id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 september 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.434 Rolnummer: A. 221335/X-16845 Zaak: Arrest 245434 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 13/09/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-09-17 Raadplegingen: 66 - laatst gezien 2026-06-21 22:54 Fiche Arrest nr 245.434 van 13 september 2019 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 245.434 van 13 september 2019 in de zaak A. 221.335/X-16.
- In zake :
- Luc BEKE
- Els GHYSELEN
- André LAMBERT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Pieter-Jan Defoort en Ruben Vansteenkiste kantoor houdend te 8020 Oostkamp Hertsbergsestraat 4 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de GEMEENTE OOSTKAMP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Meindert Gees kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 27 januari 2017, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Oostkamp van 15 september 2016 houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan „Zonevreemde woningen en functies‟ en van “het besluit van 23 juni 2016 van de gemeenteraad van de gemeente Oostkamp houdende de definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan „Zonevreemde woningen en functies‟ (vóór schorsingsbesluit van de Deputatie West-Vlaanderen van 4 augustus 2016)”. X-16.845-1/7 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 juni
- Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Pieter-Jan Defoort, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Guillaume Vyncke, die loco advocaten Steve Ronse en Meindert Gees verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest, behoudens wat de kosten betreft, eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoekende partijen zijn onverdeeld eigenaar van twee percelen grond, gelegen aan de Legeweg te Steenbrugge-Oostkamp, aldaar kadastraal gekend als Oostkamp, eerste afdeling, sectie A, nrs. 95t en 102d (hierna: verzoekers‟ percelen). Verzoekers‟ percelen zijn overeenkomstig het bij X-16.845-2/7 Koninklijk besluit van 7 april 1977 goedgekeurde gewestplan „Brugge-Oostkust‟ in agrarisch gebied gelegen. 3.
- In uitvoering van haar gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (hierna: het GRS), beslist de gemeente Oostkamp om een planinitiatief op te starten voor de zonevreemde woningen en functies op haar grondgebied. 3.
- Met het besluit van 17 september 2015 stelt de gemeenteraad van de gemeente Oostkamp het ontwerp van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan „Zonevreemde woningen en functies‟ (hierna: het gemeentelijk RUP) voorlopig vast. 3.
- Het ontwerp van het gemeentelijk RUP omvat een aantal deelplannen voor zonevreemde woningen en zonevreemde functies, waaronder het deelgebied „woonconcentratie Steenbrugge‟ dat als een „laagdynamische zone voor wonen‟ wordt bestemd. Verzoekers‟ percelen situeren zich volgens het ontwerpplan in dit deelgebied. 3.
- Na adviezen van de deputatie van de provincieraad van de provincie West-Vlaanderen (hierna: de deputatie) en van Ruimte Vlaanderen, adviseert de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van de gemeente Oostkamp (hierna: de Gecoro) op 7 maart 2016 om de „woonconcentratie Steenbrugge‟ uit het gemeentelijk RUP te schrappen, met uitzondering van het perceel kadastraal gekend als Oostkamp, eerste afdeling, sectie A, nr. 53m (hierna: het perceel nr. 53m). 3.
- Met het tweede bestreden besluit van 23 juni 2016 stelt de gemeenteraad van de gemeente Oostkamp het gemeentelijk RUP definitief vast. De „woonconcentratie Steenbrugge‟ wordt als „laagdynamische zone voor wonen‟ behouden, waarbij met een asterisk (*) wordt aangegeven dat enkel voor het perceel nr. 53m een bijkomende woongelegenheid mogelijk is. X-16.845-3/7 Verzoekers‟ perceel nr. 95t wordt uit het plan gesloten. Het perceel nr. 102d wordt de mogelijkheid tot een bijkomende woongelegenheid ontnomen. 3.
- Op 4 augustus 2016 beslist de deputatie om het gemeentelijk RUP te schorsen, om reden dat het voorzien van een bijkomende woongelegenheid op het perceel nr. 53m in strijd is met “de woonprogrammatie” en met het provinciaal ruimtelijk structuurplan. 3.
- Met het eerste bestreden besluit van 15 september 2016 stelt de gemeenteraad van de gemeente Oostkamp het gemeentelijk RUP opnieuw definitief vast, waarbij de met een asterisk (*) aangegeven bebouwingsmogelijkheid voor het perceel nr. 53m wordt geschrapt. IV. Ontvankelijkheid 4.
- Geen van de partijen verzetten zich tegen het standpunt in het auditoraatsverslag dat een vernietiging tot het deelplan „woonconcentratie Steenbrugge‟ van het kaartenbundel functies van het bestreden gemeentelijk RUP beperkt moet blijven. De Raad van State ziet dit niet anders en treedt de zienswijze van het auditoraatsverslag bij. 4.
- Met ‟s Raads arrest nr. 245.433 van 13 september 2019 werd het eerste bestreden besluit vernietigd in zoverre dit het deelplan „woonconcentratie Steenbrugge‟ van het kaartenbundel functies betreft. Het beroep is zonder voorwerp en derhalve onontvankelijk in zoverre dit tegen het eerste bestreden besluit is gericht. 4.
- Onder “het bestreden besluit” wordt hierna enkel het tweede bestreden besluit begrepen. X-16.845-4/7 V. Onderzoek van het enig middel Uiteenzetting van het middel 5.
- De verzoekende partijen roepen in een enig middel de schending in van de artikelen 1.1.4, 2.1.2, § 3, en 2.2.16 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (hierna: het RSV) “inclusief de er in opgenomen bevoegdheidsregels en het subsidiariteitsbeginsel en de regels omtrent het stedelijke en het lokale woonbeleid”, alsook van “de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, onder andere het zorgvuldigheidsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel, de formele en materiële motiveringsplicht”, en “dit alles in samenhang genomen met artikel 159 van de Grondwet (exceptie van onwettigheid)”. Zij zetten uiteen dat het bestreden gemeentelijk RUP, de schorsingsbeslissing van de deputatie van 4 augustus 2016 en de adviezen van Ruimte Vlaanderen en de deputatie op onwettige wijze uitgaan van een “buitengebiedlogica van een gesloten cijfermatige taakstelling”, terwijl het plangebied deel uitmaakt van het regionaalstedelijk gebied Brugge “waar een aanbodbeleid geldt voor wonen dat op lokaal schaalniveau – naast de bovenlokale taakstellingen − kan worden ingevuld door het gemeentelijke planniveau en niet door (het) Vlaamse of provinciale planniveau”. 5.
- De verzoekende partijen doen in hun memorie van wederantwoord, wat de ontvankelijkheid van hun middel betreft, gelden dat noch in de bestreden beslissingen, noch in het schorsingsbesluit van de deputatie van 4 augustus 2016 “melding wordt gemaakt van de waterproblematiek”. Zij stellen dat de gemeenteraad van de gemeente Oostkamp een nieuwe beslissing moet nemen als het gemeentelijk RUP op grond van het ingeroepen middel wordt vernietigd en dat “niets belet om zowel bebouwingsmogelijkheden én waterbeheersingsmaatregelen te voorzien in het RUP”. Het toelaten van bebouwing op hun percelen maakt het precies mogelijk “om de vermeende waterproblematiek op te lossen”. Volgens de verzoekende partijen bestaat er een X-16.845-5/7 belang zodra een vernietiging de kans op een “gunstig[e] uitkomst” doet ontstaan. De loutere ligging van een grond binnen het beheersingsgebied van een plan volstaat om een voldoende belang aan te tonen. 5.
- De verzoekende partijen stellen in hun laatste memorie nog dat niet het GRS of de vermeende waterproblematiek de hoofdreden is om hun percelen “niet te bebouwen”, maar wel de cijfermatige benadering van de woonbehoefte en bijkomend woonaanbod. Zij menen correct te hebben gehandeld door in hun middel enkel “op de kern van de zaak” te focussen. Beoordeling 6.
- Uit het bestreden besluit blijkt dat de gemeenteraad van de gemeente Oostkamp zich uitdrukkelijk bij het advies van de Gecoro van 7 maart 2016 heeft aangesloten. In dat advies wordt gesteld dat “het binnengebied gelegen [is] in een mogelijks overstromingsgevoelig gebied en [...] er op vandaag al heel wat problemen [zijn] mbt water-huishouding”. Nog stelt de Gecoro dat “het bebouwen van dit binnengebied [...] bovendien in strijd [is] met de geest van het GRS waarin er enkel een beleidsstandpunt was om het enige nog vrijliggende perceel, gelegen langs de Legeweg, te kunnen bebouwen, niet het complete binnengebied tussen Legeweg, Lieverstede en het kanaal”. Bij de bespreking van verzoekers‟ bezwaarschrift herhaalt de Gecoro dat zij de optie om de betreffende terreinen te bebouwen “niet ondersteunt op basis van de waterproblematiek en de tegenstrijdigheid met het GRS”. 6.
- De verzoekende partijen uiten in hun verzoekschrift geen wettigheidskritiek op het motief van de waterproblematiek dat, anders dan zij dit zien, wel degelijk decisief van aard is. Zij kunnen dit gebrek niet in hun latere procedurestukken rechtzetten. Het middel kan niet tot vernietiging leiden. De exceptie van de verwerende partij is gegrond. 6.
- Het middel is onontvankelijk. X-16.845-6/7 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 600 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 13 september 2019, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, wnd. kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, Patricia De Somere, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Jan Clement X-16.845-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.434 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div