← België

Arrest 245304 - Wegverkeer van mensen (bussen) - 14/08/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 augustus 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.304 Rolnummer: A. 223041/IX-9128 Zaak: Arrest 245304 - Wegverkeer van mensen (bussen) - 14/08/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-08-22 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-21 22:21 Fiche Arrest nr 245.304 van 14 augustus 2019 Economische zaken - Wegverkeer van mensen (bussen) Beslissing : afvoering Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 245.304 van 14 augustus 2019 in de zaak A. 223.041/IX-9128 In zake: Semadar MEHLMANN woonplaats kiezend te 8420 De Haan Torenhofstraat 6/0107 tegen: de VLAAMSE VERVOERMAATSCHAPPIJ DE LIJN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Vanhemelrijck kantoor houdend te 1910 Kampenhout Bergstraat 54 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 4 september 2017, strekt tot de toekenning van een schadevergoeding tot herstel aan Semadar Mehlmann. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend. Op 18 april 2018 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling verzonden, bedoeld in artikel 71, vierde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. IX-9128-1/4 De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 juni
  3. Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht. Advocaat Peter Vanhemelrijck, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur Inge Vos heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. Naar luid van artikel 71, vierde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ zal, indien de in het eerste lid bedoelde rekening niet gecrediteerd is binnen de termijn van dertig dagen na de ontvangst van het overschrijvingsformulier, de ingestelde vordering of het ingestelde beroep als “niet verricht” worden beschouwd of van de rol worden geschrapt. Onder meer in het aangetekend schrijven van de griffie van de Raad van State van 1 maart 2018, waarbij aan verzoekster de voor het overschrijven van de verschuldigde kosten vereiste gegevens werden meege- IX-9128-2/4 deeld, maar dat door verzoekster niet bij de post werd afgehaald, heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 71, vierde lid.
  6. Verzoekster heeft de vermelde rekening bij de federale overheidsdienst Financiën niet gecrediteerd binnen de voorgeschreven termijn van dertig dagen. Haar vordering dient dan ook overeenkomstig artikel 71, vierde lid, van het voormelde besluit van de Regent van de rol te worden geschrapt. IV. Kosten 5.
  7. De verwerende partij vraagt in haar memorie van antwoord om verzoekster “te veroordelen tot betaling van de kosten van het geding, in hoofde van concluante begroot op € 1.440,00 (niet in geld-waardeerbare zaak)”. 5.
  8. Die vraag van de verwerende partij kan evenwel niet worden beschouwd als een verzoek tot het verkrijgen van een rechtsplegingsvergoeding zoals bedoeld in artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 67 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Niet alleen immers maakt de verwerende partij in haar memorie helemaal niet duidelijk dat zij een rechtsplegingsvergoeding beoogt, bovendien over- schrijdt het bedrag dat zij aanziet als “de kosten van het geding” het maximale bedrag van een rechtsplegingsvergoeding. Overigens zou een rechtsplegings- vergoeding ten belope van het maximale bedrag slechts kunnen worden verantwoord onder de voorwaarden die zijn bepaald in artikel 30/1, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, terwijl de verwerende partij ook al niet aanvoert dat die zijn vervuld.
  9. Voor zover de verwerende partij ter terechtzitting alsnog de toekenning van een rechtsplegingsvergoeding vraagt, dient te worden gewezen op IX-9128-3/4 artikel 84/1 van het voormelde besluit van de Regent luidens hetwelk het verzoek tot het verkrijgen van een rechtsplegingsvergoeding ten laatste vijf dagen vóór de zitting dient te worden ingediend.
  10. Aan de voormelde vragen van de verwerende partij wordt dan ook geen gunstig gevolg gegeven. BESLISSING De vordering wordt van de rol geschrapt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 14 augustus 2019, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Bert Thys IX-9128-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.304 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.