id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 september 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.565 Rolnummer: A. 221692/IX-9027 Zaak: Arrest 245565 - Personeel van de rechterlijke orde - 30/09/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-10-04 Raadplegingen: 74 - laatst gezien 2026-06-21 21:44 Fiche Arrest nr 245.565 van 30 september 2019 Justitie - Personeel van de rechterlijke orde Beslissing : Vernietiging bekendmaking Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 245.565 van 30 september 2019 in de zaak A. 221.692/IX-9027 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Lize Vandersteegen en Stijn Verbist kantoor houdend te 2000 Antwerpen Graaf van Hoornestraat 51 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Anthony Poppe en Emmanuel Jacubowitz kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 13 maart 2017, strekt tot de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 22 december 2016 waarbij Pol Van Iseghem wordt aangewezen tot het mandaat van voorzitter van de rechtbank van koophandel te Gent voor een termijn van vijf jaar. II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij arrest nr. 239.200 van 26 september 2017 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen. IX-9027-1/29 De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge- diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laat- ste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 september 2019. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Advocaat Lize Vandersteegen, die verschijnt voor de verzoe- kende partij en advocaat Anthony Poppe, die tevens loco advocaat Emmanuel Jacubowitz verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Werner Weymeersch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari 1973. IX-9027-2/29 III. Feiten 3.1. Bij koninklijk besluit van 25 april 2014 wordt Pol Van Iseghem aangewezen tot het mandaat van voorzitter van de rechtbank van koophandel te Gent voor een termijn van vijf jaar. Dat koninklijk besluit wordt door de Raad van State vernietigd bij arrest nr. é.077 van 30 november 2015. 3.2. Op 8 december 2015 verzoekt de minister van Justitie de Ne- derlandstalige benoemings- en aanwijzingscommissie van de Hoge Raad voor de Justitie (hierna ook: de BAC) om een nieuwe voordracht te verrichten. Op 18 december 2015 wordt Pol Van Iseghem voorgedragen door de BAC. Op 1 februari 2016 weigert de koning de voordracht. Op 4 februari 2016 verzoekt de minister van Justitie daarom de BAC opnieuw om een nieuwe voordracht. Op 17 februari 2016 draagt de BAC Pol Van Iseghem voor een derde maal voor. Opnieuw weigert de koning deze voordracht. 3.3. In het Belgisch Staatsblad van 13 juni 2016 wordt het mandaat van voorzitter van de rechtbank van koophandel te Gent opnieuw vacant ver- klaard. Er melden zich drie kandidaten, onder wie verzoekster en Pol Van Iseghem. IX-9027-3/29 3.4. De stafhouders van de orde van advocaten te Gent verlenen over verzoekster een advies op 31 augustus 2016 met als eindvermelding ‘gun- stig’. Het advies van 31 augustus 2016 van de stafhouders over Pol Van Iseghem geeft als eindvermelding ‘met voorbehoud’. 3.5. Op 12 september 2016 verleent de korpschef – de waarnemend voorzitter van de rechtbank van koophandel te Gent – zijn advies over verzoek- ster met als eindvermelding ‘met voorbehoud’. Over Pol Van Iseghem verleent de waarnemend voorzitter van de rechtbank van koophandel te Gent eveneens op 12 september 2016 een advies met als eindvermelding ‘met voorbehoud’. 3.6. Op 11 oktober 2016 worden de kandidaten gehoord door de BAC, die vervolgens beslist om Pol Van Iseghem voor te dragen. Haar overwe- gingen zijn, wat de voorgedragen kandidaat betreft, meer bepaald de volgende: “Pol Van Iseghem behaalde op 10 juli 1985, met onderscheiding, het di- ploma van licentiaat in de rechten. Hij was ingeschreven als advocaat-stagiair en vervolgens opgenomen op het tableau van de balie te van 11 oktober 1985 tot 15 februari 2000. Als advocaat behandelde hij voornamelijk dossiers voor bedrijven en in ver- band met het familie-, het straf- en het verzekeringsrecht. Bij koninklijk besluit van 23 maart 1993 werd hij benoemd tot plaatsver- vangend rechter in het vredegerecht van het kanton Wervik. Hij werd door de rechtbank van koophandel te Ieper tevens aangesteld als curator van diverse faillissementen (1993 - 2000). Bij koninklijk besluit van 4 februari 2000 werd hij benoemd tot toegevoegd rechter in het ambtsgebied van het hof van beroep te Gent, met eerste aanwijzing in de rechtbanken van eerste aanleg te Brugge en te Kortrijk. Hij zetelde er vooral in beroepskamers en fungeerde als bijzitter voor verschillende assisenzaken. Gedurende het EK voetbal te Brugge werd hij aangeduid om te zetelen als ‘snelrechter’. Bij koninklijk besluit van 18 juli 2000 werd hij benoemd tot toegevoegd rechter in het ambtsgebied van het hof van beroep te Gent, met eerste aanwijzing in de rechtbanken van koophandel te Brugge en te Kortrijk, hoewel hij tevens zetelde in de afdeling te Oostende. IX-9027-4/29 Vervolgens werd hij bij koninklijk besluit van 6 maart 2002 benoemd tot rechter in de rechtbank van koophandel te Kortrijk. Hij zetelde als voor- zitter van de tweede kamer, die instond voor de behandeling van zaken in verband met bijzondere overeenkomsten, informaticacontracten en trans- portrecht. Ook de beroepen vredegerecht behoorden tot zijn bevoegdheid. Hij bouwde een beleid uit inzake gerechtelijke akkoorden, was voorzitter van de kamer voor kosteloze rechtsbijstand en trad voorts onder meer op als persrechter en als evaluator. Bij koninklijk besluit van 10 augustus 2009 werd hij benoemd tot rechter in de rechtbank van koophandel te Ieper en Veurne, met aanwijzing in het mandaat van voorzitter van die rechtbank voor een periode van vijf jaar. Als voorzitter van deze kleine rechtbank met een beperkt personeelsbe- stand legde hij onder meer de nadruk op het stroomlijnen van de organisa- tie in overleg met alle betrokken actoren, op het efficiënt organiseren van die rechtsprekende functie, op de stipte opvolging van faillissementen en op het objectiveren van de instroom en de doorstroming inzake de han- delsonderzoeken. Een eerdere benoeming van de kandidaat tot voorzitter van de rechtbank van koophandel te Gent werd vernietigd bij arrest nr. é.077 van 30 no- vember 2015 van de Raad van State. De kandidaat is thans rechter in de nieuwe rechtbank van koophandel te Gent. Hij werd toebedeeld aan de af- delingen Kortrijk (van december 2015 tot juni 2016) en te Ieper-Veurne (sinds juni 2016). De kandidaat kan voorts onder meer bogen op een ervaring als lid (2006- 2008), ondervoorzitter (2008-2010) en voorzitter ((2010-2012) van de eerste studiecommissie betreffende de ‘Status of the judiciary and judicial administration’ in de schoot van de International Association of Judges, als werkend lid van de commissie ‘Salaries of Judiciary’ in de schoot van de European Association of Judges (sinds mei 2007), als lid van de be- noemings- en aanwijzingscommissie van de Hoge Raad voor de Justitie (vanaf 5 december 2007 tot september 2008), als projectleider huisstijl en website van de zetel (sedert 2010), als projectverantwoordelijke ‘Failex- port-Failmanager’, als lid van de stuurgroep project SP10B, als lid van de overleggroepen ludex-ICT en ludex-ICT+, als lid van de werkgroep lu- dexnet en als lid van de stuurgroep Organisatie-hertekening. Hij is tevens medewerker pleitoefeningen en begeleider van stageprojecten voor stu- denten rechten (KULeuven, afdeling Kortrijk). Hij is tevens auteur van enkele juridisch-wetenschappelijke publicaties. Uit het dossier blijkt dat de kandidaat een bijzondere aandacht heeft voor opleiding en permanente vorming. Hij nam de voorbije jaren deel aan di- verse opleidingen, dit zowel in het binnen- als in het buitenland, in ver- band met diverse thema’s (waaronder het handels- en economisch recht, de gerechtelijke hervormingen en management). Hij is onder meer houder van het getuigschrift van de managementopleiding in het kader van de permanente vorming van de leden van de rechterlijke orde, waarvoor hij een eindwerk schreef met als titel ‘Van behoefte(studie) naar project. Ma- nagen van informatie en documentatie bij de rechterlijke macht.’ en is houder van het getuigschrift van de permanente vorming ‘personeelsma- IX-9027-5/29 nagement en leiderschap bij justitie’, waarvoor hij een eindwerk schreef getiteld ‘Faillissementscuratoren geflitst: een veranderingstraject in beeld gebracht…’ (8 maart 2010). Hij neemt ook op actieve wijze, als gastspre- ker, deel aan opleidingen. Uit het dossier blijkt tevens dat de kandidaat op datum van 30 september 2016 over een blanco strafregister beschikt. Het laatste evaluatieverslag van de kandidaat luidt ‘zeer gunstig’. Van de waarnemend voorzitter van de rechtbank van koophandel te Gent verkrijgt de kandidaat het advies ‘met voorbehoud’. De waarnemend voorzitter stelt in dit advies onder meer dat ‘volgens het arrest van de Raad van State nr. 176.489 van 7 november 2007 […] er rekening mag gehouden worden met de wijze waarop de betrokkene, zijn benoeming tot korpsoverste, die het voorwerp was van de vernietiging, heeft uitgeoe- fend’. De commissie is van oordeel dat, gelet op de vernietiging door de Raad van State, bij arrest nr. é.077 van 30 november 2015, geen reke- ning mag worden gehouden met de titels en verdiensten die de kandidaat ingevolge de uitoefening van de vernietigde aanwijzing tot voorzitter heeft verworven. Een en ander vloeit voort uit de ex tunc- en erga omnes- werking van de annulatiearresten van de Raad van State. Anders gesteld: deze vernietigde professionele ervaring kan geen enkel positief gevolg teweeg brengen voor de betrokken kandidaat. Evenwel dient, naar het oordeel van de commissie, de waarnemend voorzitter van de rechtbank van koophandel te worden bijgetreden waar hij stelt dat rekening moet gehouden worden met de wijze waarop de betrokken kandidaat heeft ge- functioneerd in de periode waarop de vernietigde benoeming betrekking heeft. Immers, zoals de Raad van State in zijn arrest nr. 176.489, Defloo, van 7 november 2007, terecht heeft overwogen zou ‘het tegendeel aanne- men […] betekenen dat de benoemde overheid niet in de mogelijkheid zou zijn om haar oordeel over de bekwaamheid en de geschiktheid van de betrokkene te actualiseren, en zelfs genoopt zou kunnen zijn een kandi- daat te herbenoemen van wie gebleken zou zijn dat hij niet geschikt was om het ambt naar behoren uit te oefenen.’ Een dergelijk gevolg verlenen aan een annulatiearrest past niet binnen een correcte en degelijke besluit- vorming. In zijn advies wijst de waarnemende voorzitter onder meer op de behoorlijke kennis in hoofde van de kandidaat van het burgerlijk proces- recht. Hij is, aldus de waarnemend voorzitter, een goede jurist, die kiest voor pragmatische oplossingen. Hij drukt zich mondeling en schriftelijk steeds zakelijk en duidelijk uit, is zeer taalvaardig, hanteert een correcte taal en er zijn geen redenen om te twijfelen aan zijn besluitvaardigheid. Hij werkt de zaken die hij ter harte neemt diligent af, heeft geen achter- stand gekend in het uitspreken van vonnissen en toont zich een voorstan- der van pragmatische oplossingen. Er zijn evenmin negatieve opmerkin- gen inzake het onthaal, de luisterbereidheid en de communicatie jegens de rechtzoekende. Pol Van Iseghem volgde vele opleidingen, zowel in zijn vakgebied als daarbuiten. Hij is open van geest, is op de hoogte van wat reilt en zeilt binnen en buiten justitie en focust op de digitalisering van de werkprocessen bij de rechterlijke macht. Hij getuigt van een groot aanpas- singsvermogen, getuige de activiteiten van de kandidaat op plaatselijk, na- tionaal en internationaal gebied. Eenmaal hij zich een idee heeft gevormd IX-9027-6/29 kan hij, zo stelt de waarnemend voorzitter, zich nog moeilijk inpassen in de standpunten van anderen, zodat meerdere van zijn uitmuntende initia- tieven praktisch verzandden tot onoplosbare situaties die werden afge- voerd zonder verdere toepassing. Over de kandidaat bestaat geen tucht- dossier en een gerechtelijk onderzoek dat tegen de kandidaat werd geno- men werd op 2 augustus 2016 afgesloten met een beslissing van niet- vervolging. De waarnemend voorzitter wijst er voorts onder meer op dat, waar een korpschef als leidinggevende dient in te staan voor de realisatie van een overlegplatform en voor de realisatie van een constructief com- municatieklimaat, de beroepsmagistraten er bij de kandidaat tevergeefs hebben op aangedrongen om overleg te plegen over andere items dan die- gene die reeds werden besproken in werkgroepen en merkten zij op dat van een communicatieklimaat geen sprake was. Inzake communicatie binnen de rechtbank werd een rapport opgesteld, hetgeen aantoont dat zich op dit vlak problemen hebben voorgedaan. Tevens dient, steeds vol- gens de waarnemend voorzitter, een korpschef in te staan voor de creatie van een werkomgeving waarbinnen openheid voor andere ideeën, menin- gen en mensen een centrale rol spelen. Hij dient een voorbeeldgedrag te vertonen, anderen aan te moedigen om de regelgeving en de procedures te respecteren, kritiek te aanvaarden en constructief te reageren, ook wan- neer de kritiek naar zijn mening niet terecht is. Volgens de waarnemend korpschef beantwoordt de kandidaat niet aan deze aspecten, nu hij geen andere ideeën aanvaardt, deze zelfs niet bespreekt en leden van het korps ontmoedigt om regelgeving en procedures te volgen, dit alles vanuit pragmatisch oogpunt. De kandidaat weigerde zijn afdelingsoverstijgende bevoegdheid (art. 88, §2, Ger.W.) uit te oefenen en delegeerde deze aan de verantwoordelijke van elke afzonderlijke afdeling, zodat het wettelijk voorziene mechanisme voor verdelingsincidenten tussen de afdelingen dode letter bleef. De kandidaat vertoont volgens de waarnemende voorzit- ter geen voorbeeldgedrag en vertoonde niet de inzet die de rechtbank van hem mag verwachten. Na de vernietiging van zijn benoeming als korps- overste meldde hij zich ziek, zodat hij thans niet kan voorhouden in de af- deling Kortrijk te hebben gefungeerd als rechter (hij behandelde slechts één zitting van de inleidingskamer en één zaak zoals in kortgeding). Te- vens wijst de waarnemend voorzitter erop dat de kandidaat gedurende zijn ziekteperiode dagopleidingen verzorgde en in het buitenland verbleef, zonder toelating daartoe. De kandidaat verzocht tevens een detachering naar het IGO, hetgeen door de algemene vergadering werd geweigerd en laatstgenoemde vergadering zou, aldus de waarnemend voorzitter, slechts weinig begrip vertonen voor de hiervóór geschetste situatie. Waar de kan- didaat in zijn curriculum verwijst naar de database ‘failmanager’ wijst de korpschef erop dat deze software de oorzaak is van het ongenoegen onder de actoren van de rechtbank die begaan zijn met de faillissementsafwikke- ling. De beroepsmagistraten, zo stelt hij, aanvaarden niet dat er dient ge- werkt te worden met een software waarvoor thans nog geen wettelijk ka- der bestaat, de afdelingen aanvaarden niet dat de kosten van de software als boedelschulden ten laste komen van de massa van het faillissement en de rechters-commissarissen weigeren machtigingen te verlenen in die zin, IX-9027-7/29 hoewel zij zich anderzijds wel verplicht voelen om de software te gebrui- ken. De griffie is thans genoodzaakt om de faillissementsdossiers op meerdere manieren bij te houden en te bewerken (zij verzorgen thans de input van gegevens voor de private software van het programma). Het sinds jaren aangekondigde wettelijk platform voor ‘failmanager’ blijft uit en het uiteindelijke platform zal waarschijnlijk andere software omvatten dan diegene die thans ter beschikking gesteld is. Het blijven hameren op de software in zijn huidige vorm staat dan ook haaks op elk initiatief om de eenheid van het ressort te bewerkstelligen. De waarnemend voorzitter besluit dat de kandidaat bekwaam is om een rechtbank als de rechtbank van koophandel te leiden. Hij heeft daar zeker de kwaliteiten toe, maar verzuimt bijwijlen evenwel om deze aan te wenden voor de rechtbank. In elk geval dringt zich derhalve een correctie aan de opgesomde tekortko- mingen op. Het gemeenschappelijk advies vanwege de stafhouders van het ressort luidt ‘met voorbehoud’. In dit advies wordt onder meer gewezen op de goede kennis van de procedureregels in hoofde van de kandidaat, op zijn uitdrukkingsvaardigheid, zijn bijzondere besluitvaardigheid, zijn uitge- sproken visie, zijn inzet voor de door hem beoogde doelen en op de kwali- teit en de kwantiteit van zijn werkzaamheden. Ook op het vlak van be- schikbaarheid wordt de kandidaat goed beoordeeld. Zijn vaardigheden in- zake luisterbereidheid en communicatie worden in het algemeen als eer- der matig tot slecht beoordeeld. Hoewel hij stipt is waren er klachten in- zake regelmatige laattijdigheid bij vergaderingen met curatoren van be- paalde afdelingen, maar men wijst er in dit verband wel op dat de afstan- den binnen het ressort belangrijk zijn en dat de verkeersmobiliteit niet evident is. De kandidaat wordt voorts onder meer omschreven als autori- tair en eigengereid. Men meent dat hij slecht scoort op het vlak van be- kwaamheid en geschiktheid voor de beoogde plaats. Hij heeft onmisken- baar kostbare talenten en kwaliteiten die binnen een juist kader en met de passende begeleiding Justitie grote diensten kunnen bewijzen, maar goed functioneren als korpsoverste vergt meer en andere eigenschappen dan de kandidaat kan bieden, aldus de stafhouders. Hij heeft een indrukwekkend curriculum en heeft duidelijk een vaste visie op het beleid, met een mani- feste ambitie om de hoogste efficiëntie te bereiken door het gelijkschake- len van de werkprocessen in de diverse divisies, uitgaand van een sterke centrale controle. Hij streeft voor zichzelf een doorgedreven vorming en scholing na en bekostigt hierbij zelf de talrijke door hem uitgevoerde bui- tenlandse opdrachten, hetgeen getuigt van een grote professionele inzet en overgave. Hij is ambitieus en maakt een mooi beleidsplan, maar er zijn twijfels of de kandidaat de juiste leiderschapscapaciteiten heeft om dit be- leid te voeren. In meerdere balies van het ressort is de kandidaat omstre- den en niet onbesproken en uit de raadpleging van de balies blijkt dat de kandidaat zowel voorstanders als fervente tegenstanders heeft. Laatstge- noemden merken op dat de kandidaat bijzonder eigengereid is, geen af- doende overleg houdt (noch met de balies, noch met collega’
- s)en dat hij een slecht communicator is. Hij gaf doorheen zijn professioneel traject doorgaans blijk van een grote ambitie en wilskracht met een overtuigende IX-9027-8/29 visie over het beleid van justitie. In sommige gevallen werden zijn plan- nen als voortvarend beschouwd en er wordt betreurd en bevreesd dat hij niet het vermogen heeft om eendracht te brengen en aanvaard te worden als leider van het korps. Een leider moet verenigen en verbinden, eerder dan te verdelen. Spijts de grote talenten die men de kandidaat toedicht achten de stafhouders hem niet de geschikte kandidaat om de plaats van korpsoverste te bekleden. Men acht hem te weinig performant in zijn communicatie en op het vlak van het luisteren naar tegenstanders van zijn ideeën. Zijn gedrevenheid is dusdanig dat hij niet voldoende in staat wordt geacht om, wanneer nodig, zijn standpunten aan te passen teneinde tege- moet te komen aan kritische bedenkingen en ook tegenstanders te verzoe- nen, waardoor hij sterke weerstanden oproept, hetgeen de goede werking van het korps in het gedrang kan brengen. De commissie heeft kennis ge- nomen van de opmerkingen die de kandidaat ten aanzien van dit advies heeft geformuleerd. De kandidaat legt een sterk onderbouwd, coherent en gespecialiseerd be- leidsplan voor waarin hij, vertrekkend vanuit een realistische situatie- schets, concrete doelstellingen formuleert voor het te voeren beleid. Hij legt hierbij de nadruk op een vlotte samenwerking van de diverse afdelin- gen van de entiteit en op het samenwerken van de betrokken magistraten en medewerkers. Teneinde medewerkers ‘mee te laten werken’ aan ver- andering ziet hij een aantal kritische succesfactoren, met name het belang van een grondige toepassing van het projectmanagement, het verbeteren van en het streven naar een open en transparante organisatiecultuur, suc- cesvolle communicatie en procesmanagement. Hij heeft tevens aandacht voor de verzelfstandiging van het beheer en voor de beperking van de be- schikbare middelen. Hij ziet concrete problemen en reikt hiervoor concre- te oplossingen aan en getuigt ook van een grote aandacht voor digitalise- ring en voor modernisering. Uit het beleidsplan blijkt duidelijk dat de uit- eindelijke drijfveer van de kandidaat bestaat in het bewerkstelligen van een performante, eenvormige en moderne structuur, met als resultaat een gepaste, kwalitatieve en vlotte dienstverlening ten behoeve van de rechts- zoekende. Gedurende het gesprek met de leden van de commissie maakt Pol Van Iseghem een zeer gedreven, bevlogen en oprecht gemotiveerde indruk. Hij antwoordt op een vlotte en breedvoerige wijze op de vragen die hem door de commissie worden gesteld en geeft hierbij blijk van een zeer goed beeld van de rechtbank van koophandel te Gent, van de taken en verant- woordelijkheden die inherent zijn aan de door hem benaarstigde betrek- king, alsmede van een zeer sterke interesse voor beleidsmatig werk en voor management en van een oprechte bekommernis voor de rechtbank van koophandel, de goede rechtsbedeling en voor de werking en de per- ceptie van justitie in het algemeen. Gedurende het gesprek met de leden van de commissie wijst de kandidaat onder meer op zijn uitgebreid par- cours binnen de magistratuur, op zijn zin voor verantwoordelijkheid, op de door hem opgevolgde projecten en op zijn interesse voor beleidsmatige taken. Hij stelt het functioneren en het aanzien van justitie graag naar een hoger niveau te willen helpen tillen en wijst in dit verband onder meer op IX-9027-9/29 de inzichten die hij in het buitenland wist te verwerven. Hij wijst gedu- rende het onderhoud met de commissie voorts onder meer op de samen- werking met het DirCom, stelt als voorzitter nooit getracht te hebben zijn stem te laten doorwegen en wijst op zijn betrokkenheid in het kader van diverse werkgroepen. Hij weet te overtuigen met zijn coherent beleidsplan en met zijn visie inzake het functioneren van een voorzitter. Hij stelt uit- drukkelijk aandacht te hebben voor bepaalde karaktereigenschappen die hem in de uitgebrachte adviezen als tekortkoming worden toegeschreven en stelt hier gevoelig voor te zijn en hieraan aandacht te zullen besteden. De kandidaat besluit dat hij een moeilijke periode achter de rug heeft maar benadrukt stellig het beste voor te hebben met de rechtbank en met justitie en niet te willen opgeven in zijn streven om bij te dragen aan de goede werking daarvan. De commissie is, rekening houdend met alle elementen die blijken uit het dossier en die naar voor zijn gekomen gedurende het onderhoud met de kandidaat, van oordeel dat hij over de vereiste juridische kennis en de no- dige juridische, persoonlijke- en management-gerelateerde vaardigheden beschikt voor de uitoefening van het mandaat van voorzitter van de recht- bank van koophandel te Gent en dat hij beantwoordt aan het voor dit ambt toepasselijke standaardprofiel. Hoewel zij aandacht heeft voor de be- kommernissen en de karaktertrekken die door de waarnemende korpschef en door de balie in het kader van de adviesverlening als problematisch naar voor worden geschoven, is de commissie van oordeel dat de kandi- daat gedurende de hoorzitting dienaangaande voldoende duiding kon ver- schaffen en dat hij in dit kader tevens wist te overtuigen van voldoende inzicht in de eigen persoonlijkheid en van voldoende aandacht voor poten- tiële valkuilen bij de implementatie en uitstippeling van zijn beleid, met name op het vlak van overleg en communicatie. Essentieel hierbij is dat de kandidaat in ieder geval manifest in staat blijkt om initiatief te nemen en om een visie te ontwikkelen. Pol Van Iseghem is zich duidelijk bewust van de gevoeligheden die leven binnen het korps en getuigt van de op- rechte en volgehouden ambitie om zich ten volle in te spannen voor een betere werking van het eigen korps en van justitie in het algemeen. Hij be- schikt hiervoor ongetwijfeld over de nodige kwaliteiten en eigenschappen en weet ervan te overtuigen dat hij zich ten volle zal inzetten voor de rea- lisatie van zijn doelstellingen. Met zijn uitgebreide professionele ervaring, zijn uitgebreide ervaring binnen de magistratuur en binnen de rechtbank van koophandel, zijn ervaring als korpschef van de rechtbank van koop- handel te Ieper en Veurne, zijn zeer degelijke en overtuigende visie inzake de leiding van de rechtbank van koophandel, zijn uitgebreide aandacht voor het goed functioneren van justitie, zijn oprechte motivatie naar de rechtbank van koophandel toe, zijn oprechte bekommernis voor een goede en vlotte rechtsbedeling, zijn voorliefde en aandacht voor management en beleid (die onder meer blijkt uit de door de kandidaat gesteunde en gedra- gen projecten en de door hem gevolgde opleidingen), zijn uitgesproken aandacht voor opleiding en bijscholing, zijn interesse voor digitalisering en zijn streven naar vooruitgang, zijn pragmatische aanpak, zijn besluit- vaardigheid, zijn openheid van geest, zijn streven naar efficiëntie en zijn IX-9027-10/29 gedrevenheid en oprechte motivatie beschikt hij over de nodige vaardig- heden om dit mandaat op een degelijke wijze te vervullen. […] Hoewel de commissie aandacht heeft voor het gunstige advies dat de [derde] kandidate verkregen heeft vanwege de stafhouders van het ressort is zij van oordeel dat Pol Van Iseghem zich voor deze specifieke vacante plaats van haar onderscheidt door zijn meer overtuigende visie inzake het beleid van de rechtbank van koophandel te Gent, alsmede door zijn grotere interesse voor en gedrevenheid op het vlak van management en leidinggevende taken (hetgeen onder meer blijkt uit de door Pol Van Iseghem ondersteunde en bezielde projecten, uit zijn ervaring als voorzitter van de rechtbank van koophandel te Ieper en Veurne en uit de door hem gevolgde opleidingen). Hij kan tevens bogen op een meer uitgebreide professionele ervaring in het algemeen en op een meer uitgebreide ervaring binnen de magistratuur. […] De commissie stelt vast dat de kandidate [XXXX] op afdoende wijze be- antwoordt aan het standaardprofiel. Hoewel zij aandacht heeft voor de uitgebreide professionele ervaring van de kandidate, alsmede voor het gunstige advies dat zij heeft verkregen vanwege de stafhouders van het ressort, is de commissie van oordeel dat Pol Van Iseghem zich voor deze specifieke vacante plaats van haar onderscheidt door zijn grote ver- trouwdheid op het vlak van management en met leidinggevende taken (hetgeen onder meer blijkt uit de door Pol Van Iseghem ondersteunde en bezielde projecten, uit zijn ervaring als voorzitter van de rechtbank van koophandel te Ieper en Veurne en uit de door hem gevolgde opleidingen). Anders dan de kandidate voorhoudt is de commissie van oordeel dat het beschikken over een ruime, concrete en diverse ervaring op het vlak van management en het geven van leiding een onmiskenbare troef vormt voor het ambt van voorzitter van een grote entiteit. Pol Van Iseghem kan te- vens bogen op een iets meer uitgebreide ervaring binnen de magistratuur. Uit hetgeen voorafgaat blijkt dat Pol Van Iseghem de meest bekwame en geschikte kandidaat is voor deze vacante plaats.” 3.7. Op grond van deze voordracht wordt Pol Van Iseghem bij ko- ninklijk besluit van 22 december 2016 aangewezen in het mandaat van voorzitter van de rechtbank van koophandel te Gent voor een termijn van vijf jaar. Het be- sluit herneemt in de aanhef de motivering van de voordracht in extenso en over- weegt “dat op grond van bovenstaande motivering, tot aanwijzing van de voorge- dragen kandidaat dient te worden overgegaan”. Dit is het thans bestreden besluit. IX-9027-11/29 IV. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van de partijen 4.1. Het eerste middel is genomen uit de schending van artikel 151, § 3, van de Grondwet, van artikel 259quater, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek, van de formele- en de materiëlemotiveringsplicht, het redelijkheidsbeginsel, het gelijkheidsbegnisel en het beginsel vervat in de spreuk patere legem quam ipse fecisti. 4.2. Verzoekster argumenteert in een eerste middelonderdeel dat er een gebrekkige afweging van titels en verdiensten van de aangewezen kandidaat is gebeurd ten opzichte van het standaardprofiel dat door de advies- en onder- zoekscommissie is opgesteld en door de algemene vergadering van de Hoge Raad voor de Justitie op 22 oktober 2014 is goedgekeurd. Een objectieve verantwoor- ding ontbreekt waarom het bestreden besluit afwijkt van de adviezen van de waarnemend voorzitter en de verenigde stafhouders. Verzoekster stelt dat uit deze adviezen blijkt dat Pol Van Iseghem “kennelijk en manifest” niet voldoet aan het standaardprofiel van voorzitter van een rechtbank van koophandel. Zo is het advies van de waarnemend voorzitter “vernietigend negatief”, zodat zelfs de vraag rijst in welke mate de eindvermelding ‘met voorbehoud’ overeenkomt met de inhoud ervan. Dat de waarnemend voorzitter Pol Van Iseghem toch bekwaam acht, is enkel gestoeld op stijlformules die niet ondersteund worden door de inhoud van de rest van het advies dat een hele waslijst aan zware, negatieve kritieken betreft. De zwaarwichtigheid van deze tekortkomingen kan niet zonder meer worden ontkend. Ook het advies van de verenigde stafhouders is inhoudelijk negatief. De wijze waarop de BAC met deze adviezen omgaat en ze de facto naast zich neerlegt, is volgens verzoekster “werkelijk hallucinant”. Een mondelinge belofte van Pol Van Iseghem tijdens de hoorzitting om beter zijn best IX-9027-12/29 te doen, volstaat om de gelijklopende en gelijkluidende negatieve uitlatingen van de adviesverstrekkers te counteren. Deze negatieve elementen, kritieken en te- kortkomingen worden op geen enkel ogenblik weerlegd. Ze worden zelfs gene- geerd en niet getoetst aan het standaardprofiel waardoor het patere legem- beginsel en het motiveringsbeginsel worden geschonden. Verzoekster geeft ver- volgens in haar verzoekschrift een overzicht van die negatieve kritieken en zet deze af tegen het standaardprofiel. Verzoekster stelt dat een benoemende overheid wel kan afwij- ken van een niet-bindend advies maar dat in een dergelijk geval een strengere motiveringsplicht geldt. Het enige motief om af te wijken van voormelde advie- zen bestaat in de loutere veronderstelling op basis van een loutere verklaring van de kandidaat, die evident – gelet op zijn wil, wens en gerichtheid om als voorzit- ter aangewezen te kunnen worden – heeft gezegd dat hij zich beter zal gedragen dan hij zich in het verleden heeft gedragen. Dergelijk motief is onwettig. Het is ook onredelijk, nu geen enkele andere benoemende overheid in een geval met twee in wezen negatieve adviezen over het gebrek aan kwaliteiten van een be- paalde kandidaat, op basis van een loutere niet bewezen en subjectieve verklaring van de kandidaat zelf van die adviezen zou afwijken. Tot slot voegt verzoekster eraan toe, met twee voorbeelden, dat de verklaringen van Pol Van Iseghem niet eens stroken met de werkelijkheid. 4.3. In een tweede middelonderdeel acht verzoekster de aangevoer- de bepalingen geschonden gelet op het doorslaggevend karakter van de uitgebrei- de (management)ervaring van Pol Van Iseghem om hem als voorzitter van de rechtbank van koophandel aan te wijzen. Zij merkt op dat het criterium ‘managementervaring’ geen aanwijzingscriterium is in het standaardprofiel. Hoogstens wordt in het stan- daardprofiel onder de titel ‘technische expertise’ aangegeven dat het aangewezen is dat de kandidaat-voorzitter (management)opleidingen heeft gevolgd die voor IX-9027-13/29 de uitoefening van de functie relevant zijn. Een (bepaald) aantal jaren ervaring in een managementfunctie wordt echter geenszins vereist. Het valt krachtens artikel 151, § 3, van de Grondwet enkel toe aan de advies- en onderzoekscommissie van de Hoge Raad voor de Justitie om standaardprofielen voor de aanwijzingen van korpschefs op te stellen. Het be- hoort niet tot de bevoegdheden van de BAC om, naast de criteria zoals opgeno- men in de standaardprofielen, afwijkende of bijkomende aanwijzingscriteria voor de mandaten van magistraten op te leggen. Door het aantal jaren als magistraat en als leidinggevende als extra criterium in het leven te roepen, overschrijdt de BAC haar bevoegdheid. Die ervaring kan bovendien niet gelden als doorslaggevend element aangezien het functioneren van Pol Van Iseghem heel veel kritiek oogst- te en resulteerde in een complete vertrouwensbreuk tussen hem en het door hem te leiden korps en de balies. Weer verwijst verzoekster naar de uitgebrachte ad- viezen. Indien ervaring in aanmerking wordt genomen, moet het gaan om kwali- teitsvolle ervaring. Hierbij wordt ook gewezen op het feit dat Pol Van Iseghem zich nagenoeg een jaar ziek heeft gemeld, na kennisname van het arrest van 30 november 2015. Die periode kan uiteraard niet worden meegerekend en geeft zelfs aan dat hij zijn verantwoordelijkheden ontloopt. Dit alles brengt verzoekster ertoe de kwaliteit van de genoemde ervaring van de aangewezen kandidaat “zeer bedenkelijk” te noemen. Verzoekster wijst er nog op dat zij, net als de derde kandidate, een advies ‘gunstig’ verkreeg van de verenigde stafhouders en dat een loutere akteneming niet volstaat om af te wijken van een ongunstig advies in hoofde van de benoemde kandidaat. Door enkel de ervaring tegenover de gunstige adviezen te zetten en het advies ‘met voorbehoud’ van Pol Van Iseghem onbesproken te laten schendt het bestreden besluit de ingeroepen artikelen. IX-9027-14/29 5.1. In de memorie van antwoord volgt een verweer op het eerste middelonderdeel van ruim twintig bladzijden, waarin de verwerende partij echter vooral ingaat op de verplichting tot vergelijking van titels en verdiensten van de ene tegenover de andere kandidaat en de concrete afweging daarvan in het be- noemingsbesluit, en het eerste middelonderdeel blijkbaar verwart met het tweede middel, dat in het auditoraatsverslag niet is onderzocht en waarin verzoekster de schending aanvoert van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet wegens een vol- gens haar falende vergelijking van titels en verdiensten van de onderscheiden kandidaten. De aanspraken van verzoekster – of haar beweerde tekortko- mingen – zijn in het eerste middelonderdeel van het eerste middel niet aan de orde. Het tweede middelonderdeel dan weer, gaat slechts in op één aspect van die vergelijking. Hierna wordt dan enkel datgene samengevat, wat in de memo- rie van antwoord gelezen kan worden als betrekking hebbende op de wettigheids- kritiek van het eerste middel. Het verweer dat het eerste middelonderdeel betreft is samengebracht sub 5.2, wat het tweede middelonderdeel betreft is het te lezen sub 5.3. 5.2. Dat de aangewezen kandidaat niet zou voldoen aan het stan- daardprofiel van voorzitter van de rechtbank van Koophandel, weerspreekt de verwerende partij. De kwaliteiten van de aangewezen kandidaat worden immers beoordeeld aan het standaardprofiel in zijn geheel, en niet aan de samenvatting daarvan door verzoekster. Het behoort tot de discretionaire bevoegdheid van de BAC om zelf de weging te bepalen van de diverse kwaliteiten die een voorzitter dient te hebben. IX-9027-15/29 De verwerende partij wijst erop dat de adviezen van de korps- chef en van de verenigde stafhouders weliswaar wijzen op gebreken in hoofde van de aangewezen kandidaat, maar ook menig positieve opmerkingen bevatten. Ook de adviezen moeten elk in hun geheel worden gelezen. De verwerende partij betoogt dat daaruit blijkt dat de aangewezen kandidaat wel voldoet aan het stan- daardprofiel. In de mate dat de verenigde stafhouders minder positief zijn over de aangewezen kandidaat, valt het voorts op dat de korpschef er soms een heel andere mening op nahoudt. Waar de verenigde stafhouders nog van mening zijn dat de luisterbereidheid van de aangewezen kandidaat matig tot slecht zou zijn, verklaart de korpschef dat er betreffende de luisterbereidheid en de commu- nicatie jegens de rechtzoekende er hem geen negatieve opmerkingen bekend zijn. Hetzelfde geldt met betrekking tot de stiptheid. Sommige beweringen van de stafhouders zijn dan weer vaag en vermelden geen concreet voorbeeld. Gelet op de contrasten tussen het advies van de verenigde staf- houders en dat van de korpschef, rijst de vraag of het advies van de verenigde stafhouders ten aanzien van de aangewezen kandidaat wel zo objectief is. Het advies dient gelezen te worden in het licht van een conflict tussen de aangewezen kandidaat en de orde van advocaten. De BAC neemt nota van de minder sterk ontwikkelde persoon- lijkheidskenmerken van de aangewezen kandidaat en stelt vast dat hij zich bewust is van zijn tekortkomingen en inzicht heeft in zijn eigen persoonlijkheid. In te- genstelling tot wat verzoekster beweert, moeten minder ontwikkelde kanten van de kandidaten ook niet weerlegd worden. Vooreerst is het niet noodzakelijk dat de voorzitter aan alle aspecten van het profiel in dezelfde mate beantwoordt. Daarnaast is geen enkele kandidaat perfect en is het dus noodzakelijk om een volledig beeld te krijgen van de kandidaten, met hun kwaliteiten en hun gebreken, om deze dan tegen elkaar af te wegen en tot de beste keuze te komen. IX-9027-16/29 5.3. Uit de bestreden beslissing blijkt dat de doorslaggevende ele- menten om de voorkeur te geven aan de aangewezen kandidaat boven verzoekster de ruimere beroepservaring en de concrete praktische ervaring inzake manage- ment en leidinggevende taken waren. Beide criteria maken expliciet en impliciet deel uit van het standaardprofiel. Hiervoor zij vooreerst verwezen naar rubriek 9 ‘Technische expertise’ uit het standaardprofiel. Eén van de subrubrieken is ‘erva- ring in andere functies of domeinen’. Zowel verzoekster als de aangewezen kandidaat voldoen aan de wettelijke minima, vermeld in deze subrubriek. Bijgevolg heeft de BAC gekeken naar wie op dit vlak boven het vereiste minimum de meeste ervaring kan voor- leggen. Dan blijkt dat de benoemde kandidaat in globo meer ervaring kan voor- leggen. Zo blijkt ten eerste dat hij in dienst getreden is van het betrokken rechts- college in het jaar 2000 en dat verzoekster in dienst getreden is van hetzelfde rechtscollege in 2002. De aangewezen kandidaat heeft een uitgebreidere ervaring binnen de magistratuur en gelet op zijn eerdere aanstellingen als voorzitter heeft hij evident ook meer ervaring met management en leidinggevende taken. Dit heeft ook de korpschef opgemerkt in zijn advies. Het grote belang dat bijgevolg door zowel de Hoge Raad voor de Justitie, als door de bestreden beslissing werd gelegd op de ruimere ervaring van de aangewezen kandidaat is niet onredelijk, gelet op het feit dat deze zienswijze door meerdere actoren wordt gedeeld. 6. In de memorie van wederantwoord handhaaft verzoekster het middel en herhaalt zij haar argumentatie. Met verbazing, zo stelt zij, leest zij dat de verwerende partij openlijk de objectiviteit van het advies van de verenigde stafhouders in vraag stelt. Het is volgens haar zorgwekkend dat de verwerende partij, die uiteindelijk ook de bestreden beslissing heeft genomen, zich op die manier durft uit te spre- ken over een advies waarmee zij geacht wordt rekening te hebben gehouden tij- dens haar besluitvorming. Nergens in het bestreden besluit wordt de objectiviteit van het verslag van de stafhouders in vraag gesteld. Evenmin wordt een ver- IX-9027-17/29 meend gebrek aan objectiviteit als motivering gegeven waarom in het bestreden besluit wordt afgeweken van dit advies. De zienswijze die de verwerende partij nu aan de dag legt, doet verzoekster vrezen dat ook in het kader van de besluit- vorming de adviezen van stafhouders buiten beschouwing zijn gelaten, weliswaar verhuld achter de gebrekkige motivering dat de benoemde kandidaat op de hoor- zitting van de BAC tot inzicht zou zijn gekomen omtrent zijn eigen persoonlijk- heden en tekortkomingen en dat hij oprecht gemotiveerd is om in de toekomst het mandaat van voorzitter op een degelijke wijze te vervullen. De redenen die de verwerende partij geeft om de objectiviteit van het advies van de stafhouders on- deruit te halen, missen volgens verzoekster bovendien elke grondslag. 7.1. In haar laatste memorie herinnert de verwerende partij met be- trekking tot het eerste middelonderdeel eraan dat de adviezen ‘met voorbehoud’ weliswaar wijzen op gebreken bij de aangewezen kandidaat, maar dat ze geen advies ‘ongunstig’ zijn en dat de aangewezen kandidaat in principe bekwaam wordt geacht en geschikt bevonden voor zover hij zou tegemoetkomen aan de vastgestelde tekortkomingen. Welnu wordt door de BAC over deze tekortkomingen die be- sproken werden tijdens de hoorzitting, het volgende opgemerkt in de voordracht: “Gedurende het gesprek met de leden van de commissie maakt Pol Van Iseghem een zeer gedreven, bevlogen en oprecht gemotiveerde indruk. Hij antwoordt op een vlotte en breedvoerige wijze op de vragen die hem door de commissie worden gesteld en geeft hierbij blijk van een zeer goed beeld van de rechtbank van koophandel te Gent, van de taken en verant- woordelijkheden die inherent zijn aan de door hem benaarstigde betrek- king, alsmede van een zeer sterke interesse voor beleidsmatig werk en voor management en van een oprechte bekommernis voor de rechtbank van koophandel, de goede rechtsbedeling en voor de werking en de per- ceptie van justitie in het algemeen. Gedurende het gesprek met de leden van de commissie wijst de kandidaat onder meer op zijn uitgebreid par- cours binnen de magistratuur, op zijn zin voor verantwoordelijkheid, op de door hem opgevolgde projecten en op zijn interesse voor beleidsmatige taken. Hij stelt het functioneren en het aanzien van justitie graag naar een hoger niveau te willen helpen tillen en wijst in dit verband onder meer op de inzichten die hij in het buitenland wist te verwerven. Hij wijst gedu- rende het onderhoud met de commissie voorts onder meer op de samen- IX-9027-18/29 werking met het DirCom, stelt als voorzitter nooit getracht te hebben zijn stem te laten doorwegen en wijst op zijn betrokkenheid in het kader van diverse werkgroepen. Hij weet te overtuigen met zijn coherent beleidsplan en met zijn visie inzake het functioneren van een voorzitter. Hij stelt uit- drukkelijk aandacht te hebben voor bepaalde karaktereigenschappen die hem in de uitgebrachte adviezen als tekortkoming worden toegeschreven en stelt hier gevoelig voor te zijn en hieraan aandacht te zullen besteden. De kandidaat besluit dat hij een moeilijke periode achter de rug heeft maar benadrukt stellig het beste voor te hebben met de rechtbank en met justitie en niet te willen opgeven in zijn streven om bij te dragen aan de goede werking daarvan.” Uit de voordracht blijkt dan ook dat de BAC aandacht heeft besteed aan de voorafgaande adviezen ‘met voorbehoud’. Echter heeft de BAC besloten dat de aangewezen kandidaat afdoende had aangetoond dat hij zou te- gemoetkomen aan deze adviezen door aandacht te besteden aan deze tekortko- mingen en deze dus te herstellen. Met andere woorden had de aangewezen kandi- daat tijdens de hoorzitting laten blijken van een bepaald schuldinzicht en zou hij zijn houding op dat vlak aanpassen. Bijgevolg is de BAC niet zomaar voorbijge- gaan aan de voorafgaande adviezen maar heeft zij geoordeeld dat de aangewezen kandidaat voldoende waarborgen bood dat aan de voorbehouden in deze adviezen geremedieerd zou worden en hij dus wel degelijk als meest geschikte kandidaat beschouwd kon worden. Dit impliceert eveneens dat hij beantwoordde aan het standaardprofiel. Daarom heeft de BAC als volgt besloten: “De commissie is, rekening houdend met alle elementen die blijken uit het dossier en die naar voor zijn gekomen gedurende het onderhoud met de kandidaat, van oordeel dat hij over de vereiste juridische kennis en de no- dige juridische, persoonlijke- en management-gerelateerde vaardigheden beschikt voor de uitoefening van het mandaat van voorzitter van de recht- bank van koophandel te Gent en dat hij beantwoordt aan het voor dit ambt toepasselijke standaardprofiel. Hoewel zij aandacht heeft voor de be- kommernissen en de karaktertrekken die door de waarnemende korpschef en door de balie in het kader van de adviesverlening als problematisch naar voor worden geschoven, is de commissie van oordeel dat de kandi- daat gedurende de hoorzitting dienaangaande voldoende duiding kon ver- schaffen en dat hij in dit kader tevens wist te overtuigen van voldoende inzicht in de eigen persoonlijkheid en van voldoende aandacht voor poten- tiële valkuilen bij de implementatie en uitstippeling van zijn beleid, met name op het vlak van overleg en communicatie. Essentieel hierbij is dat de kandidaat in ieder geval manifest in staat blijkt om initiatief te nemen en om een visie te ontwikkelen. Pol Van Iseghem is zich duidelijk bewust IX-9027-19/29 van de gevoeligheden die leven binnen het korps en getuigt van de op- rechte en volgehouden ambitie om zich ten volle in te spannen voor een betere werking van het eigen korps en van justitie in het algemeen. Hij be- schikt hiervoor ongetwijfeld over de nodige kwaliteiten en eigenschappen en weet ervan te overtuigen dat hij zich ten volle zal inzetten voor de rea- lisatie van zijn doelstellingen.” De voordracht door de BAC van de aangewezen kandidaat steunt dan ook op een draagkrachtige motivering. Er werd op afdoende manier weergegeven dat aan de voorbehouden geformuleerd in de voorafgaande advie- zen tegemoetgekomen zou worden. Dit oordeel kon, gecombineerd met de inhou- delijke kwaliteiten die werden vastgesteld in hoofde van de aangewezen kandi- daat en die ook erkend werden in de voorafgaande adviezen, doen besluiten dat de aangewezen kandidaat beantwoordde aan het standaardprofiel en hij dus in aanmerking kwam om voorgedragen te worden. 7.2. Met betrekking tot het tweede middelonderdeel herhaalt de verwerende partij dat het criterium ‘ervaring’ reeds deel uitmaakt van het stan- daardprofiel. Daaruit volgt dat rekening gehouden kon worden met de door de kandidaten opgedane ervaring in het ambt zelf en de globale ervaring in de verge- lijking van hun titels en verdiensten. Wat de kritiek betreft over het gebruik van het criterium ‘erva- ring’ is het belangrijker nog om vast te stellen dat dit criterium op zich niet werd aangewend om het onderscheid tussen de kandidaten te maken. Daarentegen werd verwezen naar de ervaring inzake management ter ondersteuning van het echte criterium van onderscheid dat de aangewezen kandidaat een grotere interes- se heeft voor en gedrevenheid in management en leidinggevende taken, wat ui- teraard een criterium van onderscheid kan zijn in het licht van het standaardpro- fiel. Immers wordt managementkennis doorheen het competentieprofiel gevalori- seerd aangezien de korpschef in de eerste plaats leiding geeft aan de magistraten die tot het korps behoren en een organisatorische functie heeft. IX-9027-20/29 8.1. In haar laatste memorie merkt verzoekster met betrekking tot het eerste middelonderdeel op dat nergens in het bestreden besluit een verwijzing naar het standaardprofiel zoals gepubliceerd in 2015 is terug te vinden. De verwe- rende partij ontkent dit niet in haar laatste memorie. In het bestreden besluit wor- den de competenties van de kandidaten ook nergens getoetst aan de competenties die van een voorzitter worden vereist volgens het standaardprofiel. De BAC schrijft over de kandidaten vanuit de losse pols, als zou er geen profiel bestaan waaraan expliciet getoetst moet worden. De BAC liet na om zelf tot een toetsing aan het standaardprofiel over te gaan. Dat de aangewezen kandidaat tijdens de hoorzitting blijk zou hebben gegeven van “een bepaald schuldinzicht”, zoals de verwerende partij schrijft in haar laatste memorie, wordt nergens gemotiveerd in het bestreden be- sluit en blijkt ook uit geen enkel stuk. De loutere verklaring aandacht te zullen hebben voor de aangehaalde negatieve karaktereigenschappen, kan bezwaarlijk als schuldinzicht worden aangezien. Uit geen enkele overweging in het bestreden besluit blijkt dat de kandidaat enige fout erkend heeft. Dat in het bestreden besluit wordt geoordeeld dat aan de gebreken van de kandidaat voldaan zou zijn door in de toekomst “aandacht te besteden aan deze tekortkomingen”, mist elke grond- slag. In geen geval is er sprake van een draagkrachtige motivering. 8.2. Voorts herhaalt verzoekster dat ‘managementervaring’, begre- pen als ervaring in een leidinggevende functie zoals korpschef, geen aanwijzings- criterium is waarin is voorzien in het standaardprofiel. Dit wordt dan ook niet benoemd onder punt 9 van het standaardprofiel. Bijgevolg kon de ervaring van Pol Van Iseghem op dit managementvlak onmogelijk als criterium gebruikt wor- den in de vergelijking van de kandidaten, laat staan dat dit gebruikt zou kunnen worden als doorslaggevend element. Dat in het standaardprofiel onder punt 9 ‘technische expertise’ wordt aangegeven dat het aangewezen is dat de kandidaat- voorzitter (management)opleidingen heeft gevolgd die voor de uitoefening van de functie relevant zijn, betekent niet minder maar ook niet meer dan dat in de be- oordeling van de kandidatuur mee kan worden gekeken naar de achtergrond van IX-9027-21/29 de kandidaat op vlak van gevolgde opleidingen. De interpretatie dat het aantal gevolgde opleidingen uiteindelijk ook als doorslaggevend criterium zou mogen doorwegen in de beslissing gaat een brug te ver en gaat tevens lijnrecht in tegen het eerder vrijblijvende en bijkomende opleidingscriterium. Het geïnteresseerd zijn in leiding geven is geen criterium en zal dit ook nooit worden, aangezien de mate van interesse niet objectief kan worden beoordeeld. Uit het advies van de BAC kan ten slotte niet worden uitge- maakt of de BAC (voldoende) heeft nagegaan of de door de kandidaten opgege- ven referenties op vlak van ervaring als relevant kunnen worden beschouwd. Er staat enkel te lezen dat Pol Van Iseghem beschikt over een grotere (manage- ment)ervaring doch op geen enkel ogenblik wordt onderzocht of die (manage- ment)ervaring relevant is. Beoordeling a. eerste middelonderdeel 9.1. De gemotiveerde schriftelijke adviezen van de korpschef en van de vertegenwoordigers van de balie zijn door de wetgever uitdrukkelijk voorgeschreven gegevens van het aanwijzingsdossier, die de BAC bij haar taak om een voordracht te doen voorlichten en ondersteunen. Ze zijn geenszins vrij- blijvend. 9.2. In zijn advies van 12 september 2016 stelt de waarnemend voorzitter van de rechtbank van koophandel te Gent expliciet en in niet mis te verstane bewoordingen dat Pol Van Iseghem niet voldoet aan bepaalde onderde- len van het standaardprofiel: zo staat hij niet in voor overlegplatforms met de andere magistraten en is van enig constructief communicatieklimaat geen sprake. IX-9027-22/29 Al evenmin creëert hij een werkomgeving waarbinnen openheid van andere idee- en, meningen en mensen een rol speelt. De waarnemend voorzitter stelt nog: “Volgens datzelfde standaardprofiel dient een korpsoverste een werkom- geving te creëren waarbinnen openheid voor andere ideeën, meningen en mensen een centrale rol speelt. Hij moedigt anderen aan om de regelge- ving en de procedures te respecteren. Hij moet inzet tonen en erover wa- ken een voorbeeldgedrag te tonen. Hij maakt in moeilijkere omstandighe- den het beste van zijn job. Hij aanvaardt kritiek, reageert constructief, ook wanneer kritiek naar zijn mening niet terecht is. De kandidaat voldoet niet aan die onderdelen van dat voornoemd profiel. Hij aanvaardt geen andere ideeën; hij bespreekt ze zelfs niet. Hij ontmoe- digt de leden van het korps om regelgeving en procedures te volgen, alles vanuit het oogpunt van het pragmatische. De kandidaat weigerde zijn af- delingsoverstijgende bevoegdheid uit artikel 88, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek uit te oefenen en delegeerde deze bevoegdheid aan de verant- woordelijke van elke afzonderlijke afdeling, zodat de door de wetgever uitgedokterde oplossing voor gerezen verdelingsincidenten tussen de af- delingen onderling, in feite dode letter bleef, ondanks de pertinente vragen daaromtrent gesteld.” Er wordt aan toegevoegd dat de kandidaat niet de inzet toont die van hem verwacht mag worden en dat hij gedrag vertoont dat niet tot navol- ging strekt, waarvan het advies voorbeelden geeft. Ten aanzien van het cv van Pol Van Iseghem worden eveneens opmerkingen en bedenkingen geformuleerd. Eenmaal hij zich een idee gevormd heeft, kan hij zich volgens de korpschef nog moeilijk inpassen in de standpunten van anderen, “zodat meerdere van zijn uit- muntende initiatieven praktisch verzandden tot onoplosbare situaties, zonder ver- dere toepassing bleven en dienden afgevoerd te worden”. De conclusie van het advies luidt: “Ik denk dat de kandidaat bekwaam is om een rechtbank als de rechtbank van koophandel Gent te leiden. Hij heeft zeker de kwaliteiten daartoe, maar hij verzuimt evenwel bij wijlen die kwaliteiten aan te wenden voor de rechtbank waarvan hij de leiding nam en thans opnieuw wenst te ne- men. Correctie aan de opgesomde tekortkomingen aan het standaardpro- fiel dringt zich in elk geval op.” IX-9027-23/29 9.3. De conclusie van de stafhouders van de orde van advocaten is dat Pol Van Iseghem “niet de geschikte persoon [is] om de plaats van korpsover- ste te bekleden”. Hij is te weinig performant in zijn communicatie en het vermo- gen om te luisteren; hij is niet voldoende in staat om zijn standpunten aan te pas- sen waardoor hij sterke weerstanden oproept wat de goede werking van het korps in het gedrang kan brengen. 9.4. Anders dan de verwerende partij het inschat, beschrijven deze adviezen méér dan een enigszins “minder ontwikkelde kant” van de uiteindelijk aangewezen kandidaat. Samen met verzoekster stelt de Raad van State vast dat de aangewezen kandidaat volgens de overtuiging van deze adviesverleners geheel niet beantwoordt aan kerncompetenties van het standaardprofiel, opgesteld en door de Hoge Raad voor de Justitie goedgekeurd voor de aanwijzing in de functie van korpschef in de rechtbank van koophandel. Waar zeker talenten van de kan- didaat worden erkend, faalt hij volgens deze adviesverleners voor de criteria en de competenties die in het standaardprofiel gedefinieerd worden als ‘omgaan met medewerkers - teams aansturen’, ‘omgaan met relaties - relaties leggen’, ‘omgaan met eigen functioneren 1. respect tonen’, ‘2. zich aanpassen’, ‘in team werken’. Niet onbelangrijk moet daarbij worden vastgesteld dat alleszins de waarnemend voorzitter, getuige de door hem gegeven voorbeelden, zijn advies mede steunt op concrete ervaring met de daadwerkelijke wijze van functioneren van de kandidaat als rechtbankvoorzitter in het verleden. 10. Deze adviezen zijn noch voor de BAC, noch voor de benoe- mende overheid bindend. Dat aan de BAC is opgedragen om de kandidaten te beoordelen en voor te dragen en dat zij daarbij beschikt over een ruime discretionaire be- voegdheid gaat niet zo ver dat zij tot een voordracht mag besluiten op grond van een aanwijzingsdossier waaruit blijkt dat de voorgedragen kandidaat niet aan het vooropgestelde standaardprofiel beantwoordt. IX-9027-24/29 Uit niets evenwel blijkt dat de BAC en vervolgens de benoe- mende overheid die adviezen van de hand heeft gedaan en terzijde geschoven omdat ze onbetrouwbaar zouden zijn, zouden getuigen van vooringenomenheid, onzorgvuldig tot stand zouden zijn gekomen of onvolledig dan wel incorrect zou- den zijn of met elkaar in tegenspraak komen. Met wat de verwerende partij daar- over in haar memorie van antwoord beweert kan dan ook geen rekening worden gehouden. Indien de BAC het om welke reden ook niet eens was met deze adviezen, dan lag het op haar weg dit in de een of andere zin tot uiting te brengen in haar gemotiveerde voordracht door aan te geven om welke reden met de advie- zen minstens op die punten geen rekening moest worden gehouden en om dan zelf de kandidaat te beoordelen op de bedoelde competenties. Uit niets blijkt dat de commissie dit in concreto heeft gedaan. Integendeel blijkt de BAC de inhoud van die adviezen samen- gevat te hebben en is zij tot een voordracht gekomen “rekening houdend met alle elementen die blijken uit het dossier en die naar voor zijn gekomen gedurende het onderhoud met de kandidaat”. Aangenomen wordt dan ook dat de BAC alle op- merkingen van de adviesverleners bijvalt. Dat de BAC die kritieken feitelijk voor waar aanneemt, blijkt voorts ook uit haar overweging dat zij “aandacht heeft voor de bekommernissen en karaktertrekken die [in de adviezen] als problematisch naar voor worden ge- schoven” en uit haar weergave van het onderhoud, waaruit niet blijkt dat de kan- didaat deze verwijten aan zijn adres tegenspreekt maar enkel voorstelt er rekening mee te zullen houden en waaruit zeker niet blijkt dat de BAC de adviezen om een of andere reden niet ernstig neemt. 11. Als de BAC dan niettemin besluit dat Pol Van Iseghem beant- woordt aan het voor het ambt toepasselijke standaardprofiel, kan dit bijgevolg IX-9027-25/29 enkel het gevolg zijn van het onderhoud met de kandidaat en de conclusies die de BAC daaruit trekt. De BAC heeft tijdens dat onderhoud blijkbaar vastgesteld dat de kandidaat zich bewust is van zijn tekortkomingen, “met name op het vlak van overleg en communicatie” en dat hij een “oprechte en volgehouden ambitie” toont om zich in te spannen. Nu blijkt nergens dat de BAC tijdens dat onderhoud de kandidaat op een of andere objectieve wijze heeft getest op de bedoelde com- petenties. De methodiek die de BAC heeft gevolgd, namelijk een eenzijdige “duiding” door de kandidaat, kan bezwaarlijk doorgaan als een objectieve weer- legging van de vastgestelde tekortkomingen, zelfs als de kandidaat geloofd moet worden dat hij “inzicht” heeft “in de eigen persoonlijkheid”. Dat de aangewezen kandidaat een visie kan ontwikkelen waar- bij bepaalde doelstellingen worden uitgewerkt en dat hij zich ten volle zal inzet- ten voor de realisatie van die doelstellingen, getuigt van ándere competenties die de kandidaat bezit maar is niet van aard de negatieve beschouwingen van de korpschef of de stafhouders tegen te spreken. Laatstgenoemden stellen wel dat de kandidaat een mooi beleidsplan heeft, maar, voegen zij eraan toe, er zijn twijfels of de kandidaat persoonlijk de leiderscapaciteiten heeft om dit beleid te voeren. De kandidaat is in meerdere balies omstreden en niet onbesproken. Ook aan die opmerking gaat de commissie compleet voorbij. Zoals het dossier aan de BAC en vervolgens aan de benoemen- de overheid voorlag, valt de conclusie dat de kandidaat voldoet aan het stan- daardprofiel niet te verantwoorden. 12. De benoemende overheid is de voordracht van de BAC zonder meer bijgevallen en heeft zich deze onregelmatigheid daarmee eigen gemaakt. 13. Het eerste middelonderdeel is in de aangegeven mate gegrond. IX-9027-26/29 b. tweede middelonderdeel 14.1. De Raad van State valt de BAC bij waar zij stelt “dat het be- schikken over een ruime, concrete en diverse ervaring op het vlak van manage- ment en het geven van leiding een onmiskenbare troef vormt voor het ambt van voorzitter van een grote entiteit”. 14.2. Volgens verzoekster voegt de BAC evenwel toe aan het stan- daardprofiel, door met deze troef rekening te houden. De Raad deelt die zienswijze niet. 15. De ervaring met juridische functies in het algemeen en als lid van de magistratuur in het bijzonder behoort tot de criteria waaraan de kandidaten moeten worden getoetst; een minimum aan ervaring is zelfs wettelijk vereist om in aanmerking te komen. Al de competenties die in het standaardprofiel zijn vermeld ademen voorts uit dat de aan te wijzen kandidaat over leiderschapskwaliteiten moet beschikken, om in staat te worden geacht het ambt van korpschef te kunnen vervullen. Het ambt heeft tot doelstelling, aldus het standaardprofiel, als eindver- antwoordelijke de werking van de rechtbank in al haar aspecten te leiden, te or- ganiseren en te coördineren. 16. Door de kandidaten onderling te vergelijken en finaal de voor- keur te geven aan de kandidaat die, bij verondersteld overigens gelijke titels en verdiensten, zich “onderscheidt door zijn grote vertrouwdheid op het vlak van management en met leidinggevende taken (hetgeen onder meer blijkt uit de door [die kandidaat] ondersteunde en bezielde projecten, uit zijn ervaring als voorzitter van de rechtbank van koophandel te Ieper en Veurne en uit de door hem gevolgde opleidingen)” voegt de BAC geen aanwijzingscriterium toe aan het bestaande standaardprofiel. IX-9027-27/29 17. Voor zover het middelonderdeel uitgaat van de tegenoverge- stelde opvatting, faalt het naar recht. 18. In ondergeschikte orde voert verzoekster in dit middelonder- deel aan dat de beweerd significante en doorslaggevende ervaring van de aange- wezen kandidaat wordt tegengesproken in de adviezen van de waarnemend voor- zitter en de stafhouders en dat die ervaring bovendien niet kwaliteitsvol is. Vol- gens haar kan die ervaring ook niet opwegen tegenover de tekortkomingen die te lezen zijn in de meervermelde adviezen. Uit de beoordeling van het eerste middelonderdeel blijkt dat deze kritiek voorbarig is, aangezien thans nog niet vaststaat dat de aangewezen kandidaat aan het standaardprofiel beantwoordt. In die mate is het tweede middelonderdeel voorbarig en dus onontvankelijk. 19. Het tweede middelonderdeel is deels onontvankelijk, deels on- gegrond. Het wordt dan ook verworpen. V. Anonimisering 20. Met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 ‘betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet- toelaatbaarheid van de Raad van State’ vraagt de verzoekende partij dat bij de publicatie van het arrest haar identiteit niet wordt opgenomen. Dit verzoek wordt ingewilligd. IX-9027-28/29 BESLISSING 1. De Raad van State vernietigt het koninklijk besluit van 22 december 2016 waarbij Pol Van Iseghem wordt aangewezen tot het mandaat van voorzitter van de rechtbank van koophandel te Gent voor een termijn van vijf jaar. 2. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. 3. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. 4. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 30 september 2019, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier. De griffier De voorzitter Vera Wauters Geert Van Haegendoren IX-9027-29/29 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.565 Gerelateerde publicatie(
- s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2017:ARR.239.200 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div