id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 september 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.367 Rolnummer: A. 222666/XIV-37465 Zaak: Arrest 245367 - Wapens - 05/09/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-09-09 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-21 21:59 Fiche Arrest nr 245.367 van 5 september 2019 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Wapens Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 245.367 van 5 september 2019 in de zaak A. 222.666/XIV-37.465 In zake : Wouter VERRESEN woonplaats kiezend te 2390 Oostmalle Guldenweg 11 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bernard Derveaux kantoor houdend te 1000 Brussel Verenigingstraat 28 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 14 juli 2017, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de gemachtigde van de minister van Justitie van 15 mei 2017 inzake het beroep van verzoeker tegen de beslissing van de gouverneur van de provincie Antwerpen van 7 mei
- II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld. Verzoeker en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. XIV-37.465-1/11 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 maart
- Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht. Advocaat Stefanie Francois, die loco advocaat Luc Brees verschijnt voor verzoeker, en advocaat Bernard Derveaux, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker is houder van verschillende wapens. 3.
- Op 7 mei 2013 trekt de gouverneur van de provincie Antwerpen verzoekers vergunningen in alsook het recht om vuurwapens voorhanden te hebben. 3.
- Verzoekers beroep tegen die beslissing wordt op 22 mei 2014 door de gemachtigde van de minister van Justitie verworpen. Deze laatste beslissing wordt vernietigd door de Raad van State bij arrest nr. 236.239 van 25 oktober
- 3.
- Op 15 mei 2017 neemt de gemachtigde van de minister van Justitie een nieuwe beslissing over het aanhangige administratief beroep. Hij XIV-37.465-2/11 verwerpt verzoekers beroep en trekt verzoekers vergunningen en het recht tot het voorhanden hebben van de in de beslissing opgesomde wapens in. De beslissing steunt op de volgende gronden: […] “A. Inbreuken op de wapenwetgeving. Eerst en vooral werd vastgesteld dat u inbreuken heeft gepleegd op de wapenwetgeving. Zo heeft de lokale politie zich op 24 januari 2013 bij u aangeboden teneinde een controle uit te voeren inzake uw wapenbezit. Aangezien u zou gaan verhuizen was een groot deel van uw huisraad ingepakt. Er werd vastgesteld dat uw wapens niet conform de veiligheidsvoorwaarden werden opgeborgen. Meer bepaald werden in de voorste kamer, grenzend aan de straatzijde drie pistolen onbeschermd op een tafel aangetroffen. In dezelfde woonkamer stonden 3 lange wapens open en bloot in een ijzeren rek zonder enige verdere beveiliging. In de achterste woonkamer werden vervolgens zes handvuurwapens aangetroffen, verpakt in krantenpapier, zonder enige vorm van beveiliging, in een kartonnen doos. Op de vraag waar u uw wapens normalerwijze bewaart heeft u ijzeren kluis getoond waarvan de deur was weggenomen. […] De wijze waarop u uw vuurwapens heeft bewaard betekende een gevaar voor de openbare orde en veiligheid. Meer bepaald heeft u de veiligheidsvoorschriften zoals voorzien in het K.B. van 24 april 1997 tot bepaling van de veiligheidsvoorwaarden bij het opslaan, het voorhanden hebben en het verzamelen van vuurwapens of munitie niet nageleefd. […] Het bewaren van uw wapens was geenszins conform deze veiligheidsvoorschriften. Elk rationeel denkend mens zou moeten beseffen dat vuurwapens en munitie te allen tijde op een veilige manier moeten worden opgeborgen, en dit geldt in het bijzonder wanneer er ook onbevoegden in de woning verblijven, met name uw pleegzoon [XX]. Deze persoon is immers gekend voor feiten van opzettelijke slagen en verwondingen, drugs en weerspannigheid, en werd in het verleden reeds twee maal gecolloqueerd. Gezien dit verleden is het absoluut noodzakelijk dat de veiligheidsvoorwaarden strikt worden nageleefd. Het feit dat u in dergelijke omstandigheden vuurwapens zonder enige vorm van beveiliging in uw woning heeft bewaard kan de openbare orde en veiligheid ernstig in het gedrang brengen. In uw verzoekschrift heeft u onder meer gesteld dat u wel voldoende veiligheidsmaatregelen heeft genomen en dat u de wapens had klaargelegd met het oog op de aangekondigde politiecontrole. Normalerwijze zouden uw wapens beveiligd worden met een stalen kabel welke u had verwijderd in het kader van de aangekondigde controle. Deze stelling is weinig geloofwaardig aangezien uw handvuurwapens werden aangetroffen in een kartonnen doos, gewikkeld in krantenpapier. Uw andere vuurwapens werden aangetroffen op een tafel en in een rek op een andere plaats in de woning. Bovendien voorziet de regelgeving dat particulieren die over minstens elf vuurwapens beschikken hun wapens moeten bewaren in een daarvoor ontworpen afsluitbare wapenkluis, die zich op haar beurt bevindt in een afgesloten ruimte. Bij de controle werd vastgesteld dat u weliswaar beschikt over een wapenkluis, doch zonder deur. Hieruit kan worden afgeleid dat uw wapens ook voor de aangekondigde politiecontrole niet bewaard werden overeenkomstig de voorschriften. XIV-37.465-3/11 Op basis van de hierboven vernoemde feiten kan worden besloten dat u op een onverantwoorde, onzorgvuldige, en zelfs gevaarlijke wijze omgaat met uw wapens en munitie, hetgeen de kans op ongelukken alleen maar doet toenemen. Eén van de belangrijkste doelstellingen van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van eonomische en individuele activiteiten met wapens is niet het beschermen van de samenleving en het aantal ongelukken met wapens te verminderen. Het louter feit dat u voor deze inbreuken niet werd veroordeeld, betekent nog niet dat de feiten als dusdanig niet weerhouden kunnen worden om aan te tonen dat uw gedrag een gevaar voor de openbare orde kan inhouden. Ook de Raad van State [heeft] […] uitdrukkelijk bepaald dat een bestuur bij de beoordeling van het gevaar dat iemands wapenbezit voor de openbare orde en veiligheid kan opleveren, ook rekening gehouden mag worden met feiten die niet tot een strafrechtelijke veroordeling hebben geleid. Een veroordeling wegens inbreuken op de wapenwet en haar uitvoeringsbesluiten is bovendien opgenomen in artikel 5, §4, 2°, a) van de wapenwet waardoor een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning tot het voorhanden hebben van een vuurwapen onontvankelijk moet worden verklaard. U werd dan niet veroordeeld wegens dergelijke inbreuken, doch rekening houdend met de bedoeling van de wetgever om geen vergunningen af te leveren aan personen die werden veroordeeld wegens voornoemde inbreuken, kan worden aangenomen dat wanneer onomstotelijk vaststaat dat iemand dergelijke inbreuken heeft gepleegd, ook voldoende reden is om de vergunning en/of het recht om vuurwapens voorhanden te houden te weigeren en/of in te trekken. De minister van Justitie is immers van oordeel dat inbreuken op de wapenwetgeving misdrijven betreffen die in de wapenwetgeving zijn opgenomen omdat het – in combinatie met wapenbezit – een vermoeden creëert van potentieel gevaar voor de openbare orde en veiligheid. Dergelijke feiten maken dat het noodzakelijk vertrouwen dat moet gesteld kunnen worden in hoofde van een wapenbezitter wordt ondermijnd. B. het niet eerbiedigen van de verplichtingen door de burger inzake de inschrijving in het bevolkingsregister. Nadat de Raad van State de beslissing van de minister van Justitie d.d. 22 mei 2014 heeft vernietigd, heeft de federale wapendienst de lokale politie zone Voorkempen verzocht om een gemotiveerd advies. Op 16 november 2016 heeft de lokale politie van voornoemde zone de federale wapendienst meegedeeld dat de wijkagent op 7 juni 2013 een proces-verbaal lastens uw persoon had opgesteld wegens het niet eerbiedigen van uw verplichtingen als burger inzake de inschrijving in het bevolkingsregister. Hierin wordt vermeld dat uit inlichtingen werd vernomen dat u sinds 15 mei 2013 uw woning te Malle had verlaten. Pas op 19 juni 2013 werd u ingeschreven in het bevolkingsregister te Lille […] Naar aanleiding van de ontvangst van deze informatie heeft de federale wapendienst de lokale politie te Turnhout verzocht om een gemotiveerd advies. In zijn brief van 15 december 2016 heeft de lokale politie te Turnhout de federale wapendienst laten weten dat u niet meer woonachtig bent in de gemeente, en dat er op uw laatst gekende adres inmiddels nieuwe bewoners werden ingeschreven. Volgens uw huisbaas zou u niet meer bereikbaar zijn geweest sedert 15 juni
- Er zou worden overgegaan toe een ambtshalve schrapping. Via de procureur des Konings te Turnhout werd vervolgens vernomen dat u op 5 januari 2017 ambtshalve werd geschrapt. Consultatie van het Rijksregister heeft uitgewezen dat u sedert 11 januari 2017 werd ingeschreven te Malle, […] en dat u daar opnieuw zou samenwonen met uw pleegzoon [XX]. Het niet respecteren van de verplichting om als burger ingeschreven te zijn in het XIV-37.465-4/11 bevolkingsregister houdt in dat men zich onttrekt aan al zijn verantwoordelijkheden als burger, en maakt men zich onvindbaar voor politie, justitie en derden. Dergelijke houding is absoluut onverenigbaar met wapenbezit. De bevoegde overheden, en in het bijzonder de ordediensten, dienen op elk ogenblik op de hoogte te zijn van de plaats waar de wapens van een wapenbezitter zich bevinden. Het nalaten van het opgeven van een correct en actueel adres is onontbeerlijk om controle op het wapenbezit te kunnen doorvoeren. Doordat u regelmatig onvindbaar blijkt te zijn voor de overheid en de politiediensten, is controle op uw wapenbezit gewoon onmogelijk. Dit betekent dan ook dat uw wapens zich om het even waar kunnen bevinden, eventueel wel in handen van onbevoegden. Het gevaar voor de openbare orde en veiligheid zou dan ook in het gedrang kunnen komen indien u zou beschikken over vuurwapens. C. bijkomend en ondergeschikt: het niet respecteren van wetgeving in het algemeen: Hiervoor kan verwezen worden naar uw strafblad waaruit blijkt dat u meermaals werd veroordeeld wegens inbreuken op de verkeerswetgeving, welke toch voornamelijk is gericht op de vrijwaring van de openbare orde en veiligheid. Het niet naleven van dergelijke regelgeving kan desastreuze gevolgen hebben, en [kan] mensenlevens in gevaar brengen. Dit alles toont aan dat u het niet al te nauw neemt met het naleven van regels in het algemeen, en dat u niet de nodige lessen trekt uit eerdere misstappen waardoor u niet als een betrouwbaar persoon overkomt. Tot slot kan ook worden verwezen naar uw attitude ten aanzien van de vergunningverlenende overheid met het oog op de toekenning van vergunningen tot het voorhanden hebben van vuurwapens. Ingevolge de intrekking van uw sportschutterslicentie op 30 september 2011 heeft de gouverneur van Antwerpen u verzocht om zijn ambt te laten weten welke uw intenties zijn inzake de vuurwapens die werden geregistreerd op model
- Tevens werd u verzocht om voor wat betreft uw wapens op model 4 uw wettige reden aan te tonen. Men mag van een overheid verwachten dat hij zich in zijn relatie met de burger zorgvuldig opstelt. Doch ook de burger heeft van zijn de kant de plicht om in zijn relatie met een overheid zorgvuldig te handelen. Door het niet reageren op de vraag van de gouverneur in verband met uw eigen wapenbezit heeft u zich niet bepaald zorgvuldig opgesteld. Tijdens de controle die werd uitgevoerd door de lokale politie op 24 januari 2013 werd u gevraagd waarom u niet heeft gereageerd op de vragen van de gouverneur in verband met uw wettige reden. Hierop heeft u geantwoord dat u geen goesting meer had om te antwoorden op de brieven van het provinciebestuur. U heeft tevens erkend dat u uw wettige reden niet kon aantonen wegens te weinig schietbeurten. Deze elementen zijn uiteraard niet van dien aard om op zichzelf aanleiding te geven tot de intrekking van uw vergunningen/recht tot het voorhanden hebben van vuurwapens, doch worden hier enkel aangehaald om een volledig beeld te geven van uw algemene moraliteit en persoonlijkheid.
- Beslissing: Op basis van alle gegevens aanwezig in het administratieve dossier kan worden besloten dat u onzorgvuldig en nonchalant te werk gaat. Dergelijke eigenschappen zijn niet verenigbaar met wapenbezit. Een wapenbezitter dient hoe dan ook ten allen tijde de wapenwetgeving nauwgezet na te leven, dit is noodzakelijk voor de vrijwaring van de openbare orde en veiligheid. Het niet naleven ervan betekent dan ook dat er mogelijks een gevaar ontstaat voor die openbare orde en veiligheid. Er zijn voldoende ernstige en concrete redenen die aantonen dat het voorhanden hebben van een vuurwapen als nadelig en gevaarlijk voor de openbare orde en veiligheid moet worden beschouwd. Uw gedrag biedt niet de vereiste waarborgen waardoor het voorhanden hebben van een vuurwapen een gevaar kan betekenen XIV-37.465-5/11 voor anderen, voor uzelf, en voor de openbare orde en veiligheid. Dit is immers uit de feiten gebleken. U kan niet genieten van het noodzakelijk vertrouwen dat moet kunnen gesteld worden in een wapenbezitter. Derhalve worden uw vergunningen/recht tot het voorhanden hebben van volgende vuurwapens overeenkomstig 11, §1, 2e lid en artikel 13, 1e lid van de wapenwet ingetrokken: […]. Indien u in het bezit zou zijn van andere vergunningsplichtige vuurwapens, worden ook hiervan de vergunningen/recht tot het voorhanden hebben ervan ingetrokken. Tevens wordt u het recht ontzegd om andere vuurwapens voorhanden te houden.”. […] IV. Onderzoek van het enige middel Standpunt van de partijen
- Verzoeker voert in het verzoekschrift onder meer de schending aan van het motiveringsbeginsel dat hij duidt als de materiëlemotiveringsplicht. Hij doet gelden dat de in de bestreden beslissing aangehaalde redenen voor de intrekking van verzoekers vergunningen alsook de intrekking van het recht om vuurwapens voorhanden te houden, de volgende zijn: inbreuken op de wapenwetgeving, het niet eerbiedigen van de verplichtingen van de burger inzake de inschrijving in het bevolkingsregister en bijkomend en ondergeschikt, het niet respecteren van wetgeving in het algemeen. Verzoeker bekritiseert opeenvolgend deze intrekkingsgronden. Wat de grond betreft ontleend aan het niet-eerbiedigen van de verplichtingen van de burger inzake de inschrijving in het bevolkingsregister, citeert verzoeker vooreerst de gevolgtrekkingen die in de bestreden beslissing wordt afgeleid uit zijn ambtshalve schrapping op 5 januari
- Hij doet evenwel gelden dat hij geen vuurwapens voorhanden heeft en dat al niet sinds de intrekkingsbeslissing van de gouverneur van 7 mei
- Hij heeft ze sinds 2013 in bewaring gegeven bij een wapenhandelaar. De bevoegde overheden kunnen die wapens dan ook niet bij hem komen controleren. Daarnaast zet hij uiteen dat er aan het pand dat hij thans huurt, aanzienlijke werken dienden te worden uitgevoerd om het bewoonbaar te maken. Hij bracht de gemeente wel degelijk op de hoogte van zijn woonst aldaar en vroeg om de inschrijving in het bevolkingsregister. De wijkagent weigerde evenwel het formulier van verblijfplaats te ondertekenen omdat de woning toen onbewoonbaar was. Het is XIV-37.465-6/11 pas na de beëindiging van de werken dat de wijkagent zijn fiat gaf, zodat hij op 11 januari 2017 kon worden ingeschreven op zijn huidige adres. Intussen was hij sinds 5 januari 2017 ambtelijk geschrapt, wat dus duidelijk gebeurde door omstandigheden buiten zijn wil om. Die buitengewone omstandigheden waren eenmalig en verzoeker had nooit de intentie om zich onvindbaar te maken, wat de bestreden beslissing ten onrechte voorhoudt. In de memorie van wederantwoord benadrukt verzoeker, als repliek op de verwerende partij, dat het feit dat hij gedurende zes dagen geen gekend adres had, zulks nooit een gevaar kon betekenen voor de niet-traceerbaarheid van zijn wapens waarvan al sinds 2013 is geweten dat die bij een wapenhandelaar in bewaring liggen.
- Wat het motief betreft afgeleid uit de schrapping uit de bevolkingsregisters, antwoordt de verwerende partij in de memorie van antwoord dat verzoeker veel moeilijkheden lijkt te hebben als hij verhuist of elders gaat verblijven. Zij verwijst naar het feit dat de politie bevestigde op 7 juni 2013 proces-verbaal te hebben opgesteld omdat hij zich niet tijdig liet uitschrijven, alsook naar het feit dat de politie bevestigde dat verzoeker sedert 15 juni 2016 niet meer bereikbaar was op zijn ingeschreven adres, zodat er tot zijn inschrijving in januari 2017 er meer dan zeven maanden verliepen daar waar hijzelf verklaart dat de werken in zijn huidige woning slechts vier maanden duurden. Voorts stelt de verwerende partij vast dat verzoeker van geen van zijn beweringen enig bewijs voorlegt, noch legt verzoeker uit waarom er ter zake geen informatie werd verleend in antwoord op de uitnodiging tot horen. Zij besluit dat zij aldus stellig mocht concluderen dat uit de houding van verzoeker er geen blijken van vertrouwen in hem als wapenbezitter mocht worden gezien, zoals gesteld in de bestreden beslissing. Het verband tussen de gedane vaststellingen en het wapenbezit werd duidelijk gelegd. In haar laatste memorie erkent de verwerende partij dat omwille van de bewaring van de wapens bij een wapenhandelaar, het wapenbezit bij XIV-37.465-7/11 verzoeker niet diende te worden gecontroleerd, maar zij stelt dat het verband tussen de gedane vaststellingen en het toekomstig wapenbezit wel wordt gelegd. Daarbij apprecieert zij het potentieel gevaar in hoofde van verzoeker voor de openbare orde en veiligheid. Aldus argumenteert zij dat de lakse houding van verzoeker wat zijn inschrijving in het bevolkingsregister betreft, in geval van wapenbezit een potentieel gevaar kan betekenen voor de openbare orde, niet in het minst doordat geen enkele controle kan worden uitgevoerd en de wapens zich in handen van derden kunnen bevinden. Bijgevolg, stelt de verwerende partij, “wordt het toekomstige eventuele wapenbezit geapprecieerd in functie van de houding van de verzoeker tegenover zijn wettelijke verplichtingen en het vertrouwen dat hij als eventueel toekomstig wapenbezitter moet geven.” Zij benadrukt dat in de bestreden beslissing niet alleen de omstandigheid van het gebrek aan inschrijving in de bevolkingsregisters wordt gewaardeerd, “maar veeleer de houding die de verzoeker aanneemt tegenover zijn wettelijke plichten”. En door regelmatig onvindbaar te zijn geeft verzoeker geen waarborg dat de controle op zijn wapenbezit mogelijk zou kunnen zijn. Zij concludeert dat het motief mede de bestreden beslissing draagt. Beoordeling
- Het auditoraat besluit tot de gegrondheid van het enige middel op grond van de volgende overwegingen. Het geheel van de feiten heeft geleid tot het oordeel van de verwerende partij zodat, wanneer de gevolgtrekking uit één feit of meerdere feiten aan het wankelen wordt gebracht, dit bijgevolg de draagkracht van de bestreden beslissing aantast. In de bestreden beslissing wordt uitdrukkelijk erkend dat de veroordelingen wegens verkeersovertredingen en de volgens de verwerende partij onzorgvuldige houding van de verzoekende partij jegens de gouverneur van de provincie Antwerpen, die een onderzoek deed naar het wapenbezit in hoofde van verzoeker, “niet van dien aard [zijn] om op zichzelf aanleiding te geven tot de intrekking van [verzoekers] vergunningen/recht tot het voorhanden hebben van XIV-37.465-8/11 vuurwapens”. De vermeende overtredingen van de wapenwetgeving én het niet eerbiedigen van de verplichtingen inzake de inschrijving in het bevolkingsregister stutten bijgevolg de bestreden beslissing. Beide feiten vormen samen de door de verwerende partij bekritiseerde reflectie van verzoekers “nonchalance”. Hoewel het motief dat het niet voldoen aan de verplichtingen inzake de inschrijving in het bevolkingsregister de controle op het wapenbezit bemoeilijkt, niet van elke grond is ontbloot, kan de gevolgtrekking die in de bestreden beslissing wordt gemaakt niet worden gevolgd. Het euvel wordt namelijk geduid als het onmogelijk maken van de controle op verzoekers wapenbezit en het bestaan van het gevaar dat zijn wapens zich om het even waar kunnen bevinden en zelfs in handen van onbevoegden. Het zich niet in de regel stellen met de verplichtingen inzake de inschrijving in het bevolkingsregister is dan wel laakbaar, maar sinds de beslissing van 7 mei 2013 van de gouverneur van de provincie Antwerpen is verzoeker niet langer in het bezit van vuurwapens, waardoor het bestaan van enig gevaar voor de openbare orde en veiligheid wat het wapenbezit betreft, ten gevolge van het niet hebben voldaan aan voormelde verplichtingen, niet aannemelijk is. De wapens van verzoeker bevonden zich en bevinden zich nog steeds bij een wapenhandelaar die ze in bewaring heeft genomen, wat niet wordt tegengesproken door de verwerende partij. Het verband dat in de bestreden beslissing wordt gelegd tussen de gedane vaststellingen en het niet volbrengen van de kwestieuze verplichtingen en dat leidt tot de redenering dat het “gevaar voor de openbare orde en veiligheid […] dan ook in het gedrang [zou] kunnen komen indien [verzoeker] zou beschikken over vuurwapens”, gaat niet op, evenmin als het standpunt in de memorie van antwoord dat verzoekers “karaktertrekken […] die over verschillende jaren zijn gebleken, […] in de toekomst dus blijven voortduren”. Een van de pijlers van de bestreden beslissing kan niet voor werkelijk worden gehouden. Nu die beslissing is gesteund op het geheel van de feiten, staat niet vast dat het motief inzake de overtreding van de wapenwetgeving alléén decisief is en volstaat om de beslissing te schragen. De motivering van de bestreden beslissing is bijgevolg niet draagkrachtig. XIV-37.465-9/11
- De verwerende partij betwist deze conclusie in haar laatste memorie, maar benadrukt haar eigen standpunt zonder een andere visie op de beoordeling door het auditoraat weer te geven. Waar zij voor het eerst in de laatste memorie betoogt dat het verband tussen de gedane vaststellingen en het toekomstig wapenbezit wordt gelegd in de bestreden beslissing en dat er het toekomstig eventueel wapenbezit in wordt geapprecieerd in functie van de houding van verzoeker tegenover zijn wettelijke verplichtingen en het vertrouwen dat hij als eventueel toekomstige wapenbezitter moet geven, geeft zij post factum een andere inhoud aan het determinerende intrekkingsmotief. Los van de vraag of die voor het eerst in de laatste memorie gegeven nieuwe invulling van de inhoud van de bestreden beslissing steun kan vinden in de bestreden beslissing, is dit argument in elk geval laattijdig. De Raad van State ziet geen reden om het anders te zien dan het auditoraat en bevindt aldus, de redenering van het auditoraatsverslag bijvallend, het enige middel in de aangegeven mate gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt de beslissing van de gemachtigde van de minister van Justitie van 15 mei 2017 inzake het beroep van Wouter Verresen tegen de beslissing van de gouverneur vaan de provincie Antwerpen van 7 mei
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan verzoeker. XIV-37.465-10/11 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijf september tweeduizend negentien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, Kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Geert Debersaques XIV-37.465-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.367 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div