id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.599 Rolnummer: A. 226346/XII-8625 Zaak: Arrest 245599 - Overheidsopdrachten - 01/10/2019 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-10-14 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-06-21 22:07 Fiche Arrest nr 245.599 van 1 oktober 2019 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 245.599 van 1 oktober 2019 in de zaak A. 226.346/XII-8625 In zake: de BVBA ARCHITECTENBUREAU OKKERSE SABINE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Geert Van Grieken kantoor houdend te 2970 Schilde Wijnegemsteenweg 83-85 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Philippe Vande Casteele kantoor houdend te 2900 Schoten Klamperdreef 7 tegen: de KERKFABRIEK SINT-NICOLAAS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gitte Laenen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 4 oktober 2018, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van de Kerkfabriek Sint-Nicolaas (Stad Sint-Niklaas) van 7 augustus 2018 om de op 13 juni 2018 genomen beslissing in te trekken en over te gaan tot een nieuw onderzoek van de ingediende dossiers met betrekking tot het ‘Aanstellen ontwerp voor opmaak beheersplan en gefaseerde uitvoering ervan voor de Kerk Sint-Nicolaas, Sint-Niklaas’”. XII- 8625-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Thomas Maes heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 18 juni
- Op 6 augustus 2019 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Toepassing van artikel 21, zevende lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 3.
- In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een XII- 8625-2/4 vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. 3.
- De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. 3.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. IV. Depersonalisatie
- Met toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 ‘betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid van de Raad van State’ vraagt de verzoekende partij dat bij de publicatie van het arrest haar identiteit niet wordt opgenomen. Luidens artikel 2, eerste lid, van het genoemde koninklijk besluit van 7 juli 1997 kan bij de publicatie van het arrest de identiteit van natuurlijke personen, op uitdrukkelijk verzoek van een natuurlijke persoon die partij is bij een geschil dat bij de Raad van State aanhangig is, worden weggelaten. Deze mogelijkheid staat aldus niet open voor de verzoekende partij die een rechtspersoon is. De vraag wordt niet ingewilligd. BESLISSING
- De Raad van State stelt de afstand van het geding vast. XII- 8625-3/4
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 1 oktober 2019, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Johan Bovin XII- 8625-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.245.599 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.