id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 september 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.394 Rolnummer: A. 224923/XIV-37680 Zaak: Arrest 245394 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 10/09/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-09-17 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-06-24 01:02 Fiche Arrest nr 245.394 van 10 september 2019 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 245.394 van 10 september 2019 in de zaak A. 224.923/XIV-37.680 In zake :
- XXX
- XXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Suzanne Van Rossem kantoor houdend te 2060 Antwerpen Violetstraat 48 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep
- Het cassatieberoep, ingesteld op 3 april 2018, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 200.537 van 28 februari 2018 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. II. Verloop van de rechtspleging
- Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking nr. 12.846 van 18 mei
- De verzoekers hebben een toelichtende memorie ingediend. Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. XIV-37.680-1/6 De verzoekers hebben de voortzetting van de procedure gevraagd teneinde te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 april
- Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht. Advocaat Daan Lernout, die loco advocaat Suzanne Van Rossem verschijnt voor de verzoekers, is gehoord. Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- De verzoekers hebben op 16 september 2014 een asielaanvraag ingediend. De commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen neemt op 29 november 2017 in hoofde van iedere verzoeker afzonderlijk een beslissing tot weigering van inoverwegingname van een asielaanvraag in hoofde van een onderdaan van een veilig land van herkomst. Op 14 december 2017 tekenen de verzoekers tegen de voornoemde weigeringsbeslissingen beroep aan bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. XIV-37.680-2/6 Met een beschikking van 7 februari 2018, genomen met toepassing van artikel 39/73, § 1 en § 2, van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ (hierna: de vreemdelingenwet), wordt aan de partijen meegedeeld dat het niet vereist is dat zij nog mondelinge opmerkingen voordragen, dat het beroep door middel van een louter schriftelijke procedure op de in de beschikking aangegeven grond kan worden verworpen en dat de kamer zonder terechtzitting uitspraak zal doen tenzij één van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen na het versturen van de beschikking vraagt om te worden gehoord. Met een arrest van 28 februari 2018 verwerpt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen het beroep tegen de twee beslissingen van 29 november 2017 omdat geen van de partijen tijdig heeft gevraagd om te worden gehoord en de partijen derhalve worden geacht in te stemmen met de in de beschikking opgenomen grond. Dit is het bestreden arrest. IV. Onderzoek van de middelen Enig middel Uiteenzetting van het middel
- De verzoekers werpen in een enig middel, dat zij in de toelichtende memorie herhalen, de schending op van artikel 39/73, § 2, van de vreemdelingenwet. Zij voeren aan dat in hun geval geen sprake kan zijn van een kennisgeving van de met toepassing van het voornoemde artikel 39/73 genomen beschikking. De ter post aangetekende brief, verstuurd naar de raadsman van de verzoekers, kon niet worden afgehaald en werd teruggestuurd naar de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. De verzoekers laten gelden dat hun advocaat onlangs is verhuisd van de Boomgaardstraat 93 te 2018 Antwerpen naar de Violetstraat 48 te 2060 Antwerpen. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen werd hiervan in XIV-37.680-3/6 kennis gesteld en er werd opdracht gegeven aan Bpost om alle op het oude adres toekomende briefwisseling door te sturen naar het nieuwe adres. Volgens de verzoekers is het duidelijk dat de kennisgeving van de met toepassing van artikel 39/73 van de vreemdelingenwet genomen beschikking nooit is toegekomen op het adres waar de post had moeten toekomen, hoewel alle vereiste handelingen en voorschriften werden nageleefd. Al werd in het verzoekschrift tot beroep woonstkeuze gedaan op het oude kantooradres van de raadsman van de verzoekers, deze laatste heeft alle nodige maatregelen genomen om ook de foutief verstuurde post te laten toekomen op het nieuwe kantooradres, hetgeen echter niet correct werd uitgevoerd door Bpost. Ondanks alle inspanningen van hun raadsman, waren de verzoekers aldus niet in de mogelijkheid om op de beschikking te antwoorden met de vraag om te worden gehoord. Beoordeling
- Artikel 39/73, § 2 tot en met § 4, van de vreemdelingenwet luidt: “§
- Bij beschikking stelt de kamervoorzitter of de door hem aangewezen rechter de partijen in kennis dat de kamer zonder een terechtzitting uitspraak zal doen tenzij één van de partijen, binnen een termijn van vijftien dagen na het versturen van de beschikking, vraagt om gehoord te worden. In de beschikking wordt de grond meegedeeld waarop de kamervoorzitter of de door hem aangewezen rechter zich steunt om te oordelen dat het beroep door middel van een louter schriftelijke procedure kan ingewilligd of verworpen worden. Indien een nota met opmerkingen is ingediend, wordt deze samen met de beschikking medegedeeld. §
- Indien geen der partijen vraagt om te worden gehoord dan worden deze geacht in te stemmen met de in de beschikking opgenomen grond en wordt naargelang het geval het beroep ingewilligd of verworpen. §
- Indien één der partijen tijdig heeft gevraagd om gehoord te worden, dan bepaalt de kamervoorzitter of de door hem aangewezen rechter onverwijld bij beschikking de dag en het uur van de terechtzitting.” Artikel 39/58 van de vreemdelingenwet bepaalt: “Onverminderd artikel 39/69, § 1, zevende lid, kiest elke partij in een procedure, met uitzondering van de Belgische administratieve overheden, in haar eerste proceshandeling woonplaats in België. Alle kennisgevingen, mededelingen en oproepingen door de griffie worden rechtsgeldig op de gekozen woonplaats gedaan. Die woonplaatskeuze geldt voor alle daaropvolgende proceshandelingen. Elke wijziging van de gekozen woonplaats moet uitdrukkelijk worden XIV-37.680-4/6 geformuleerd en voor elk beroep afzonderlijk en bij aangetekende zending ter kennis gebracht van de hoofdgriffier, met vermelding van het volledige rolnummer van het beroep waarop de wijziging betrekking heeft. […]”
- In het verzoekschrift tot beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen hadden de verzoekers keuze van woonplaats gedaan op het adres van hun raadsman, Boomgaardstraat 93 te 2018 Antwerpen. Uit het rechtsplegingsdossier van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen blijkt dat de in artikel 39/73 van de vreemdelingenwet bedoelde beschikking van 7 februari 2018 ter kennis werd gebracht van de verzoekers met een ter post aangetekende brief, verstuurd op 9 februari 2018 naar het adres van die gekozen woonplaats, Boomgaardstraat 93 te 2018 Antwerpen. Er blijkt ook uit dat deze brief werd teruggestuurd naar de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen met de vermelding “niet afgehaald”. De verzoekers houden voor dat zij met een brief van 8 augustus 2017 de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in kennis hebben gesteld van de wijziging van hun gekozen woonplaats naar het nieuwe adres van hun raadsman te 2018 Antwerpen, Violetstraat
- Dergelijke brief bevindt zich echter niet in het rechtsplegingsdossier. De verzoekers hebben bij het verzoekschrift tot cassatie een kopie gevoegd van dergelijke brief van 8 augustus 2017, doch niet het bewijs dat hij effectief aangetekend werd verstuurd. Bovendien vermeldt die kopie als referte “RVV 205 484”, hetgeen niet overeenstemt met het rolnummer van de huidige zaak bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Derhalve blijkt niet dat de verzoekers hebben voldaan aan de in artikel 39/58, tweede lid, van de vreemdelingenwet vervatte verplichting dat “[e]lke wijziging van de gekozen woonplaats […] uitdrukkelijk [moet] worden geformuleerd en voor elk beroep afzonderlijk en bij aangetekende zending ter kennis gebracht van de hoofdgriffier, met vermelding van het volledige rolnummer van het beroep waarop de wijziging betrekking heeft”. De kennisgeving van de met toepassing van artikel 39/73 van de vreemdelingenwet genomen beschikking van 7 februari 2018 is derhalve op geldige wijze gebeurd door deze te sturen naar de op XIV-37.680-5/6 dat ogenblik geldende gekozen woonplaats van de verzoekers. De verzoekers kunnen zich wat dat betreft niet beroepen op enige vorm van overmacht vermits zij de in artikel 39/58 vervatte verplichtingen zelf niet zijn nagekomen. Dat Bpost mogelijkerwijze is tekortgeschoten in haar contractuele verplichtingen, doet geen afbreuk aan het voorgaande. Het enige middel is ongegrond. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.
- De verzoekers worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 400 euro, elk voor de helft. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien september tweeduizend negentien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, met bijstand van Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Geert Debersaques XIV-37.680-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.394 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.