetoond. V-1981-7/8 BESLISSING
  22. De verzoeken van de Orde van Vlaamse Balies en de Ordre des Barreaux Francophones et Germanophone de Belgique tot tussenkomst worden inge- willigd. Het verzoek van de Gegevensbeschermingsautoriteit tot tussenkomst wordt afgewezen.
  23. De Raad van State verwerpt de vordering.
  24. De Gegevensbeschermingsautoriteit wordt verwezen in de kosten van haar tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 16 juli 2019, door de Raad van State, Ve kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Jan Clement, staatsraad, Luc Cambier, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Geert Van Haegendoren V-1981-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.184 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.247.705 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.