← België

Arrest 245420 - Examens (onderwijs) - 12/09/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 september 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.420 Rolnummer: A. 229001/IX-9603 Zaak: Arrest 245420 - Examens (onderwijs) - 12/09/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-09-13 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-21 21:51 Fiche Arrest nr 245.420 van 12 september 2019 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 245.420 van 12 september 2019 in de zaak A. 229.001/IX-9603 In zake: Alexi CLAEYS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koenraad Maenhout kantoor houdend te 2600 Antwerpen Filip Williotstraat 30 bus 0102 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep 21 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Stommels en Jan Fransen kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 220 bus 14 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 3 september 2019, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de beroepscommissie van scholengroep 21 „Vlaamse Ardennen‟ van het Gemeenschapsonderwijs van 27 augustus 2019, waarbij aan Alexi Claeys een oriënteringsattest B met clausulering voor de onderwijsvormen ASO, KSO en TSO wordt toegekend. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. IX-9603-1/13 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 september 2019, om 10.30 uur. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Hanne Cornelis, die loco advocaat Koenraad Maenhout verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Jan Fransen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten
  4. Verzoeker vat het schooljaar 2018-2019 aan als leerling in het tweede leerjaar van de eerste graad, optie „handel‟, in het atheneum te Oudenaarde, onderwijsinstelling behorende tot scholengroep 21 van het Gemeenschapsonder- wijs. Na de kerstvakantie stapt verzoeker over naar de optie „mecha- nica-elektriciteit‟. Op het rapport dat aan verzoeker op het einde van het schooljaar wordt uitgereikt, staat een algemeen totaal van 54,7% vermeld, met tekorten voor Engels (49,9%), geschiedenis (44,7%), wiskunde (48,7%), levensbeschouwing (44,9%) en elektriciteit (28,8%). De delibererende klassenraad kent aan verzoeker een oriënteringsattest C toe. IX-9603-2/13 Overleg met de directeur leidt niet tot een nieuwe bijeenkomst van de delibererende klassenraad. Op 2 juli 2019 stellen de ouders van verzoeker beroep in bij het schoolbestuur. Op 27 augustus 2019 beslist de beroepscommissie om de klas- senraadbeslissing te hervormen en aan verzoeker een oriënteringsattest B toe te kennen, met clausulering voor de onderwijsvormen ASO, TSO en KSO. Die be- slissing is als volgt gemotiveerd: “• Alexi wordt 16 jaar in november 2019 en het heeft geen zin om een derde keer zijn tweede jaar van de eerste graad over te zitten. • Alexi heeft het duidelijk moeilijk met grote hoeveelheden leerstof (re- sultaten examenperiode 2), waardoor de [beroepscommissie] een meer praktijkgerichte studierichting adviseert in het beroepssecundair onderwijs. De leerstof wordt er op een andere (geïntegreerde manier) verwerkt en het volume aan kennisvaardigheden is er beduidend minder. Hierdoor is de beroepscommissie van mening dat Alexi meer kansen heeft op slagen. • Zelfs met het behouden van de studieresultaten van de eerste periode in de studierichting 2 handel, zijn er nog altijd een aantal jaartekorten (zie bij- lage).” Dit is de bestreden beslissing. IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  5. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat min- stens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende nood- zakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. IX-9603-3/13 V. Uiterst dringende noodzakelijkheid
  6. Verzoeker beroept zich terecht op de vaste rechtspraak van de Raad van State, dat het bestreden attest hem de mogelijkheid ontneemt om de studieloopbaan voort te zetten in de studierichting van zijn keuze, tenzij middels overzitten en dus verlies van een schooljaar, en dat een gewone schorsingsproce- dure te laat dreigt te komen om dit nadeel nog nuttig te keren. Aan de eerste schorsingsvoorwaarde is voldaan, wat de verwe- rende partij in haar nota overigens uitdrukkelijk stelt niet te betwisten. VI. Ernst van de middelen A. Eerste middel, eerste onderdeel Uiteenzetting van het middelonderdeel
  7. Verzoeker put een eerste onderdeel van het eerste middel uit de schending van artikel 5.2.1.6 van het schoolreglement, het “algemeen rechtsbe- ginsel van patere legem” en het zorgvuldigheidsbeginsel. Verzoeker merkt op dat op zijn jaarrapport de cijfers ontbreken van het eerste semester – toen hij nog de optie „handel‟ volgde – en dat daarmee dus geen rekening werd gehouden bij de berekening van de jaartotalen. Rekening houdend met de cijfers behaald in de optie „handel‟ vóór de kerstvakantie, becijfert verzoeker dat hij geen vijf, maar drie jaartekorten zou hebben (geschiedenis, le- vensbeschouwing en elektriciteit). Bij de bestreden beslissing van de beroepscommissie is wel een herberekening van de jaartotalen gevoegd, maar ook daar staan nog steeds foute gegevens in. Die cijfers miskennen het relatieve gewicht dat volgens artikel 5.2.1.6 van het schoolreglement aan het dagelijks werk en de examens moet worden ge- IX-9603-4/13 geven. Een “juiste telling” leidt volgens verzoeker tot de vaststelling dat hij “he- lemaal geen jaartekort voor het vak Engels” heeft, “hetgeen een wezenlijk verschil uitmaakt”. De beroepscommissie heeft haar beslissing dus gestoeld op “gebrekkige gegevens”. Verzoeker noemt het voorts “manifest onzorgvuldig” om, na overhandiging door hem van de “juiste cijfers”, hem nog steeds “een foutief en onvolledig jaarrapport” te bezorgen. Verzoeker doet ook nog gelden dat de herberekening van de cijfers die bij de bestreden beslissing zijn gevoegd, dateert van na de bestreden beslissing. Ze konden dus niet in rekening worden gebracht door de beroeps- commissie. Ook dit getuigt volgens verzoeker van een onzorgvuldigheid in hoofde van de verwerende partij. Hij noemt het ook “kennelijk onredelijk de resultaten van de herberekening niet af te wachten om vervolgens met kennis van zaken een gefundeerde beslissing te nemen”. Beoordeling
  8. Verzoeker betwist niet als zodanig de hem voor elk „dagelijks werk‟ en „examen‟ toegekende punten. Hij betwist wel de uit die gegevens afge- leide jaartotalen, zoals die op zijn rapport tot uitdrukking zijn gebracht.
  9. Verzoeker is, naar eigen zeggen op aanraden van de school, na de kerstexamens van studierichting veranderd.
  10. Verzoeker lijkt het door hem geschonden genoemde artikel 5.2.1.6 van het schoolreglement 2018-2019, dat handelt over het “gewicht van de onderdelen” bij de evaluatie van leerlingen, niet volledig gelezen te hebben. Dit artikel bepaalt in fine over een situatie zoals die van verzoeker wat volgt: IX-9603-5/13 “Bij verandering van studierichting worden de resultaten van alle vakken op „nul‟ gezet. Daardoor krijg je alle kansen om in de nieuwe studierichting te slagen.” Verzoeker betwist in zijn verzoekschrift de wettigheid van die bepaling niet. Het staat niet aan de Raad van State om ambtshalve een onderzoek naar de wettigheid daarvan te voeren, laat staan daartoe in het kader van een vor- dering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid over te gaan. Daaruit volgt, op het eerste gezicht, dat verzoeker vooralsnog geen belang heeft om zich over de toepassing van artikel 5.2.1.6 van het school- reglement te beklagen. Dit artikel verleent verzoeker er immers op het eerste ge- zicht geen aanspraak op om de door hem tijdens het eerste trimester behaalde cijfers in de andere studierichting betrokken te zien bij het bepalen van de jaar- totalen in de studierichting waarin hij het schooljaar heeft voleindigd.
  11. Op de terechtzitting betoogt verzoeker dat aan zijn ouders is toegezegd dat de cijfers van het eerste trimester wél in rekening zouden worden gebracht. Daargelaten of met dit argument, dat niet te lezen is in het in- leidend verzoekschrift, in een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid rekening mag worden gehouden, ontneemt volgend bericht van 20 januari 2019 vanwege de leerlingenbegeleidster op Smartschool in de huidige stand van het geding iedere geloofwaardigheid eraan: “Alexi Claeys start in 2meel met een blanco puntenboekje. In tegenstelling tot mijn vorige bericht mogen de punten van 2 handel niet overgenomen worden.” Vooralsnog wordt aangenomen dat de ouders van verzoeker dit bericht ook konden lezen en er blijkt niet dat zij daartegen hebben geprotesteerd. Een toezegging om voor verzoeker af te wijken van het schoolreglement is in de huidige stand van de rechtspleging niet aangetoond. IX-9603-6/13
  12. Het voorafgaande leidt tot de conclusie dat de eigen berekening van de jaartotalen uitgaat van een verkeerde premisse.
  13. De kritiek van verzoeker op de bij de beslissing van de be- roepscommissie gevoegde tabel lijkt derhalve evenmin dienend. In de eerste plaats gaat verzoeker zelf ervan uit dat de beslissing van de beroepscommissie niet op deze tabel is gesteund, maar dat ze pas naderhand is samengesteld. Voorts laat ook de lezing van de bestreden beslissing op het eerste gezicht niet toe te besluiten dat de beroepscommissie die tabel als uit- gangspunt heeft genomen. De commissie geeft alleen aan dat “[z]elfs met het behouden van de studieresultaten van de eerste periode in de studierichting 2 handel, […] er nog altijd een aantal jaartekorten [is]”. Daaruit volgt, zo lijkt, dat de beroepscommissie voor haar beslissing principieel vasthoudt aan en steun zoekt in het rapport zoals het aan verzoeker einde juni is meegedeeld. Daarvan is hiervóór al gebleken dat verzoeker de onwettigheid van (het gebruik van) die cijfers vooralsnog niet heeft aangetoond.
  14. Ook de vraag of die aangepaste tabel een verkeerde becijfering bevat voor het vak Engels is dan niet ter zake. Ten overvloede merkt de Raad op dat een verzoekende partij het niet aan de Raad mag overlaten om een middel te construeren en dat, des te meer in het kader van een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, het haar toevalt om een beweerde onwettigheid klaar en duidelijk toe te lichten. Zeker in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, waarbij de rechten van de verdediging door de procedure al tot een uiterst minimum zijn herleid, moet een “middel” zich lenen tot een snelle toetsing. Dit betekent, opdat het ernstig karakter ervan kan worden erkend, dat in een middel zeer nauwkeurig moet wor- IX-9603-7/13 den aangevoerd welke precieze rechtsregel of welk rechtsprincipe geschonden wordt geacht en al even nauwkeurig moet worden vermeld waarin de schending door de bestreden beslissing precies bestaat. Een nauwelijks toegelichte repro- ductie van een aantal tabellen in het verzoekschrift volstaat niet daarvoor.
  15. Het middelonderdeel is niet ernstig. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
  16. In een tweede middel voert verzoeker de schending aan van artikel 5.3.3 van het schoolreglement 2018-2019, het “algemeen rechtsbeginsel van patere legem”, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Verzoeker verwijst naar het deliberatiemodel dat in het school- reglement als niet-bindende richtlijn is opgenomen. Hij betoogt dat hij aan alle voorwaarden voldoet om conform dit model een oriënteringsattest “A met advies” te krijgen, “[i]ndien [de] verwerende partij rekening zou hebben gehouden met de juiste studieresultaten”. De beroepscommissie heeft dit argument volledig naast zich neergelegd en laat ook na te motiveren waarom zij het eigen deliberatiemodel niet volgt. Beoordeling
  17. Het middel vertrekt van het vooralsnog niet aangetoonde uit- gangspunt dat de beroepscommissie haar evaluatiebeslissing op verkeerde cijfers steunt en dat alleen de door verzoeker voorgestelde eigen berekeningen van zijn jaartotalen de enige juiste zouden zijn. IX-9603-8/13 Uit de bespreking van het eerste onderdeel van het eerste middel hiervóór, is gebleken dat die premisse op het eerste gezicht niet kan worden bij- gevallen.
  18. Hieruit volgt dan weer dat verzoeker geen belang lijkt te hebben bij de kritiek dat hij daarover meer uitdrukkelijk een antwoord mocht verwachten van de beroepscommissie – immers, zelfs al ware die kritiek gegrond, dan nog kan ze hem niet aan een voor hem meer voordelige evaluatiebeslissing helpen.
  19. Het tweede middel is niet ernstig. C. Derde middel Uiteenzetting van het middel
  20. Het derde middel is geput uit de schending van de formelemo- tiveringsplicht “conform […] de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukke- lijke motivering van de bestuurshandelingen juncto de materiële-motiveringsplicht als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur”. Verzoeker voert aan dat de beroepscommissie “zonder de minste motivatie” het deliberatiemodel naast zich heeft neergelegd. Volgens verzoeker bevat de bestreden beslissing “niet de minste weerlegging van [zijn] bezwaren”, “niet m.b.t. het afwijken van het deliberatie- model, noch m.b.t. de bemerking dat [verzoeker] geen enkele ondersteuning kreeg voor het inhalen van de leerstof voor het vak „elektriciteit‟ waarvoor hij uiteinde- lijk een tekort behaalde”. Verzoeker herhaalt dat de bestreden beslissing “(nog steeds) niet gebaseerd [is] op een globale, correcte beoordeling van [zijn] prestaties […] ge- durende het gehele schooljaar (zie 1ste middel)”. IX-9603-9/13 Beoordeling
  21. Anders dan verzoeker het ziet, volgt uit de door hem aangehaalde formelemotiveringsplicht op het eerste gezicht niet dat de beroepscommissie op alle grieven die hij heeft opgeworpen, een afzonderlijk en specifiek antwoord biedt. Het volstaat daarentegen indien in de beslissing zelf de motieven opgeno- men worden die de beslissing kunnen dragen. Wanneer een leerling echter wezenlijke, fundamentele grieven aanvoert die eventueel van aard zijn de ongunstige beslissing in een gunstige te doen wijzigen, mag hij er wel op rekenen dat de beroepscommissie daaraan niet alleen aandacht schenkt, maar ook uitdrukkelijk aangeeft waarom deze grieven haar niet tot een andere evaluatiebeslissing hebben kunnen brengen.
  22. De grief van het ongemotiveerd “afwijken van het deliberatie- model” valt samen, zo lijkt, met het reeds als niet ernstig verworpen tweede mid- del.
  23. In verband met de grief dat verzoeker “geen enkele ondersteu- ning kreeg voor het inhalen van de leerstof voor het vak „elektriciteit‟ waarvoor hij uiteindelijk een tekort behaalde”, dient eraan herinnerd dat een vermeend gebrek- kige begeleiding mogelijk de verantwoordelijkheid voor een slechte prestatie (deels) verschuift naar de onderwijsinstelling, maar in de regel die prestatie zelf niet zonder meer tot een voldoende vermag te keren. Verzoeker brengt in zijn verzoekschrift, zo lijkt, alvast geen elementen bij die ertoe nopen die vaste zienswijze van de Raad van State in zijn geval te moeten verlaten.
  24. Voor zover verzoeker nog verwijst naar zijn eerste middel, kan eveneens worden volstaan met een verwijzing naar de bespreking van dat middel.
  25. Het derde middel is niet ernstig. IX-9603-10/13 D. Eerste middel, tweede onderdeel Uiteenzetting van het middelonderdeel
  26. Verzoeker voert als tweede onderdeel van het eerste middel een schending aan van het redelijkheidsbeginsel. Hij meent dat een B-attest met clausulering voor alle richtingen in ASO, TSO en KSO “erg verregaand” is, “ge- zien bovendien de 3 vakken waarvoor [hij] een tekort behaalde, ook vakken zijn die in BSO-richtingen in het lessenpakket (kunnen) zitten”. Verzoeker zou “[h]ooguit […] nog kunnen begrijpen dat de gevolgde studierichting (Mechani- ca-Elektriciteit) wordt uitgesloten”. Hij besluit dat de bestreden beslissing “der- mate [afwijkt] van het normale beslissingspatroon dat niet te begrijpen valt hoe [de] verwerende partij zelfs binnen haar ruim geachte discretionaire bevoegdheid hiertoe komt”. Beoordeling
  27. Verzoeker kan worden bijgevallen dat een B-attest met clausu- lering voor alle richtingen in ASO, TSO en KSO “erg verregaand” is. Die kritiek is op het eerste gezicht echter niet van aard de beslissing onwettig te maken. Zoals de Raad van State reeds heeft overwogen in zijn arresten nr. 175.202 van 2 oktober 2007, nr. 196.549 van 1 oktober 2009 en nr. 222.898 van 19 maart 2013, heeft een leerling er immers geen belang bij om aan te vechten dat een B-attest met clausulering voor ASO-TSO-KSO in de concrete omstandigheden gegeven wordt, louter om een leerling de kans te geven niet te moeten overzitten.
  28. Welnu, ook de over verzoeker in graad van administratief beroep oordelende beroepscommissie zag zich klaarblijkelijk voor een dergelijke situatie geplaatst. Hoe beknopt ook, de beoordeling van de beroepscommissie lijkt immers in wezen te zijn dat verzoeker het schooljaar niet met vrucht heeft beëindigd en bijgevolg een C-attest moet krijgen op grond van de door hem behaalde resultaten. IX-9603-11/13 Het is maar omdat verzoeker “16 jaar [wordt]” en het “geen zin [heeft] om een derde keer zijn tweede jaar van de eerste graad over te zitten” dat toch een B-attest is gegeven, om hem de kans te geven een “meer praktijkgerichte studierichting […] in het beroepssecundair onderwijs” aan te vatten. Indien de beroepscommissie verzoeker beschouwt als iemand die het betrokken schooljaar niet met vrucht heeft beëindigd en hem enkel toelaat door te stromen naar BSO om niet opnieuw een schooljaar te verliezen, dan moet prima facie van de beroepscommissie geen afzonderlijke motivering gevraagd worden voor de clausulering van deze of gene studierichting of onderwijsvorm, aangezien nog niet eens de doelstellingen van het betrokken leerjaar zijn bereikt en de leerling dus hoe dan ook niet bekwaam wordt geacht zijn studie in het algemeen voort te zetten in het volgende leerjaar.
  29. Verzoeker voert, buiten de hiervóór al als niet-ernstig afgedane betwisting van de cijfers, tegen het toegekende attest alleen aan dat hij meent aanspraak te kunnen maken op een A-attest „met advies‟. Ook daarvan is al gezien dat hij uitgaat van een verkeerde premisse.
  30. Het middelonderdeel is niet ernstig. E. Besluit
  31. Er is niet voldaan aan de tweede schorsingsvoorwaarde. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan niet worden toegewezen. BESLISSING
  32. De Raad van State verwerpt de vordering. IX-9603-12/13
  33. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 12 september 2019, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-9603-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.420 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.