id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 september 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.384 Rolnummer: A. 225692/VII-40332 Zaak: Arrest 245384 - Kansspelen - 10/09/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-09-16 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-21 07:15 Fiche Arrest nr 245.384 van 10 september 2019 Justitie - Kansspelen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 245.384 van 10 september 2019 in de zaak A. 225.692/VII-40.
- In zake :
- de VZW FEDERATIE VAN CAFES VAN BELGIË
- de BVBA DE V.W. COX
- de BVBA TEMBY’S bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hans Van de Cauter kantoor houdend te 1050 Brussel Dautzenbergstraat 42 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Yannick Peeters en Jürgen Vanpraet kantoor houdend te 8820 Torhout Oostendestraat 306 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de NV DERBY bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pierre Joassart kantoor houdend te 1000 Brussel Regentlaan 37-40 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 6 juli 2018, strekt tot de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 4 mei 2018 betreffende kansspelen over virtuele sportevenementen in de vaste kansspelinrichtingen klasse IV. VII-40.332-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 244.138 van 2 april 2019 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen. Het genoemde arrest is op 19 april 2019 aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht. Op 12 juni 2019 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De verzoekende partijen vragen om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 september
- Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Hans Van de Cauter, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Bram Van den Berghe, die loco advocaat Jürgen Vanpraet verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Julie Paternostre, die loco advocaat Pierre Joassart verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling VII-40.332-2/4
- Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest. Bij arrest nr. 244.138 van 2 april 2019 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen. De verzoekende partijen hebben geen tijdig verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De hoofdgriffier heeft de verzoekende partijen medegedeeld, met toepassing van artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord. De verzoekende partijen voeren in hun verzoek om gehoord te worden en ter zitting aan dat een afstand van geding niet kan worden vermoed aangezien in de identieke Franstalige zaak bij de Raad van State bekend onder A. 225.686/XI-22.119 wel tijdig een verzoek tot voortzetting werd ingediend, en zij vragen beide zaken, indien mogelijk, samen te voegen. Een verzoek tot voortzetting in een zaak met verschillend rolnummer kan evident niet gelden als een voortzetting in voorliggende zaak, ook al zou deze identiek zijn. Het wettelijk vermoeden van afstand van het geding moet te dezen onverkort worden toegepast. Er bestaat aanleiding om de afstand van geding uit te spreken. Op de vraag om voornoemde zaken samen te voegen kan bijgevolg niet meer worden ingegaan. VII-40.332-3/4 BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 600 euro, een bijdrage van 60 euro, elk voor een derde, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien september tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Patricia De Somere VII-40.332-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.384 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.244.138 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.