id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 augustus 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.324 Rolnummer: A. 226559/XIV-37865 Zaak: Arrest 245324 - Niet begeleide minderjarigen - 27/08/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-09-02 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-21 21:57 Fiche Arrest nr 245.324 van 27 augustus 2019 Vreemdelingen - Niet begeleide minderjarigen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 245.324 van 27 augustus 2019 in de zaak A. 226.559/XIV-37.865 In zake: Nawid SEDIQI die keuze van woonplaats doet bij advocaat Naweed Ahmadzadah kantoor houdend te 2018 Antwerpen Quellinstraat 37 bus 12 tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
(2013). Volgens verzoeker wordt hiermee aangetoond dat hij nog steeds minderjarig is. Het administratief dossier, met name ‘Fiche Niet-begeleide minderjarige vreemdeling’, bevestigt de informatie vermeldt op dit document. Verzoeker verklaarde immers geboren te zijn op 31.10.2002 en dat hij destijds 15 jaar en tien maanden oud was. Bovendien dient de beslissing ook te motiveren in welke mate de resultaten van het desbetreffend onderzoek kan worden aanvaard rekening houdende met hun beperkte betrouwbaarheid, zeker voor wat betreft de verschillende resultaten voor personen met een andere afkomst. Op medisch vlak bestaan er diverse methodes om de leeftijd van een bepaalde persoon te onderzoeken. Een van de oudste methodes betreft het leeftijdsonderzoek via een röntgenfoto van de linker hand en de pols, op basis waarvan, aan de hand van de atlas van Greulich en Pyl, iemands zogenaamde skeletleeftijd wordt vastgesteld (de rijping of volgroeiing van het skelet), waaruit men daarna de reële leeftijd van de betrokkene inschat. Nauw hiermee zijn verwant de medische testen waarmee iemands skelet leeftijd wordt nagetrokken via een onderzoek van de gebitsontwikkeling. Andere leeftijdsonderzoeken zijn veeleer gericht op de externe kenmerken van de lichaamsbouw in het algemeen of op de ontwikkeling van de secundaire geslachtskenmerken. Er zijn ook testen die zogenaamde sociaalpedagogische leeftijdsonderzoeken, waarbij hoofdzakelijk via vraaggesprekken, gepeild wordt naar het intellectuele ontwikkelingsniveau, evenals de psychologische en emotionele maturiteit van een persoon. In ondergeschikte orde, diende verwerende partij minstens een andere methode [te] hanteren. Het is belangrijk te vermelden dat het inzake het inzetten van verschillende methodes om de leeftijd van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen te bepalen er enigszins verzet bestaat in de medische wereld. Het is duidelijk dat er een onderzoek moest plaats vinden waarbij rekening zou worden gehouden met het leven van de verzoekende partij als een Afghaanse jongeman. Voorts dient te worden opgemerkt dat heel wat van de leeftijdsonderzoeken gesteund zijn op onderzoekgegevens van tientallen jaren geleden. Te dezen kan dan ook worden geconcludeerd dat de voormelde normen geschonden zijn. Het enig middel is gegrond.” XIV-37.865-5/10 Beoordeling
- De schending van artikel 62 van de vreemdelingenwet kan niet dienstig worden aangevoerd tegen de bestreden beslissing, die met toepassing van de voogdijwet en dus niet van de vreemdelingenwet is genomen. Verzoeker licht niet toe op welke wijze “de appreciatiebevoegdheid” met de bestreden beslissing zou zijn geschonden. Het enige middel is in die mate niet-ontvankelijk.
- De artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 verplichten de administratieve overheid in de akte de juridische en feitelijke overwegingen op te nemen die aan de beslissing ten grondslag liggen, en dat op “afdoende” wijze. Het afdoende karakter van de motivering betekent dat de motivering pertinent moet zijn, dit wil zeggen dat ze duidelijk met de beslissing te maken moet hebben, en dat ze draagkrachtig moet zijn, dit wil zeggen dat de aangehaalde redenen moeten volstaan om de beslissing te dragen. De belangrijkste bestaansreden van de motiveringsplicht, zoals die wordt opgelegd door de wet van 29 juli 1991, bestaat erin dat de betrokkene in de hem aanbelangende beslissing zelf de motieven moet kunnen aantreffen op grond waarvan ze werd genomen, opdat de betrokkene met kennis van zaken zou kunnen uitmaken of het aangewezen is de beslissing met een annulatieberoep te bestrijden. De bestreden beslissing is, wat het medisch onderzoek betreft, formeel afdoende gemotiveerd wanneer het resultaat van dat onderzoek in de bestreden beslissing wordt vermeld. Het is hierbij niet vereist dat de beslissing eveneens aangeeft welke medische onderzoeken werden uitgevoerd noch dat de resultaten van het medisch onderzoek samen met de bestreden beslissing worden betekend. Te dezen luidt de in de bestreden beslissing vermelde conclusie van het medisch verslag: “Analyse van deze gegevens geeft mijn[s] inziens aan dat SEDIQI Nawid op datum van 28-08-2018 een leeftijd heeft van ouder dan 18 jaar waarbij 19,5 jaar met XIV-37.865-6/10 een standaarddeviatie van 1,3 jaar een goede schatting is.” Bovendien blijkt uit het middel dat verzoeker kennis heeft van de resultaten van de drie uitgevoerde onderzoeken, te weten het orthopantomogram, het onderzoek van de sleutelbeenderen en de hand-polsradiografie, en zich verzet tegen de beoordeling ervan in de bestreden beslissing. Het enige middel is ongegrond wat de schending van de in de wet van 29 juli 1991 vastgelegde formelemotiveringsplicht betreft.
- De materiëlemotiveringsplicht houdt in dat iedere administratieve rechtshandeling moet steunen op motieven waarvan het feitelijk bestaan naar behoren is bewezen en die in rechte ter verantwoording van die handeling in aanmerking kunnen worden genomen. Bij de beoordeling van de naleving van de materiëlemotiveringsplicht is de Raad van State niet bevoegd om zijn oordeel omtrent de feiten in de plaats te stellen van het oordeel van de administratieve overheid. Hij is enkel bevoegd om desgevraagd na te gaan of de administratieve overheid is uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens, of zij die correct heeft beoordeeld en of zij op grond daarvan binnen de perken van de redelijkheid tot haar besluit is kunnen komen. Naar luid van artikel 7, § 1, van de voogdijwet laat de dienst Voogdij, indien hij twijfel koestert omtrent de leeftijd van de betrokken persoon, onmiddellijk een medisch onderzoek door een arts uitvoeren teneinde na te gaan of die persoon al dan niet jonger is dan 18 jaar. Nu de wet zelf het medisch onderzoek als bewijsmiddel heeft ingesteld wanneer twijfel over de leeftijd van de betrokkene bestaat, blijkt geen schending van het zorgvuldigheids- of het redelijkheids- beginsel uit het feit dat de dienst Voogdij de bestreden beslissing heeft genomen op grond van dergelijk leeftijdsonderzoek. Verzoeker weidt uit over de “beperkte betrouwbaarheid” van medische onderzoeken voor leeftijdsbepaling. Hij beperkt zich tot algemene XIV-37.865-7/10 kritiek doch hij toont niet aan dat het medisch onderzoek te dezen ondeskundig, onbetrouwbaar of niet correct is. Zo blijkt dat de arts eventuele afwijkingen ten gevolge van genetische, etnische of andere factoren heeft opgevangen door, waar nodig, een standaarddeviatie te hanteren. De wetgever heeft met de medische leeftijdstest overigens niet de bedoeling gehad de exacte leeftijd van de betrokkene te laten achterhalen doch enkel uitsluitsel te krijgen of de betrokkene al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Meer concreet blijkt dat de arts zich steunt op een meervoudig onderzoek, waarvan elk deelonderzoek individueel wordt geïnterpreteerd en waarna een algemene conclusie wordt getrokken met de eigenlijke leeftijdsschatting. Bij het bepalen in de bestreden beslissing of verzoeker al dan niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, is de eindconclusie van de arts op basis van die deelonderzoeken relevant en niet het resultaat van een afzonderlijk deelonderzoek. Die eindconclusie, en niet de conclusie van ieder deelonderzoek afzonderlijk, is derhalve ook bepalend voor de in het voornoemde artikel 7, § 3, van de voogdijwet bedoelde “jongste leeftijd”. Indien de arts voor zijn eindconclusie een deviatiefactor vermeldt, wordt de ondergrens daarvan in aanmerking genomen voor het bepalen van de leeftijd. Te dezen gaat het dus om een leeftijd van “ouder dan 18 jaar waarbij 19,5 jaar met een standaarddeviatie van 1,3 jaar een goede schatting is”. Dat er verschillen bestaan tussen de resultaten van de deelonderzoeken, doet geen afbreuk aan het feit dat daaruit een eindconclusie kan worden afgeleid. Verzoeker toont niet aan dat de eindconclusie van het medisch verslag in strijd is met de voornoemde vaststellingen. Met de verwijzing naar het feit dat er slechts twee van de vier wijsheidstanden aanwezig waren toont verzoeker niet aan dat de leeftijdsschatting niet mede op basis van het orthopantomogram kon worden gemaakt. Door erop te wijzen dat de arts in het medisch verslag de skelettale leeftijd op basis van de hand-polsradiografie schat op minstens 18 jaar, zonder voor dit onderzoek een standaarddeviatie te vermelden, toont verzoeker evenmin aan dat deze beoordeling niet mocht worden betrokken bij de eindbeoordeling of dat dit onderzoek tot een andere conclusie had moeten leiden. XIV-37.865-8/10 Verzoeker ontkracht aldus niet dat het medisch onderzoek met de vereiste deskundigheid is gebeurd en dat de arts bij de beoordeling van de objectieve gegevens die hem voorlagen, rekening heeft gehouden met alle gegevens die in de huidige stand van de wetenschap gemeenzaam worden aanvaard. Verzoeker legt thans zijn taskara over waaruit zijn voorgehouden minderjarigheid zou moeten blijken. Het blijkt echter niet dat de verwerende partij reeds over dit stuk beschikte bij het nemen van de bestreden beslissing. Er kan derhalve geen rekening mee worden gehouden bij de beoordeling van de wettigheid van de bestreden beslissing. Het enige middel is ongegrond wat de schending van artikel 7 van de voogdijwet en van de materiëlemotiveringsplicht en het zorgvuldigheids- beginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur betreft. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigver- klaring, begroot op 200 euro. XIV-37.865-9/10 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zevenentwintig augustus tweeduizend negentien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Carlo Adams XIV-37.865-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.324 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div