← België

Arrest 245366 - Politie - 05/09/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 september 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.366 Rolnummer: A. 226984/XIV-37900 Zaak: Arrest 245366 - Politie - 05/09/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-09-10 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-06-21 21:56 Fiche Arrest nr 245.366 van 5 september 2019 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Politie Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 245.366 van 5 september 2019 in de zaak A. 226.984/XIV-37.

  1. In zake : Tom STRIJKERS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Crispyn kantoor houdend te 9030 Mariakerke Mazestraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGR/jur/CTX gevestigd te 1050 Brussel Kroonlaan 145A -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 12 december 2018, strekt tot de nietigverklaring van het “besluit van […], de directrice directie van het personeel bij de federale politie, dd. 11 oktober 2018 - waarbij aan verzoeker de uitoefening van de cumulactiviteit van zelfstandig residentieel elektrotechnisch installateur geweigerd is”. II. Verloop van de rechtspleging
  3. Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. XIV-37.900-1/7 De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend. Met toepassing van artikel 90, § 1, vierde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, is de zaak verwezen naar een kamer met drie leden. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 juni
  4. Staatsraad Kaat Leus heeft verslag uitgebracht. Advocaat Peter Crispyn, die verschijnt voor verzoeker, en adviseur Kirsten Peeters, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Feiten 3.
  6. Verzoeker is sedert 1 april 2004 inspecteur van politie. Hij is thans werkzaam bij de DGA/SPN Gent/Operaties. 3.
  7. Met een model B van 31 augustus 2018 vraagt verzoeker de toelating tot het uitoefenen van een bijkomende activiteit, namelijk residentieel elektrotechnisch installateur. XIV-37.900-2/7 3.
  8. Op 6 september 2018 respectievelijk 28 september 2019 verlenen de directeur SPN en de directeur-generaal DGA een ongunstig advies. 3.
  9. Met een nota van 11 oktober 2017 wordt verzoekers aanvraag om een toelating te bekomen voor de uitoefening van een bijkomende activiteit, geweigerd. Dit is de bestreden beslissing. 3.
  10. Bij brief van 17 januari 2019 deelt verzoeker aan de Raad van State mee dat hem met een nieuwe beslissing van 16 januari 2019 die hij bijbrengt, alsnog toelating is verleend om de gevraagde bijkomende activiteit van zelfstandig residentieel elektrotechnisch installateur uit te oefenen. IV. Onderzoek van de ontvankelijkheid Ambtshalve exceptie van het actueel belang bij het beroep
  11. Bij de ingereedheidbrenging van de zaak met het oog op de openbare behandeling ervan ter terechtzitting, werd aan partijen in de beschikking tot oproeping het volgende gevraagd: “De Algemene Vergadering van de Raad van State heeft in twee recente arresten standpunten ingenomen inzake het behoud en het teloorgaan van het (actuele) belang. Verwezen wordt naar de arresten nr. 243.406 van 15 januari 2019, Van Doren en nr. 244.015 van 22 maart 2019, Moors. Deze arresten zijn vrij beschikbaar op de website van de Raad van State (www.raadvanstate.be). Het valt de kamer toe te onderzoeken of in casu, de leer van die arresten toepassing moet vinden om die, desgevallend ambtshalve, toe te passen op de voorliggende zaak. De partijen worden met het oog hierop in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze ter zake schriftelijk aan de kamer mee te delen voor maandag 27 mei
  12. Dit mag desgevallend gebeuren aan de hand van een pleitnota die voldoet aan de voorwaarden door de rechtspraak gesteld (zie bijvoorbeeld RvS 19 november 2014, nr. 229.211).” XIV-37.900-3/7
  13. Op de terechtzitting verklaart verzoeker dat hij gelet op de nieuwe beslissing geen belang meer heeft bij zijn beroep tot nietigverklaring. Beoordeling
  14. Een nietigverklaring is een bijzondere vorm van rechtsherstel die erin bestaat de bestreden rechtshandeling retroactief uit het rechtsverkeer te doen verdwijnen, wat de overheid er in bepaalde gevallen toe moet, minstens kan, aanzetten om een nieuwe beslissing te nemen.
  15. Gelet op artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan het beroep tot nietigverklaring bedoeld bij artikel 14 van deze wet, voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht “door elke partij welke doet blijken van een benadeling of van een belang”. Die vereiste is erop gericht de rechtszekerheid te dienen en een goede rechtsbedeling te verzekeren (RvS (A.V.) 22 maart 2019, nr. 244.015, Moors). Een verzoeker beschikt over dit rechtens vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: vooreerst dient zij door de bestreden administratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel te lijden; voorts moet de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling haar een direct en persoonlijk voordeel verschaffen, hoe miniem ook (RvS (A.V.) 15 januari 2019, nr. 243.406, Van Dooren). Het belang moet niet alleen bestaan bij het instellen van het beroep maar moet voortduren tot aan de sluiting van het debat (RvS (A.V.) 22 maart 2019, nr. 244.015, Moors). Het staat aan de Raad van State te oordelen of de verzoekende partij die een zaak voor de Raad brengt, doet blijken van een belang bij haar beroep. De Raad van State dient er over te waken dat het belangvereiste niet op een buitensporig restrictieve of formalistische wijze wordt toegepast XIV-37.900-4/7 (GwH 30 september 2010, nr. 109/2010, punt 4.3; EHRM 17 juli 2018, Vermeulen t. België, punten 42 e.v.).
  16. Om als toereikend te worden beschouwd, moet het belang onder meer rechtstreeks zijn en verzoeker een voordeel verschaffen dat voldoende direct verband houdt met de finaliteit van een nietigverklaring, namelijk het doen verdwijnen van de bestreden rechtshandeling uit de rechtsorde. Onvoldoende om een nietigverklaring van de bestreden beslissing te kunnen verkrijgen, is dan ook het belang van een verzoeker dat in de loop van de annulatieprocedure is geëvolueerd naar nog uitsluitend een belang bij het onwettig horen verklaren van die beslissing om de toekenning van een schadevergoeding – door de rechtbanken van de rechterlijke orde, die daartoe zelf de eventuele fout van de overheid kunnen vaststellen – te faciliteren. Dit kan van aard zijn bezwaren op te roepen in het geval waarin de omstandigheden waaruit het verlies van het belang van de verzoekende partij voortvloeit haar niet kunnen worden aangerekend, en verzoeker om die reden de gevorderde nietigverklaring afgewezen ziet worden én geen onderzoek geniet van de middelen die zij aanvoerde (RvS (A.V.) 22 maart 2019, nr. 244.015, Moors).
  17. Te dezen moet worden vastgesteld dat het voorliggende beroep zijn voorwerp niet heeft verloren: de nieuwe beslissing geldt enkel voor de toekomst en met die nieuwe beslissing wordt de bestreden beslissing expliciet noch impliciet ingetrokken. De vraag rijst dan ook of verzoeker nog een belang heeft bij het door hem ingestelde beroep in de mate de bestreden beslissing in het verleden toepassing heeft gevonden. XIV-37.900-5/7 De vernietiging van de bestreden rechtshandeling verschaft verzoeker te dezen geen bijkomend direct en persoonlijk voordeel, hoe miniem ook, wat door verzoeker op de terechtzitting wordt bevestigd. Verzoeker stelt ter terechtzitting voorts dat hij geen intentie heeft een vordering tot schadevergoeding tot herstel in te dienen overeenkomstig artikel 11bis van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Aangezien in dat geval zijn gebeurlijk belang bij het voortzetten van de procedure niet is te onderscheiden van het belang bij het onwettig horen verklaren van de bestreden beslissing om de toekenning van een schadevergoeding – door de rechtbanken van de rechterlijke orde, die daartoe zelf de eventuele fout van de overheid kunnen vaststellen – te faciliteren, beschikt verzoeker niet langer over het vereiste belang om de voortzetting van de vernietigingsprocedure bij de Raad van State te benaarstigen.
  18. Het beroep is niet ontvankelijk. V. Kosten
  19. Verzoeker vraagt dat de verwerende partij wordt verwezen in de kosten, hierin begrepen een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro.
  20. Verzoeker heeft zijn belang verloren ingevolge de nieuwe beslissing. In de nieuwe beslissing wordt vermeld: “nieuwe beslissing na het verweer van INP Strijkers”. In die omstandigheden moet verzoeker als de in het gelijk gestelde partij worden beschouwd en dienen de kosten, met inbegrip van de gevraagde rechtsplegingsvergoeding, ten laste van de verwerende partij worden gelegd. XIV-37.900-6/7 BESLISSING
  21. De Raad van State verwerpt het beroep.
  22. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan verzoeker. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijf september tweeduizend negentien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Geert Debersaques. XIV-37.900-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.366 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.