← België

Arrest 245385 - Milieuvergunningen - 10/09/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 september 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.385 Rolnummer: A. 227537/VII-40505 Zaak: Arrest 245385 - Milieuvergunningen - 10/09/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-09-16 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-24 01:02 Fiche Arrest nr 245.385 van 10 september 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : heropening debatten Voortzetting gewone procedure Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 245.385 van 10 september 2019 in de zaak A. 227.537/VII-40.

  1. In zake : de NV HELI SERVICE BELGIUM bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Flamey kantoor houdend te 2018 Antwerpen Jan Van Rijswijcklaan 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jürgen Vanpraet en Bram Van den Berghe kantoor houdend te 8820 Torhout Oostendestraat 306 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 1 maart 2019, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 8 januari 2019 houdende uitspraak over het beroep ingesteld tegen de beslissing van de omgevingsinspectie Vlaams-Brabant van 2 oktober 2018 tot oplegging van een bestuurlijke maatregel aan de NV Heli Service Belgium, met erratum van 18 januari
  3. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend. VII-40.505-1/7 Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag overeenkomstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: algemeen procedurereglement) opgesteld. De verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 september
  5. Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Glenn Declercq, die loco advocaat Peter Flamey verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Bram Van den Berghe, die tevens loco advocaat Jürgen Vanpraet verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten 3.
  7. De verzoekende partij exploiteert een helihaven aan de Brabantsebaan 140 te Sint-Pieters-Leeuw. Bij arrest nr. 241.145 van 29 maart 2018 vernietigt de Raad van State het besluit van de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 19 november 2015 waarbij het bestuurlijk beroep ingesteld tegen de beslissing van VII-40.505-2/7 het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Sint-Pieters-Leeuw van 15 juni 2015, houdende het verlenen van de milieuvergunning aan de NV Heli Service Belgium voor het verder exploiteren van een helihaven, niet wordt ingewilligd. In het kader van de heroverweging na dit arrest verklaart de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant op 12 juli 2018 het bestuurlijk beroep ingesteld tegen voornoemde beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Sint-Pieters-Leeuw zonder voorwerp. Tegen deze beslissing heeft de verzoekende partij een beroep tot nietigverklaring ingediend; het betreft de zaak bij de Raad van State bekend onder A. 225.926/VII-40.
  8. Het bestuurlijk beroep ingediend bij de deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant tegen de weigeringsbeslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Sint-Pieters-Leeuw van 2 juli 2018 om een omgevingsvergunning te verlenen voor de exploitatie van een helihaven op betreffende percelen, wordt ongegrond verklaard. Het beroep tot nietigverklaring tegen deze beslissing bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen is nog hangende. 3.
  9. Bij brief van 6 juni 2018 stuurt de omgevingsinspectie Vlaams-Brabant aan de verzoekende partij een kopie van het proces-verbaal van 30 mei 2018 waarbij wordt vastgesteld dat bij de exploitatie van het bedrijf de milieuhygiënewetgeving wordt overtreden, met verzoek schriftelijk mee te delen of de verzoekende partij tegen 12 juni 2018 op volledig zelfstandige wijze het uitbaten van de helihaven en aanhorigheden zal beëindigen. Bij brief van 24 september 2018 stuurt de omgevingsinspectie Vlaams-Brabant aan de verzoekende partij een kopie van het proces-verbaal van 20 september 2018 waarbij opnieuw een niet-naleving van de milieuhygiënewetgeving wordt vastgesteld, met de uitnodiging om te worden gehoord betreffende het voornemen om een bestuurlijke maatregel op te leggen. VII-40.505-3/7 3.
  10. Na de verzoekende partij op 28 september 2018 te hebben gehoord, neemt de omgevingsinspectie Vlaams-Brabant op 2 oktober 2018 de beslissing om aan de verzoekende partij de stopzetting te bevelen van de exploitatie van de niet-vergunde helihaven, gelegen aan de Brabantsebaan 140 te Sint-Pieters-Leeuw, met ingang vanaf 15 november
  11. Na de verzoekende partij op 8 november 2018 te hebben gehoord, verklaart de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw bij besluit van 8 januari 2019 (met erratum op 18 januari 2019) het bestuurlijk beroep gericht tegen de beslissing van de omgevingsinspectie Vlaams-Brabant van 2 oktober 2018 ongegrond en wordt de bestuurlijke maatregel houdende de stopzetting van de exploitatie vanaf 15 november 2018 bevestigd. Dit is de thans bestreden beslissing. 3.
  12. Na de verzoekende partij op 11 maart 2019 te hebben gehoord, neemt de omgevingsinspectie Vlaams-Brabant op 2 mei 2019 de beslissing om de bestuurlijke maatregel van 2 oktober 2018 op te heffen “vermits de nv Heli Service Belgium geen gevolg gaf aan deze maatregel en de exploitatie van de helihaven verderzet zonder dat de vennootschap hiervoor over de vereiste voorafgaande overheidsmachtiging beschikt” (artikel 1), en aan de verzoekende partij de stopzetting te bevelen van de exploitatie van de niet-vergunde helihaven, gelegen aan de Brabantsebaan 140 te Sint-Pieters-Leeuw, met ingang vanaf 1 juni 2019, onder verbeurte van een dwangsom van 250 euro per helikopterbeweging bij het niet-naleven van deze maatregel (artikel 2). IV. Toepassing kortedebattenprocedure
  13. In het verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93 van het algemeen procedurereglement, is de eerste auditeur van oordeel dat het beroep niet ontvankelijk is, omdat de bestreden beslissing door de beslissing van 2 mei 2019 werd opgeheven zodat het voorliggend annulatieberoep geen voorwerp meer VII-40.505-4/7 heeft, temeer nu blijkt dat tegen deze beslissing geen bestuurlijk beroep werd ingediend. Minstens zou de verzoekende partij niet meer getuigen over het rechtens vereiste actuele belang door het niet aanvechten van deze verdergaande bestuurlijke maatregel.
  14. De verzoekende partij vraagt ter zitting, zoals gevraagd in haar “memorie van wederantwoord” dat het auditoraatsverslag heeft doorkruist, de “intrekking” van het bestreden besluit te bevestigen, de nieuwe beslissing van 2 mei 2019 houdende de bestuurlijke maatregel met bestuurlijke dwangsom met toepassing van artikel 159 van de Grondwet wegens bevoegdheidsoverschrijding buiten toepassing te laten en het voorwerp van voorliggend annulatieberoep tot die nieuwe beslissing -die onlosmakend verbonden is met de bestreden beslissing- uit te breiden. Daarnaast verwijst de verzoekende partij uitvoerig naar de waarborgen van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, inzonderheid de toegang tot de rechter, en de recente rechtspraak van de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State inzake het belangvereiste.
  15. De kortedebattenprocedure van artikel 93 van het algemeen procedurereglement moet door de Raad van State met de nodige ernst en omzichtigheid worden toegepast en kan alleen in uitzonderlijke omstandigheden worden gevolgd. De inwilliging van dit verzoek door de alleenrechtsprekende rechter doet immers afbreuk aan de algemene regel dat de kamer ten gronde terechtzitting houdt met drie leden, nadat de partijen de mogelijkheid hebben gehad schriftelijk hun standpunt uiteen te zetten. De vraag om een annulatieberoep met toepassing van de kortedebattenprocedure te verwerpen bij gebrek aan voorwerp is slechts mogelijk wanneer het teloorgaan van het voorwerp dermate evident is dat geen doorgedreven onderzoek noodzakelijk is. Te dezen is dit niet het geval. De beslissing van de omgevingsinspectie Vlaams-Brabant van 2 oktober 2018 houdende het opleggen van een bestuurlijke maatregel aan de verzoekende partij is VII-40.505-5/7 ingevolge de devolutieve werking van het bestuurlijk beroep opgeslorpt door de thans bestreden beslissing, zodat geen sprake kan zijn van een opheffing ervan door de nieuwe beslissing van 2 mei
  16. Daarnaast legt de omgevingsinspectie Vlaams-Brabant met haar beslissing van 2 mei 2019 wel degelijk een nieuwe bestuurlijke maatregel, ditmaal met bestuurlijke dwangsom, op aan de verzoekende partij. Ook de vraag om een annulatieberoep met toepassing van de kortedebattenprocedure te verwerpen bij gebrek aan belang gelet op voornoemde tussengekomen beslissing van 2 mei 2019, terwijl de Raad van State wordt gevraagd het belangvereiste niet te strikt toe te passen teneinde te voldoen aan het recht op toegang tot de rechter en bovendien het voorwerp van het beroep uit te breiden tot die nieuwe beslissing, is geen aangelegenheid (meer) die met korte debatten kan worden beslecht. BESLISSING
  17. De Raad van State heropent het debat.
  18. De zaak wordt verwezen naar de gewone rechtspleging.
  19. De Raad van State gelast het door de auditeur-generaal aan te stellen lid van het auditoraat met het verder onderzoek van de zaak. VII-40.505-6/7 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien september tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Patricia De Somere VII-40.505-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.385 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.249.544 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.