← België

Arrest 245574 - Varia (economische zaken) - 01/10/2019

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.574 Rolnummer: A. 226276/XIV-37825 Zaak: Arrest 245574 - Varia (economische zaken) - 01/10/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-10-10 Raadplegingen: 67 - laatst gezien 2026-06-21 21:52 Fiche Arrest nr 245.574 van 1 oktober 2019 Economische zaken - Varia (economische zaken) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 245.574 van 1 oktober 2019 in de zaak A. 226.276/XIV-37.825 In zake: Marc LENAERTS woonplaats kiezend te 8300 Knokke Elisabethlaan 102/42 tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Coen kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210A bus 10 bij wie woonplaats wordt gekozen ------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 25 september 2018, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het Departement Werk en Sociale Economie; Dienst Tewerkstelling van 30 augustus 2018 waarbij verzoeker de transitiepremie wordt geweigerd omdat de voorwaarden daartoe niet zijn vervuld zoals bedoeld in het besluit van de Vlaamse regering van 23 februari 2018 “tot uitvoering van het decreet van 22 december 2017 houdende een premie om de transitie van werkzoekenden naar ondernemerschap te stimuleren.” II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die op 7 januari 2019 door de griffie per post aangetekend werd opgestuurd naar verzoeker maar door verzoeker niet werd afgehaald. XIV-37.825-1/4 Op 18 februari 2019 respectievelijk op 14 februari 2019 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker en aan de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoeker heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 september
  3. Staatsraad Kaat Leus heeft verslag uitgebracht. Verzoeker, die verschijnt in persoon en advocaat Christophe Coen, die verschijnt voor de verwerende partij, worden gehoord. Auditeur Thomas Maes heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als verzoeker de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. XIV-37.825-2/4 Bij het versturen aan verzoeker van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. Verzoeker heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent. Verzoeker heeft gevraagd om te worden gehoord.
  6. In zijn verzoek om te worden gehoord zet verzoeker uiteen dat het ontbreken van een memorie van wederantwoord het gevolg is van een misverstand “door mondelinge communicatie, gevoerd met de griffie.”. Hij stelt ter zake: “[i]k was ervan overtuigd dat ik de communicatie per mail zou ontvangen ipv per aangetekende post. De bewuste aangetekende brief ben ik niet gaan afhalen. Deze kwam samen met een andere aangetekende zending waarbij een duplicaat werd afgegeven. Ik dacht dat de postkaart daarop sloeg. Mijn excuses hiervoor. Ik ben dan maar ter plaatse bij de griffie het dossier gaan inzien.” Die verontschuldiging van het verzuim om een memorie van wederantwoord in te dienen noch de toevoeging van verzoeker ter terechtzitting waarbij hij nog louter een argument van organisatorische aard met zijn voormalige raadsman aanbrengt, kunnen als zodanig overmacht of onoverkomelijke dwaling doen aannemen en vermogen derhalve niet het wettelijk vermoeden van gebrek aan belang te keren.
  7. Krachtens het voormelde artikel 21, tweede lid, dient derhalve te worden vastgesteld dat het vereiste belang ontbreekt om de gevorderde vernietiging te verkrijgen. XIV-37.825-3/4 BESLISSING
  8. De Raad van State verwerpt het beroep.
  9. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigver- klaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van een oktober tweeduizend negentien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Kaat Leus, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Kaat Leus XIV-37.825-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.574 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.