← België

Arrest 245364 - Overheidsopdrachten - 05/09/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 september 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.364 Rolnummer: A. 228782/XII-8777 Zaak: Arrest 245364 - Overheidsopdrachten - 05/09/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-09-05 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-21 07:15 Fiche Arrest nr 245.364 van 5 september 2019 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Bevolen Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 245.364 van 5 september 2019 in de zaak A. 228.782/XII-8777 In zake: de BVBA SDS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Kathleen De hornois en Mattias Van Schel kantoor houdend te 1930 Zaventem Luchthaven Brussel Nationaal 1J bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter Dewaele kantoor houdend te 8500 Kortrijk Groeningestraat 33 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de BVBA G. DE WILDE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bettina Poelemans kantoor houdend te 9051 Sint-Denijs-Westrem Kortrijksesteenweg 1144 G bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Elke Casteleyn -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 7 augustus 2019, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de “[g]emotiveerde gunningsbeslissing tot aanstelling van een centraal gerechtsdeur- XII-8777-1/14 waarderskantoor (bestek nr. AMB/2018/6) d.d. 17 juli 2019 van de Vlaamse Landmaatschappij”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Met een verzoekschrift van 20 augustus 2019 heeft de bvba G. De Wilde gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 september 2019, om 10.00 uur. Kamervoorzitter Dierk Verbiest heeft verslag uitgebracht. Advocaat Mattias Van Schel en advocaat Isaac De Coster, loco advocaat Kathleen De hornois, die verschijnen voor de verzoekende partij, advocaat Pieter Dewaele, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Bettina Poelemans, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Inge Vos heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. De verwerende partij schrijft een opdracht voor de aanneming van diensten uit voor de aanstelling van een centraal gerechtsdeurwaarderskantoor. De opdracht wordt door de verwerende partij gekwalificeerd als een opdracht betreffende sociale en andere specifieke diensten. XII-8777-2/14 Als gunningswijze wordt gekozen voor een vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking. 3.
  5. De opdracht wordt bekendgemaakt in het Bulletin der Aanbestedingen van 12 november
  6. 3.
  7. Zes inschrijvers dienen een offerte in, waaronder de verzoekende partij en de gekozen inschrijver. 3.
  8. In een eerste gunningsbeslissing van 24 april 2019 wordt overeenkomstig het verslag van nazicht van offertes van 21 maart 2019, beslist om de opdracht te gunnen aan de bvba G. De Wilde. 3.
  9. Met een vordering, ingesteld bij de Raad van State op 21 mei 2019, vraagt de verzoekende partij de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van deze gunningsbeslissing. 3.
  10. Bij beslissing van 19 juni 2019 wordt de gunningsbeslissing van 24 april 2019 ingetrokken, waarna de Raad van State in het arrest nr. 245.046 van 2 juli 2019 de vordering verwerpt. 3.
  11. Op 17 juli 2019 wordt een nieuw verslag van nazicht van de offertes opgesteld, waarin de offertes finaal als volgt worden gerangschikt : “ .” XII-8777-3/14 3.
  12. Op 17 juli 2019 beslist de verwerende partij om de opdracht, overeenkomstig de motivering en het besluit van het verslag van nazicht van diezelfde dag, te gunnen aan de bvba G. De Wilde. 3.
  13. Met een aangetekend schrijven en een e-mailbericht van 25 juli 2019 wordt aan de verzoekende partij medegedeeld dat de opdracht niet aan haar werd gegund. IV. Tussenkomst
  14. De bvba G. De Wilde blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd. V. Schorsingsvoorwaarden 5.
  15. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. 5.
  16. Te dezen is evenwel ook de wet van 17 juni 2013 „betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies‟ van toepassing. Krachtens artikel 15, eerste lid, van die wet kan de uitvoering worden geschorst van de thans bestreden beslissing in aanwezigheid van een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid. XII-8777-4/14 Overeenkomstig artikel 15, tweede lid, echter wordt de vordering tot schorsing voor de Raad van State uitsluitend ingesteld volgens een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid. 5.
  17. Er dient te dezen dan ook enkel nog te worden onderzocht of minstens één ernstig middel wordt aangevoerd, dan wel een klaarblijkelijke onwettigheid aanwezig is, die de nietigverklaring van de bestreden beslissing kan verantwoorden. VI. Onderzoek van het enig middel Uiteenzetting van het middel
  18. Het enig middel is genomen uit de schending van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, de artikelen 4 en 81 van de wet van 17 juni 2016 „inzake overheidsopdrachten‟(hierna: wet overheidsopdrachten 2016), artikel 5, 9°, van de voormelde wet van 17 juni 2013, het beginsel patere legem quam ipse fecisti, en “de beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het transparantiebeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en de materiële motiveringsplicht”. In het tweede middelonderdeel voert de verzoekende partij aan dat de verwerende partij het “patere legem”-beginsel heeft geschonden door miskenning van een eigen gunningscriterium bij de beoordeling van de offertes. Hoewel volgens de verzoekende partij de verwerende partij in het bestek het aantal beschikbare medewerkers als tweede gunningscriterium aanmerkt, blijkt het aantal medewerkers bij de eigenlijke beoordeling van de offertes aan de hand van dat criterium plots niet meer relevant te zijn. Aldus wijkt de verwerende partij volgens de verzoekende partij af van het door haar bepaalde gunningscriterium, namelijk het aantal beschikbare medewerkers. Dergelijk gebrek aan transparantie en voorzienbaarheid van een gunningscriterium houdt volgens de verzoekende partij tevens een schending in XII-8777-5/14 van de artikelen 4 en 81 van de wet overheidsopdrachten
  19. Hoewel uit het dossier overduidelijke verschillen blijken, worden immers zowel de verzoekende partij als de begunstigde inschrijver op dit gunningscriterium gelijk beoordeeld en behalen zij beiden een score van 20 op 25 punten. Het manifest miskennen van elementen uit de offerte van de verzoekende partij is volgens haar zonder meer doorslaggevend voor de uiteindelijke eindscore. Beoordeling
  20. In het tweede middelonderdeel voert de verzoekende partij aan dat de verwerende partij bij de beoordeling van de offertes en de toetsing aan het tweede gunningscriterium het beginsel patere legem quam ipse fecisti heeft miskend, evenals de artikelen 4 en 81 van de wet overheidsopdrachten
  21. Anders dan de verwerende partij dit ziet in een exceptie “obscuri libelli” lijkt de verzoekende partij daarbij op meteen duidelijke wijze aan te geven welke rechtsnormen zij door de bestreden beslissing geschonden acht en op welke wijze dit concreet gebeurt. Bovendien is de verwerende partij er in haar nota in geslaagd dit middelonderdeel te beantwoorden. De exceptie wordt verworpen.
  22. De offerte van de verzoekende partij blijkt voorts in de eindrangschikking als tweede te worden gerangschikt met een totaalscore van 79 punten, terwijl de gekozen inschrijver een score van 81,50 punten blijkt te hebben behaald. Het tweede middelonderdeel heeft betrekking op de beoordeling van het tweede gunningscriterium inzake de organisatie van de samenwerking met een weging van 25 punten op 100, waarvoor volgens de verzoekende partij aan beide inschrijvers ten onrechte eenzelfde score zou zijn toebedeeld. Gelet op het beperkte puntenverschil lijkt dit middelonderdeel dan ook reeds op zichzelf van die aard te zijn dat het aanvaarden ervan de rangschikking tussen de inschrijvers kan beïnvloeden zodat de verzoekende partij aldus belang lijkt te hebben bij dit middelonderdeel.
  23. Een aanbestedende overheid is op grond van het beginsel patere legem quam ipse fecisti ertoe gehouden om de regels die zij in haar eigen bestek XII-8777-6/14 heeft opgelegd, te eerbiedigen. Uit dat beginsel vloeit immers voort dat zij bij het doorvoeren van een inhoudelijke beoordeling van offertes gebonden is door de regels die hieromtrent in het bestek zijn vastgesteld, ook al zijn deze niet verplichtend opgelegd door regelgeving. Daarbij beschikt zij bij de toetsing van de offertes aan de gunningscriteria over een grote beoordelingsruimte. De Raad van State mag zich immers niet in de plaats van het bestuur stellen en de rangschikking op grond van een eigen beoordeling wijzigen. Wel mag hij desgevraagd nagaan onder meer of de beoordeling is gebeurd aan de hand van de gunningscriteria die in het bestek zijn opgenomen, of die beoordeling met de vereiste zorgvuldigheid is gebeurd en berust op voldoende veruitwendigde en draagkrachtige motieven.
  24. Het tweede gunningscriterium “Organisatie van de samen- werking tussen de opdrachtnemer en de aanbestedende overheid en beschikbaarheid van de inschrijver (telefonisch en via e-mail) voor zowel de aanbestedende overheid als de debiteuren”, waaraan een weging van 25 punten wordt toegekend, wordt in het bestek als volgt nader omschreven: “De inschrijver beschrijft de mate van dienstverlening die hij aanbiedt aan de aanbestedende overheid inzake de beschikbaarheid van de kantoormedewerkers die hij voor de uitvoering van deze opdracht zal inzetten. Minimaal geeft de inschrijver aan: • hoeveel medewerkers beschikbaar zullen zijn • op welke ogenblikken ze (telefonisch) beschikbaar zullen zijn • voor de aanbestedende overheid om gegevens uit te wisselen met betrekking tot informatie of vragen over de invorderingsdossiers, maar ook in het kader van de adviesplicht bedoeld in de technische bepalingen van dit bestek. • voor de debiteuren (fysiek, telefonisch of via mail), en desgevallend op welke manier een debiteur tijdens de sluiting van het kantoor een andere mogelijkheid heeft om toegang te verkrijgen tot zijn dossier.”
  25. In het verslag van nazicht van 17 juli 2019 wordt de offerte van de gekozen inschrijver als volgt beoordeeld: “Inhoud en beoordeling van de offerte: De contacturen voor debiteur en VLM zijn ruimer dan de normale kantooruren. De VLM kan het kantoor telefonisch bereiken van 7u tot 20 u en de debiteur kan het kantoor bereiken van 8 u tot 20 u. De debiteur kan aan het XII-8777-7/14 loket (Gent) terecht van 7 u tot 20 u. Het kantoor is ook bereikbaar via e-mail, de berichtenmodule op de website en via sociale media. E-mails worden binnen de 4 werkuren beantwoord op werkdagen tussen 7u en 18u. De samenwerking wordt door 1 projectmanager opgestart en opgevolgd. Het kantoor voorziet 2 medewerkers voor de VLM die de volledige opbouw zullen doen van de expertise. In totaal is een ambtelijk team van 8 medewerkers operationeel voor de VLM. Interne communicatie van de werkafspraken gebeurt via intranet. Er is een contactcenter met momenteel 16 medewerkers beschikbaar voor telefonische contacten met debiteurs. Er is een webapplicatie voor de klant (waarin alle dossierinformatie kan geraadpleegd worden, zie ook criterium 3) en voor de debiteur. De webapplicatie voor de debiteur is beveiligd maar zonder login/paswoord voor gebruiksgemak, De debiteur kan via de webapplicatie het eigen dossier raadplegen, inclusief het aanvragen van een afbetalingsplan en het raadplegen van het saldo, en kan eveneens online betalen. De debiteur kan op volgende manier betalen: online, cash, via bancontact. Er is een noodpermanentie voorzien (wettelijke verplichting voor gerechtsdeurwaarders). Het kantoor voorziet een opstartmeeting en opvolgmeetings (operationeel en strategisch), Er is een rapportering van werkings- en inningspercentages. Het voorstel voldoet hiermee duidelijk aan de minimale vereisten en de aangebrachte elementen zijn overtuigend. De inschrijver wordt voor dit criterium als zeer goed beoordeeld.” De beoordeling van de offerte van de verzoekende partij luidt als volgt: “Inhoud en beoordeling van de offerte: De contacturen voor debiteur en VLM zijn ruimer dan de normale kantooruren. De VLM kan het kantoor via de gsm van de SPOC contacteren 24 u/24 en 7/
  26. Er is dus een noodpermanentie voorzien (wettelijke verplichting voor gerechtsdeurwaarders). De debiteuren kunnen terecht van 7 u tot 20 u. Debiteuren kunnen tijdens die uren ook fysiek op 2 loketten van het kantoor (Koekelberg en Wemmel) terecht. Het kantoor is ook bereikbaar via sms, skype, whatsapp... (sociale media) en de contactmodule. Tot slot is er een callcenter beschikbaar waar de debiteur buiten de kantooruren (24/24) terecht kan en waarbij dossiergegevens geraadpleegd en een afbetalingsplan gevraagd kunnen worden. Er is één contactpersoon (SPOC) voor de VLM en een volledig bureau van 17 personen (waarvan 12 juristen) ter beschikking, Het kantoor stelt een infosessie voor bij opstart en stelt voor een opvolging van de samenwerking te organiseren. Alle dossiergegevens zijn digitaal beschikbaar op het webportaal. De VLM kan terecht op een uniek e-mailadres. XII-8777-8/14 Er is een website beschikbaar voor de debiteurs met contactmodule. De debiteur kan saldo en betalingen regelen via de website. Het kantoor verbindt er zich toe e-mail en post binnen de 24 uur te beantwoorden. Het kantoor voorziet bovendien in zeer ruime contacturen (zie boven) via diverse media (tel, sms, Skype, Whatsapp). Het kantoor stelt de VLM op de hoogte te houden van alle ontwikkelingen op wetgevend vlak en voorziet statistische rapportering op aanvraag. Het voorstel voldoet hiermee duidelijk aan de minimale vereisten en de aangebrachte elementen zijn overtuigend. De inschrijver wordt voor dit criterium als zeer goed beoordeeld.” Wat de onderlinge vergelijking van de offertes en de conclusie betreft, vermeldt het verslag nog het volgende: “Voor dit criterium voldoet elk kantoor aan de minimale vereisten. De VLM en de debiteuren kunnen elke kandidaat telefonisch contacteren, minstens tijdens de kantooruren. Bij alle kantoren met uitzondering van Omerus kunnen debiteuren tijdens uitgebreide kantooruren terecht. Voor de VLM zijn alle kantoren minstens tijdens uitgebreide kantooruren bereikbaar. Aangezien dit voldoende is voor deze opdracht, wordt aan de noodpermanentie (24/24, 7/7), die wettelijk verplicht is, geen extra punten toegekend. Elk kantoor geeft ook aan fysiek bereikbaar te zijn voor de debiteur (loket). Sommige kantoren geven hierbij ook de uren waarop dit kan (G. De Wilde, SDS), Andere kantoren volstaan met het vermelden van de mogelijkheid (Frank Spruyt, Modero, Omerus). Voor de Mestbank volstaat het dat de mogelijkheid wordt geboden, hoewel voor de debiteuren in praktijk de bereikbaarheid van de lokale gerechtsdeurwaarderskantoren belangrijker zal zijn. Hierover kan geen oordeel geveld worden op basis van de informatie uit de offertes. Enkel Modero beschikt zelf over kantoren verspreid over heel Vlaanderen. De kandidaat die de minst goede score krijgt, maar toch nog „ruim voldoende‟

(6), voor het tweede criterium is het kantoor Omerus. Positief is het webportaal voor de VLM en de debiteuren en de ruime bereikbaarheid. Er wordt echter geen uitleg gegeven over de aanpak en het is niet duidelijk of er een speciaal aanspreekpunt is voorzien voor de VLM. De offerte is minder uitgewerkt en de aangebrachte elementen kunnen niet altijd overtuigen. Bij de verdere bespreking van dit criterium laten we dit kantoor verder buiten beschouwing. De 4 andere kandidaten halen allen 8/10, „zeer goed‟. De VLM beoordeelt deze 4 kandidaten voor dit criterium even goed. De 4 kantoren voorzien speciaal voor de VLM een centraal aanspeekpunt (Spruyt, Modero, SDS) of in het geval van De Wilde bvba „een projectmanager en 2 medewerkers voor de volledige opbouw van de expertise‟. Hier is dus duidelijk dat deze 4 kantoren voldoende personeel zullen aanduiden die speciaal verantwoordelijk zijn voor de VLM. Drie kantoren verwijzen naar het team dat voorzien is voor het verwerken van de dossiers van de VLM. Het aantal personen varieert hier van 8 (De Wilde) tot XII-8777-9/14 17 (SDS). met Frank Spruyt in het midden
(15). Modero spreekt van de „nodige‟ medewerkers en van een juridische dienst die ter beschikking staat maar spreekt niet over aantallen (globaal telt het kantoor ongeveer 150 medewerkers). SDS meldt expliciet dat zij 12 juristen ter beschikking hebben, maar ook de andere kantoren hebben meerdere (kandidaat-)gerechtsdeurwaarders of stagiaires of juristen ter beschikking. De aangebrachte elementen zijn voor de VLM even overtuigend, de VLM meent dat er in alle kantoren ruim voldoende gekwalificeerde medewerkers beschikbaar zijn voor de opdracht. Alle 4 de kantoren voorzien een contactpunt via e-mail en via het internet. De aangebrachte elementen zijn voor de VLM even overtuigend. Alle 4 de kantoren voorzien erin dat de debiteur zijn schuld kan betalen via de website van de gerechtsdeurwaarder. Wat betreft de responstijd bij vragen van de VLM geeft het kantoor Frank Spruyt bvba aan stukken te leveren en vragen te beantwoorden binnen de 48u. G. De Wilde beantwoordt e-mails binnen de 4 werkuren en is hiermee de offerte met de snelste aangekondigde responstijd. SDS zal e-mail en post binnen de 24 uur beantwoorden. Modero is niet zo expliciet wat de timing van respons betreft, maar vermeldt de opmaak van een service level agreement. Gelet dat hier niet expliciet naar gevraagd werd in de gunning, acht de VLM deze service voor allen overtuigend. Frank Spruyt stelt een periodieke evaluatie voor van de samenwerking en de resultaten. G. De Wilde stelt operationele en strategisch meetings voor. Modero voorziet strategisch en operationeel overleg. SDS stelt voor een opvolging van de samenwerking te organiseren. Deze voorstellen worden door de VLM als evenwaardig beschouwd. Voorts voorziet het kantoor SDS statische rapportering over de geleverde prestaties (op vraag en parameters door VLM toe te voegen). Het kantoor De Wilde voorziet rapportering van werkings- en inningspercentages. Modero biedt rapportering op maat via een webapp. Het kantoor Frank Spruyt stelt op regelmatige basis statistische gegevens beschikbaar. Deze elementen zijn voor de VLM alle 4 evenwaardig. Sommige kantoren halen weliswaar argumenten aan die we niet bij alle kandidaten terugvinden, zoals e-mail beantwoorden binnen de 4 u (De Wilde), de VLM op de hoogte houden van de veranderingen op wetgevend vlak (SDS), hel reeds voorzien van een exitplan en een aparte juridische dienst ter beschikking (Modero). Alhoewel deze elementen worden gewaardeerd zijn ze niet van aard om van invloed te zijn op de eindklassering voor dit criterium. Ze kunnen de VLM er niet mee overtuigen dat het ene kantoor daarom beter zou zijn dan het andere voor wat de (globale) organisatie van de samenwerking betreft. Voor alle vier de kantoren wordt dan ook geoordeeld dat de aangebrachte elementen overtuigend zijn, maar niet ruimschoots overtuigend. De VLM kent daarom op basis van alle aangebrachte elementen die overtuigend zijn, de score zeer goed (8/10) toe aan Frank Spruyt, G. De Wilde, Modero en SDS.”
  1. Wat het tweede middelonderdeel betreft lijkt, zoals blijkt uit de beoordeling van de offertes aan de hand van het tweede gunningscriterium in het XII-8777-10/14 verslag van nazicht, met de verzoekende partij reeds op het eerste gezicht te moeten worden vastgesteld dat het aantal beschikbare medewerkers dat voor de uitvoering van de opdracht zal worden ingezet in de beoordeling niet als een relevant gegeven in rekening wordt gebracht. Hoewel het bestek voor de beoordeling van het tweede gunningscriterium minimaal de opgave vereist van het aantal medewerkers dat beschikbaar zal worden gesteld voor de uitvoering van de opdracht, lijkt de verwerende partij dit op het eerste gezicht belangrijke beoordelingselement in het kader van het tweede gunningscriterium de facto immers te hebben geneutraliseerd in het verslag van nazicht omdat het volgens haar “duidelijk” is dat de betrokken inschrijvers “voldoende personeel zullen aanduiden die speciaal verantwoordelijk zijn voor de VLM”, dat “[d]e aangebrachte elementen […] voor de VLM even overtuigend [zijn]” en dat “er in alle kantoren ruim voldoende gekwalificeerde medewerkers beschikbaar zijn voor de opdracht”.
  2. Gelet op de omschrijving van het tweede gunningscriterium lijkt het duidelijk dat dit gunningscriterium peilt naar de beschikbaarheid van de kantoormedewerkers die de inschrijver in zijn offerte aangeeft voor de uitvoering van de opdrachten te zullen inzetten. Nu het bestek uitdrukkelijk bepaalde om “[m]inimaal” aan te geven “hoeveel medewerkers beschikbaar zullen zijn” en “op welke ogenblikken ze (telefonisch) beschikbaar zullen zijn”, mochten de inschrijvers, zo lijkt het, ervan uitgaan dat de offertes minstens op deze punten zouden worden vergeleken om tot een rangschikking te komen tussen de offertes rekening houdend met de voor- en nadelen van elke offerte ten opzichte van en in verhouding tot elk van de andere offertes. Dit lijkt echter niet te zijn gebeurd. De offertes blijken weliswaar te zijn vergeleken, doch vervolgens zonder meer te zijn gelijkgeschakeld, zodra de beschikbaarheid voor de verwerende partij voldoende werd geacht. De verwerende partij lijkt niet in het bestek de organisatie van het personeel voor de uitvoering van de opdracht als gunningscriterium te mogen hanteren en daarbij minimaal de opgave van het aantal beschikbare medewerkers te vereisen voor de beoordeling van dit gunningscriterium, om hieraan dan vervolgens bij de beoordeling van de offertes voorbij te gaan en louter in het XII-8777-11/14 algemeen te verwijzen naar “ruim voldoende” gekwalificeerd personeel in hoofde van de inschrijvers. 14.
  3. Anders dan de verwerende partij betoogt lijkt de beoordeling van het betrokken gunningscriterium niet toe te staan dat louter onderzocht wordt of de inschrijvers “voldoende” beschikbaar zijn, doch wel te vereisen dat de offertes worden vergeleken en gerangschikt onder meer in functie van het aantal mede- werkers die beschikbaar zullen zijn. Door dit niet te doen, lijkt de verwerende partij voorbij te gaan aan de omschrijving van het betrokken gunningscriterium in het bestek. Dat de verwerende partij, in weerwil van hetgeen in het bestek werd aangekondigd, geen gevolgen lijkt te hebben verbonden aan eventuele verschillen tussen de offertes van de inschrijvers op het vlak van het aantal beschikbare medewerkers die de inschrijver in zijn offerte opgegeven heeft en die zullen worden ingezet voor de uitvoering van de opdracht, blijkt eens te meer uit het feit dat een inschrijver – Modero – die volgens de verwerende partij zelf nagelaten heeft om opgave te doen van dit aantal medewerkers en “[niet] spreekt over aantallen”, zonder meer als evenwaardig wordt beoordeeld omdat het kantoor globaal 150 medewerkers zou omvatten. Evenzeer erkent de verwerende partij in het verslag van nazicht uitdrukkelijk dat het aantal personen van het team voor VLM bij de overige drie inschrijvers varieert “van 8 (De Wilde) tot 17 (SDS), met Frank Spruyt in het midden
(15)”. Zij blijkt echter vervolgens alle verschillen tussen de offertes op dit punt te neutraliseren door te oordelen dat er in alle kantoren “ruim voldoende” gekwalificeerde medewerkers beschikbaar zijn voor de opdracht. 14.
  1. De verwerende partij doet voorts gelden, dat een groter team dan een met acht medewerkers – hetgeen in het verslag van nazicht reeds voldoende wordt bevonden – geen meerwaarde zou kunnen bieden. Een dergelijke affirmatie lijkt al op zichzelf sterk te moeten worden betwijfeld, maar ook uit het bestek blijkt nergens dat een team van acht medewerkers ruim volstaat voor het verwerken van de dossiers. XII-8777-12/14
  2. Ook de argumentatie van de verzoekende partij tot tussenkomst, dat het gunningscriterium “in zijn geheel” dient te worden beoordeeld, lijkt niet van aard om anders te doen oordelen. Ook vanuit deze invalshoek lijkt het immers nog niet toegestaan om wat op het eerste gezicht als een belangrijk beoordelings- element wordt weergegeven in het bestek, vervolgens bij de toetsing van de offertes aan het betrokken gunningscriterium de facto te neutraliseren. Eventuele verschillen tussen de offertes op dit punt lijken dan ook in elk geval expliciet te moeten worden meegenomen in de beoordeling, hetgeen te dezen echter niet blijkt te zijn gebeurd.
  3. Ook de stelling van de verzoekende partij, dat de offertes niet op gelijke wijze werden onderzocht, dient dan ook op het eerste gezicht te worden bijgevallen. De verzoekende partij doet daarbij terecht gelden, zo lijkt het, dat ondanks het feit dat uit het dossier overduidelijke verschillen blijken, wat de volgens het bestek voor de beoordeling van dit gunningscriterium minimaal in de offerte aan te brengen gegevens betreft, zowel de verzoekende partij als de begunstigde inschrijver wat dit beoordelingselement betreft gelijk beoordeeld worden. Het beoordelingselement betreffende het aantal beschikbare medewerkers die voor de uitvoering van de opdracht zullen worden ingezet, lijkt aldus, tegen de besteksvereisten in en minstens op een onvoldoende differentiërende manier te zijn toegepast, en ongelijke offertes lijken gelijk te zijn behandeld. Bijgevolg lijkt ook de schending voorhanden van artikel 4, eerste lid, van de wet overheidsopdrachten 2016, op grond waarvan de ondernemers op gelijke en niet-discriminerende wijze moeten worden behandeld.
  4. Het tweede onderdeel van het enig middel is dan ook in de aangegeven mate ernstig en verantwoordt de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden gunningsbeslissing. Het eerste onderdeel van het eerste middel, evenals de excepties die door de verwerende partij en de verzoekende partij tot tussenkomst bij dat onderdeel worden opgeworpen, dienen in de huidige stand van het geding dan ook niet meer te worden onderzocht. XII-8777-13/14 VII. Besluit
  5. Het enig middel is in de aangegeven mate ernstig gebleken. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid dient dan ook te worden ingewilligd. Het is passend, gelet op de hierna ingewilligde vordering tot schorsing en het daaropvolgende nog noodzakelijke procedureverloop, de kosten, de gevorderde rechtsplegingsvergoedingen inbegrepen, in beraad te houden. BESLISSING
  6. Het verzoek van de bvba G. De Wilde tot tussenkomst wordt ingewilligd.
  7. De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 17 juli 2019 van de Vlaamse Landmaatschappij tot aanstelling van bvba G. De Wilde tot centraal gerechtsdeurwaarderskantoor (bestek nr. AMB/2018/6). Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 5 september 2019, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Dierk Verbiest, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Dierk Verbiest XII-8777-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.364 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.858 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.