id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 september 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.480 Rolnummer: A. 228889/XII-8792 Zaak: Arrest 245480 - Overheidsopdrachten - 19/09/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-09-19 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-21 22:51 Fiche Arrest nr 245.480 van 19 september 2019 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Bevolen Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 245.480 van 19 september 2019 in de zaak A. 228.889/XII-8792 In zake: de BVBA ANTWERPS ARCHITECTEN ATELIER bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joost Bosquet kantoor houdend te 2650 Edegem Mechelsesteenweg 326 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD VEURNE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Rasschaert kantoor houdend te 9420 Erpe-Mere Schoolstraat 20 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de BVBA A1 PLANNING ARCHITECTENBUREAU bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Christophe Lenders en Joris Wouters kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 21 augustus 2019, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[d]e beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen van de Stad Veurne van 5 augustus 2019 waarbij de overheidsopdracht voor aanneming van diensten met betrekking tot de aanstelling van een architect voor de inrichting van XII-8792-1/12 een casco nieuwbouwvolume als kunstenacademie na het doorlopen van een openbare procedure werd gegund aan de BVBA A1 Planning architectuurbureau”. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Met een verzoekschrift van 4 september 2019 heeft de bvba A1 Planning Architectenbureau gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 september 2019, om 11.00 uur. Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joost Bosquet, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Flora Wauters, die loco advocaat Wim Rasschaert verschijnt voor de verwerende partij, en advocaten Joris Wouters en Lisa Van Besouw, die verschijnen voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Auditeur Ines Martens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De verwerende partij schrijft een opdracht uit voor aanneming van diensten voor de aanstelling van een architect voor de inrichting van een casco nieuwbouwvolume als kunstenacademie. XII-8792-2/12 De opdracht wordt gepubliceerd in het Bulletin der Aanbestedingen op 10 januari 2019 en in het Supplement op het Publicatieblad van de Europese Unie op 14 januari 2019. 3.2. De opdracht is onderworpen aan het bestek ”Architect voor de inrichting van een casco nieuwbouwvolume als kunstenacademie”. Het voorwerp van de opdracht wordt als volgt omschreven: “ De opdracht heeft als doel het aanstellen van een architect voor de inrichting van een casco nieuwbouwvolume als kunstenacademie, met volledige ontwerpopdracht, dus inclusief ondermeer technische installaties, een lift, vast meubilair, .. . Het stadsbestuur voorziet voor de werken een totaalbudget van ongeveer 2.500.000 euro, exclusief 6% BTW.” De opdracht wordt gegund door middel van een open procedure. Met betrekking tot het gunningscriterium “ereloon”, waaraan een gewicht van 55 op een totaalgewicht van 100 wordt toegekend, bepaalt het bestek: Nr. beschrijving gewicht 1 Ereloon 55 Er wordt een forfaitair ereloon opgegeven, uitgedrukt als percentage tegenover het totaalbedrag van de werken in euro. Voor de berekening van het ereloon wordt het totaalbedrag becijferd exclusief herzieningen en exclusief boetes en minwaarden. Voor de vergelijking van de offertes, wordt aangenomen dat het totaalbedrag van de werken gelijk is aan 2.500.000 euro. De score van de offerte wordt voor dit criterium berekend als volgt: (prijs laagste offerte / prijs offerte) x gewicht van het criterium prijs. Met betrekking tot de prijsvaststelling van de opdracht luidt het bestek: “De opdracht wordt beschouwd als een opdracht tegen een globale prijs.” 3.3. Zes inschrijvers dienen een offerte in, waaronder de verzoekende partij. Op 26 juli 2019 wordt een gunningsverslag opgesteld. Onder meer de verzoekende partij wordt geselecteerd en haar offerte wordt regelmatig bevonden. XII-8792-3/12 Met betrekking tot de vergelijking van de offertes in het kader van het eerste gunningscriterium „prijs‟ wordt het volgende vermeld: “A1 Planning Architectenbureau bvba heeft in haar offerte aangegeven dat er sprake zou zijn van een onderraming van de werken. Bijgevolg heeft zij in haar offerte een ereloon opgegeven van 7% van het door haar geraamde bedrag van de werken namelijk 7% van 2.592.648,80 euro, zijnde 181.485,42 euro (excl. btw), hetzij 219.597,36 euro (incl. btw). Teneinde de vergelijking met de andere offertes te waarborgen werd het door A1 PLANNING ARCHITECTENBUREAU BVBA opgegeven ereloon herleid naar 7% van het door de stad Veurne geraamd totaalbedrag van de werken, namelijk 7% van 2.500.000,00 euro, zijnde 175.000,00 euro (excl. btw), hetzij 211.750,00 euro (incl. btw). Antwerps Architectenatelier bv bvba heeft in haar offerte een ereloonpercentage van 7,05% van het door de stad Veurne geraamde totaalbedrag van de werken opgegeven. Op pagina 62 van haar offerte verduidelijkt zij evenwel dat zij bij de opgave van voormeld ereloonpercentage ervan uitgegaan is dat de studiekosten voor de EPB en stabiliteit worden uitgevoerd door nevenaannemers en bijgevolg niet inbegrepen zijn in het opgegeven ereloonpercentage. Antwerps Architectenbureau Atelier bv bvba verduidelijkt verder dat indien de EPB-studie alsnog moet worden uitgevoerd het opgegeven percentage ereloon wordt verhoogd met een percentage van 0,25% en dat indien de stabiliteitsstudie alsnog moet worden uitgevoerd het opgegeven percentage ereloon wordt verhoogd met 0,30%. Gelet op het feit dat uit de omschrijving van de opdracht in het bestek duidelijk blijkt dat het een volledige ontwerpopdracht betreft en bijgevolg (indien noodzakelijk in het kader van het ontwerp) eveneens een stabiliteitsstudie omvat, werd, teneinde de vergelijking met de andere offertes te waarborgen, het te hanteren ereloon in de offerte van Antwerps Architectenbureau Atelier bv bvba herleid naar 7,35% van de door de stad Veurne geraamde totaalbedrag van de werken.” 3.4. Op 5 augustus 2019 beslist het college van burgemeester en schepenen van de stad Veurne om het gunningsverslag goed te keuren en de opdracht te gunnen aan de bvba A 1 Planning Architectenbureau die de economisch meest voordelige regelmatige offerte indiende. Dit is de bestreden beslissing. 3.5. Bij brief van 7 augustus 2019 wordt de bestreden beslissing aan de verzoekende partij meegedeeld. XII-8792-4/12 IV. Tussenkomst De bvba A1 Planning Architectenbureau blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek tot tussenkomst worden ingewilligd. V. Schorsingsvoorwaarden 5.1. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing. 5.2. Te dezen is evenwel ook de wet van 17 juni 2013 „betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies‟ van toepassing. Krachtens artikel 15, eerste lid, van die wet kan de uitvoering worden geschorst van de thans bestreden beslissing in aanwezigheid van een ernstig middel of een klaarblijkelijke onwettigheid. Overeenkomstig artikel 15, tweede lid, echter wordt de vordering tot schorsing voor de Raad van State uitsluitend ingesteld volgens een procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Er dient te dezen dan ook enkel nog te worden onderzocht of minstens één ernstig middel wordt aangevoerd, dan wel een klaarblijkelijke onwettigheid aanwezig is, die de nietigverklaring van de bestreden beslissing kan verantwoorden. XII-8792-5/12 VI. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van de partijen 6.1. De verzoekende partij voert de schending aan van: - Artikel 4 van de wet van 17 juni 2016 „inzake overheidsopdrachten‟ en “het erin opgenomen beginsel van de gelijke behandeling der inschrijvers en het transparantiebeginsel” ; - Artikel 76 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 „plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren‟; - Het patere legem quam ipse fecisti beginsel; - De materiële motiveringsplicht; “Doordat uit de feitelijke en juridische motieven die aan de bestreden beslissing ten grondslag liggen, en die in deze beslissing zelf werden geëxpliciteerd, blijkt
- i)dat bij de gekozen inschrijver niet werd stilgestaan bij de koppeling van het ereloonpercentage aan een gewijzigd ramingsbedrag der werken (hoewel dit ramingsbedrag uitdrukkelijk voor de vergelijkbaarheid der offertes werd voorgeschreven) en de voorwaarde dat sprake is van een onderwaardering van het ramingsbedrag der werken;
- ii)dat niet werd geverifieerd of het aandeel stabiliteitsstudie bij iedere inschrijver in de offerteprijs was vervat, dan wel de gekozen inschrijver deze kosten niet begrepen heeft in de offerte spijts de wijzigingen van het casco ontwerp die tevens door haar werden voorgedragen; Terwijl, art. 4 van de Wet Overheidsopdrachten de aanbesteders verplicht om de ondernemers op gelijke en niet-discriminerende wijze en op een transparante en proportionele wijze te behandelen doorheen de volledige procedure tot plaatsing van een overheidsopdracht. Terwijl, het transparantiebeginsel ertoe strekt dat aan elke potentiële inschrijver een passende mate van openbaarheid wordt gegarandeerd, zodat de markt voor de mededinging wordt geopend en de aanbestedings- procedures op hun onpartijdigheid kunnen worden getoetst. Terwijl, het patere legem beginsel de aanbestedende dienst ertoe verplicht de in de opdrachtdocumenten uitgeschreven uitgangspunten te respecteren in haar eigen besluitvorming en de objectiviteit van het procedureverloop. precies uit de samenlezing van het transparantiebeginsel met de hiervoor aangehaalde bepaling van de Wet Overheidsopdrachten volgt dat de aanbestedende overheid haar beoordelingskader precies dient vast te leggen in het bestek, minstens volledig kenbaar dient te maken vóór de opening der offertes, zodat de inschrijvers aan de hand van een positie van informatiegelijkheid bij de opmaak van hun offertes deze zoveel als mogelijk kunnen afstemmen op de behoeften van de aanbestedende dienst. XII-8792-6/12 Terwijl, art. 76 K.B. Plaatsing 2017 de aanbestedende dienst verplicht tot een deugdelijk regelmatigheidsonderzoek, waardoor wordt nagegaan of de offertes met betrekking tot de essentiële bepalingen van het bestek zoals onder meer de prijszetting (of i.c. het ereloon) geen inbreuk bevatten op de voorschriften van het bestek, hieraan voorwaarden toevoegen die niet in het bestek werden voorzien, minstens de vergelijkbaarheid van de offertes dient te worden gewaarborgd. Terwijl, de formele motiveringsplicht zoals neergelegd in art. 4 en 5 van de Rechtsbeschermingswet overheidsopdrachten verplicht de besluitvorming te steunen op correcte, pertinente en afdoende feitelijke en juridische motieven, die worden geëxpliciteerd op een wijze die de inschrijver toelaat na te gaan of hij de hem door de wet geboden rechtsmiddelen dient uit te putten. Terwijl, de materiële motiveringsplicht ertoe strekt dat de bestuurlijke besluitvorming teruggaat op een zorgvuldige feitenvinding die aanleiding geeft tot rechtens en in feite draagkrachtige motieven die in redelijkheid tot de gunning van de opdracht aanleiding konden geven. Zodat, de bestreden beslissing waarbij is voorbij gegaan aan een verboden voorbehoud met rechtstreekse impact op de prijs en waarbij aan de hand van de in de beslissing zelf geëxpliciteerde motieven niet kan worden afgeleid
- i)of een regelmatigheidsonderzoek heeft plaatsgegrepen waarin werd nagegaan welke aspecten van de studieopdracht onder dat ereloon zijn begrepen en/of
- ii)de gehanteerde ereloontarieven dezelfde prestaties dekken dan wel deze op een correcte en niet discriminatoire wijze uit de offertes konden worden afgeleid, de in het middel aangehaalde beginselen en bepalingen schendt.” 6.2. In haar nota wijst de verwerende er op dat zij het door de gekozen inschrijver gehanteerde ereloonpercentage van 7% op een geraamd bedrag van 2.592.648,80 euro heeft herleid naar 7% van het in het bestek vooropgestelde bedrag van 2.500.000 euro om de vergelijkbaarheid van de offertes te waarborgen. Dit laatste bedrag is volgens haar echter niet doorslaggevend met betrekking tot de reële waarde van de werken. Ook een andere inschrijver zou de reële waarde van de opdracht ramen op een ander bedrag namelijk 2.498.476,58 euro, waarbij deze inschrijver in zijn ereloonvoorstel zowel een ereloonpercentage heeft opgegeven op haar raming als op het in het bestek vooropgestelde budget. Volgens de verwerende partij leidt haar handelwijze waarbij zij het bedrag aanpaste niet tot een discriminerend voordeel voor de gekozen inschrijver, noch tot concurrentievervalsing, noch tot onvergelijkbaarheid van de offertes, noch zou er sprake zijn van een onbestaande, onvolledige of onzekere verbintenis in hoofde van de gekozen inschrijver. Bovendien wijst zij er op dat zij ook het totaalbedrag van de offerte van de verzoekende partij diende aan te passen. Indien de redenering XII-8792-7/12 van de verzoekende partij zou worden gevolgd, dan zou haar eigen offerte ook onregelmatig moeten worden verklaard met toepassing van artikel 76 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 „plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren‟ (hierna koninklijk besluit plaatsing 2017). Voorts wijst de verwerende partij er op dat in de omschrijving in het bestek van het voorwerp van de opdracht werd vermeld dat het een volledige ontwerpopdracht betreft, wat inhoudt dat alles wat noodzakelijk is om het ontwerp van de inrichting van het cascovolume als kunstenacademie te realiseren inbegrepen dient te zijn. Indien voor het ontwerp van de inschrijver een stabiliteitsstudie noodzakelijk is, dient deze studie in het ereloon inbegrepen te zijn. Uit de offerte van de gekozen inschrijver blijkt dat het ereloonpercentage inclusief alle studies is. Indien dit voor de verzoekende partij onduidelijk was, had zij de mogelijkheid hieromtrent vragen te stellen aan de verwerende partij. 6.3. De tussenkomende partij stelt dat zij in haar offerte wel degelijk een ereloonpercentage heeft geboden van 7%, dat zal worden toegepast ongeacht de werkelijke waarde van de werken, zodat er geen sprake is van een voorbehoud. Het aan de architect toekomende totaalbedrag zal uiteindelijk berekend moeten worden aan de hand van de werkelijke kost van de totale werken, die op heden nog niet vastligt. Dit is de essentie van het werken met een ereloon dat berekend wordt op grond van een percentage van de bouwkost. De tussenkomende partij heeft haar ereloonpercentage verstrekt, los van de raming van de bouwkost van het project die ze heeft gemaakt. Dat zij de raming van de werken opnam in haar offerte doet geen afbreuk aan het feit dat ze een ereloonpercentage aanbood van 7% dat vergeleken kon worden met de overige offertes op grond van het bedrag van 2.500.000 euro. Het zou voorts ongeloofwaardig zijn dat een architect een bepaald ereloonpercentage afhankelijk zou maken van een meerprijs van bouwkosten van 92.648,80 euro op een raming van 2.500.000 euro. Ook wijst de tussenkomende partij er voorts op dat uit het bestek duidelijk blijkt dat alle uit te voeren prestaties in het ereloon begrepen dienen te zijn, met inbegrip van de stabiliteit, zoals dit ook in haar voorstel het geval is. Gelet op het feit dat het ontwerp een kunstenacademie betreft, zullen er hoe dan ook XII-8792-8/12 ventilatiekanalen met een grote dimensie moeten worden voorzien, welke geboord moeten worden door muren, door hangende balken, vloerplaten e.d. Beoordeling 6.4. Het geschonden geachte artikel 4 van de wet van 17 juni 2016 „inzake overheidsopdrachten‟ (hierna: wet overheidsopdrachten 2016) bepaalt dat de aanbestedende overheid de inschrijvers op gelijke en niet-discriminerende wijze behandelt en dat zij handelt op een transparante en proportionele wijze. Volgens de bepalingen van het bestek omtrent de prijs- vaststelling betreft de voormelde opdracht een opdracht tegen globale prijs. Er wordt hieromtrent geen verdere toelichting gegeven. Op het offerteformulier wordt erin voorzien dat de inschrijver de som invult in cijfers en in letters waarvoor hij zich verbindt de opdracht uit te voeren. Bij de omschrijving van de gunningscriteria wordt met betrekking tot het gunningscriterium „prijs‟ het volgende vermeld: “Er wordt een forfaitair ereloon opgegeven, uitgedrukt als percentage tegenover het totaalbedrag van de werken in euro. Voor de berekening van het ereloon wordt het totaalbedrag becijferd exclusief herzieningen en exclusief boetes en minwaarden. Voor de vergelijking van de offertes, wordt aangenomen dat het totaalbedrag van de werken gelijk is aan 2.500.000 euro. De score van de offerte wordt voor dit criterium berekend als volgt: (prijs laagste offerte / prijs offerte) x gewicht van het criterium prijs.” Hoewel in de omschrijving van het gunningscriterium „prijs‟ aldus sprake is van het opgeven van een ereloonpercentage wordt daar onmiddellijk aan toegevoegd dat voor de vergelijking van de offertes wordt aangenomen dat het totaalbedrag van de werken, aan de hand waarvan het ereloon wordt berekend, gelijk is aan 2.500.000 euro. Uit de aangekondigde beoordelingsmethodiek blijkt dat het globale offertebedrag zal worden vergeleken met de laagste offerteprijs en dat met toepassing van de regel van drie punten toegekend worden in functie van het gewicht van het prijscriterium. Volgens de bepalingen van het bestek wordt bijgevolg niet het ereloonpercentage vergeleken, XII-8792-9/12 maar de totaalprijs van de offerte. Op het offerteformulier dienen de inschrijvers enkel het globale ereloonbedrag te vermelden waartegen zij zich verbinden om de opdracht uit te voeren. Gelet op deze wijze van prijsvaststelling was het op het eerste gezicht afdoende duidelijk dat de inschrijvers, voor de vergelijkbaarheid van de offertes, dienden uit gaan van eenzelfde totaalbedrag der werken, zijnde 2.500.000 euro en hiervan niet konden afwijken. Volgens de voor het prijscriterium aangekondigde beoordelingsmethodiek wordt immers de globale prijs van de offerte vergeleken. De geselecteerde inschrijvers lijken allen een globaal ereloonbedrag te hebben opgegeven in hun offerteformulier. De geselecteerde inschrijvers blijken ook allen – op de gekozen inschrijver na - in overeenstemming met de besteksbepalingen dit globaal ereloonbedrag te hebben berekend door toepassing van een ereloonpercentage op het in het bestek vermelde totaalbedrag van de werken, te weten 2.500.000 euro. 6.5. De gekozen inschrijver daarentegen heeft een globaal bedrag opgegeven dat hij lijkt te hebben berekend aan de hand van de toepassing van een ereloonpercentage op een door hem zelf berekend totaalbedrag der werken, dat afwijkt van het in het bestek vermelde totaalbedrag der werken. Uit het gunningsverslag blijkt dat de verwerende partij de door de gekozen inschrijver in zijn offerte vermelde globale prijs heeft verbeterd in die zin dat de door de inschrijver op zijn offerteformulier vermelde prijs van 219.456,55 euro, incl. btw (181.369,05 euro excl. btw) werd verlaagd naar een bedrag van 175.000 euro excl. btw door het door de gekozen inschrijver in zijn offerte vermelde ereloonpercentage van 7% toe te passen op het in het bestek vermelde bedrag van 2.500.000 euro in plaats van op het door de gekozen inschrijver gebruikte bedrag van de aangepaste raming der werken, zijnde 2.592.648,80 euro. Zoals de verzoekende partij aanvoert, lijkt er op het eerste gezicht echter geen rechtsgrond voorhanden op grond waarvan de verwerende partij kon overgaan tot verbetering van de offerteprijs van de gekozen inschrijver. Artikel 34 van het koninklijk besluit plaatsing 2017 verleent de aanbestedende overheid weliswaar de mogelijkheid om offertes te verbeteren in functie van vastgestelde rekenfouten en zuiver materiële fouten in de offertes. Er is op het XII-8792-10/12 eerste gezicht echter geen reden om aan te nemen dat er te dezen sprake zou zijn van een rekenfout. Noch de verwerende partij, noch de tussenkomende partij houden dit trouwens voor. Evenmin blijkt er sprake te zijn van een zuiver materiële fout. Met een zuiver materiële fout wordt in principe een verschrijving of vergissing bedoeld, begaan bij de materiële verrichtingen die gepaard gaan met het opstellen van een offerte zoals het uitschrijven, invullen en overbrengen van cijfergegevens. Noch de verwerende noch de tussenkomende partij maakt aannemelijk dat er te dezen sprake zou zijn van een dergelijke verschrijving of vergissing. Integendeel blijkt uit de door de gekozen inschrijver in zijn offerte weergegeven gedetailleerde berekening dat het de vaste wil van de gekozen inschrijver was om met het door hem berekende globale ereloonbedrag in te schrijven. Op het offerteformulier hebben de inschrijvers zich ertoe verbonden de opdracht uit te voeren voor het daar vermelde globale ereloonbedrag en niet voor een bepaald ereloonpercentage, ook al werd dat ereloonpercentage elders in de offerte vermeld in een detailberekening van het globale offertebedrag. De verwerende partij leidde uit het gegeven dat de gekozen inschrijver voor de berekening van zijn ereloonbedrag gebruik had gemaakt van een eigen opgestelde raming, in plaats van zijn ereloonpercentage toe te passen op het in het bestek vermelde bedrag van 2.500.000 euro, de onvergelijkbaarheid van deze offerte af, zoals zij in het gunningsverslag stelt. Deze overweging laat op het eerste gezicht niet toe om met toepassing van artikel 34 van het koninklijk besluit plaatsing 2017 het door de gekozen inschrijver in zijn offerte opgegeven ereloonbedrag aan te passen. 6.6. Het eerste middel is in de aangegeven mate ernstig. VII. Besluit 7. Het is passend, gelet op de hierna ingewilligde vordering tot schorsing en het daaropvolgende nog noodzakelijke procedureverloop, de kosten, de gevorderde rechtsplegingsvergoeding inbegrepen, in beraad te houden. XII-8792-11/12 BESLISSING 1. Het verzoek van de bvba A1 Planning Architectenbureau tot tussenkomst wordt ingewilligd. 2. De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van het college van burge- meester en schepenen van de stad Veurne van 5 augustus 2019 waarbij de overheidsopdracht voor de aanneming van diensten “aanstelling van een architect voor de inrichting van een casco nieuwbouwvolume als kunsten- academie” wordt gegund aan de bvba A1 Planning architectenbureau. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 19 september 2019, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Johan Bovin XII-8792-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.480 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.248.479 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div