← België

Arrest 245479 - Dierenwelzijn - 19/09/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 september 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.479 Rolnummer: A. 224202/VII-40167 Zaak: Arrest 245479 - Dierenwelzijn - 19/09/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-09-26 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-21 07:15 Fiche Arrest nr 245.479 van 19 september 2019 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 245.479 van 19 september 2019 in de zaak A. 224.202/VII-40.

  1. In zake : Giuseppe MAZELLA wonende te 1301 Bierges Rue de Champles 27 alwaar woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Guillaume Vyncke kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 9 januari 2018, strekt tot de nietigverklaring van: “- de beslissing tot administratieve inbeslagname van de 2 honden van dhr. Mazella en tot voorlopige overbrenging van deze honden naar een erkend asiel in afwachting van een beslissing van dienst d.d. 26.10.017, beslissing die ter kennis werd gebracht per brief die gedateerd werd op 14.11.2017, dossiernummer G-17-819; - de beslissing tot definitieve toewijzing van deze honden aan het asiel d.d. 17.11.2017, beslissing die ter kennis werd gebracht per brief die gedateerd werd op 17.11.2017”. VII-40.167-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  3. Bij arrest nr. 241.263 van 19 april 2018 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen verworpen. Verzoeker heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan verzoeker ter kennis gebracht op 27 mei
  4. Op 8 juli 2019 heeft de hoofdgriffier aan verzoeker de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. III. Beoordeling
  6. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding gemaakt van artikel 21, zevende lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. VII-40.167-2/4 Verzoeker heeft binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zevende lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te zijnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding. De hoofdgriffier heeft verzoeker meegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent, dat de kamer de afstand van geding zou uitspreken, tenzij verzoeker binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. Verzoeker heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er bestaat aanleiding om de afstand van het geding uit te spreken. IV. Rechtsplegingsvergoeding
  7. Met toepassing van artikel 30/1, § 2, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 67, § 2, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, wordt de rechtsplegingsvergoeding die verzoeker als in het ongelijk gestelde partij verschuldigd is vastgesteld op 168 euro. BESLISSING
  8. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  9. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 168 euro verschuldigd aan de verwerende partij. VII-40.167-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien september tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Eric Brewaeys VII-40.167-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.479 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.263 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.