id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 september 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.383 Rolnummer: A. 224603/VII-40203 Zaak: Arrest 245383 - Kansspelen - 10/09/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-09-16 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-29 03:35 Fiche Arrest nr 245.383 van 10 september 2019 Justitie - Kansspelen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 245.383 van 10 september 2019 in de zaak A. 224.603/VII-40.
- In zake : de BVBA AIGLE TAO-LOU gevestigd te 9000 Gent Bevrijdingslaan 20 alwaar woonplaats wordt gekozen bijgestaan en vertegenwoordig door advocaat Derry Van Hecke tegen :
- de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie
- de KANSSPELCOMMISSIE BIJ DE FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Van Heuven en Leandra Decuyper kantoor houdend te 2600 Antwerpen Cogels Osylei 61 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 16 februari 2018, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Kansspelcommissie van 13 december 2017 waarbij de vergunning voor de exploitatie van een kansspelinrichting klasse III, gelegen aan de Bevrijdingslaan 20 te Gent, wordt geschorst voor de periode van één jaar. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 241.378 van 3 mei 2018 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. VII-40.203-1/4 De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verzoekende partij heeft een toelichtende memorie ingediend. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 22 april
- Op 17 juni 2019 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord. De verzoekende partij vraagt om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 september
- Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Annik Haegeman, die loco advocaat Derry Van Hecke verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. VII-40.203-2/4 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding gemaakt van artikel 21, zevende lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De verzoekende partij heeft binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zevende lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding. De verzoekende partij voert ter zitting aan dat de kennisgeving weliswaar op haar zetel is geschied en voor ontvangst is ondertekend, maar haar zaakvoerder op dat ogenblik in het buitenland verbleef, en zodoende er laattijdig kennis van heeft gekregen. Gelet op de woonplaatskeuze op het adres van de vestigingsplaats van de verzoekende partij is voormelde kennisgeving rechtsgeldig gebeurd. Het verblijf van de zaakvoerder van de verzoekende partij in het buitenland is dan ook niet van aard om desbetreffend wettelijk vermoeden te ontkrachten. Het kwam immers aan de verzoekende partij toe er voor te zorgen dat de organen van de Raad van State haar ter benaarstiging van de procedure konden bereiken, en zij had daartoe woonplaats op het kantoor van haar raadsman kunnen kiezen. VII-40.203-3/4 Het wettelijk vermoeden van afstand van het geding moet te dezen onverkort worden toegepast. Er bestaat aanleiding om de afstand van geding uit te spreken. BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 840 euro verschuldigd aan de verwerende partijen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien september tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Patricia De Somere VII-40.203-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.383 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.378 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.